
\'Bonne Chiere\' komt van het Frans en het verwijst naar het \'goede leven\'. Ook deze molen is niet van oorsprong Brugs. Hij kwam hier in 1911 ter vervanging van de vorige molen met dezelfde naam die op 21 november 1904 omver gewaaid was. De Gazette van Brugge van twee dagen later berichtte over dit voorval:
\"Zaterdag namiddag had een zeer spijtig ongeval plaats, dat als door een wonder geen persoonlijke ongelukken voor gevolg had. Een der twee eeuwenoude windmolens, die nog op de Sinte-Kruisvest staan en door het schilderachtig uitzicht, dat zij aldaar aan de stadsvesting geven, de bewondering opwekten der menigvuldige vreemdelingen, welke onze stad komen bezoeken, is omgewaaid en in puin en splinters geslagen.
Dit gebeurde rond 3 ure, wanneer een felle wind uit het westen waaide. Daar er veel te malen viel, had de mulder van den eersten molen tegen de Kruispoort, zijne zeilen gespannen, nogtans uit voorzichtigheid een gedeelte van het doek opgerold latend. Eensklaps vatte een sterke rukwind den molen aan en de vrouw van een plantenkweeker die in de nabijheid woont, zag het gevaarte als een bedronkene wankelen op zijne spil en dan, half, omdraaiend, plotseling omverre storten. De spil waarop gansch de molen rust, was middendoor gebroken juist bij den vloer van den molen. De kap vloog de water in der Gentsche vaart. De molenwieken gingen dezelfde weg in en werden op den oever en op den kant van den molenwal verbrijzeld. Zoo hevig was hun val dat een der pestels, die nauwelijks nieuw was, en gansch in ijzer gemaakt, als een stroohalm gebroken werd. Het bovenste molenwerk, de groote houten wielen, kwamen op de wandelweg nevens den molenwal terecht, te zamen met een groot gedeelte van de verbrijzelde kas des molens. Het overige, ook gansch vernield bleef nog op het vlak, evenals de plettersteenen en eene menigte zakken meel en graan.
Daar vonden ook de lieden, die eerst kwamen toegesneld eenen man liggen, die om hulpe riep. Het was een oude molenaar, Jan Clicteur, 71 jaar die gedurende een korte afwezigheid van den pachter des molens, aldaar bezig was. De man lag op een hoop zakken, onder eenen balk, die hem beschermde en wanneer men hem uit zijnen hachelijken toestand trok, bestatigde men dat hij maar eenige kneuzingen bekomen had en dat hij maar licht gewond was aan het hoofd en gelaat.
Het is als bij mirakel dat Jan Clicteur aan de dood ontsnapt is. Treffende bijzonderheden, men vond hem liggen nevens het half gebroken kruisbeeld dat in den molen had gehangen. [...]
De oude molenaar Jan Clicteur was gauw weer op de been en jammerde om den verbrijzelden molen. Hij verklaarde dat hij wanneer de molen vie, door eene wolke van bloem omgeven werd, en eerst niet beseffen kon wat er met hem gebeurde.\"