Naar de inhoud

beiaardmeise

Vrienden van de oude beiaard
seniorennet.beseniorennet.be

306 De uil

306 De uil

Een uil die werd verliefd van zin, oe, oe.
Hij droomde van een nachteling, oe, oe.
Hij sprak meteen zijn liefje aan.
Ik wil met jou door ’t leven gaan
Oe, oe, oe, oe , oe , oe.(bis)


Ze beet verlegen op haar poot, oe, oe.
Een blos die kleurd’ haar wangen rood, oe, oe.
Ze zei niet nee, ze zei niet ja.
Verwees hem naar haar eerpapa.
Oe, oe, oe , oe, oe, oe. (bis)

De vrijer was van zessen klaar, oe, oe.
Hij bood zich aan bij d’ uilenvaar, oe, oe.
Doch spottend met zijn zielsverdriet.
Sprak d’oude heer : ge krijgt ze niet.
Oe, oe, oe, oe ,oe, oe.(bis)

De eerste uil van mijn geslacht, oe, oe.
Is op een kerkmuur groot gebracht, oe, oe.
Mijn dochter is dus van natuur.
De fijn voor uilen uit de schuur,
Oe, oe, oe, oe, oe, oe.(bis)

 

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:58 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

305 De boer

305 De Boer

Hij is geboren op het land
En heeft er zijne wone.
Zijn leven is eraan verpand.
Natuur is hem zo schone.

Zo klinkt de leuze die
door vader werd gegeven.
Bewerk uw akker en wees vrij.
In al uw doen en streven.

Buig rug en knie voor God alleen.
Hij zij uw licht, uw baken.
En laat het stormen om u heen.
Geen onheil zal u raken.

Wie trekt door klei en dorre zand
De rijk bemeste vore.
Schept nieuw en vruchtbaar akkerland ?
In velden, golvend koren.

Wie is het die vol pracht en sier ?
Doet plant en bloemen groeien.
Die op de wilden Eglantier,
De mooie roos doet bloeien.

Hij ruilt die voor geen steedse pracht
Tot zijne laatste stonde
Met paard en ploeg in mannenkracht
Er boven of ten gronde.

Wie is die groote kunstenaar
De man van ploeg en spade
Hij die natuur haar werk verlicht
Is boer bij Gods genade.

Zoo klinkt de leuze die
mijn vader bij ’t verscheiden heeft gegeven
Bewerk uw akker en wees vrij
In al uw doen en streven.

Jef Lettens

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:58 Reageer op dit bericht

304 't KLooster

Beiaardbespeling op 1 november om 9.30 u.?!
Beiaardconcert op zondag 1 december om 11.30 u.!???


304 't Klooster

Kom vrienden luistert naar mijn lied.
Wat ik u zal gaan verhalen.
Wat er in Antwerpen is geschied.
Al over twintig jaren.
In het gas, in het gas…
In het gasthuis viel van pas
Waar Chassé, waar Chassé, waar Chassé nog meester was.
Van joep, joep, joep tiralala (bis)
Waar Chassé, waar Chassé, waar Chassé nog meester was.

 Er wierd in ’t gasthuis eens verteld.
Dat ’t ministerie ging expireeren
Al de nonnen heel ontsteld
Riepen : ze gaan bombardeeren
En van schrik, en van schrik.
En van schrik, zoo kregen zij
Allebei, allebei, allebei de schijterij
Van joep, joep, joep tiralala (bis)
Allebei, allebei, allebei de schijterij.


Kom vrienden luistert naar mijn lied.
Wat ik u zal gaan verhalen.
Wat er in Antwerpen is geschied.
Al over twintig jaren.
In het gas, in het gas…
In het gasthuis viel van pas
Waar Chassé, waar Chassé, waar Chassé nog meester was.
Van joep, joep, joep tiralala (bis)
Waar Chassé, waar Chassé, waar Chassé nog meester was.

 Er wierd in ’t gasthuis eens verteld.
Dat ’t ministerie ging expireeren
Al de nonnen heel ontsteld
Riepen : ze gaan bombardeeren
En van schrik, en van schrik.
En van schrik, zoo kregen zij
Allebei, allebei, allebei de schijterij
Van joep, joep, joep tiralala (bis)
Allebei, allebei, allebei de schijterij.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:52 Reageer op dit bericht

303 Getweeën


303 Getweeën

Van in den vroegsten tijd, zoo ‘k meen
‘k Heb dat in boeken al gelezen
Sprak Adam, toen hij was alleen
Dat hij ’t niet langer meer kon wezen
Hij had in ’t geheel geen tijdverdrijf
En ging daarvan zijn nood gaan klagen
Hij wou bij hem een mollig wijf
En die ging hij den schepper vragen
Hij kreeg die en hij was getweeën !
Getweeën ! Getweeën !
…
Getweeën ! Getweeën !
Tot Adam met Eva mee
Getweeën ! Getweeën !
In den appel beet, zoals men zei
Getweeën ! Getweeën !

En zie ! Ik lieg er ook niet om
’t Is ook bij mij lijk bij u allen.
Bij oud en jong, bij recht en krom
’t Zijn al wonderlijke gevallen.
Vraag aan den Turk of Baviaan
Eene van ’t Noord of eene van ’t Zuiden
Of hij alleen zou kunnen bestaan
Hij zal zeggen in korte woorden
Geen vreugd vond men op d’ aarde dan
Getweeën ! Getweeën !
‘k Ben nooit gelukkiger dan als ’t kan.
Getweeën ! Getweeën !
Vraagt aan de vrouw en aan den man.
Getweeën ! Getweeën !
Had het huwelijk anders waarde dan
Getweeën ! Getweeën !

Ja, zelfs een dier is niet tevree
En zou ook niet lang blijven leven
Was ’t niet dat zij ook zijn getweeën
Om aan elkaar vriendschap te geven.
Van de grootste tot het kleinste beest
Van olifant tot vlieg genomen
Dat verheugt zich al om ter meest
En zijn voor elkaar ingenomen
Zie maar eens duiver en duivin
Getweeën ! Getweeën !
Trekken te zaam hun nestjen in
Getweeën ! Getweeën !
Liefkozend en heel blij van zin
Getweeën ! Getweeën !
Bieden zij elkaar de zoetste min
Getweeën ! Getweeën !

En ziet nu eens een minnend paar
Hoe ’t voor elkaar is ingenomen
Ze hebben niets dan van malkaar
Des nachts de zoetste dromen
Des avonds gaan z’ een wandeling doen
Zo arm in arm de twee beminden
..
’t Genot der liefde te gaan vinden
Al zuchtend gaan zij ook ik meen
Getweeën ! Getweeën !
Des avonds in de maneschijn
Getweeën ! Getweeën !
In d’ eenzaamheid zoo gansch alleen
Getweeën ! Getweeën !
Hoe gelukkig moet dat ook niet zijn
Getweeën ! Getweeën !

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

302 Het schrijven vertrok en het antwoord kwam

 302 Het schrijven vertrok en het antwoord kwam

Aan pa die den brief van de besteller aannam
Opende koortsig d’ enveloppe … liep haastig naar binnen
En toen kwam den volgende brief voor de pinnen.

 Mijnheer, … in antwoord op uw schrijven,
Dient dat ik niet wil achterblijven,
In ’t vervullen van mijn plichten de eere,
En je dochter, door een huwelijk wil rehabiliteere,
U ziet dus dat ik niet het minste eergevoel mis..
Maar … schrijf mij per omgaande … welke dochter het is.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:08 Reageer op dit bericht

301 Het liedje van de Hasseltberg

          301 Het liedje van de Hasseltberg
Wijze : Dokter Grijzenbaard.

 Wie kent er niet den Hasseltberg ?      Peleman ?
Wat daar gebeurde was wel erg !
Een ogenblik bleek de kapel
Van Sint – Elooi niet meer van tel !

 Refrein : Hoppe – hoppe – haver – hooi !
            Leve Sint – Elooi !

Want die van Meise (wat een spel)
Vergaten Sint – Eloois kapel !
Ze gunden Hasselt zelfs geen mis !
Toen werd het oorlog en ’t zat ...mis !

 Er werd met recht geprotesteerd !
En gauw naar Hasselt weergekeerd !
Daar liet men Sint – Elooi niet los !
Fil Lettens bleek ‘ne slimme vos !

Sindsdien is ieder weer akkoord.
En ieder houdt zich aan zijn woord.
Viert Sint – Elooi ! Viert eensgezind !
Ook Meise is met ons bevriend !

 Gij allen die dit liedje hoort !
Viert dus maar verder ongestoord !
Viert Sint – Elooi in zijn kapel !
Want Hasselt is weerom van tel !

N.B. De twee eerste regels van elke strofe worden telkens gevolgd door : Wizze – wizze – wis – bom – bom.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:19 Reageer op dit bericht

300 Dat is geen kunst

300 Dat is geen kunst

’n Concert bij te wonen :                        dat is geen kunst;
zich kunstenaar tonen :                          “
’n compositie schrijven :                         “
Maar wakker kunnen blijven :              zie dat is een kunst.

 ’n Kieken imiteren :                                  dat is geen kunst
Het kakelen afleren :                               “
Rondlopen langs heggen :                                  “
Maar zelf eieren leggen :                                    zie dat  is een kunst.

 Met ’n auto rijden :                                  dat is geen kunst
De koeien te weien :                                “
In de stad te promineren :                                 “
Maar een vlooi goed scheren :             zie dat is een kunst

Van een meisje houwen :                                   dat is geen kunst
Daarna met haar trouwen :                   “
Zich als vader te prijzen :                                   “
Maar dat te bewijzen :                            zie dat is een kunst.

’n Klein land binnen rukken :                dat is geen kunst
Dit volk dan verdrukken :                                  “
In parade marcheren :                            “
Maar het kanaal dan passeren :                       zie dat is een kunst.

 ’n Vat bier ineens afdrinken :                dat is geen kunst
Naar den drank te stinken :                   “
Zijn vrouw dan doen kijven :                “
Maar nog nuchter kunnen blijven :     zie dat is een kunst

 Honderd kilo’s te drukken :                   dat is geen kunst
Een hoefijzer krom rukken :                  “
Met gewichten jongleren :                     “
Maar uw schoonmoeder dresseren :  zie dat is een kunst.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:04 Reageer op dit bericht

299 Jan moest gaan witten

Jan moest gaan witten

Verleden zondag na de noen
Toen Jan zijn dutje wou gaan doen
Sprak moeder vrouwe ;
Ons huisje is hoog tijd gewit,
De muren zijn zo zwart als git
’t Ziet al zoo grauwe.

En Jan,als ne perfecte vent
Dat is door heel de buurt gekend,
Sprak : op mijn rugge
Haal ‘k morgenvroeg, voor dag en dauw
Een emmer kalk, naar ’t dorpje gauw
Zoo vliegensvlugge.

Doch ’s morgens vroeg, ’t was naar de maan
Van al de kraaien, van den haan
Hoort hij geen ziere.
En toen hij eindelijk wakker schoot,
Dan sloeg de huisklok, kalm en stout
Reeds tweemaal viere.

 Hakkelt die ros, of slaat ze goed
Zegt onze Jan en springt met spoed
In broek en blokken.
De fiets op en naar ’t dorpje heen
In alle haast, zoo rap als geen,
Is hij vertrokken.

 Doch Jan-man wikt, en God beschikt
Hij komt in ’t dorp bijna verstikt
Door stof en hitte
Springt gauw een ijzerwinkel in,
En roept , maakt spoed , tot de bazin
Ik moet gaan witte.

Doch blond van Moortgat is zo fijn
Een kameraad, die er mag zijn,
Kwam ondertusschen
’t Werd noen en ’t werd avond laat,
Toen leek Jan, als hij kwam op straat,
Een schrik der musschen.


Hoe hij het ’t huis heeft klaargespeeld
Dat heeft de brave nooit verteld.
En moeder vrouwe
Die is zo goed, dat van ’t geval
Zij nimmer iets verhalen zal,
Da’s echte trouwe.

Maar sinds heeft Jan een vroomen schrik
Van blond, Pallieter en lambik
Zelfs met dees hitte,
Drinkt hij geen bier en antwoordt stil
Aan die hem iets betalen wil
Ik moet gaan witte.
Jef Lettens

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:54 Reageer op dit bericht

298 De zedepreker

298 De zedepreker.  De grote lantaarn.
1ste

De jongen Haarmann.-doet de ontdekking dat er in hem een Übermensch steekt.
Zulks gebeurt in een weide van Baetens kort tegen de groote laan.  Hij heeft niet opgemerkt dat een oude herder, wiens schapen het mager gras langs de kasseien afgrazen , achter een struik te rusten zit en zonder het te willen alles heeft afgeluisterd.

Deze herder ..;

Gij die voor anderen, ongenadig zede preekt
Vergeet waar ’t ezelsoor door al de mazen steekt.
Weet wel, als eenen aap wil klimmen in het spriet
’t is dan alleen dat men zijn naakte billen ziet

 Ik voel in mij een gloed, een licht, een vuur ontsteken.
‘k Zie alles helder klaar, geen menselijke gebreken
hebben nog vat op mij, uit mijn verlicht gemoed
Straalt heldere wetenschap. ‘k Breng het mijn volk te goed.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:30 Reageer op dit bericht

297 Gij die in lust en weelde baadt

Een leven vol genoegens slaat.
Uw driften bot kunt vieren.
Gij die van in uw kindsche jeugd.
Slechts kende ongestoorde vreugd.
En immer feeste vieren.

Gij die van ramp en tegenspoed.
Op ’s levens paden bleeft behoed.
Bevrijd van leed en smarte.
Gij die vol ongevoeligheid.
Voor ’t lijden van uw naaste zijt.
Als was een steen uw harte.

Gij magistraten die in naam.
Van de rechtvaardigheid, bekwaam.
Zijt elk misdrijf te plegen
Die in de weegschaal van ’t gerecht
Al zijn uw grillen, nog zoo slecht
Ze toch het zwaarst doet wegen.

 Gij Diplomaten, die met ’t lot
Van al de volken speelt en spot.
Vernietigd troon en staten
Die enkel groot zijt als gij liegt
En land, en vorst en volk bedriegt
Met uw geheim tractaten


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:50 Reageer op dit bericht

296 Wees goed

296 Wees goed

Van al de deugden die op aarde
Den mensch een weinigje verheft
Is er toch , ééne die in waarde
Al d’ andere, ver overtreft.
Het waren Christus eerste woorden
’t Was heel zijn leering gansch zijn wensch
Hij sprak tot hen die hem aanhoorden.
“ Wees goed , voor uwen evenmensch.”

 Of ’t noodlot u ongunstig weze
Uw onderneming, gansch mislukt
Of gij ook jaren onder deze
Of gene kwaal het noodlot bukt.
Wat boozen u op aard doen lijden
Of gij met ramp en tegenspoed,
Moet kampen en aanhoudend strijden
Blijf voor uw naaste even goed.

 Laat nimmer u, door weerwraak leiden,
Hoe g’ ook vervolgd, door nijd en haat
Van valschen laster, hebt te lijden
Of ’t u in eer of zaken schaadt.
Blijf kalm en rustig, moedig tevens
Of leed of smart, U ’t hart doorvroet
Het blijve steeds, de leus des levens
Wees immer goed, wees immer goed !

 Al ziet gij wet en recht verkrachten
Of men u in het onheil stort
Het zal uw levenslot verzachten
Ofschoon gij gansch vernietigd wordt.
Eenmaal zult gij toch gelukkig wezen
Wat of gij ook verdragen moet
Zoo men steeds in uw werk kan lezen
Hij bleef voor zijnen naaste goed

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:00 Reageer op dit bericht

295 Het huisje aan de beek

Het huisje aan de beek.


Ginder langs de molenvliet.
In het ranke ruischend riet.
Staat een hut, een huisje.
Daar, daar wonen Griet en Klaas.
Daar, daar zijn ze beiden baas
In hun nedrig kluisje.

Daar heerscht op den troon der deugd
Liefde, bron van alle vreugd
In des menschen leven
Daar was nimmer overvloed,
Vaak heel aangenaam is het, goed
Is ’t er steeds gebleven.

Daar is alles krakend net
Zorgvol, op zijn plaats gezet
Reinheid, uitgenomen
Kindren zijn er met de vleet
En er is géén mensch die weet
hoeveel er nog komen.

‘s Morgends vroeg voor dag en dauw
Ziet men Klaas van kind en vrouw
Hartelijk afscheid nemen.
Gode dankend. Welgemoed
Stapt hij dan met lichte voeten
Naar zijn werkplaats henen.

Wen de dag ten einde snelt
Langs de wegel
door het veld
Loopt de heele bende
Want ’t is ’t uur dat wederkeert
Vader lief, zoozeer begeert
Blijdschap zonder ende.

In de hut van Klaas en Griet
Liggen voor wie ’t wel beziet
Levenslust en krachten
Vast genoeg voor het begin
Van een heele wereld in
oorsprong van geslachten.

 
Meysse, 20 Dec 1924

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:02 Reageer op dit bericht

294 Het liedje van de maalder

Gisteren regende het tijdens het beiaardconcert.  We konden eindelijk plaats nemen in de pastorij en luisteren via de open ramen.  Spijtig dat we de spelende beiaardier nog niet konden zien op het TV-scherm.
Zondag 25 augustus

11.15 u.

Eddy Mariën

Slotconcert   Muziek van Franz Schubert.

Het liedje van de maalder

Een maalder op zijn molen,
die zong den helen dag.
Zijn stemme klonk zo helder
bij iedren tremelslag.
Hij zong zo blij
van tokke, tokke, tok,
Hij zong zo vrij
van kloppe, kloppe klop.
Het klonk zo lustig dan,
het liedje van de witten man.

Een meisje op haar kamer,
die had het lied gehoord.
Haar hartje ging aan ’t jagen,
bij ’s maalders aardig woord.
Het ging zo snel
van tokke, tokke, tok
Het ging zo fel,
Van kloppe, kloppe, klop.
Het klonk zo teder dan,
Het liedje van gebuur Orbaan.
zoon van de maalder uit Imde (huis ?)

Ach maalder van hierover,
Leer mij dat schone lied.
Joseetje, ‘k zal ’t u leren,           
Mars schuins over de nieuwe molen

als gij mij gaarne ziet.
Kom zing met mij,
van tokke, tokke, tok,
Kom zing met mij
van kloppe, kloppe, klop.
Wij zingen samen dan,
Het liedje van vrouw en man.

José is nu zijn vrouwtje
Orbaan haar beste man,
en kleuters zullen komen
daar ben ik zeker van
Die zingen allen mede
Het lied van tokke tok
Het lied van liefde en vrede
Bij ’t wakend oog van God.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:07 Reageer op dit bericht

293 Terug naar 't zonnige veld

Beiaardrecitals :
Geen op 15.8 (vandaag pas bericht!?)

Zondag 18 augustus 11.15 u. Kenneth Theunissen Opera-aria’s   We hebben de eer de winnaar van de vorige  befaamde beiaardwedstrijd Koningin Fabiola editie te ontvangen.  U hoort aria’s uit opera’s van Mozart,  Verdi en Bizet.

 

 

 

 

 

 

 

Terug naar 't zonnige veld

Mij dreef de weemoed naar de stad.
Mijn geest was moe en afgemat
Mijn ziele zwaar en teer.
‘k Dacht in die woel’ge menschenzee
Daar vindt mijn treurend hart alree
Zijn gulle blijheid weer.

 Ik had er vrienden. Welbekend
Met veel vermaken zonder end.
Al wat in deugd en eer
Een streling was voor ’t zingenot,
Bleek voor die makkers een gebod.
Soms deden zij nog meer.

 ‘k Heb alles, alles meegemaakt.
En dan alleen, heb ik gestaakt.
Wen ik bevonden had.
Dat in zo’n rusteloos gezwier
Een leven vol van schijnplezier
geen zielevrede zat.

 Als om ’t gevolg ervan beducht
Ben ik het wild gewoel ontvlucht.
Naar stille eenzaamheid.
En tussen planten en gebloem.
Zeer ver van wat men menschen noemt
Mij zachtjes neer gevleid.


Daar vond ik weer naar hartelust.
Die vredevolle stille rust.
Die weemoed ondermijnd.
Die hopeloze zielen sterkt.
En op ’t gemoed zo zalvend werkt.
Dat alle leed verdwijnt.

 
Al wat me lief is vond ik weer.
De bloemen die zo zacht en teer.
Hun balsemenden geur.
Alom verspreiden en daarbij
Versieren bos , veld en wei
Met schatten van hun kleur.

 

Ik vond zoo donzig als altijd.
Het milde groene grastapijt.
Bepereld met een dauw.
Waarbij ’t saphier niet halen kon
Zoo schitterend in de morgenzon.
En in ’t azuren blauw.

 

Daar voelt de mensch die ’s levens leed
Met mannenmoed te dragen weet
Zich dichter bij zijn God.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 00:00 Reageer op dit bericht

292 Ten tijde dat de lente bloeit

 

Zondag 11 augustus

11.15 u.

Wim

Van den Broeck

Improvisatieconcert op filmmuziek.


292 Ten tijde dat de lente bloeit
Dat rozeknop en haagdoorn groeit.
Ten tijde dat de nachtegaal
laat klinken zijne wondre taal

Ten tijde dat natuur haar schoon
In volle rijkdom spreidt ten toon
Ten tijde van de lieve mei
Hebt gij dan ooit bij morgentij
’t Zien breken, d’eerste zonnestraal
Door ’t mistig oosten heen

En hebt ge dan ook niet bemerkt
Hoe alomvattend onbeperkt
Die straal, der milde zon
op eenmaal heel de wereld won
Hoe licht en warme levenslust
Al wat op aard is wakker sust

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:22 Reageer op dit bericht

291 Voor de onuitputbare mildheid

Concert : zondag 4 augustus om 11.15 u. Joey Brink(VS) jong talent dat vorig jaar met grootste onderscheiding afstudeerde aan de Koninklijke Beiaardschool in Mechelen.

291 Voor de onuitputbare mildheid,

Voor de grenzeloze goedheid,
Voor de grootheid van de Heer,
Buigen wij ootmoedig neer,
Wij danken hem en loven,
met hart en ziel naar boven.

Jongen of u ’t later leven
Voor- of tegenspoed mag geven,
Zo in wonne als in rouw.
Blijf steeds aan de Heer getrouw.
Flink vooruit, steeds hoger op.
Onbevreesd, het kruis in top.

Nooit vraagt God u wat ge waart,
maar wel wat gij deedt op aard ;
Weze uw staat hier nog zo klein,
Houdt u in het leven rein.
En gij blijft in elk geval,
Steeds van Godes liefgetal.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:05 Reageer op dit bericht

290 't Was sprokkelmaand

290 ’t Was sprokkelmaand en grauw en guur

 De sneeuw stoof voor de wind
’t Werdt avond. - - Wee den onverlaat
Die verre van zijn haardstee vuur
Zich nog op straat bevindt.

 En erger nog wanneer de man
Vergat bij pot en pint.
Dat na een goede zuippartij
Men soms wel verdolen kan
Dat men zijn weg niet vindt.

 Doch driemaal wee ! - - met zulk een weer
Wanneer de goede maat.
Zich zoo vergeet, dat hij verkiest
Het effen vlak van vaart of meer
Spiegel voor ’t hobbelig pad der straat

 Zoo, ging het Jan de Leugenaar.
Toen hij zich in de stad
Bij vrienden had zo goed gedaan
Aan ’t lekker biertje ’t welk men daar
voor hem geschonken had.

 ’t Was sprokkelmaand en koud en guur
’t Was ijselijk weer dien dag
’t Werd avond, en …daar lag hij nu
door d’ onverwachte waterkuur
ontnuchterd op den slag.

 Hij riep en schreeuwde uit alle kracht
En kletste in het rond
Doch wat hij zich ook roeren mocht
Hij zou toch niet door eigen krachten
terug op vasten grond.


Dat voelde Jan, … en ’t klamme zweet
brak ondanks kou en wind
Langs al zijn ledematen uit
Het zwoele water had hem beet
Hij dacht aan vrouw en kind


Doch onverwijld was eene schaar
van menschen op den boord
vergaderd, die het droef geval
bespraken met een breed gebaar
en zeer luidruchtig woord

Zeg brave lieden, op den boord
Schreeuwde Jan, zoo gij wist
Wie dat gij hier verdrinken laat.
Ge zoudt het u beklagen want
Ik ben een alcoholist

Hij zonk…maar toch niet zo rap
Want eer hij gansch verdween
grepen hem twintig handen vast…
en sleurden hem langs ’t donker pad
naar de politie heen.


 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:05 Reageer op dit bericht

289 Rond Brussels natte tafel

289 Rond Brussels natte tafel.

 

Klaas een letterkundig mens, zou een studie schrijven
Waarin hij ook spreken zou over zekre wijven.
Was ‘t uit louter tijdverdrijf, of om aan te tonen,
Dat er achter Charel nog, veel vulgairs kan komen ?
Neen, maar ‘t Belgisch parlement eindelijk bewogen
Met den toestand in het land, zou heldhaftig pogen.
Aan het volk in plaats van brood veel vermaak te geven.
Volgens oud Romeins gebruik : “ Feesten dat is leven. “
Klaas op zoek naar ‘t fijnst plezier, in de goede stede
Nam als practisch man met zich, vier ,vijf vrienden mede.
Erg is ‘t er niet toegegaan, ‘k zweer het op mijn leven.
Bij een vriendelijk onderhoud is het er gebleven.
Doch helaas ! Des anderendaags...was het erg om horen.
Klaas had in gezelligheid een manchet verloren!
Groot misbaar in ‘t parlement, wetsvoorstel en boeken.
Alles werd van kant gezet. Iedereen wou zoeken
‘t Volk zal moeten wachten nu, want dank aan die manchet.
Zijn al d’ huizen van plezier, door ‘t parlement bezet.                     

 Jef Lettens Meysse, 1923

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:04 Reageer op dit bericht

288 Gelijk de kikkers in de sloot

288 Gelijk de kikkers in de sloot,

Zo werden hier de jongens groot
Met heelder hopen, machtig vele
Heikant, is de boom van Zele !   

Zo sprongen ook de drie kornuiten
Die wij nu vieren eens naar buiten.
En jongens van de eerste broek,
Ze gingen dadelijk op zoek.

Ze zochten, net als grote bazen
Een instrument om op te blazen
Van Acker, Kerckhove en De Coen
Wilden gelijk de kikkers doen.

Weldra weerklonken heldere tonen
‘t Bewijs dat deze werkerszonen
Voor kunstgevoel zo rijk, zo fijn
In hoge mate vatbaar zijn.

Ze bliezen hard, ze bliezen vele
“ Kunst adelt “, werd de roem van Zele
En ‘t drietal hier nu bij mekaar,
Daarvan een grote steunpilaar.

Al is hun blaaspijp lang versleten
Ze hebben steeds hun plicht gekweten
En ware ‘t nog eens te herdoen
We deden ‘t zelfde zegt De Coen

De glaasjes boordevol geschonken
Op ‘t lustig drietal ferm gedronken
Ze leven lang nog alle drij
Tot heil van onze maatschappij !

 9 juni 1932

 nonkel Jean, man van Barbara zus tante Belô, was bakker van Zele

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 09:03 Reageer op dit bericht

287 Welkom

287 Welkom mannen van te lande

 

Welkom op het gildefeest
Hoger op ! Gij boerenstande
Hoger op, naar ziel en geest

 

9 september 1928 
Vlagge - inhuldiging

Beiaardconcert op 7 juli om 11.15 u. n.a.v. 11 juli vierhandig met thomas Lee(USA) en Eddy Mariën

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Jef De Cuyper om 08:50 Reageer op dit bericht

Meer van beiaardmeise

↑ Terug naar de berichten