Zondag 26 maart 2006
O.L.Vrouw van Smarten (2)

In de zeventiende eeuw verschenen er ook de zogeheten pestboekjes. Boekjes die van hogerhand uitgegeven werden en richtlijnen gaven aan de burgers hoe zij zich best konden beschermen tegen de pest. Daar stond bijvoorbeeld in dat men riekende kruiden en takken moest branden, men veel peper en kruidnagel in het eten moest doen, veel moest slapen en weinig drinken. Als men dronk dan bloed bijvoorbeeld of oude wijn, maar dan liefst met kleine slokjes. Mocht men niet eten: geen vis, vloeibaar voedsel, geen vers varkensvlees, geen runds- of schapenvlees, geen vet. Tsja, wat schoot er dan nog over? Mocht men ook niet eten: vogels. Tiens, de geschiedenis herhaalt zich! We zijn veel beter geïnformeerd dan vroeger. We weten dat de vogelpest nog niet eens in ons land aangetroffen is, zelfs nog niet bij de wilde vogels en kijk: op slag laten veel mensen het al om gevogelte te eten.Er werden ook Hallegeboden uitgevaardigd. Het woord zegt het zelf, het waren geboden aan de bevolking. Zo moesten bijvoorbeeld alle dwalende honden afgeslacht worden. Er werden hondenslagers aangesteld en die konden elk tot zelfs 1000 honden per jaar afslachten. Besmette huizen kregen een kenteken. De zieken mochten alleen buiten van 5u \'s avonds tot 7u \'s morgens. Uitgeweken stadsgenoten werden teruggeroepen. Scholen werden gesloten. Er mochten ook geen vergaderingen meer doorgaan. Een recept tegen de ziekte van de apotheker Martin Lampsis werd door de stad op vele exemplaren gedrukt en aan de bevolking verspreid. Het klooster van de broeders Cellieten in de Kathelijnestraat deed dienst als voorlopig kerkhof. Aan het Sint-Janshospitaal moest de mest van alle pestlijders samengebracht worden. Enz., enz.
Geschreven door Bruggeblog om 15:09
Stuur door



















