
ANTWERPEN - Clouseau vierde zijn twintigste verjaardag vooral met zijn fans. Geen gasten, en veel swingende feestmuziek.
Het was even afwachten wat Koen en Kris Wouters deze keer zouden verzinnen voor het jaarlijkse rondje Sportpaleisconcerten. In ’t midden hebben ze gehad, een beide uiteinden ook, en in de lucht is misschien wat complex.
En zie, het ei van Columbus vind je soms door weer eens met een eenvoudige bril naar de zaken te kijken. Clouseau 20 had niets in de zakken, tenzij meer dan dertig songs, de vaste band met blazers, en vooral veel goeie wil van de talrijke fans.
Toegegeven, het podium was een attractie. Samengesteld uit zo’n 500 bouwblokken, verrees het als het ware vanuit acht grijparmen in de zaal tot een breed podium, dat golvend overging in een videomuur. Een fraai staaltje architectuur van Bart Clement dat het concert goed diende.
Het concert begon ludiek met een heel stel fragmenten uit twintig jaar televisie, telkens met een presentator die Clouseau aankondigde. Willy Sommers liet de zaal drie keer ‘Clouseau!’ roepen en toen kwam de band op om ‘Zij is van mij’ te spelen. De klank was uitstekend, waar je ook zat.
Begon de avond dus uitstekend, dan schipperde het eerste deel toch wat tussen fantastische momenten en teveel middelmaat. Toen Kris piano ging spelen in het midden van de zaal en Koen daar simpel liedjes bij zong als ‘Ik wil niet dat je weggaat’ en ‘Brandend avontuur’, waren ze zonder meer knap.
Maar waarom ‘Take me down’ (uit hun geflopte Engelstalige carrière) en ‘Geef het op’ erbij moesten, mag Joost weten. Plezierig was dan weer de enige gast van de avond, Roxor Loops, die kwam beatboxen op ‘Zie me graag’, met goed resultaat. Na meer dan een uur sloot deel 1 af met ‘Altijd heb ik je lief’.
Na de pauze zat er meer evenwicht in de set en kwam het feest steeds beter op gang. ‘Dansen’ bouwde op een aangename spanning tussen ingetogen strofen en uitbundige refreinen. Koen bekende dat hij zelf vreselijk veel houdt van ‘Casanova’. ‘Brandweer’ blijft een prettig minimalistisch moment in de carrière van de groep.
Het topmoment speelde zich echter weer af toen Koen en Kris tijdens ‘Oh ja’ gingen rappen, met een dialectische tongval en beatboxer Roxor Loops naast zich. Op dat moment kwam het concert helemaal los en sloop er ook verrassing en meer spontaneïteit in, wat de groep absoluut wat meer mag doen.
En daarna was het gewonnen spel. Koen en Kris gleden op een kubus door de zaal terwijl ze ‘Domino’ en ‘Daar gaat ze’ zongen, wat mooi en ontroerend was. Bij ‘En dans’ kwam iedereen recht en werd er helemaal boven, in de engelenbak, een feestje gebouwd.
Tijdens ‘Vonken en vuur’ schoten vuurkolommen de hoogte in. Goed twee en een half uur duurde het concert. Zoals de vorige jaren was het een groot groepsfeest vol zingende en wuivende mensen die elke noot herkenden en elk woord konden meezingen.
Clouseau beloofde er nog twintig jaar bij te doen en deelde snoepjes uit: ‘Nobelprijs’, ‘Anne’, ‘Heb ik ooit gezegd’. Niemand die niet blij huiswaarts keerde.
bron: het nieuwsblad