Krijgen wij vandaag zo'n landschap

Wie niet dient, dient tot niets
Krijgen wij vandaag zo'n landschap
Laatste Avondmaal in Zuid-America
Goed om over na te denken!
Leven als laatste kans
Wij leven tegenwoordig langer, maar alles samen genomen toch ook weer korter.
Vroeger leefden de mensen immers dertig jaar plus eeuwig.
Tegenwoordig nog slechts negentig jaar.
Die vasstelling maakt duidelijk wat de Duitse pedagoge en sociologe Marianne Gronemeyer verstaat onder “Leven als laatste kans”: feitelijk beschouwd houden de mensen enkel rekening met deze aardse levenstijd. En daarin verlangen zij naar het optimale, pijnloze geluk. “Alles – en wel onmiddellijk”, zo luidt de jeugdige samenvatting.

Wanneer word ik overbodig in onze maatschappij?
“Zelfs in rijke samenlevingen kan morgen ieder van ons overbodig worden. Waarheen met haar? hem?”: elk van ons kan overkomen dat wij op een bepaald ogenblik in ons leven behoren tot de ‘overbodigen’ en dat wij daarmee in een selectieproces terecht komen.
Zo’n selectie door overbodigheid kan op drie manieren gebeuren.
Als sociale selectie: wie niet werkt en op die manier zichzelf onderhoudt (werk als broodwinning), wie geen koopkracht bezit, wie aan de samenleving niet deelneemt en wie niet genoeg weet.
Als genetische selectie: wie slechte genen heeft – en daarmee nu of in de toekomst te duur wordt voor een financieel overvraagde maatschappij.
Als antropologische selectie: zij vormt de uiteindelijke achtergrond en spitst zich tot op de vraag: wie heeft een levenswaardig leven (een leven dat de moeite van het financieren waard is!? Wiens waardigheid in onaantastbaar?
Ga nu heen in vrede en maak het waar!
Wee de eenzame mens die zijn eenzaamheid koestert. Zou dit de hel zijn?
Geroepen worden is niet één keer heel duidelijk en klaar ja zeggen, maar telkens weer, dag in dat uit, het ‘ja’ op de lippen nemen en het beleven.
Veel geroepenen (welke inhoud of vorm die roeping moge hebben!) zien met weemoed terug naar hun eerste enthousiast ‘ja, X jaren geleden. Wanneer ze constateren met hoeveel pijn en moeite ze er nu nog een ja uit krijgen, blikken ze met gemende gevoelen terug op de fase van hun eerste, soms ietwat naïeve liefde. Hun actueel ‘ja’ wordt ontluisterd door dubbelzinnigheid, lusteloosheid en ernstige terugval. Hun ‘ja’ is een ‘ja maar ‘ geworden of … een grote stilte.
Maar je vindt daarnaast ook mensen die doorheen het leven doorheen het leven sereen en rustig in hun jawoord geworteld staan, zonder fanatisme, zonder hardheid of stugheid, met een grote zin voor de werkelijkheid en een fascinerende mildheid.
Jezus’ was ‘ja’.
‘Begrijpt ge wat ge leest?’ Dit zou ook anders kunnen klinken: ‘Besef je eigenlijk wat je doet? Zie je in water met jou aan het gebeuren is? Realiseer je je goed waar je uitkomt als je zo door holt?’
Durven mensen elkaar voldoende de persoonsgerichte, grondige levensvragen stellen? Mogen mensen die samenleven elkaar bevragen? Of bestaat er een modern taboe dienaangaande. Mogen en kunnen wij in familie elkaar nog corrigeren, elkaar door wederzijdse bevraging tot klaarheid brengen?
Soms zwijgen we elkaar dood.
(…) Natuurlijk heb ik nooit het recht, aan de ander persoonlijke vragen te stellen als ik niet vooraf mensennabij en luisterend met die andere mens omgegaan heb;

Wee de eenzame mens die zijn eenzaamheid koestert. Zou dit de hel zijn?
Geroepen worden is niet één keer heel duidelijk en klaar ja zeggen, maar telkens weer, dag in dat uit, het ‘ja’ op de lippen nemen en het beleven.
Veel geroepenen (welke inhoud of vorm die roeping moge hebben!) zien met weemoed terug naar hun eerste enthousiast ‘ja, X jaren geleden. Wanneer ze constateren met hoeveel pijn en moeite ze er nu nog een ja uit krijgen, blikken ze met gemende gevoelen terug op de fase van hun eerste, soms ietwat naïeve liefde. Hun actueel ‘ja’ wordt ontluisterd door dubbelzinnigheid, lusteloosheid en ernstige terugval. Hun ‘ja’ is een ‘ja maar ‘ geworden of … een grote stilte.
Maar je vindt daarnaast ook mensen die doorheen het leven doorheen het leven sereen en rustig in hun jawoord geworteld staan, zonder fanatisme, zonder hardheid of stugheid, met een grote zin voor de werkelijkheid en een fascinerende mildheid.
Jezus’ was ‘ja’.
‘Begrijpt ge wat ge leest?’ Dit zou ook anders kunnen klinken: ‘Besef je eigenlijk wat je doet? Zie je in water met jou aan het gebeuren is? Realiseer je je goed waar je uitkomt als je zo door holt?’
Durven mensen elkaar voldoende de persoonsgerichte, grondige levensvragen stellen? Mogen mensen die samenleven elkaar bevragen? Of bestaat er een modern taboe dienaangaande. Mogen en kunnen wij in familie elkaar nog corrigeren, elkaar door wederzijdse bevraging tot klaarheid brengen?
Soms zwijgen we elkaar dood.
(…) Natuurlijk heb ik nooit het recht, aan de ander persoonlijke vragen te stellen als ik niet vooraf mensennabij en luisterend met die andere mens omgegaan heb;

Een parochie die ‘beweegt’ of een parochie die ‘leeft’
Een kegelbal beweegt ook, krachtens de gerichte worp. Een voetbal eveneens, krachtens het doeltreffende schot. Zelfs een lijk beweegt, wanneer men er in een snelle wagen mee door het land rijdt. Maar zij ‘leven’ niet. Want leven is niet slechts ‘bewegen’, maar heel bepaald “zichzelf bewegen” vanuit een eigen innerlijk actie-centrum en beginpunt.
Elk pastoraal werk, elke godsdienstige opvoeding zal er heel bewust op gericht moeten zijn, precies dit moment naderbij de brengen waarop het godsdienstig ‘voort-bewogen-worden’ omslaat in ‘zichzelf-voortbewegen’. Wie dat niet beoogt maakt zichzelf als pastor met zijn parochianen of als ouder met zijn kinderen tot permanente ‘sleep’. Hij dispenseert daarmee iedereen van elk persoonlijk initiatief en sanctioneert in feit de godsdienstige passiviteit.

|
1 citaat van Bernardus van Clairvaux Met Bernardus van Clairvaux (1090-1153) en zijn tijdgenoot en vriend Willem van St.-Thierry begint de geschiedenis van de Westerse christelijke mystieke literatuur. In het bijbels Hooglied vonden beiden de geschikte taal om hun mystieke beleving uit te drukken. Voor het eerst sinds Origenes werd het liefdesspel van bruid en bruidegom niet langer toegepast op de relatie tussen God en de Kerk, maar op de verhouding tussen de individuele ziel en Christus. De innerlijke beleving had een taal gevonden. De geschriften van Bernardus en Willem zouden op nagenoeg alle mystieke schrijvers van de komende eeuwen een grote invloed uitoefenen. De preken op het Hooglied vormen een hoogtepunt in het oeuvre van Bernardus. Begonnen in 1135, zal hij eraan werken tot aan zijn dood. In deze 18de preek raakt Bernardus aan een vraagstuk dat in de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit steeds opnieuw ter sprake wordt gebracht, namelijk wat de liefde tot God en de liefde tot de naaste met elkaar te maken hebben. Zowat elke geestelijke schrijver heeft zich gebogen over de verhouding tussen het eerste en het tweede gebod en over de vraag wie nu de voorkeur verdient: Martha of Maria? Waarbij onmiddellijk opvalt dat de ervaring van alle (mystieke) auteurs gelijklopend is: God is liefde, Hij is de bron van liefde. Alleen wie van deze bron drinkt (de contemplatie) kan werkelijk liefhebben. Alleen de liefde die haar oorsprong vindt in God is vruchtbaar. Bernardus gebruikt het beeld van een waterbekken en een kanaaltje. Het waterbekken moet eerst gevuld zijn voordat het kan overstromen en van zijn volheid kan meedelen. Pas als men vervuld is van Gods liefde is men in staat anderen lief te hebben en te helpen. Hij reageert scherp tegen de ‘kanaaltjes’ in de Kerk: ze geven door wat ze gekregen hebben zonder ervan vervuld te zijn. Daardoor berokkenen ze niet alleen anderen nadeel, maar ook zichzelf. “Help me met uw teveel,” zegt hij, “niet met uw tekort.” Vooral degenen die pastorale verantwoordelijkheid dragen in de Kerk moeten spreken en handelen vanuit deze overstromende liefde. Anders zijn hun woorden en daden niet vruchtbaar. Tussen de regels door lees je een pleidooi voor nederigheid, wijsheid en geduld. Zijn woorden klinken verrassend actueel in een Kerk waarin zovelen menen iets te zeggen te hebben en tal van pastorale projecten in de steigers worden gezet. [De Schriftcitaten zijn cursief gedrukt.]
|
|||