300 Dat is geen kunst
300 Dat is geen kunst
’n Concert bij te wonen : dat
is geen kunst;
zich kunstenaar tonen : “
’n compositie schrijven : “
Maar wakker kunnen blijven : zie
dat is een kunst.
’n Kieken imiteren : dat
is geen kunst
Het kakelen afleren : “
Rondlopen langs heggen : “
Maar zelf eieren leggen : zie
dat is een kunst.
Met ’n auto rijden : dat
is geen kunst
De koeien te weien : “
In de stad te promineren : “
Maar een vlooi goed scheren : zie
dat is een kunst
Van een meisje houwen : dat
is geen kunst
Daarna met haar trouwen : “
Zich als vader te prijzen : “
Maar dat te bewijzen : zie
dat is een kunst.
’n Klein land binnen rukken : dat
is geen kunst
Dit volk dan verdrukken : “
In parade marcheren : “
Maar het kanaal dan passeren : zie
dat is een kunst.
’n Vat bier ineens afdrinken : dat is geen kunst
Naar den drank te stinken : “
Zijn vrouw dan doen kijven : “
Maar nog nuchter kunnen blijven : zie
dat is een kunst
Honderd kilo’s te drukken : dat
is geen kunst
Een hoefijzer krom rukken : “
Met gewichten jongleren : “
Maar uw schoonmoeder dresseren : zie dat
is een kunst.

