
Keren we nog eens terug naar het grootseminarie en naar dat handschrift dat zich in de bibliotheek bevindt en een kopie is van Boccaccio's "genealogia deorum gentilium". Giovanni Boccaccio zelf (bekend natuurlijk door zijn 'Decamerone') werkte er 20 jaar aan. Niet dat hij al die jaren uitsluitend hieraan werkte, maar het geeft toch een idee van het arbeidsintensieve van het schrijven in die tijd, en het werk wordt beschouwd als een der belangrijkste bijdragen van Boccaccio tot het humanisme . De kopiist die dit exemplaar dat hier voor ons ligt maakte deed er ongeveer 10 jaar over. Omdat het allemaal al zo lang geleden is en kopiisten uit die tijd meestal naamloos werkten is de naam van de maker van dit handschrift onbekend. Wel wordt vermoed dat hij beïnvloed geweest is door
Lieven Van Lathem, een nobel artiest die in 1468 - 1469 tijdelijk in Brugge werkzaam was. Ook is geweten dat hij contacten had en samenwerkte met o.a. de meester van Margaretha van York, de meester van het getijdenboek van Dresden en de meester van Antoon van Bourgondië. Met de laatste twee boekverluchters werkte hij alleszins samen aan een kopie van het werk van Valerius Maximus waarvan de
illustratie van de badstoof te zien is in het kastje in de Stoofstraat. De werken van die meester van Antoon van Bourgondië, die waarschijnlijk een en dezelfde persoon was als
Philippe de Mazerolles, werden gekenmerkt door een open architectuurstructuur met vooral foutieve perspectieven, gedetailleerde landschappen en een overvloed aan personages die er meestal klein uitzien in verhouding tot de ruimte waarin ze zich bevinden. Dit is allemaal ook terug te vinden in deze illustratie.