Ik las dit zelfgeschreven gedicht in mijn lijfblad, en wilde het U niet onthouden
In een rolstoel naar de Markt `sMorgens word ik zingend wakker Dat geeft me zo`n fijn gevoel Ik ga me wassen, scheren, kleden En duik dan in mijn stoel Ja, ik zit hier alle dagen In m`n rolstoel, lopen wil niet meer Een paar stappen kan ik slecht verdragen Het doet me pijn, telkens weer Maar ik rijd vaak naar de markt toe Pleintje over, straatje door Ik rijd kaarsrecht als in een taptoe En verder sta ik er precies recht voor
Alle eerbied aan de dames Maar op de markt heb ik er niets aan Want hoe ik het wend of probeer te keren Ze gaan altijd voor mijn rolstoel staan En dan vlak voor me, al die billen Dikke, dunne, groot of plat Het maakt niet uit wat ik zou willen Mijn neus priemt bijna in hun gat Dames blijf bescheiden Toon gerust uw ware aard Maar voor iemand in een rolstoel is ook zijn gulden op de markt een daalder waard.