
De vorige vier artikels over het Grootseminarie verschenen op mijn blog op 20 december 2006. Het wordt hoog tijd dat ik hierover verder vertel. Maar in de tussentijd heb ik nog wat verder opgezocht en zo krijgt u van mij enkele interessante weetjes over dit Grootseminarie en voormalige Duinenabdij.
Zoals de benaming Grootseminarie het aanduidt: dit complex is, zeker vergeleken met de omliggende huizen, in geen geval klein te noemen. 400 jaar geleden was dat nog eventjes anders. Toen stond er niks van wat u nu ziet. Alleen achteraan was er een toevluchtshuis van de cisterciënzers van de abdij Ter Doest (Lissewege). Die abdij bezat veel polderland maar dat was al herhaaldelijke keren overstroomd. En dan werd de abdij in 1571 door de geuzen verwoest. In de streek was er nog een tweede cisterziënzerabdij, namelijk die van Ter Duinen in Koksijde. Vooral in de 13de eeuw kende die abdij een bloeitijd. Er waren toen bijvoorbeeld 120 monniken en 248 lekenbroeders. Bovendien hadden zij 10.000 ha polderland in de Westhoek maar ook in Zeeland. Zij waren in die tijd de grootste producent en handelaar van wol in de streek. Omtrent 1600 keken die van Ter Duinen uit naar een andere verblijfplaats. Het werd uiteindelijk Brugge, omdat men het hier veiliger achtte, omdat het ook dichter lag bij het noordelijke landgoed en omdat hun abten zelf hier in Brugge al sinds eeuwen hun vaste verblijfplaats hadden.
Op 20 november 1624 sloot hun toenmalige abt Bernard Capmans (1623-1642) een overeenkomst met de bisschop waardoor Ter Doest met al zijn bezittingen aan de Duinenabdij geschonken werd voor een jaarlijkse rente van 6800 gulden. In die overeenkomst stond ook dat de abdij van Ter Doest hersteld moest worden. Dat is uiteindelijk nooit gebeurd. Wat er uiteindelijk nog van rest is die indrukwekkende schuur in Lissewege.
Op 3 mei 1627 trokken 50 cisterciënzers van Ter Duinen hier langs de Potterierei in in de voormalige refuge van die van Ter Doest.
In het begin van de 17de eeuw kwam er een heropleving van de kloosterorden, ook bij de cisterciënzers die vooral niet wilden onderdoen voor de jezuieten in Brugge die bijvoorbeeld de prachtige Walburgakerk bouwden. Tussen 1628 en 1642 werd de refuge uitgebouwd tot een echte abdij en ruim honderd jaar later begon men aan de bouw van de monumentale kerk in classicistische stijl. Het resultaat van al dat bouwen zien we nu nog altijd.
1 reactie op dit bericht
Ter Doest