Naar de inhoud

Archief Beverse Weetjes

akke.beakke.be

Berichten van 7 januari 2010

Bevers Harmonieorkest is Cultureel Ambassadeur 2010

Bevers Harmonieorkest voor het tweede jaar op rij Cultureel Ambassadeur

Het Koninklijk Bevers Harmonieorkest mag zich voor het tweede jaar op rij Cultureel Ambassadeur van de Stad Waregem noemen. Het orkest werd derde in de hoogste categorie Concertafdeling op het WereldMuziekConcours 2009 in Kerkrade. Wie hen aan het werk wil zien, kan dit nu vrijdag 8 januari in de Sint-Jan-de-Doperkerk in Beveren-Leie.

Het Waarom
Het culturele leven draagt in belangrijke mate bij tot de uitstraling van onze stad. Het stadsbestuur ziet het verenigingsleven als belangrijke partner om aan gemeenschapsvorming te doen en mensen en cultuur bij elkaar te brengen. In het cultuurbeleidsplan van Stad Waregem 2008-1013 is er daarom speciale aandacht voor het opwaarderen van het Waregems talent dat Waregem op de culturele kaart zet.

Samen met de cultuurraad werd daaom in 2009 de titel ‘Cultureel ambassadeur van Waregem' in het leven geroepen. Het stadsbestuur kan de titel toekennen aan een niet-professionele vereniging die nationaal en/of internationaal het cultureel imago van de stad Waregem uitdraagt en die voldoet aan enkele specifieke criteria omschreven in het reglement Cultureel Ambassadeur.

Het Bevers Harmonieorkest
Het Koninklijk Bevers Harmonieorkest werd opgericht in Beveren-Leie in 1927 als fanfare ‘De Leievrienden'. Onder impuls van Bert Decavel werd de fanfare in 1988 omgevormd tot een harmonieorkest. De laatste 20 jaar heeft het orkest zich ontwikkeld tot een symfonisch blaasorkest met een opmerkelijk palmares.
Bron website Waregem
Geschreven door Beverse Weetjes om 17:20 Reageer op dit bericht

Kroniek van zeven zonnige jaren (deel 25)

Van geiten en schapen
Je kan nog wel eens een schaap zien vandaag de dag, maar geiten zijn tot de grote zeldzaamheden gaan behoren. Krasse tegenstelling met vroe­ger! We konden geen twee boogscheuten ver langs graskant of wegeltje trekken toen, of er stond ergens een geit of een schaap aan een paaltje vast­gebonden. Schapen zijn zachtmoedige weerloze dieren. Ze boeiden ons eigenlijk niet zozeer. Misschien wel omdat ze ons met grote ogen stonden aan te sta­ren en goedig toelieten dat we ze over hun vacht streelden.
Image and video hosting by TinyPic


Bij geiten lagen de zaken echter kompleet anders. Er waren drommels gemene beesten bij. Van zodra je ze ook maar een beetje naderde, stonden ze met hun gehoornde kop klaar om te bulken. We waren derhalve ook niet te hoffelijk met ze. Uit pesterij gingen we soms in een cirkel om ze heen lopen. Ze volgden ons bulkend en springend en hadden helemaal niet in de gaten dat ze zo hun ketting om het paaltje wonden tot ze er he­lemaal tegenaan gedrukt stonden. We zetten tevreden onze weg voort als we ze zover gekregen hadden.

Iemand die het helemaal niet op geiten begrepen had, was grootvader Vandenbroucke. Grootmoeder hield altijd twee of drie van die beesten. Het was echter onveranderlijk grootvader die ze naar het meerselke moest brengen, een eind van het huis af, om ze daar te grazen te zetten. Groot­moeder had maar één arm immers. De klem gekregen na een verwonding, toen ze nog in de fleur van haar leven was, en in Kortrijk hadden ze het grote mes moeten gebruiken. De geiten hadden het voor geen liedje zingen als grootvader ze naar het weitje bracht. Ze hadden er zelf schuld aan ei­genlijk. Alsof ze voelden dat grootvaders sympathieën een andere richting uitgingen, begonnen ze steevast te springen en te rukken aan de ketting van zodra ze uit de stal waren. En grootvader dan maar kloppen erop met de ijzeren spillen waaraan ze vastgebonden moesten worden en maar gans zijn opgespaarde voorraad soldatenvloeken uitbraken!

Grootmoeder stond het bij de kotdeur hoofdschuddend aan te kijken. Ze had er deernis in. Maar wat kon ze eraan verhelpen? Ze kende haar Vandenbroucke. Eén woord van protest zou nog heviger kabaal uitgelokt hebben. De geit werd wel eens breedsprakerig de koe van de kleine man ge­noemd toentertijde. Eigenlijk was dat wel zo. Althans in de armelijke tij­den die toen al een paar tientallen jaren achter de rug lagen. De geiten hebben aardig wat geholpen om het volk overeind te houden. Geitemelk, aardappelen en brood. Iets anders was er niet.

Nog in mijn eigen kinderjaren trouwens heb ik het geweten dat een buurman uit de Reke, waar we geen van allen veel overschot hadden, bij zijn dode geit te schreien zat. Hij deed het niet uit goedkoop medelijden met het beest omdat het dood was. Zo teergevoelig zijn buitenmensen niet. Hij huilde doodeenvoudig omdat hij niet meer wist van welk hout pijlen maken. Die geit was alles wat hij had en nu zouden zijn kinders ook nog hun bord geitemelkpap moeten missen.

Jaja, zo was dat nog omstreeks het jaar dertig! Een uitzondering mis­schien, maar toch. De Reke liet de man echter niet in de steek en er werd een andere geit gekocht. Ook dàt was toen nog zo! Hoe armer de mensen zijn, hoe meer ze aan elkaar hangen. Een van mijn dierbaarste Reke-herin­neringen.
Weldra meer
 
Geschreven door Beverse Weetjes om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Archief Beverse Weetjes

↑ Terug naar de berichten