Naar de inhoud

Bloemschikken

Bloemschikkunst voor iedereen.
seniorennet.beseniorennet.be

Herfst 2006














Woensdag 13 september 2006 
Een Herfstbloemstuk.


Men bouwt het bloemstuk op vanuit een schotel in vierkantvorm.
Kleef een oasishouder in het midden van de schotel.
Snij het steekschuim ( oasis ) over de lengte in twee gelijke
delen, en prik één deel in de lengte op de houder.
Vul de kom verder op met de oasis; gebruik tandenstokers
voor de hechting aan het opstaande steekschuim.
Bekleed de bovenkant van de ( rechtstaande ) oasis met bladeren
van de aucuba.
In de zijkanten prikt met het graan.
De graanstengels snijden op dezelfde lengte, zodat de aren gelijk boven
de oasis uitkomen.
Elke stengel vastprikken in de oasis ( op dezelfde hoogte ) met naalden
op ongeveer  7 cm. van de aren en op 7 cm. van de bodem totdat
de volledige oasis is bedekt.
Tussen de graanstengels steken we takjes hortensia's, waardoor de
naaldkoppen niet meer zichtbaar zijn. 
Dit bloemstuk kan weken behouden blijven daar hortensia's
uitstekend geschikt zijn als droogbloem.


Tarwe


Tarwe is ook een van de oudste gedomesticeerde planten.
De domesticatie vond waarschijnlijk ongeveer 10.000 jaar geleden plaats in
het Missen-Oosten en Afrika van Syrië tot Kasjmir en naar het zuiden tot in Ethiopië.
De ontstaannwijze van gewone tarwe of broodtarwe is waarschijnlijk als volgt gegaan:
De eenkoorn ( tarwesoort ) heeft zich gekruist met een  wilde grassoort .
Vaak zien we bij kruisingen tussen soorten dat er geen fertiele planten ontstaan doordat de chromosomenparen teveel verschillen.
Door verdubbeling van het aantal chromosomen kan wel een goede paring van
de chromosomen optreden. 
De wilde en primitieve tarwesoorten hebben een brosse aarspil, waardoor de
korrels zich makkelijk kunnen verspreiden.
Ook zijn de korrels stevig omsloten door de kafjes en zitten er weinig korrels
op een aar.
Deze ongewenste eigenschappen zijn door de mens door de eeuwen heen weggeselecteerd. Eenkoorn en emmertarwe werden 4000 jaar v. Chr. veel
verbouwd in Noord-Afrika en het Middellandse Zeegebied.
Waarschijnlijk kwam eenkoorn veel voor als een ongewenste vermenging met emmertarwe.
Na 300 v. Chr. werd durumtarwe met naakte korrels meer en meer verbouwd
en na enkele eeuwen had deze soort de emmertarwe verdrongen.
Gewone tarwe kwam in 200 v. Chr. voor het eerst voor in het Middellandse Zeegebied.
Tegelijkertijd werd ten noorden van de alpen emmertarwe verdrongen
door spelt.
 In de Middeleeuwen werd gewone tarwe en spelt in Europa veel verbouwd. Uiteindelijk is spelt bijna geheel verdrongen door de gewone tarwe.
Tarwerassen worden ingedeeld naar groeiseizoen
(wintertarwe, zomertarwe en overgangstarwe).
Door kruising en selectie zijn er van gewone tarwe duizenden rassen gekweekt
 met verschillende eigenschappen en een steeds hogere opbrengst per ha.
Meel van gewone tarwe is afhankelijk van het ras geschikt voor het maken van brood, biscuit en gebak.
Pasta's worden meestal van durumtarwe gemaakt.

hydrangea1.jpgDe
 gewees

Oorspronkelijk komt de Hortensia uit Japan.

Via Frankrijk  verspreidde de plant zich verder over Europa.

Vooral als potplant is de Hortensia erg populair, maar gelukkig

duikt hij ook steeds vaker op in tuinen.

En daar is wat voor te zeggen, want Hortensia's garanderen een

lang bloeitijd, van eind juni tot de eerste vorst.

 Er zijn verschillende soorten Hortensia's in drie hoofdkleuren:

blauw, roze en wit.

Alleen de witte Hortensia is "kleurecht".

Dat wil zeggen dat deze Hortensia op elke grondsoort zijn witte

bloemen houdt.

De bloemen van de blauwe Hortensia blijven alleen blauw (of mauve)

op zure grond met een pH-waarde van 6 of lager.

Op andere grondsoorten krijgen de oorspronkelijk blauwe bloemen

na verloop van tijd een roze (of rode) tint.

Hortensia's houden van vochtige schaduwrijke plekken.

Voor een optimale bloei is regelmatige bemesting met een speciaal voor

hortensia's verkrijgbare meststof onontbeerlijk.

Past u overigens op met het snoeien van uw Hortensia.

Niet alle soorten zijn hier even goed tegen bestand.

In warme klimaten wordt de plant in het najaar gesnoeid,

in koele klimaten in het voorjaar: eind maart - half april.

Hortensia bloeit op hout van het voorgaande jaar.

Regelmatig snoeien komt de bloei ten goede.

Vormsnoei is niet nodig.

Bij volgroeide planten worden zwak gegroeide (dunne) scheuten zonder

meer verwijderd.

Wanneer er veel oude scheuten aan de struik zitten, worden enkele daarvan

op ca vijf centimeter boven de grond teruggezet.

De overige oude scheuten worden tot dertig centimeter boven de grond ingekort.

Snoei in dat geval het topeinde boven een naar buiten staand oog af.

Uitgebloeide en jonge scheuten worden ook tot dertig centimeter boven de

grond gesnoeid en ook op een buitenoog.

Uit dit oog groeien nieuwe bloeischeuten.

Van een totaal verouderde struik worden alle scheuten tot vijf centimeter

 boven de grond weggesnoeid.

Nieuwe scheuten worden dan in de loop van het jaar gevormd.

Die zullen dan niet in hetzelfde jaar bloeien, maar het jaar daarop.

In het voorjaar daarna worden alle uitgebloeide scheuten tot op vijf centimeter

 boven de grond afgeknipt.

De nieuwe, jonge scheuten worden tot op dertig centimeter teruggezet.

De snoeicyclus is dus voortdurend gericht op verjonging van de struik.

Oud hout en bloeihout van hortensia is te herkennen aan de lichtbruine kleur

Oud en jong hout wordt gemarkeerd door kleurverschil: bruin en groen.

Zowel in winter, voorjaar en zomer kan er worden gestekt.

In alle gevallen moeten de stekken onder glas bewortelen.

Kop- of topstek komt het meest in aanmerking.

Zomerstek wortelt veruit het snelst.

Snij de stengel onder een oog af met een vlijmscherp mes.

Verwijder de daarboven zittende blaadjes door de bladstengel(s) zo dicht

mogelijk bij de (hoofd)stengel af te snijden.

Plant de stekken in een mengsel van turfmolm (zuurgraad of ph 5)

 vermengd met zand. Gebruik van groeistof is onnodig.

Zet de planten in een stekbak onder glas.

Na ca drie weken is de stek beworteld en worden de jonge planten opgepot

in  een zeven centimeter grote pot.

Als potgrond komt kamerplantengrond vermengd met turfmolm en wat oude,

verteerde stalmest in aanmerking in een verhouding van 3 : 2 : 1.

Begiet de planten regelmatig en zorg ervoor dat overtollig water snel

wordt afgevoerd.

Top de jonge planten voor de langste dag.

Bescherm de planten in de zomer tegen fel zonlicht.

Overwinter ze bij een koele, vorstvrije temperatuur.

In het voorjaar kunnen de planten in de tuin worden uitgeplant.

Bemest hortensia af en toe met een fosfor (P) en kali (K) houdende meststof,

zoals Thomasslakkenmeel en zwavelzure kali.

Stop eind september met het toedienen van meststoffen.

De planten moeten voor de winter afrijpen.


 

Geschreven door bloemschikken om 00:00 Stuur door Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Nationale Feestdag 2006




Woensdag 19 juli 2006 
Belgische Nationale Feestdag



Gebruik een zwarte elegante glazen vaas met brede bodem of
een gewone (1) doorzichtige elegante glazen vaas.
(1) Langs de binnenzijde, de vaas opvullen met een zwarte
plastic zak.
De natte steekschuim op vorm snijden en in de vaas drukken.
De vaas opvullen met water. (1) De zwarte plastic zal de
volledige vorm van de vaas aannemen.
Doe 2 druppels bleekwater in de vaas voordat je het
steekschuim aanbrengt zodat er geen aanslag in de vaas  komt.
Twee lange rozensstengels, ongeveer op 35 cm. schijn afsnijden,
de doornen  en bladeren verwijderen.
De stengels in het midden met groene plantendraad bijeenbinden
en vastpinnen in de steekschuim.
Op ongveer 5 cm. van de glasrand aan weerszijde van de stengels
binden we een glazen proefbuisje gevuld met water .
De bladen van de stengels worden samen met bladeren van de aucuba
langs de vaasboord in het steekschuim aangebracht in op opbouwende
cirkels.
Dan worden 7 rode rozen in pyramidevorm ( stengels in verschillende
lengten schuin afsnijden ) in het steekschuim gestoken.
Tussen de rozen brengen we enkele gele mini-gerbera's aan.
Deze gerbera's brengen we ook samen met een rozenbladje op steel aan
in de proefbuisjes.

Aucuba

aucuba.JPG
 

Aucuba, in het Nederlands ook wel broodboom genoemd.
De naam is afgeleid van de Japanse naam aoki "groen" + ba "blad" (Van Dale).
De planten in dit geslacht zijn tweehuizig en groenblijvend.
Vrijwel alle soorten groeien prima in halfschaduw, sommige soorten doen het
ook uitstekend op een volledig beschaduwde plaats.
Het geslacht kent drie soorten, die alle drie inheems zijn in Oost-Azië:
Aucuba chinensis,  van oorsprong  China en Taiwan.
Deze ruim 2 meter hoge struik heeft een zeer veranderlijke bladvorm.
De grijsgroene bladeren zijn gaafrandig, en scherp gespitst.
De leerachtige bladeren zijn aan de onderzijde blauwgroen.
Aucuba himalaica is inheems in het oostelijk deel van de Himalaja.
Men kan ze er aantreffen  tot op een hoogte van 2500 meter.
De smalle, ovale bladeren zijn fijner getand dan die van de andere.
Aucuba japonica, afkomstig uit Japan, en de enige soort die veel in
West-Europa wordt aangeplant.
De soort werd in 19e.eeuw in Europa ingevoerd.
De bloeitijd is voor sommige variëteiten maart-april, voor andere
variëteiten juli-augustus.
Bij de vrouwelijke plant ontwikkelen zich uit de kleine purperen
bloemetjes rode besjes.
Een voorwaarde hiervoor is wel, dat er zich ten minste één mannelijke
plant op korte afstand van het vrouwelijke exemplaar geplant staat.
De bessen  en de  bladeren  zijn giftig.
De hoogte kan iets meer dan twee meter zijn, hoewel de plant onder minder
optimale omstandigheden gemakkelijk op 1 meter hoogte blijft steken.
In ons klimaat kan de plant als goed winterhard worden beschouwd. 
Aucuba kan uitstekend gebruikt worden op schaduwrijke plaatsen, waar
weinig anders wil groeien.
Humusrijke of lichte kleigrond is uitstekend, al groeit de plant ook op armere
gronden: ze is absoluut niet kieskeurig.
Op schaduwrijke plaatsen is de bessenproductie zelfs beter dan in volle zon.
Door het mooie contrast tussen de groene, geelgevlekte bladeren en de
rode besjes vormt de plant een welkome opvulling voor schaduwplaatsen.
De plant zal niet gemakkelijk door vruchtvorming vermeerderen,
meestal wordt ze gestekt. Het voorjaar is hiervoor de beste periode.


Gerbera


af014.jpg


Gerbera’s komen oorspronkelijk uit Zuid-Afrika.

Bekend onder de genusnaam Gerbera is deze bloem één van de

grootste successen bij onze kwekers.

De benaming heeft als oorsprong , Barberton, naar één van de

oudste dorpen in de Mpumamanga-provincie van Zuid-Afrika.

Die Barbertonse Madeliefie of  Transvaalse Gousblom. ( Daisy )

De bmoem kan tot 90 mm. diameter hebben.

De natuurlijk kleur van deze snijbloem bloem is helder rood.

Het bloemhoofdje van de kleinbloemige Gerbera (ook wel germini genoemd)

is licht gevuld en heeft een doorsnede tot ongeveer 7½ cm.

De lintbloemen zijn langwerpig maar de top is licht afgerond en heeft

meestal twee ondiepe insnijdingen. De bovenzijde is oranje-geel (meer geel)

van kleur, het hartje is groen-geel van kleur.

 

Geschreven door bloemschikken om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Pinksteren 2006




Donderdag 1 juni 2006 
Een bloempje voor Pinksteren.





Van de yucca plant 22 bladen afscheuren,
de scherpe punten afknippen.
De bladen aaneenrijgen met groene plantendraad
op 2 cm. onder het witte gedeelte van de bladen.
De bladen schikken rond een sterilisatiepot, zodat het witte gedeelte
4 cm. boven de rand uitkomen.
Het groene gedeelte van de bladen afsnijden gelijk met de bodem
van de pot en evenens op 2 cm. van de onderzijde aaneenrijgen.
Het geheel rond de pot binden.
De natte oasis stevig in de pot drukken en een gleuf houden om water te geven.
Steek eerst de 7 geel-oranje rozen in de oasis, dan de rozenbladend en
vervolgens het geheel opvullen met mos.
Langs de boven-en onderkant de plantendraad bekleven met een
volledige blad van de yuccaplant.

Yucca.

yucca-flower.jpg

Yucca is een geslacht van van oorsprong Amerikaanse cactusachtige meerjarige planten, behorende tot de familie van de Agavaceae. Er bestaan een 40- tot 50-tal soorten yucca's van kleine struiken tot bomen en komen allen van nature voor in warme en droge gebieden in Noord-Amerika, Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. De planten hebben in het algemeen dikke, vlezige bladeren eindigend in een scherpe punt. De bloemen zijn meestal wit.

Alle Yucca's hebben een broertje dood aan vocht. Experimenteren met vooral de stamvormende en minder winterharde soorten zal alleen succes hebben als de planten zo droog mogelijk staan en als de grond zeer goed gedraineerd is. Het planten op een kunstmatige heuvel is aan te bevelen. Een plaatsje pal op het zuiden zal de planten veel goed doen.

De Yucca’s zijn winterhard , na verloop van tijd maken de meestee Tucca’s een stam. Yucca’s maken prachtige bloemstengels in de zomer, mits de zomer wel lekker warm en zonnig is. Deze planten heeft puntige bladeren.Na de bloei moet er nog voldoende warm weer zijn om een nieuwe groeitop te vormen.
Gaat het goed en vormen ze nieuwe toppen, meestal een stuk of drie tot vijf, dan kan er een volgend probleem aandienen. Laat je al deze toppen doorgroeien dan wordt de plant topzwaar en knapt om bij de eerste flinke storm of dikke laag sneeuw. Het is verstandig om zo snel mogelijk na vertakking alle toppen weg te halen en alleen de meest rechtop groeiende te handhaven. Zo houd je een rechte stam. De plant in meer in de schaduw zetten kan de bloei helemaal voorkomen en dan zijn er geen problemen met rotting en instabiliteit

Geschreven door bloemschikken om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Pasen 2006


Woensdag 12 april 2006   
Paasbloemstuk



Kleef in een klein diep soepbord een oasishouder.
Maak de oasis nat en druk het stevig in de houder
Steek eerst de takjes conifeer langs de onderkant
en vul op met de takjes buxus.
Daarna 6 gele tulpen in een ronde schikken. 
Als afwerking gebruiken we takjes gipskruid en
verschillende kleuren en enkele sprieten siergras.
Voor de versiering langs de onderderzijde twee brede gele
linten over elkaar inprikken.

Buxus

De inheemse Buxus of palmstruik genoemd is een tamelijk trage groeier en is om die reden dan ook geschikt voor lage haagjes.
Deze wintergroene heester groeit goed op kalkrijke grond, verdraagt een droge zonnige groeiplaats maar staat ook zijn mannetje in de schaduw.
In de zomer, bij warm weer of bij het snoeien komt er een typische Buxusgeur vrij.
Het kweken van bijzondere vormen kost veel tijd en geduld. De meeste snoeivormen worden twee keer per jaar gesnoeid eb bij voorkeur bij bewolkt weer .

buxus.jpg

Palmstruikgemeente Hoegaarden

De palmstruiken groeien in de haspengouwse gemeente Hoegaarden, gelegen in vlaams brabant weliswaar traag,
maar overal. Er is geen tuin groot of klein of we vinden er palmstruiken, tot zelfs boomgroote.

De gemeente dankt deze buxusgroei aan de jeugd die
op palmzondag, palmtakjes verkopen van deur tot deur.
Er is zelfs een palmommegang . 
Voordat de ommegang door de cuype van het dorp, gaat, wordt de palm gewijd in de kerk.
Een paar duizende kinderen met palm in de hand stappen  mee in het spoor van de apostelengenootschap en de bijna vier eeuwen oude houten palmezel. 
Met de palmommegang op palmzondag herdenkt Hoegaarden de blijde intrede van Jezus Christus in Jeruzalem.

Gipskruid

Gipskruid behoort tot de familie van de kruidnagelachtigen (Caryophyllaceae). De Latijnse naam is afgeleid van de Griekse woorden gypsos (gips of krijt) en phile (vriendin). Van nature wordt gipskruid dan ook geassocieerd met kalkhoudende grond. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van het midden tot het verre zuiden van Rusland, Siberië, de Kaukasus en delen van Noord-Afrika. Gipskruid wordt ook wel sluierkruid genoemd vanwege de tere, tuleachtige bloemen. Gypsophila elegans groeit van nature in de Kaukasus. De orginele soort bloeit met witte bloemen. De bladen van de plant zijn grijsgroen en lancetvormig. Het is een delicate plant, die in de tuin beschermd moet worden tegen valwind.

Geschreven door bloemschikken om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Valentijn 2006


Valenstijndag
Donderdag 9 februari 2006



Maak de oasis nat en druk het stevig in de 20 cm. hooge vaas,een gleuf houden om water te geven.
Steek eerst de takjes conifeer , dan het Rhododendronblad en vervolgens de 8 Asparagus in een rondevorm in de vaas.
Steek vervolgensenkele sprietencitoengras er rondom in, om daarna het bovenste deel van de schikking opvullen met 7 rode de rozen en het gemengde boeket.
Als afwerking gebruikenwe 2 Anthuriums en het Anthurium-blad .

Voor de versiering gebruiken we langs de inderzijde twee orange-rode strikken.

Conifeer

Takken van coniferen worden dankbaar gebruikt voor bloemschikwerk.

Dat komt dan voornamelijk vanwege de uitstekende houdbaarheid van dit materiaal. In het bloemschikwerk worden deze takken vaak gebruikt voor de afwerking en bedekking van de oasis. Daarnaast hebben takken van vele soorten een bijzondere decoratieve eigenschap. De takken van de Atlasceder en bijvoorbeeld de Larix worden in bloemschikwerk vaak gebruikt om er hoogte en breedte in te maken, of er een extra element aan toe te voegen.

De toepassingsmogelijkheden zijn dus enorm groot.

Coniferen zijn eigenlijk heel bijzonder binnen de huidige plantenwereld. Dat bijzondere zit hem dan vooral in het feit, dat ze eigenlijk geen echt blad hebben.

De meeste soorten hebben naalden of schubben in plaats van bladeren. Met deze naalden of schubben halen ze echter hetzelfde kunstje uit als alle andere planten, die wel blad hebben. Ze zetten zonneenergie om in suikers en stikstof en kooldioxide om in zuurstof. Dat doen ze dan bijna allemaal het gehele jaar door, omdat deze naalden of schubben vrijwel nooit in de winter afvallen. De meeste soorten doen trouwens wel aan een zogenaamde rui, maar dat gebeurt dan vaak in de zomer. In de maand augustus zie je de meeste naaldbomen en coniferen die vervanging en uitschoning ondergaan. De oude naalden en schubben hebben hun taak gedaan en zijn inmiddels vervangen door jonge exemplaren. Door weer en vooral wind worden de oude naalden en schubben vervolgens afgeschud. Jaar op jaar vormt deze vergane glorie voor een prima bedekking van de grondoppervlakte om de coniferen heen.

Door die bedekking wordt het water beter in de grond vastgehouden.

Dat systeem zit derhalve prima in elkaar. De naalden en schubben van de coniferen hebben nog een belangrijke eigenschap.

Ze verdampen als gevolg van hun geringe oppervlakte en structuur heel weinig water. Als gevolg daarvan zijn coniferen eigenlijk bij uitstek uitgerust om onder zeer moeilijke omstandigheden te kunnen overleven. Dat kunnen ze dus bij uitstek. Talloos zijn de plaatsen op aarde, waar bladhoudende bomen of struiken niet kunnen overleven vanwege de extreem moeilijke leefomstandigheden. Coniferen en naaldbomen lukt dat wel.

Toch zijn er binnen die groep coniferen toch nog wel wat uitzonderingen op de regel. Zo zijn er soorten, die in de winter toch hun naalden allemaal afschudden.

Er is zelfs een ondersoort, die in plaats van naalden of schubben een soort bladeren heeft. Dat is de Ginkgo, die zoals zovele soorten over is gebleven uit prehistorische tijden. De coniferen en naaldbomen hebben nog een bijzonderheid in zich. Ze kunnen door hun ingebakken zelfbeschermende eigenschappen verbazingwekkend oud en groot worden. Van sommige Sequoia soorten in Noord Amerika is een hoge leeftijd bekend. Ze zijn soms meer dan 3000 jaar oud! Over overleven gesproken!

Dit soort bomen wordt niet alleen oud, maar ook ontzagwekkend groot. De oudste exemplaren hebben soms een stamomtrek van meer dan 20 meter!

Door hun groeiwijze hebben sommige soorten een prima bruikbaarheid voor de mens in zich. Van veel soorten wordt dankbaar gebruik gemaakt in de houtindustrie en uiteindelijk in de bouw van huizen en andere onderkomens. Zelfs in de geneeskunde wordt o.a. van de Taxus gebruik gemaakt.

Uiteraard hebben coniferen echter voor de mens nog een heel groot nut. Dat is namelijk de uitstekende bruikbaarheid voor de aanleg van mooie en groenblijvende siertuinen. Van die mogelijkheid maakt de mens dankbaar gebruik. Vele soorten laten zich in jong stadium ook uitstekend modelleren, waarmee je vaak de leukste effecten kunt bewerkstelligen.

Over het algemeen vereisen coniferen in ieder geval een goed gedraineerde grond. Het liefst wat zanderig. In ieder geval niet al te zwaar van structuur.

Dat stelt bijvoorbeeld wat eisen bij de aanleg van een coniferentuin. Al te grote oppervlakte uitdroging is ook niet gewenst. In siertuinen kun je dat verbeteren

door de grond met bijvoorbeeld een mulchlaag te bedekken. Ook kun je om de bomen en struiken heen oppervlakkig wortelende planten plaatsen. Het gaat erom, dat het water grotendeels in de grond beschikbaar blijft en niet te snel verdampt door de zonnestraling.

Asparagus


Asparagusis de naam van een geslacht van planten in de aspergefamilie. Het geslacht telt een 120 tal soorten, allen uit de Oude Wereld. Veel soorten zijn in talloze landen in beide werelddelen geintroduceerd in gematigde en tropische gebieden.
Ze variëren van kruiden tot ietwat houtachtige klimplanten. Ze hebben afgeplatte stengels (phylloclades), die de functie van bladeren hebben overgenomen. Drie soorten, Asparagus officinalis, Asparagus schoberioides en Asparagus cochinchinensis) zijn tweehuizige soorten, d.w.z met de mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende exemplaren. Anderen zijn hermafrodiet.
Het best bekend is natuurlijk de groente asperge.
Andere soorten worden als sierplant gekweekt.
Sommige soorten zoals Asparagus setaceus hebben takken die op sporen lijken, hoewel ze dit niet zijn.
Ze worden vaak vanwege hun gebladerte als kamerplant gekweekt. Siersoorten zijn bijvoorbeeld Asparagus plumosus, Asparagus densiflorus, enAsparagus sprengerii.

Citoengras

Citoengras is een snelgroeiende, aromatische grassoort.
Door de uitgebreide wortelen kan de plant tot 150 cm.
groot worden.
Het gras heeft Azië als oorsprongen wordt vooral geteeld voor het destilleren van ontstekingswerende olieën.

Anthurium

Anthurium is een subtropische plant, temperaturen onder de 15°C en boven de 30°C dienen vermeden te worden. Voor een goede groei moet best een temperatuur van 19-21°C nagestreefd worden.,vermijd kou en temperatuurschommelingen. Houd de potgrond matig vochtig vooral in de groeiperiode, maar vermijd teveel water. Laat de potkluit niet uitdrogen.

Anthurium dankt zijn naam aan de bloeiwijze, die bestaat uit een schutblad en een kolf. deze wordt vergeleken met een staart, vandaar de Griekse naam 'anthos' (= bloei) en 'oura' (=staart). Het schutblad wordt vaak ten onrechte aanzien voor de bloem. De bloemetjes worden gevormd op de kolf.

Het verschil tussen de A.andreanum en A.scherzerianum bestaat erin dat de kolf bij A.scherzerianum gedraaid is. Het blad van A.scherzerianum is ook wat meer leerachtig dan het blad van A.andreanum

In de winter de plant een rustperiode van ongeveer 6 weken geven met een temperatuur van 15 graden C en weinig water. Deze rustperiode heeft de plant nodig om het seizoen erna weer een rijke bloei te geven. Om het jaar verpotten is voldoende.

Geschreven door bloemschikken om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Eindejaars 2005










Woensdag 21 december 2005
Een bloempje voor Nieuwjaar!



Eerst een stuk gaas van 75 cm x 11 cm tot op 10 cm na doormidden knippen.
Daarna bekleden we we voor dit bloemstuk een plankje, met mos -
hierop werd een met mos bekleed stukje oase opgezet,
daarna alles met draadvastzetten .
Vervolgens het gaas op het bemoste plankje vast nieten.
Aan de basis van het bloemstuk komt een groot bloemblad..
We gebruiken twee aparte soorten bloemen,en vullen alles op met een
eucalyptus , met 5 gele roosjes en 6 gerbera's en nog een takje hertshooi
metrood/groen achtige bolletjes eraan.
En tot slot alleseen beetje schikken in de richting van met het gaas .


Eucalyptus

De Eucalyptus komt van oorsprong uit Australië en Tasmanië.
Er bestaan ongeveer 500 soorten en nog steeds worden er soorten
of variaties ontdekt.
De Eucalyptus wordt onderverdeeld in een aantal groepen.
Er wordt geselecteerd op bast, bladvorm en groeiwijze
Over de bladvorm wil ik wat meer vertellen.
Bij sommige Eucalyptussen is er een verschil tussen jeugdblad (nieuw blad)
en volwassen blad.
Dat is opvallend; de meeste volwassen bladeren zijn langwerpig en
smal en het jeugdblad is het blad dat wij kennen vanuit de boeketjes;
rond en ovaal.
Bij een volwassen boom heb je dus twee soorten blad!!
De Eucalyptus behoudt immers zijn blad in de winter.
In Australíë en Tasmanië komen heel uiteenlopende temperaturen voor.
Zo heeft Australië voor een deel een sub-tropisch klimaat en een
groot deel is woestijn. In het zuiden en in Tasmanië komen wat minder
extreme temperaturen voor.
De Eucalyptussoorten die ik kweek komen uit Tasmanië en uit het
 zuiden van Australië.
De zaden worden gewonnen van bomen die op grote hoogte staan en
die flink wat vorst krijgen.
 De meeste mensen zien de Eucalyptus als een plant / boom die
geen vorst kan verdragen. I
k heb zelf een aantal Eucalyptussen die vorst tot - 20 C. kunnen
verdragen zonder bladschade op te lopen.
Hiernaast een foto van de winterharde Perriniana.
De laatste twintig jaar is ons klimaat aan het veranderen.
Dat merk je aan de zachtere winters, warmere zomers en relatief
weinig neerslag.
Bij zachte winters zal ook de plantengroei een verandering doormaken.
De Eucalyptussen die ik kweek kunnen milde tot strenge vorst verdragen.
Het probleem van invriezen zit in de bast of stam (vooral net boven de grond).
De stam bevriest en kan geen vocht meer naar boven transporteren.
De bladeren blijven verdampen en verdrogen letterlijk. Bescherming bij
vorst is alleen bij jonge boompjes nodig.
Wat stro en wat gaas rond het boompje of een ruime PVC buis brengen uitkomst.
Bij de oudere exemplaren volstaat wat compost bij de onderkant van de stam.
Als u geen plaats heeft voor een grote boom kan je de Eucalyptus
terugsnoeien of als kuipplant gebruiken.
Het planten van een Eucalyptus is nog belangrijker dan het beschermen.
 Je kunt de Eucalyptus het beste op de warmste en zonnigste plaats in
uw tuin planten. I
k heb soorten die ook in de schaduw willen staan.
Graaf een gat van ongeveer 40 bij 40 cm en ongeveer 50 cm diep.
Vul het gat met een mengsel van grind , potgrond en rivierzand.
Het zand en grind zorgen voor de goede drainage die essentieel is voor je boompje.

Gerbera's

Gerbera’s zijn gevoelig voor bacteriën, daarom worden de bloemen bij
kwekers direct na de oogst op water met een houdbaarheidsmiddel gezet.
Anders raken de stelen verstopt.
Op de veiling wordt het aantal bacteriën per gram steelgewicht
stelselmatig gecontroleerd.
De groothandel kan dozen met gerbera's het beste ondersteboven bewaren.
 Dit om kromme stengels te voorkomen.
De optimale bewaartemperatuur is 2 tot 8°C. Het is raadzaam vooraf de dozen
op botrytis te controleren, een schimmelaantasting die razendsnel kan uitbreiden.
De bloemist kan de bloemen het beste direct op water zetten.
Eventueel aanwezige hieltjes kunnen beter worden verwijderd, omdat ze
de wateropname belemmeren.
Ze zijn te herkennen als verdikte en donker gekleurde delen aan de
uiteinden van de stelen.
Laat de bloemen minimaal 4 uur water opnemen.
Voeg enkele druppels chloor aan het water toe om bacteriegroei te remmen.
Als de stelen hard zijn, kunnen de bloemen worden verwerkt.
Mochten de stelen onvoldoende water hebben opgenomen,
dan kunnen de bloemen beter op draad worden verwerkt.

Als consumenten kan men best enkele centimeters van de stelen af te snijden
 en ze in een dun laagje water met een houdbaarheidsmiddel te zetten.
Dan gaan ze het langst mee.
Gerbera's zijn het hele jaar te verkrijgbaar, met een aanvoerpiek in het voorjaar.
De gerbera is genoemd naar Traugott Gerber, een Duitse arts die vooral
op het Deense schiereiland Jutland veel planten heeft verzameld.
Gerbera jamesonii is de 'godfather' van de huidige rassen.
De soortnaam verwijst naar de plantenverzamelaar Jameson,
die de gerbera in Transvaal (Zuid-Afrika) heeft ontdekt.


Hertshooi

In het wild groeiende hertshooi (Hypericum) komt in veel milieus voor:
het groeit in het water, op matig vochtige gronden en op puur droge gronden.
Het zijn geen planten van een en dezelfde soort.
Elk milieu kent een of meer soorten die daar geschikt voor zijn.
Zonder uitvoerig stil te staan bij al die soorten, komt Hypericum perforatum
het meest voor.
 Het is een (wilde) plant, die op droge grond groeit.
Van dit hertshooi of Sint Janskruid wordt tinctuur van blad en stengels getrokken.
Alle hertshooisoorten hebben klieren die voornamelijk in de bladeren zitten
en die een bepaalde stof afscheiden.
De tinctuur wordt gebruikt tegen onder andere ischias, zenuwaandoeningen
en brandwonden en is vaak een toegevoegde stof bij antidepressiva.
 Vrijwel alle dieren die hun voedsel in de wildernis zoeken,
mijden hertshooi vanwege deze stof.

Hypericum calycinum is een goede bodembedekkende plant

Als bodembedekkende kruidachtige plant is Hypericum calycinum het meest geschikt. Hypericum 'Hidcote', Hypericum inodorum, Hypericum mooserianum en Hypericum adrosaemum zijn struiken die als groep of als solitair zijn aan te bevelen. Van deze soorten bestaan ook weer diverse cultuurvariëteiten.

Hypericum calycinum is groen blijvend en wordt niet hoger dan dertig centimeter. Het blad is donkergroen met een blauwe zweem erover. De soort groeit ook goed in een schaduwrijke situatie.

Plant deze Hypericum bij voorkeur op een humusrijke grond. Op (vochtige) klei doen ze het ook heel goed. Een waarschuwing: slakken houden zich graag schuil onder dit hertshooi, maar ze eten er niet van.

De bloemen hebben opvallende bundels meeldraden.

In de herfst kleuren de bessen van rood naar zwart .

Hypericum adrosaemum is een halfheester.
De stengels van de plant verhouten naarmate het seizoen vordert.
In het najaar moeten de stengels bij de grond worden afgeknipt.
Dit karweitje dat elk jaar terugkeert, wordt ruimschoots goedgemaakt
door de sierwaarde van dit struikje.
De bladeren van deze soort staan kruisgewijs tegenover elkaar.
Het geeft het sierlijke effect aan de stengels.
De bloemen staan op de toppen van de stengels.
Ze zijn maar drie à vier cm groot, maar de lange meeldraden stelen de show;
het zijn net verstijfde wimpers.
Hypericum androsaemum (andros = man, mens - haima = bloed) bloeit
van begin juni tot eind september.
De struik wordt tot ongeveer één meter hoog.

Het blad verkleurt in de herfst opvallend naar een diep koperkleurige tint.
Dan ook is het de tijd dat de bes van rood naar diepzwart kleurt.
Zowel met bloem en in bes leent deze hertshooi zich uitstekend om in
boeketten te worden gestoken.
Al met al een struikje dat zeer de moeite waard is.
Het is een gezonde plant.
Ziekten en aantastingen komen er nauwelijks op voor..

Geschreven door bloemschikken om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Bloemschikken

↑ Terug naar de berichten