1. Al boven door een vensterken Daar lag een meisken fijn En juist kwam daar een mulder aan Zeg meiske, wilde gij mij O gij mulder, wit geme…
1.
Al boven door een vensterken
Daar lag een meisken fijn
En juist kwam daar een mulder aan
Zeg meiske, wilde gij mij
O gij mulder, wit gemeeld
Gij die iedereen besteelt
Gij zult mijne man niet zijn
Mijne man zult gij niet zijn.
2.
Al boven door een vensterken
Daar lag een meisken fijn
Daarna kwam daar een slachter aan
Zeg meiske wilde gij mij
O gij slachter rood van bloed
Gijn die alle moorden doet
Gij zult mijne man niet zijn
Mijne man zult gij niet zijn
3.
Al boven door een vensterken
Daar lag een meisken fijn
En nu kwam daar een smid gegaan
Zeg meisken wilt gij mij
O gij smid met uw zwart vel
Ga naar huis wascht u eerst wel
Gij zult mijne man niet zijn
Mijne man zult gij niet zijn
4.
Al boven door een vensterken
Daar lag een meisken fijn
En fier kwam daar een studax aan
Zeg meisken wilt gij mij
Studax lief met veel plezier
Kom maar binnen rap langs hier
Gij zult wel de mijne zijn
De mijne zult gij zijn
1. Daar reed nen boer naar Leuven Naar Leuven reed nen boer Hij kwam Marieken tegen Marieken zei bonjour Met blanke blinkend eierkens Met bo…
1.
Daar reed nen boer naar Leuven
Naar Leuven reed nen boer
Hij kwam Marieken tegen
Marieken zei bonjour
Met blanke blinkend eierkens
Met boter trok het naar stee
Karlijntje kind, Karlijntjen leif
Karlijntje rijde nie mee?
2.
Geen tweemaal moest ze peizen
Stak toe de botermand
Stak toe het eierkorveken
Stak toe de poezele hand
En wip 't zat op den wagen
En hop 't zat naast hem neer
Ze hielden bei van praten
En praatten over 't weer
3.
Ze praatten en ze praatten
Hoe 't kwam dat wist geen een
De bank was lang en groot genoeg
En ze zaten zoo dicht bijeen
Ze peaatten en ze praatten
Hoe dorst hij het bestaan
Ze praatten niet meer, ze fezelden
En geen levende ziel langs de baan
4.
Karlijntjes zwarte kijkers
Die hebben het gedaan
Hij keek naar heur : zij keek naar hem
En hij kon niet weerstaan
Uw dievige deugniet oogskens
Karlijntje die hebben 't gedaan
Hij kuste blij heur wangen
Karlijntje, is het misdaan?
5.
Daar reed nen boer naar Leuven
Een zoentje alhier, aldaar
Reed gansch alleen naar Leuven
En keerde getweeën van daar
Er rijden er veel naar Leuven
Zoo jong en vrij voorwaar
Ze komen Karlijntje tegen
En komen verkocht vandaar
1. Hoort vrienden 't liedje van Domien Ik reisde heel de wereld rond 'k Vertel als gij wat zwijgen kont Wat ik zo heb gezien Vertel ons w…
1.
Hoort vrienden 't liedje van Domien
Ik reisde heel de wereld rond
'k Vertel als gij wat zwijgen kont
Wat ik zo heb gezien
Vertel ons wat Domien
Ja, ja, ja, ja, ja, ja
Wat hebt gij zo gezien?
2.
Ik zag twee honden in een dreef
Ze aten daar elkander op
Van aan den steert tot aan den kop
Dat er niets overbleef
Ha, ha, ha, ha, ha, ha
Dat was wreed Domien
Ha, ha, ha, ha, ha, ha
Wat hebt gij nog gezien?
3.
Ik zag in 't land van Kabeljauw
Een paling die zijn Dochter sloeg
En met een stok den sloot uitjoeg
Omdat zij dansen wou
Ha, ha, ha, ha, ha, ha
Is dat waar Domien?
Ha, ha, ha, ha ,ha, ha
Wat hebt gij nog gezien?
4.
Ik zag een sterfhuis, 't wierd gedeeld
En 't geen mij waarlijk wonder scheen
Zij kwamen allen overeen
Er wierd niet gekrakeeld
Ha, ha, ha, ha, ha, ha
Is dat waar Domien?
Ha, ha, ha, ha, ha, ha,
Wat hebt gij nog gezien?
5.
Ik zag weleer in de Japon
Een wonder ding gansch ongehoord
Ik zag, geloof mij op mijn woord
Een vrouw die zwijgen kon
Ha, ha, ha, ha, ha, ha
Dat gaat ver Domien
Ha, ha, ha, ha, ha ,ha
Wat hebt gij nog gezien?
6.
Ik zag twee soldaten op het dak
Van een vervallen boetenschuur
Zij kookten daar voor 't middaguur
Hun soep in enen zak
Ha, ha, ha, ha, ha, ha
Dat was schoon Domien
Ha, ha, ha, ha, ha, ha
Wat hebt gij nog gezien?
7.
Ik zag zoo menig ezelskop
Ik vond dezulke 't allenkant
Zoo dik gezaaid als in ons land
En 'k draaide hun leugens op!
Zwijg,zwijg, zwijg
Vertel niet meer Domien
Zwijg,zwijg,zwijg
Want gij hebt niets gezien
(genoteerd op 15 November 1913)
1. Vienden, hier zijn wij weer Om u gelijk weleer Iets lekkers aan te biên Schier kostloos bovendien Dus komt maar allen bij Hier hebt ge sp…
1.
Vienden, hier zijn wij weer
Om u gelijk weleer
Iets lekkers aan te biên
Schier kostloos bovendien
Dus komt maar allen bij
Hier hebt ge spekkernij
En suikers extra fijn
Zoals er nergens zijn
Refrein
Kom laat u gerieven
't Zij groot of klein
Zoekt hier naar u believen
Hier moet gij zijn
Ja een en twintig spekken
Doen wij bij melkaar
En voor vijf centen maar
Het is voor niet voorwaar
2.
Wij zijn zoals gij ziet
Van die bedriegers niet
Die leuren hier en daar
Met een vervalschte waar
Alwat hier op ons kraam
Hier ligt is vrij van blaam
Daarvoor zijn wij geklant
Door gansch het Vlaamsche land
3.
Is er hier onder 't publiek
Soms iemand krank of ziek
Welnu hij proeve vrij
Eet van mijn lekkernij
En zeker op den stond
Wordt gij terug gezondGeen pil of medicijn
Geneest zo rap en fijn
4.
Als er iemand fluimt of hoest
Of al eens klagen moest
Van pijn aan keel en maag
Of influenza plaag
Een spekke drij of vier
Van 't smakelijk suiker hier
Maakt u op een twee drij
Van al die plagen vrij
5.
Dus ouderling of kind
Die uw gezondheid mint
Draag dan een pak of twee
Maar van mijn spekken mee
Een kluitje gelijk gij ziet
Is toch de wereld niet
En gij blijft vroeg of laat
Altijd in goeden staat.