Naar de inhoud

Archief Beverse Weetjes

Archief

Agenda gemeenteraad 2 september 2009

Op woensdag 2 september 2009 om 19u00 komt de gemeenteraad terug samen
Het proces-verbaal van de vorige zitting ligt ter inzage in de raadszaal, één uur voor de zitting.

Agenda:
Openbare zitting
1. goedkeuren proces-verbaal vorige zitting
2. mededelingen
3. toekennen van een bijkomende exclusiviteit aan Leiedal
4. wijzigen belastingsreglement op het afleveren van administratieve stukken
5. goedkeuren waarborg voor lening ter financiering van buitengewone uitgaven 2009-2010 van de intercommunale IMOG
6. dagelijks personeelsbeheer: vaststellen van de inhoud van het begrip
7. onroerende goederen:goedkeuren aanvullende voorwaarden inzake het recht van opstal voor plaatsen fotovoltaïsche panelen op dak pandgebouw
8. onroerende goederen: goedkeuren gebruik lokalen school Torenhof door Kindercentrum
9. onroerende goederen: aanvaarden gratis overdracht gronden en infrastructuur parking residentie Ter Dompel
10. goedkeuren opdracht ter beschikking stellen van daken tribunes Regenboogstadion voor plaatsing zonnepanelen en afname van groene elektriciteit + vaststellen procedure
11. goedkeuren dossiers nutsleidingen
12. stedelijke basisschool Sint-Eloois-Vijve, leveren en plaatsen buitenzonwering: goedkeuren ontwerp + vaststellen wijze van gunnen
13. stedelijke basisschool Desselgem, installatie traplift: goedkeuren ontwerp + vaststellen wijze van gunnen
14. uitbreiden stadion B heraanleg terrein 7: goedkeuren eindafrekening
15. jeugdcentrum, aanpassingswerken, lot 6: polyvalente vloer + sporttoestellen: goedkeuren ontwerp + vaststellen wijze van gunnen
16. goedkeuren opdracht inrichten van een nieuwe speelruimte naast het ontmoetingscentrum
De Kernelle in Beveren-Leie + vaststellen wijze van gunnen
17. stedelijk ontmoetingscentrum Gaverke, uitbreiding keuken: goedkeuren ontwerp aanstellen ontwerper + vaststellen wijze van gunnen
18. cultuurcentrum De Schakel, aanpassen regeling luchtgroepen: goedkeuren ontwerp + vaststellen wijze van gunnen
19. goedkeuren toelagen
20. vragen
Geheime zitting
21. stedelijk brandweerpersoneel: aanvraag ontslag 
Geschreven door Beverse Weetjes om 00:00 Reageer op dit bericht

Kroniek van zeven zonnige jaren (deel 11)

Photobucket
OMMEGANG EN KERMIS
Als iemand in Beveren zonder aarzelen kon zeggen dat de Ommegang op de eerste zondag na 24 juni valt, dan was het wel de schooljeugd. Om­megang betekende immers een vrije maandag. Zo een vakantiedag zag je al van verre glinsteren toen. Net een glasscherfje dat ergens in een eentonige zandvlakte te schitteren ligt in het blakke zonlicht. We waren allesbehalve verwend op dat gebied toen.

Beveren-Ommegang was trouwens niet zomaar een doodgewone om­megang. Het was een serieus geval. Sint-Jan, onze parochiepatroon, had immers de roep dat hij met krachtige hand de stuipen en de overschreeuw der kinderen kon weren. Van heinde en verre kwamen de moeders derhal­ve aangezet met hun kroost, om het in de gunst van de machtige heilige aan te bevelen. De mannelijke schooljeugd was goed vertrouwd met Sint-Jan. Hij stond immers aan onze kant in de kerk en hield ons in de gaten met zijn triestige, peinzende blik. We namen hem dat niet kwalijk ten andere, want we voelden bijzondere waardering voor hem. Tijdens zijn leven was hij im­mers allesbehalve een truntekous geweest. Had hij niet jarenlang moeder­ziel alleen in de woestijn rondgezworven, slechts gehuld in een kemelharen kleed? Had hij niet aan gebraden sprinkhanen gesabbeld zoals wij aan een lekstok ? Zo iemand moet wel een bonk van een vent geweest zijn.

Vanop zijn preekstoel kon pastoorke Lebbe de soberheid van onze pa­troonheilige torenhoog ophemelen. Ik ben er nochtans zeker van dat hij­zelf zijn aristocratische neus opgehaald zou hebben voor een menu van wil­de zeem en gebraden sprinkhanen. Ik zie Lebbeke nog staan preken op Be­veren-Ommegang. Zijn bril op het voorhoofd geschoven. Zijn ogen half geloken. Zijn handen vredig naast elkaar op de rand van de preekstoel. Het ene woord kwam er bij hem niet hoger uit dan het andere. Lebbeke was oud immers. Hij was vermoeid en had daarbij reeds lang de illusie opgege­ven dat hij met donderen en bulderen een ziel van de helleboord zou weg­gejaagd hebben. Maar toch zei hij ieder jaar opnieuw aan zijn beminde pa­rochianen dat hun patroon ten offer gevallen was aan de danswoede van een geile deerne. Het dansen moesten ze derhalve schuwen als de pest. Ze moesten thuis hun verzet zoeken. Bij een goede tafel en een goed glas bier. Dan, mijn dierbaren, zullen wij elkaar weerzien in de schone hemel later, bij onze patroon de heilige Joannes de Doper. Amen.  

Na de hoogmis was er ommegang rond de kerk. We trokken over het assewegeltje dat het kerkhof omsloot en dat af geboord was met lage cypres­sen. De dagen op het einde van juni kunnen heet zijn. Zo heet dat de brandsmoor aan de einder danst in het stekende zonlicht. Die omme­gangsprocessie was dan ook altijd een loom gedoe. Wegende hitte. Stof dat door slepende voetstappen opgejaagd werd. Bedwelmende geur van cypres­sengroen. Vooraan liep de koster met enkele kerkzangers. Ze zongen van Ut quae­ant laxis ... Het lied ter ere van Sint-Jan dat voor generaties Bevernaars het teken van feest geweest is. Of ze met hun gedachten bij de zang waren, weet ik niet. Oordelend naar latere eigen ervaringen, moeten die gedach­ten veeleer gecirkeld hebben rond Suzanne uit het Stadhuis die op dat mo­ment koele pinten aan het tappen was. Als we langs de vertrekken (sanitair, nvdr) voorbijsjokten, loerden we altijd even achterdochtig om te zien of zich daar geen plantrekkers verscholen hielden. Die verzakte smerige hokjes waren de gedroomde schuilplaats voor kriste­nen die het liever zonder processie stelden. Die gingen een plasje doen en stonden dan, kwansuis in gedachten verzonken, over het weidse Leieland­schap uit te staren. Een kwartier lang als het nodig was. Stof, hitte en verveling waren echter gauw vergeten als Sint-Jan einde­lijk zijn deel van de feestelijkheden gekregen had.

Drummend en stotend laveerden we tussen de menigte door in de richting van de Plaatse. Daar stonden altijd een paar kramen met molentjes en toeters en vlaggetjes. Wat verder, bij de bakker, kon je een stuk broodpudding krijgen voor een kwartje, of een stuk roomtaart van een halve frank. Thuis was er natuurlijk kermiskost die middag. Bouilli met jonge erwt­jes en worteltjes en daarna reusachtige stukken konfituurtaart. Wat vragen de jongelui van thans? Of dat alles was? Sukkelaars! Ze kennen het ver­schil niet meer tussen goed en beter. Voor hen is het immers iedere dag kermis.

In de namiddag trokken we dan weer Plaatsewaarts. Altijd was er veel volk op de been. Geen enkel Bevernaar immers die zou nagelaten hebben bij Sint-Jan te zegen te gaan. Dat daarna al even naarstig zegeningen ge­zocht werden bij Pol Callewaert in De Haard, bij Dolfke Vandermeiren in het Gemeentehuis, of bij Mielke Meyers in De Lindekes, doet niets terzake. Ommegang is ommegang immers. Ons, schoolbengels, konden die herbergen natuurlijk gestolen worden. We hadden enkel oog voor de man die nootjes en wijting ventte en voor de kraampjes met snoep en klein speelgerief.

Ook Georges Windels stond er ieder jaar. Hij verkocht sappige donkerrode Sint-Janskersen. Daarvan konden we eten dat het sap over onze kin siepelde en van daar op ons vers­gewassen bloesje. Op zulke keren waren die kersen van Georges Windels de wanhoop der Beverse moeders. Beveren-Kermis verliep in een enigszins andere sfeer. Wat de kerkelijke aangelegenheden betreft tenminste. Sint-Jan stond nu immers niet op de uitkijk om ook zijn deel van het feest te krijgen.

Er was velokoers. Natuurlijk. Velokoers voor beginnelingen. Die rijden zotter dan de ouderen en hebben hun truukjes nog niet geleerd. Ze reden door de Plaatse naar De Klokke, vandaar naar De Kloef en dan, langs de Schoolstraat en Kleine Heerweg, de Plaatse weer op tot aan de herberg van Pol Callewaert. Daar moesten ze hun draai nemen rond een bierton. We stonden er bij voorkeur in de buurt. We konden de koereurs daar immers goed zien en er was altijd wel eentje bij die zijn draai te snel wou nemen en op de stenen terechtkwam.

Als het duister gevallen was, werd vuurwerk afgestoken. Onveranderlijk gebeurde dat aan het huis van Stafke Goussaert, op de hoek van de Plaatse en de Grote Heerweg. Suizend schoten de vuurpijlen de inktzwarte lucht in en kraakten open in een regen van langzaam dalende gele, groene, rode en paarse lichtjes. In mijn eerste kinderjaren maakte dat bonken en knette­ren me doodsbenauwd. Het leek me te zeer op het kraken van de donder en daarvoor zou ik in een mollegat gekropen zijn. Ik kon er echter niet aan ontsnappen. Peter Fons en meter Rommeke woonden daar immers vlak in de buurt en natuurlijk waren we er op kermisdagen te gast. Die vrees voor alles wat weerlichtte en donderde, ben ik pas voorgoed kwijtgeraakt in de meidagen van het jaar veertig. Duitse kanonnen en ontploffende Belgische granaten hielden zo een helse sabbat omheen ons huis, dat wat donder en bliksem verder onschuldig kinderspel leek.

Veel liever dan dat vuurwerk was me toen de straatcinema die op som­mige avonden gegeven werd. Ook dat gebeurde bij het huis van Stafke Goussaert. Een groot doek werd dwars over de straat gespannen en daarop paradeerden dan de helden van de stomme film. Voor de meeste Bever­naars was zo een cinemavertoning een echt buitenkansje. Een cinemazaal kregen ze toen immers praktisch nooit aan de binnenkant te zien.

Het sluitstuk van de kermis was het Geitenfeest. Het werd gehouden op kermisdinsdag, in de buurt van de herbergen De Engel en De Nieuwe Paander. Als buitenstaander zou men nu kunnen denken dat enkel de gei­tenboeren iets met dit feest te zien hadden. Ocharme ! Wat kwamen geiten en schapen er per slot van rekening veel bij te pas! Akkoord, de beesten waren er. Ze stonden in de graskant voor De Engel aan een paaltje vastge­bonden. Er kwamen een paar gewichtigdoende heren die wat omheen de dieren scharrelden en af en toe goedkeurend knikten of elkaar bedenkelijk aankeken. Na een poosje zeiden ze dan dat dit of dat beest de prijs gewon­nen had om die en die reden. Voor de rest echter? Och, een feest voor de geiten werd het niet. Ze bleven eenzaam aan hun paaltje vastgebonden staan. Soms een beetje zielig mekkerend. Soms met hun gehoornde kop stotend naar jongens die ze probeerden te judassen. Ondertussen zaten de paar geitenboeren in De En­gel of De Nieuwe Paander. Samen met het gros der kermisgangers, die zich niets aan geiten of schapen gelegen lieten, dronken ze de ene pint of de ene jenever na de andere. Ze smoorden de gelagkamer vol bijtende pijperook en sneden tegen elkaar op over hun duiven, konijnen, hun lochtinggoed. Geiten en schapen? Och, die waren allang vergeten.

Wij straatrakkers konden op dat Geitenfeest eigenlijk bitter weinig uit­richten. We drentelden maar wat over en weer tussen Engel en Nieuwe Paander. Er was altijd veel volk en soms troffen we wel een oom of een an­dere goede kennis. Die konden we dan altijd wel een stukje wijting aftrog­gelen of een pootje (handvol, nvdr) nootjes of een kreemke van een kwartje (ijsje van 25 centiemen, nvdr). Een kinderhand was gauw gevuld toen.

Als de schemering inviel, trokken we huiswaarts. We waren stil gewor­den en een beetje verdrietig. Kermisdinsdag was de laatste vakantiedag en die stierf nu uit in de opkomende milde septembernevels. Wat voor ons lag was een eeuwigheid van schooldagen, lessen, huiswerk en straffen. Straffen. Huiswerk. Lessen. We zagen er voorlopig geen gat in.
Weldra meer....
Geschreven door Beverse Weetjes om 00:00 Reageer op dit bericht

KAV neemt afscheid van gouden lid

Photobucket

Op donderdag 20 augustus zetten de kernleden van KAV een definitief punt achter het werkjaar 2008-2009. Dat gebeurde met de traditionele kernreis die dit jaar naar Gent spoorde voor de Sneukelroute.
Voor Georgette Vanfleteren was dit de laatste kernreis. Georgette werd lid van KAV in 1959 lid. Van 1982 tot op heden was ze kernlid. Tijdens die 27 jaar was Georgette 8 jaar lid van het Dagelijks Bestuur en was ze 8 jaar verantwoordelijk voor de praktische school.

Georgette had jarenlang 20 leden onder haar hoede die ze maandelijks plichtsgetrouw het ledenboekje en de uitnodigingen bezorgde. En als dat al eens niet lukte dan stuurde Georgette manlief Camiel op pad.

“Ik heb heel veel mooie jaren gekend bij KAV”, vertelde ze. “Ik heb er heel veel geleerd, heb heel wat mooie reizen gemaakt, veel vrienden gemaakt en veel vriendschap ontvangen”, zegt Georgette 
 
“Het is wel 40 jaar geleden, maar ‘k weet nog goed dat we in de praktische school een bloes, vest en rok maakten. Die naailessen gingen toen nog door in de Gilde bij Anais. Onze dochter was toen nog klein. Terwijl ik aan mijn kostuumpje werkte keek Anais naar ons Brenda. En toen ik er mij de eerste keer mee uitdoste vroeg mijn schoonzus: waar heb je dat gekocht?", wist Georgette zich te herinneren. 
"Zo hou ik nog veel mooie herinneringen over aan de afgelopen 50 jaar bij KAV.  Maar", sluit Georgette, "er is een tijd van komen en een tijd van gaan en voor mij is de tijd van gaan gekomen”.
Geschreven door Beverse Weetjes om 00:00 Reageer op dit bericht

Gouden julileum voor Cesar en Maria-Theresia Verstraete-Debrouwere

Photobucket

Op zaterdag 15 augustus vierden Cesar Verstraete en Maria-Theresia Debrouwere hun gouden jubileum. De viering ging door ten huize van de jubilarissen, Kortrijkseweg te Beveren-Leie.

Zowel Cesar als Maria-Theresia (in de volksmond Maria genoemd) zijn geboren en getogen in Beveren-Leie. Cesar, een Kerstkindje, werd geboren op 25 december 1922. Twee dagen later maar dan wel in 1926 zag Maria voor ’t eerst het levenslicht.

Op 29 juli 1959 verschenen ze voor de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand te Beveren-Leie om elkaar hun jawoord te geven. Het gezin werd gezegend met twee zonen, de tweeling Koen en Filip.

Cesar verdiende jarenlang de kost in de textielsector en sloot zijn beroepsloopbaan af bij het gemeentepersoneel waar hij meestal instond voor de schilderwerken. Maria was voornamelijk bezig met het huishouden en de opvoeding van de tweeling, maar stak tevens af en toe een handje toe in bakkerij Debrouwere.

Ondertussen is de tweeling uitgevlogen en hebben ze beiden hun geboortedorp verlaten om aan hun nestje te bouwen. Zo kregen Cesar en Maria er 3 kleinkinderen bij, Aaron, Dorien en Jeroen.
 
Op de foto jubilarissen omringd door kinderen, kleinkinderen, familie, vrienden en leden van het schepencollege.
Geschreven door Beverse Weetjes om 00:00 Reageer op dit bericht

Dansen: de passie van Sandrine Creteur

Photobucket Voor Sandrine Creteur is dansen de passie in haar leven. Als klein meisje begon ze danslessen te volgen in de Stedelijke Academie Waregem. Na tien jaar klassiek ballet, jazzballet en moderne dans volgde ze in verschillende dansscholen clipdance, freestyle, streetdance, hiphop en disco. Tussendoor deed ze ook aan Aerobic, Taibo, enz. Nu volgt ze nog steeds danslessen voor gevorderden bij een beroepsdanser/choreograaf.

Fundance
"Het lesgeven begon in de Stedelijke Basisschool waar mijn kinderen school liepen” vertelt Sandrine. "Vier jaar geleden ben ik in samenwerking met de Waregemse Sportdienst begonnen met het geven van Fundance in Beveren. Op zaterdag 12 september start er trouwens een nieuwe reeks van twaalf lessen voor volwassenen (€36) van 09.30 tot 10.30 uur. Voor de jeugd vanaf 9 jaar (€24) is dat van 10.30 tot 11.30 uur in de Vrije Basisschool te Beveren-Leie”, weet ze mee te geven.

Officiële opleiding Zumba
In juni volgde ze met succes de officiële opleiding Zumba in Deinze. Deze opleiding werd gegeven door de Amerikaanse Joy Smith. Met die licentie op zak mag Sandrine zich de naam van ‘Zumba® Instructor’ toe-eigenen. "Zumba is een hype in Amerika die in Vlaanderen aan het doorbreken is. Het is een plezierige workout op Latinmuziek zoals: salsa, cumbia, merengue, reggeaton, samba enz. Als lid van ZIN (Zumba Instructors Network) kan ik er mij ook voortdurend in bijscholen. Ik streef ernaar dat de mensen zich amuseren tijdens mijn lessen, dat ze zich goed voelen en hun zorgen opzij kunnen zetten", sluit Sandrine.

Van bezige bijen gesproken
Sandrine is ook vrijwilligster bij de hulpdienst van Het Rode Kruis Waregem en bij de VVA. "Ik vind het belangrijk om iets te betekenen voor de medemens en te kunnen helpen en steun bieden waar nodig”, zegt Sandrine.

Zumbalessen in Beveren-Leie en Desselgem
In samenwerking met de Sportdienst Waregem start Sandrine met het geven van Zumbalessen in de Stedelijke Basisschool te Beveren-Leie (start op woensdag 9 september van 21.00 tot 22.00 uur) en in de Stedelijke Basisschool te Desselgem (start op donderdag 10 september van 19.00 tot 20.00 uur). Een 10-beurtenkaart kost €50.

Demonstratie op Beveren Kermis
Ter gelegenheid van Beveren Kermis geeft Sandrine op zaterdag 5 september een demonstratie Fundance en een gratis Zumba® workshop van 14.00 tot 14.45 uur.

Voor meer info en/of inschrijving: Sportdienst Waregem 056/ 60 07 44 via mail klik hier
of bij lesgeefster en Zumba® Instructor Sandrine Creteur 0474/ 66 65 76, via mail Klik hier
Om de website Zumba te bekijken klik hier.
Geschreven door Beverse Weetjes om 00:00 Reageer op dit bericht

Christine Vanhoutteghem en de Dodentocht Bornem

Meer dan 10.000 wandelaars (10793 ) namen deel aan de 100 km Dodentocht Kadee Bornem die dit jaar aan de 40ste editie toe was.

Onder de velen ook de Beverse Christine Vanhoutteghem en dat met succes, zo wist een goeie kennis zopas te melden.

"Christine is gestart vrijdag 14/08/09 om 21u03 en is aangekomen op zaterdag 15/08/09 omstreeks 18u41. Voor een eerste deelname dat is toch een vermelding waard.
Dus Christine een DIKKE PROFICIAT!!!
Vanwege een goeie kennis, Devos - Mahieu".

Beverse Weetjes sluit zich bij deze gelukswensen van harte aan!!!
(Met dank aan Devos - Mahieu voor de inzending)
Geschreven door Beverse Weetjes om 11:35 Reageer op dit bericht

Kroniek van zeven zonnige jaren (deel 10)

Photobucket
Wie een mondje Frans spreekt…
Frans kunnen spreken gold in die dagen nog als het summum van ge­leerdheid. Als men van iemand zei dat hij zijn Frans sprak als zijn Vlaams, dan mocht je er zeker van zijn dat de persoon in kwestie een hele Piet was. Iemand die in veel zaken het laatste woord kreeg. Vaak alleen maar omdat hij wat koeterwaals kon brabbelen, waar niemand van de omstaanders een woord van snapte. Het gevolg ligt voor de hand. Al heel vroeg werd ons de wijsheid bijge­bracht dat kennis van het Frans ons in de hoogste regionen des Belgischen vaderlands zou katapulteren.

In het zesde leerjaar kregen we de eerste Franse woorden voorgescho­teld. Het was bij meester Leon. Die woorden ken ik nog altijd uit het hoofd. Le cheval est un animal quadrupède domestique. We konden er geen touw aan vastknopen. Dat domestique ging nogal. Ieder boer had immers een paar domestieken (knechten, nvdr) op zijn erf lopen. De rest echter was kompleet Latijn voor ons. We zaten erop te gapen als een hond op een zieke koe. Meester Leon verloor dan ook algauw zijn enthousiasme. Verder dan de eerste bladzijde van ons beduimeld boekje, zijn we nooit gekomen. Ik ver­denk er de meester trouwens van dat hij heimelijk zo een beetje flamingant was. Vertellen deed hij immers nooit in klas, maar voorlezen uit de Leeuw van Vlaanderen des te meer. Je kon het hem daarbij aanzien dat hij onder­duims zat te grinniken als de Fransen naderden en Breydel handenwrij­vend uitriep: God, wat schone kudde!
Tien

Bij meester Algoet lagen de zaken weer anders. Die verschoot geen poer aan Franse lessen in klas. Hij had enkele ouders echter warm gemaakt voor avondlessen bij hem thuis. Zover ik me herinneren kan, waren we met een zevental die erop aftrokken. Henri Lecluyse was erbij en Julien Decavel en dan verder Marc Schotte, Lucienne Delabie en meesters eigen dochter Ag­nes. Jaja, er waren meisjes bij! De meester kon echter zodanig vinnig door zijn pince-nez kijken, dat alle verboden neigingen in de kiem gesmoord werden. Zolang hij erbij was tenminste.
Die avondlessen bij meester Algoet waren beslist prettig. We zaten in een gezellig kamertje en de meester was meer een vaderlijke vriend voor ons dan een gestrenge scholaster. Of we daar veel Frans opgestoken heb­ben, kan ik me niet precies meer herinneren. Resems losstaande woorden in alle geval en hier en daar een vervoeging. Voor de rest kan het echter niet zo veel zaaks geweest zijn. Een paar jaar later immers kon leraar Pie­ters van het Waregems kollege me maar àl te gemakkelijk de stuipen op het lijf jagen met zijn Franse onregelmatige werkwoorden.

Ik heb zo de indruk dat Julien Decavel het verst gevorderd was na af­loop van de twee jaar avondlessen bij meester Algoet. Hij had ergens een Frans leerboekje opgescharreld en daar was hij altijd mee bezig van zodra rrij een ogenblikje vrij had in klas. Julien heeft veel alleen gestudeerd later. Los van alle klasverband. Dat zat er dus toen reeds in bij hem. Die neiging heeft hem trouwens geen windeieren gelegd.

De avondlessen bij meester Algoet werden eigenlijk pas echt interessant als ze gedaan waren. Vooral dan op winterse avonden. Voor de gelegenheid logeerde ik toen bij mijn grootouders op de Plaats en dat betekende dat ik samen met de anderen de duistere dorpsstraat door moest. We waren alles­behalve brave Hendrikken toen. Wie verwacht dat trouwens van een eer­zaam scholier? Meer dan eens hadden de Plaatsenaars dan ook te lijden van schavuitenstreken waarover we ons nu zelf groen en blauw zouden er­geren. Dat Lucienne erbij was, maakte de zaken alleen nog maar erger. Om haar te bewijzen wat we zoal durfden, hebben we meer dan één huzaren­stukje uitgehaald. Op een keer echter was de oppermeester ons heimelijk gevolgd. Klachten binnengekregen misschien? Het is best mogelijk. De stortregen straflijnen die toen over ons hoofd neergutste, benam ons verder alle lust door de eenzame donkere Plaats op avontuur uit te gaan.

Van spoken en bijgeloof
Als het vroeger ergens spookte in Beveren, dan was het wel aan het Kruis van de Kleine Heerweg (de linde en het ertegen aanleunende kruis stonden op de noordwestelijke hoek van het kruispunt Deken De Bostraat-Nijverheidsstraat, nvdr). Aan het Kruise, zeiden we kortweg. Een wonder was het niet. Het stond ook zo eenbaarlijk eenzaam aan het kruispunt van Kleine Heerweg en Driesstraat en in die tijd was er nog geen verlichting die het avondlijke donker uit de straten joeg. Bij dage had dat Kruise niets schrikwekkends. Het stond vredig tegen zijn gestuikte lin­deboom aangeleund. Als je goed keek, was het net of de aangenagelde Lij­der een beetje droefgeestig glimlachte naar de bengels die stoeiden om hem heen of even uitbliezen op het bankje aan de kruisvoet.

Wanneer de duis­ternis gevallen was echter, begon geheimzinnigheid onheilspellend omheen kruis en linde te waren. De wegende stilte werd slechts verbroken door het suizelen van de wind in de boomkruin of het blaffen van ergens een band­hond. Ik zou er voor geen geld van de wereld alleen voorbij gekomen zijn toen. Ik had verhalen gelezen over dwaallichten en spoken en kwade tegen­komsten die je aan kruisstraten kon hebben. Daar was ook het getuigenis van oudere mensen die het weten konden naar mijn oordeel. Ze vertelden dat er al vreemde dingen gebeurd waren daar op die eenzame hoek en dat het beter was geen hakkelgarens te zoeken (moeilijkheden zoeken , nvdr). Och, nu weet ik het. Het was belachelijk allemaal. Die dwaallichten zullen niets anders geweest zijn dan de lichtbakken van pensejagers die daar op de loer lagen. Het zuchten van gekwelde zielen niets anders dan het gekreun van de wind in de lindetakken. Maar de angst voor kwaadwil­lige machten zat ons in het bloed en angst valt niet weg te redeneren. Het schijnt dat er inderdaad ooit een man gestorven is van een schrik die hij daar had opgedaan.

En kwaadwillige machten waren er! Neem nu maar eens de Korenpee­ties. Niemand die er ooit een gezien had. Mens of beest? We wisten het niet. Toch geloofden we rotsvast in hun bestaan. We zagen gangen in de korenvelden als we langs eenzame wegeltjes naar school of kerk gingen. Sluipgangen van een korenpeetie. Dat we het koren daar een paar dagen voordien misschien zelf platgetrapt hadden op zoek naar auwblauw (blauwe korenbloem, nvdr), kwam niet bij ons op. Vooral de meisjes werden door moeder gewaar­schuwd. Nooit alleen over die wegeltjes tussen de korenstukken gaan! De ko­renpeetie zou je kunnen meesleuren en dan gebeuren er vreemde dingen met je.

Ongetwijfeld berustte die angst voor de korenpeeties op oeroude kwa­lijke ervaringen. Dat heb ik jaren later pas begrepen. Iemand vertelde me toen dat in Deerlijk tientallen jaren geleden eens een schoolmeisje in een korenveld meegetrokken werd. Men vond het later terug. Verkracht en ver­moord. Door een korenpeetie ? Ja, als je wil.

Ook Kalle-met-den-Haak was een wezen dat niemand ooit gezien had, maar dat je toch mijden moest als de pest. Kalle huisde tussen lis en wier, op de bodem van putten en hofgrachten. Met opgeheven vinger waar­schuwde grootmoeder Vandenbroucke me dat Kalle vooral gebeten was op jongetjes die in haar domein vissels aan het vangen waren. Ze trok ze met haar haak onder water en nooit zag men die jongetjes nog terug. Kalle werd echter zowat als eerste doorgestreept op ons lijstje van gevaarlijke we­zens. We waren te zeer verzot op vissen om ons lang door haar te laten af­schrikken.

Nog zo een geheimzinnig wezen was de Varende Vrouwe. Grootvader Vandenbroucke heeft me het eerst op haar bestaan gewezen. Kijk zei hij, als zand en dorre blaren gingen wervelen in de wind. Kijk, daar is de Varende vrouwe aan het spelen! Hij zei het zo geheimzinnig dat ik een krijze­ling (koude rilling, nvdr) over mijn rug voelde lopen bij het zien van die wazige werveling die nauwelijks een voet van de grond kwam. Die Varende Vrouwe met haar golvende sluier, heeft dikwijls door mijn dromen gespookt. Och, ik was eigenlijk een vreselijk bange wezel in mijn kinderjaren. Overal zag ik geheimzinnige dingen die me de daver op het lijf joegen. 's Nachts waarden allerlei schrikbeelden zo angstaanjagend door mijn dro­men, dat ik met een schrei wakker schoot. Mijn ouders hebben te stellen gehad met mij toen.

Ook de nachtmare kende ik beter dan me lief was. De nachtmare, dat ver­schrikkelijk onding dat door het raampje van het voutekamertje binnen­drong en met zijn gewicht mijn borst toehaalde. Grootmoeder Rommeke zei me dat ik, voor het inslapen, drie weesgegroeten moest bidden om hulp en schutse te vragen aan de heilige Jozef de Dromer. Dat heb ik gedaan. Lange tijd. Hartstochtelijk prevelde ik mijn weesgegroetjes om toch maar van mijn nachtelijke kwelgeesten bevrijd te worden. Het was vergeefs. Die heilige Jozef de Dromer was omstreeks die tijd wellicht zelf aan het dro­men.

In mijn kinderjaren waarden de laatste nevels van bijgeloof en angst voor kwade machten echt nog over velden en wegen. Er werd nog aan to­verheksen geloofd. Door niet veel mensen meer, maar toch! Sommige vrouwen werden erop aangewezen. Oude wijvekes vooral die eenzaam wa­ren en daardoor een beetje mummelend en zonderling. Ze zouden de macht gehad hebben om ziekten op een kind te werpen of plagen in de stal. Sommige moeders en vooral grootmoeders sloeg de schrik om het hart als ze ergens in de verte een vrouwtje in zwarte kapmantel zagen als de kinderen in de buurt waren. Ze geloofden nog vast aan de Kwade Hand en het Kwade Oog.
Deel10
Ook bij ons, schoolbengels, floreerden nog sommige oude vormen van bijgeloof. Als we een van onze melktanden uitgetrokken hadden, moesten we een kruis slaan en hem achterwaarts over ons hoofd werpen. Dan wa­ren we zeker dat er een nieuwe zou groeien. Als we wratten hadden, moes­ten we een geldstukje werpen in de wijwaterbak in het kerkportaal. Liefst niet in de eigen kerk echter. Wie die muntjes opviste zou de worten overer­ven. Moest het ooit gebeuren dat we ergens een kwade tegenkomst had­den, dan moesten we vliegensvlug een kruis slaan en zeggen: Zijt ge van God, spreek. Zijt ge van de duivel wijk! Ook de spreuk die we ten beste ga­ven ter bekrachtiging van een belofte was met een zekere magie geladen. We maakten een veelbetekenend gebaar over onze keel en zeiden: Kruiske betoverd, de nekke gekraakt!

Voorwerpen die heilig waren in onze ogen, werden met een zekere schroom benaderd. Wijwater, paas nagel, gewijde palm, medailles, heiligen­prentjes. Nooit zou het in ons hoofd opgekomen zijn met zulke zaken te spotten of er grof mee om te springen. We geloofden vast dat er een of andere kracht in verborgen zat. Een kracht die je beter niet tegen je in het harnas kon jagen. Anders waren de gevolgen niet te overzien.

Nu kunnen we voor al die angsten minachtend de schouders ophalen. We zijn ervan bevrijd. Eindelijk hebben we het nuchtere verstand laten ze­gevieren. Toch heb ik de indruk dat we van de klaver in de biezen terecht gekomen zijn. Was er toen iemand die rondliep met angst voor kernwa­pens die in een paar sekonden de halve wereld kunnen verwoesten?

In deel 11 heeft Michel het over de Ommegang en Kermis
Geschreven door Beverse Weetjes om 08:08 Reageer op dit bericht

Beveren-Leie heeft een Keizer

Photobucket

Georges Derammelaere: Keizer van de vinken!

Photobucket
In 2008 werd Georges Derammelaere voor het tweede jaar op rij kampioen bij 't Drieverbond gewest Deerlijk (Beveren-Leie-Deerlijk-Desselgem).
Op de laatste kampioenenviering (september 2008) wist hij te vertellen:
"volgend seizoen ga ik voor Keizer"
Zopas liet zijn zoon Rik weten dat zijn vader daar ook in slaagde. 

Hij schreef: 
 "Als fiere burger van Beveren-Leie laat ik weten dat mijn vader Georges Derammelaere KEIZER is van het verbond Deerlijk. Daarvoor moet je 3 jaar achter elkaar met dezelfde vogel kampioen spelen in het verbond.
Dit heeft vogel KRAK waargemaakt (heeft zijn naam niet gestolen...) Volgens mijn vader heeft hij al een nieuwe belofte zitten voor volgend jaar...(er zullen er veel raar kijken en vooral luisteren want de ervaren Georges weet wat vlees hij in de kuip heeft...)
Doe zo verder en een grote proficiat!
Vele groetjes van Rik, Veerle, Mauritz, en zijn petekind Marie"

Ook Beverse Weetjes wil Georges hierbij feliciteren!!!
(Met dank aan Rik voor de inzending en de foto)
Geschreven door Beverse Weetjes om 00:00 Reageer op dit bericht

Lezers helpen lezers (2)

Ook over deze foto graag iets meer uitleg. Weet iemand wanneer en ter welke gelegenheid deze genomen werd? Als iemand zichzelf of een ander meent te herkennen dan is ook deze informatie welkom. Onderste is het origineel
Photobucket
Kunt u helpen?
Klik dan hier om de informatie, het verhaal, enz... die schuilgaat achter deze foto door te sturen.
Geschreven door Beverse Weetjes om 17:47 Reageer op dit bericht

Lezers helpen lezers

LEZERS HELPEN LEZERS 
Een nieuw item op Beverse Weetjes.
U zoekt iets ...., u zoekt iets als verzamelaar ...., u zoekt informatie over iets ....,
stuur dan uw vraag en/ of  foto door en uw vraag wordt kenbaar gemaakt via Beverse Weetjes. 
U kunt dit item steeds terugvinden onder categorie: Lezers helpen lezers (zie rechter marge)

Photobucket
Over deze foto weten we dat hij iets te maken heeft met een kaartersclub in Beveren-Leie.
De vraag is echter:
wie is wie en in welk jaar zou deze genomen zijn?
Kunt u helpen? klik dan hier om de informatie, het verhaal, enz... 
die schuilgaat achter deze foto door te sturen.


Dankzij Marianne Debaere en Mariette Goderis konden de namen en het jaartal van deze foto achterhaald worden, waarvoor dan ook van harte dank.
Dit is de kaartersclub 1963-1964.
Op de foto achter v.l.n.r. Maurice Debaere 1905-1988 en zijn echtgenote Anais Devolder 1906-1988, de toenmalige uitbaters van café ‘De Gilde’ toen nog gelegen langs de Gentse Steenweg. Verder Charles Degroote, Odiel Vercruysse 1895-1978, Maurice Harinck, Remi Vervaeke, Roger Maes 1915-2004, Robert Peers, Maurice Steelant . 1903-1996, en Paul Taelman

Voor: Marcel Deblock, Maurice Vanhoutte (gemeenteraadslid) 1909-1991, André Vandevoorde (schepen) 1913-1992, Achiel Vanherreweghe, Albert Maes 1915-1974, Marcel Vercruysse, Jules Harinck en Maurice Vroman 1907-1986
(geboorte- overlijdensdatum en schrijfwijze onder voorbehoud en voor wijzigingen of aanvullingen vatbaar)
Geplaatst op 09-08-2009
Geschreven door Beverse Weetjes om 16:38 2 reacties Reageer op dit bericht

Meer van Archief Beverse Weetjes

↑ Terug naar de berichten