286 In de wijde wereld
286 In de wilde wijde wereld
Ver van wat men mensen noemt
Is er een rein geluk te vinden
Tussen planten en gebloemt.
Meysse,25 juni 1932
286 In de wijde wereld
Ver van wat men mensen noemt
Is er een rein geluk te vinden
Tussen planten en gebloemt.
Meysse,25 juni 1932
285 Oude liefde, oude wijn285
Gisteren 16.6 was het nationale beiaarddag. Er had voor deze gelegenheid een beiaardconcert mogen zijn. Wij gingen dan maar genieten van het harprecital van Andrea Voets in de Muze van Meise.
Oude liefde, oude wijn
Zijn de beste medicijn.
Trouwe liefd’ aan eigen aard
Is de grootste schatten waard.
Alleen gelukkig hij die mint
En trouwe wederliefde vindt.
Nooit vraagt God U wat gij waart,
Maar wel wat gij deed op aard.
Jef Lettens
284 Aan tante Barbara Tante heden is ‘t uw feestdag.
‘k Heb het in de school geleerd.
En mijn wens is, dat u alles.
Gaat, zoals gij het begeert.
Dat U ‘t leven enkel vreugde
Bieden zou en rein genot.
Is mijn bede, beste Tantje,
Zorg dat gij het niet verbrodt.
Meysse, 4 december 1924
Jozke
283 Aan tante Marie283 Aan tante Marie( II5 Holvoet - Lettens)
Men zegt mij dat Sint Nikolaas.
Veel door uw strate gaat.
En dat gij met die kinderbaas,
Nogal vertrouwelijk staat.
Wilt gij, als hij zich nog vertoont
Eens zeggen dat in Meys.
Een kleine brave jongen woont
En zo bijzonder wijs.
Dat ‘t jongetje zo gaarne zou
Rollen met trotinetten
En of hij hem een brengen wou
En in de schouwe zetten.
Zie tante Mieke als gij ’t doet
dan zijt gij mijne beste !
En Tant Pateeke Suikergoed.
Komt dan misschien de leste.
Jozke Meysse
4.11.1924
282 DoodGij levenslange stille genoot.
Gij die in uw rusteloze bezigheid,
De laatste hartenklop, des levens verbeidt
En niets uw onverbiddelijke greep
Jef Lettens
281 Voor Jeanno Bogaerts
(gestorven op 7 jaar, zuster van Maria, Irène, Céline Bogaerts (Limbos)
God gaf, God nam, het is geschied
Zoals het God de Heer gebiedt.
We morren of we klagen niet.
Gezegend zij zijn name.
O Lieve ! Gij die voor altijd
Nu bij de goede Jezus zijt.
U met Gods Engelen verblijdt
En looft Zijn Heilige naam.
Zo Lieve ! Daal onzichtbaar neer;
Troost vader, moeder, zusters teer
En leer hen lijden in de Heer,
Al zegenend Zijn Name.
Gij schenkt hun sterkte, steun en kracht !
Gij zegt welk heil bij Gode wacht !
En hoe de grootste smart verzacht,
Gedragen in zijn name.
God gaf, God nam, het is geschied.
Zoals het God de Heer gebiedt.
We morren of we klagen niet
Gezegend zij zijn name.
30 november 1926
280 Beste Frans(Frans Van Steenbergen, zoon van Eliane)
Wat is ‘t nu toch lang geleden.
Dat wij Fransje, alle twee
Aan het spel ons beste deden
Met de golfjes, aan de zee
Wat een vreugde te dien tijde
Aan die onbegrensde plas.
Weet ge ‘t nog, hoe schoon en blijde
Hoe plezierig ‘t ginder was ?
‘k Wenste dat het Nieuwe jaar , weer
Zulke schone dagen bracht.
En wij bij elkander, veel meer
konden spelen, zoals ‘t placht.
Breng aan vader en aan moeder,
aan uw meter welbemind.
Aan uw zusje, aan uw broeder
Al mijn beste wensen, vriend.
Jozke, Meysse 1 Jan 1929
279 Gij politiekers, groot en kleinSt.-Martinuskerk beiaardbanken voor de bib. :
donderdag 9 mei beiaardconcert om 11.15 u.
279 Gij politiekers, groot en klein
Voor wie geen middels schandig zijn,
om aan ‘t bewind te komen.
Gij die van ‘t lieve vaderland
de eer en toekomst hebt verpand,
de voorspoed hebt ontnomen.
Gij woekeraars van alle slag.
Die voor een weinig winstbejag.
Uw ziel zoudt verkopen
aan wie gevoel en hart ontbreekt.
Die enkel voor uw cijfers spreekt
en stapelt goud op hopen.
Gij kankers van ’t Gemenebest
verschuil u in uw roversnest.
Uw ster is aan ‘t verbleken !
Bras op ! Voldoe uw eerloos lijf
of stop u bij een hoerenwijf.
‘k Wil tot de werkers spreken !
Treed nader, gij werkers, gij wroeters der aarde.
Treed nader, bezichtig en oordeel naar waarde.
De ellende waarin al deze edele heren
de voorspoed der volkeren deden verkeren.
En hoe zij de heiligste rechten verkrachtten,
de haat en de nijd onder broederen brachten.
Vernielden ‘t geluk van de huiselijke aard
als was het een zake van mindere waard.
Jef Lettens

Doch vind gij het al dooreen
Bouw opnieuw en ondertussen
Staak gejammer en geween
Jef Lettens 1929
277 Vrede, vreugde, liefde, zegenZij uw deel op ’s levenswegen
Bloemengeur en vogelzang
Vergezel’ U, levenslang
Jef Lettens 1.1.1926
276 Dat beiaardspel en klokkenklankEen eeuwig lied van lof en dank
Van liefde en vree verspreiden
Het klinke door het luchtruim heen,
Dat voortaan, “ Allen hier voor één”
En “ Een voor allen” strijden.
7 sept 1928
275 Eloignée...Dans le monde lointain et sauvage
Le vrai bonheur se trouve en somme
Parmi les fleurs et les plantes, pour le sage
Meysse 25 juin 1932 Joz Lettens
274 Het recht van de sterkste
En glimlach ontglipt, m’ onwillekeurig de mond
Als mensen mij van wet of rechter gewagen.
En als zij denken dat, hetgeen vroeger bestond.
Niet meer kan gebeuren nu op onze dagen.
Dat de dwang en willekeur,-voor eeuwig zijn prijs.
Gegeven ; aan d’ heilige rechten der volken.
Sinds dat de beschaving en het onderwijs.
Zo machtig het recht van de burger vertolken.
De beiaardbespelingen gaan in het vervolg op een vast uur door : 11.15 u. na de mis in de St.-Martinuskerk.
273 't Is mei
Woorden : J.Lettens
Muziek : L.Joos
Jan kreeg het mei-weer op zijn lijf,
En sprak, ’t is uit met vrijen.
Zeg moeder ; kreeg ik ook een wijf
Niets zou me meer verblijen.
Ik voel een ongewone kracht
Een drang naar vreemde dingen
Een lust naar zomer-weelde-pracht,
En Jan begon te zingen.
Hij zong het liedje van de mei
Jochij, jochij, jochij.
’t Is mei.
En moeder zuchtte ongerust,
- Zo zijn die goede vrouwen –
“ Gij hebt nog nooit een meid gekust,
En spreekt ineens van trouwen.”
Bedenk u wel, mijn beste Jan,
Doof toch die malle grillen.
Geen meisje ‘k ben er zeker van
Geen meisje zou u willen.
Al was het nu nog driemaal mei
Jochij, jochij, jochij.
’t Is mei.
L.Joos is de broer van Jan Joos, koster in Meise (foto) en van Jef Joos.
Toen kwam Katrientje langs de baan
En Jan-man liep ze tegen.
Hij zag haar zo beteuterd aan
Zij keek entwat verlegen.
En geen van beide sprak een woord.
Doch Jan zegt en met rede :
Hij heeft het duidelijk gehoord,
Het klonk als ene bede.
Zij zong mij kwelt de zoete mei
Jochij, jochij, jochij.
’t Is mei.
Geen mens weerstaat zo’n ogenpaar
Geen sterveling kan daartegen.
“ Geheimnisvol en wonderbaar
Op aard zijn Godes wegen.”
Zucht moederlief en welgezind
Dansen zij ’t naaste meie,
Rond ’t wiegje van hun eerste kind
Met luite en schalmeie.
En zingen ’t liedje van de mei
Jochij, jochij, jochij.
’t Is mei.
272 Heden rollen onze bollen
Burgemeester Jan ter eer ! (Jan Van den Eynde)
Geen zorgen
meer voor morgen.
Hij zal borgen
Dat geen lasten drukken meer,
‘t Lustig spel van weg en weer.
En dan rollen
Wij ons bollen.
Zonder zorgen
weer voor morgen
over ‘t groene laken weer,
Burgemeester Jan ter eer !
271 Welkom, mannen van te landeWelkom op het gildefeest.
Hoger op ! O boerenstande,
Hoog het hart! Hoog de geest!!!
9.9.28
270 Bij het lijkje van een kind270 Bij het lijkje van een kind
(voor dochter van Marie, voorzitter gepensionneerden en Jeanneke)
De moeder zat bij ‘t wiegje geknield,
met toegenepen hart
en staarde snikkend op ‘t dierbaar lijk
verzonken in haar smart.
Daar lag ‘t als een engel in wit gewaad.
Nog speelde een glimlach op ‘t lief gelaat.
Ja ‘t scheen mij ‘t wichtje zei keer op keer
Mijn lieve moeder ween niet meer.
‘k Heb ‘t zuur noch ‘t zoet des levens gesmaakt
op mijn zo korte baan.
Maar ‘k heb zo dikwijls uw minnend oog
zien baden in een traan.
Ik heb uw snikken zo vaak gehoord.
Gij zijt o wereld een rampvol oord
Ik baad in het licht van een hoger sfeer.
O lieve moeder, ween niet meer.
Mijn moeder, vaak vertelde gij mij,
van ‘s hemels zaligheid,
van glanzende engeltjes van de kroon,
die ‘t brave kind geleid.
Dan juichte ik en ook wou een engel zijn,
maar ‘t deed o moeder uw harte pijn.
Gij hoorde mijn wensen, al goede Heer,
mijn lieve moeder, ween niet meer.
Wanneer ik u zal wenende zien,
dan kniel ik neer voor God
En vraagt mijn vurige kinderbee
verzachting voor uw lot.
Dan vlieg ik en keer in mijn snelle vaart
om u te troosten te vlug op aard.
En fluister in ‘t oor u verrukkend teer,
mijn lieve moeder ween niet meer
Wanneer uw sterven u zal slaan,
dan sta ik bij uw spond
Dan doe ik u wat ge mij eens deed,
in mijnen laatsten stond.
Ik sluit met mijn zoenen uw ogen toe,
en samen vliegen wij blij te moe,
naar de eeuwige woning van de heer.
Mijn lieve moeder, ween niet meer.
269 Het roosje269 Het roosje.
Wel hem, die ‘s morgens vroeg aanschouwt,
hoe ‘t lieve roosje fijn bedauwd,
zijn tedre bloemenkelk ontvouwt,
al slurpend ‘t zonnegoud.
Wel hem, die ook bewonderen kon,
hoe in de gulden middagzon
het nietig knopje zich ontspon
tot kleur en geurbron.
En in de late avondgloed
als God en mens en schepping groet.
Het schijnt te zeggen zacht en zoet :
wat is Hij groot en goed.
Dan komt ons de bevindenis
dat Hij vooral een wijze is
die hier op aard’ verkoos
te leven naast de roos.
Meysse, 15 augustus 1932
268 De bakker ...stuurt met al d’ anderen zijn wensen naar boven
opdat onze burgemeester
zorge dat een bredere geest er
van vrede en van liefde in het bestuur en op straat
zou heersen, den Grimbergsen handel te baat.
20.2.1927
267 Dat 't Vlaamse heir steeds overwon267 Dat ’t Vlaamse heir steeds overwon
Waar het den krijg ging voeren.
Zij dronken ’t edel nat der ton
En vochten lijk de Boeren.
Met bier gevuld tot aan de keel
Den vijand fluks besprongen.
Al slaande, roepend hard en veel ;
Gedronken en gezongen ! (bis)
Studenten ziet men nergens knap,
Zoals men z’ hier kan vinden.
Gevuld met bier en wetenschap,
’t Zijn kunst- en meisjesvrienden.
Ze minnen en ze drinken veel,
En eens ’t exaam ontsprongen,
Dan klinkt het dreunend uit hun keel ;
Gedronken en gezongen ! (bis)
Meysse, 20 januari 1928