Waar Brabant trots op is…
Wie kent de reclame van de televisie niet?
“PALM” gekenmerkt door de oersterke Brabander.
Prachtige paarden, waarvan er enkele in onze buurt vertoeven.
Als eigenaar moet men toch gewoonweg trots op zo’n dier zijn.
Wat er op een maandag in februari’95,
nog geen 100 meter verderop gebeurde is zeker niet
om trots op te zijn.
Het doet me rillen en ik weet dat ik zeker niet de enige ben.
Ik klaag niemand aan,
zoiets zou een dierliefhebbende rechter moeten doen.
Namen noemen, heeft geen zin,
Zou misschien alleen nog last krijgen wegens”laster” of zo.
Maar mijn hart voor dieren,
respect voor al wat leeft
en wat menselijke gevoelens zou moeten heten,
geven mij wel het recht dit op papier te zetten,
het is mijn manier van verwerken!
Een Brabander, eens zo sterk en mooi, was oud.
Zij lag in de weide en kwam niet meer overeind.
Of er een dierenarts gebeld is, weet ik niet zeker.
Sommigen zeggen”nee” andere weer”ja”.
Er werd verteld, dat de dierenarts alleen iets wou doen,
als het Vilbeluik verwittigd was om het”kadaver” te komen ophalen.
Die hadden “hun toer” al gedaan en haalden niets meer op.
Gevolg: dierenarts keek ook niet meer om!
De Brabander lag in het nat en in haar uitwerpselen,
stilletjes en alleen weg te kwijnen.
Sommige mensen uit de buurt, met een hart voor dieren,
kwamen met handdoeken het paard afdrogen.
Een andere vrouw bracht zelfs een bedsprei en legde ze over het paard.
Iemand anders bracht hooi naar haar muil en zij at iets.
Er vielen woorden zoals:”hij moest hier liggen”
Een ander zei:”had ik maar een pistool of geweer,
kon ik dat arme dier deze nacht verlossen en rust geven”
De nacht kwam en het paard bleef liggen.
Ze had pech, zelfs de dood liet haar in de steek.
Het dier werd aan haar lot overgelaten. De dag brak aan.
Er kwamen verscheidene telefoons bij de politie en rijkswacht binnen.
Ook de dierenbescherming werd gebeld.
Tussen 12u30 en 13u30 werd het zware dier aan haar benen vastgebonden
en werd ze met een tractor uit,
wat eens haar lievelingsweide was geweest, getrokken,
bij levende lijve en als een waardeloos stuk roest op een vrachtwagen gedeponeerd.
Geen waardig afscheid,
geen lieve en geruststellende woorden,
geen streling over haar hoofd,
van de mensen die eens zo fier met haar voor de huifkar door het dorp trokken.
Wie weet hoe lang “de verlossing uit haar lijden” nog duurde?
Hoeveel pijn en op welke manier werd ze dan uiteindelijk”gedood?”
Het nadeel van sterk en robuust te zijn.
Waar waren op dat ogenblik haar”vrienden?”
Waarom vielen de woorden”ik zou 20.000Bfr. geven,
als iemand haar uit haar lijden verlost???”
Hoe komt het dan, dat ze nu nog 2500Bfr.opbracht?
Levend natuurlijk.
Hoe kan men zo harteloos zijn, het geld ontvangen,
op de fiets stappen en weg rijden, zonder om te kijken!
De mensenpraat:”maar hij is altijd goed voor zijn dieren!”
Geeft hem dat het recht een dier zo af te geven?
Nog mensenpraat:”als u voor uw oude roestige wagen 2500Bfr.kunt krijgen,
gaat u die dan naar het autokerkhof brengen of het geld aannemen?”
Sorry hoor, maar ik vind niet dat men een roestige auto met een levend wezen mag vergelijken.
Er waren heel wat mensen verontwaardigd en roddelden zich te pletter.
Andere zagen toe en zwegen.
Deze beelden en nog veel vreselijker zijn alledaags.
Lees maar de artikels over het verkeerd houden van dieren,
de dierentransporten, het handelen met dieren,
laboratoriumonderzoeken met dieren,
noem maar op…een lijst zonder einde!
De televisiebeelden erbij maken er de reinste horror van.
Ik vind het “barbaars gedrag” van de mens ondraaglijk.
Beschaamd soms een mens te zijn.
Het zijn beelden die me bijblijven,
die me triest maken en me zo machteloos doen voelen.
Als er iets na de dood bestaat,
als we als iets mogen terugkomen,
dan zou ik graag als machtige beschermengel van al de dieren willen terugkomen.
Op zo’n moment vind ik alleen troost bij mijn eigen dieren thuis.
De eerlijkheid en vriendschap die ik van hen krijg,
doen me heel even het leed van alle andere dieren,
veroorzaakt door de mensheid, vergeten.
Ik aai mijn lieve hond, die op mijn voeten ligt te slapen,
terwijl ik schrijf en denk aan die arme, eens zo trotse Brabander,
die ik niet heb kunnen helpen, waardig en trots,
zonder lijden te sterven. Vergeef me.
Met het schrijven van deze gebeurtenis,
wil ik tot nadenken aansporen of het wel gerechtvaardigd is
hoe de mensen met dieren omgaan
en tot nagedachtenis van één BRABANDER.