steenzadel

Sommige wielrenners houden van een hard zadel.Op de foto een granieten zadel in één stuk gehouwen.
Na 5.000 km ben je het gewoon om erop te zitten.
steenzadel
Sommige wielrenners houden van een hard zadel.
Pools voor beginners

| Hallo | Cześć | Tot ziens | Do widzenia | |
| Dank je wel | Dziękuję | Twintig | Dwadzieścia | |
| Hoe gaat het met je? | Jak się masz? | Waar woon je? | Gdzie mieszkasz? | |
| Hoe laat is het? | Która godzina? | Gelukkig nieuwjaar! | Szczęśliwego Nowego Roku! | |
| Goedemorgen | Dzień dobry | Ontbijt | Śniadanie | |
| Ja - Nee | Tak - Nie | Het sneeuwt! | Pada śnieg! |
Roland kent al wat Russisch
Intussen leer ik ook al wat Russisch. zdrastvoitie ,otsjen priatna, hoe maakt u het aangename kennismaking, aangepast aan ons alfabet.
foto van paul
deelnemer Paul Viaene
Waterdichte fietsverlichting
Ik fiets dikwijls en graag in het donker. Als je een topfietsverlichting hebt tenminste.
Dag 10
We verlaten de hoofdstad voor een wat korte rit richting Siedlce.
Klimmen in Limburg
|
|
|
goedkoop bellen van uit het buitenland
Gratis bellen van computer naar computer
Tegenwoordig kun je gratis bellen via internet. Dit wordt heel gemakkelijk mogelijk gemaakt met een programma als Skype of MSN. Dit programma moet natuurlijk wel geïnstalleerd zijn op de computer. Om naar een andere computer te kunnen bellen, moet die andere computer ook het Skype programma hebben geïnstalleerd. De meeste internetcafe's hebben één van deze programma's wel geïnstalleerd. En anders kun je het programma zelf downloaden en installeren. Als het internetcafé geen koptelefoon met microfoontje heeft kun je er zelf één kopen vanaf zo'n 15 euro.
Goedkoop bellen van computer naar mobiele en vaste telefoon
Heel interessant is de optie van Skype om ook naar vaste nummers of mobiele nummers te bellen. De thuisblijvers kunnen telefoneren naar de mobiel van de vakantieganger of andersom. Dit tegen lokale (!) belkosten. Je creëert hiervoor eerst een krediet door geld naar Skype over te maken. Dit krediet loopt af na ieder telefoontje (naar een vast of mobiel nummer). Eenmaal een account aangemaakt (met of zonder krediet), kun je daar overal ter wereld gebruik van maken. Als het programma is geïnstalleerd natuurlijk.
Mobiel bellen in het buitenland
Als in in het buitenland je eigen GSM gebruikt betaal je de gesprekskosten van iemand die je belt vanaf de Nederlandse grens zelf. Ook bellen in je vakantieland naar je reisgenoten kan duur uitvallen. Je kunt echter ook in je vakantieland tegen lokaal tarief bellen.
Als je goedkoop mobiel wilt bellen moet tijdens je vakantie een lokaal telefoonnumer aanschaffen. Je kunt dan in het land zelf bellen tegen lokaal tarief. En als mensen jou vanuit Nederland willen bereiken dan betaal je niet de kosten vanaf de Nederlandse grens tot het land waar je verblijft. Je moet dan in het vakantieland simpelweg je sim-kaartje van thuis vervangen door een lokaal sim-kaartje. Meestal zit hier al wat beltegoed bij. Dit is voor iedere backpacker of budget reiziger die langer dan een week reist een aanrader.
Je koopt zo'n sim-kaart met nieuw telefoonnummer in de meeste landen vanaf 5 euro in bijvoorbeeld tijdschriftenwinkeltjes of mobiele telefoonwinkels. Vaak zijn deze simkaarten alleen in de grotere steden verkrijgbaar. Het beltegoed opwaarderen via een telefoonkaart kan bijna overal. Dat gaat net zo als in Nederland of België. Controleer wel even vooraf of je mobieltje sim-lock vrij te maken is.
Door de maatregelen tegen terroristische aanvallen is het in sommige landen de laatste jaren moeilijk om een simkaart te kopen als je er geen woonadres hebt.
fiets op de trein
http://www.b-rail.be/nat/N/practical/petsbikesbags/biketransport/index.php
Negen redenen om géén helm te dragen
En zeg nu zelf: met de huidige "generatie" helmen zijn toch alle negen tegenargumenten drogredenen! Immers, de tegenwoordige helmen zijn: licht, fraai vormgegeven en betaalbaar. De warmte wordt goed afgevoerd en via de luchtsleuven speelt de wind door uw haar. Dat hoort allemaal bij het fietsen. |
wieleruitrusting

Het begint met de helm. Op de weg zie je dat vooral mannen van middelbare leeftijd helemaal niet vinden dat het begint met de helm – maar het begint met de helm. Wie op een racefiets zit, valt. Wie net begint, valt omdat het een handigheidje is de schoenen uit de klikpedalen te draaien, en dat handigheidje pas na minstens een keer vallen een automatisme wordt. Wie al langer fietst, valt in een groep doordat hij op zijn fietscomputer kijkt in plaats van naar de voorganger, in een afdaling door grind op de weg, een klapband of een stuurfout en op straat bij het stoplicht door rare manoeuvres van brommers of auto’s.
Dus het begint met de helm. Een gebroken arm is pijnlijk, lastig en vervelend, een gebarsten schedel veel meer dan dat.
Je hebt al een goede helm voor een paar tientjes, maar het kan veel duurder. Hoe meer gaten, hoe comfortabeler, hoe lichter, hoe duurder.
Na de helm komen de schoenen. Toeclips, de riempjes waarmee je je schoenen aan de pedalen kunt sjorren, bestaan nog wel, maar de moderne fietser heeft klikpedalen en in de zolen plaatjes die in die pedalen worden vastgeklikt. Kleine plaatjes (spd-systeem) waarmee je nog kunt lopen, of grote (bijvoorbeeld Look) waarmee je zodra je van je fietst stapt, staat te waggelen als een pinguïn. Wie alleen maar heel lang en heel hard wil fietsen, neemt de grote, die de druk het beste verdelen. Wie ook wel eens wil afstappen om ergens onderweg een kerkje, een ommuurd stadje of een kasteel te bekijken, is meer gebaat bij spd.
Pas na de helm en de schoenen is de kleding aan de beurt. Wie geld teveel heeft, kan zich helemaal dol kopen: kledingfabrikant Assos geeft op zijn site (www.assos.com) voorbeelden van wat je kunt aantrekken en onderscheidt daarbij maar liefst acht seizoenen, waaronder de vroege herfst, ‘winter plus’ en het heetst van de zomer – waarbij uiteraard de kleding voor herfst en lente niet dezelfde is. Wie op die manier koopt, geeft makkelijk meer aan kleding uit dan aan de fiets waarvoor ze is bedoeld.
Doe het met minder als je net begint en koop, behalve de helm en de schoenen, in elk geval een koersbroek met zeem en korte pijpen. Twintig jaar geleden was dat zeem echt zeem, dat hard werd van het wassen en dat je soepel hield door het in te smeren met uiervet. Nu zijn er zemen van speciaal ontwikkelde, snel drogende materialen die ertegen kunnen om vaak te worden gewassen, maar de functie is gelijk: ze houden je droog en voorkomen irritatie van het zitten op het smalle, harde zadel. Daarom ook draag je een koersbroek zonder onderbroek met hinderlijke naden, en nee, dat is niet vies. Wel wassen natuurlijk, na elke tocht. Koop een tweede exemplaar voor meerdaagse (kampeer)tochten.
Koop een fietsbroek niet via internet, maar pas hem in de winkel. Er is een groot verschil in pasvorm, een net iets smallere of dikkere zeem van een ander merk of model kan heel erg veel beter zitten. Fietskleren, en dus ook fietsbroeken, moeten strak zitten, maar mogen niet knellen. Mannen dragen graag broeken met bretels, die niet van de heupen zakken, voor vrouwen zijn die af te raden, tenzij je iemand bent die uren zonder plaspauze kan.
Fietsbroeken staan alleen jonge, op het magere af slanke mannen enigszins, dus je hoeft niet te zoeken naar iets waarin je er leuk uitziet.
Een fietsshirt – voor vrouwen eerst nog een sportbh – is de volgende aanschaf. Je kunt, zeker in de zomer, ook in een T-shirt fietsen, maar speciale sportkleding voert het zweet veel beter af. Fietsshirts zijn wat langer aan de achterkant, zodat je rug niet koud wordt als je voorovergebogen op je racefiets zit, en ze hebben zakken.
Kledingfabrikanten verkeren in de merkwaardige vooronderstelling dat fietskleding wel elegant kan zijn en willen daarom voor vrouwen nog wel eens shirts maken met slechts een minizakje met een ritsje waar je nog geen lippenstift in kwijt kan, en die wilde je toch al niet meenemen. Een praktisch shirt heeft drie diepe zakken, waar essentialia in passen als geld, identiteitsbewijs, banaan, mueslireep, boterham en zelfs een regenjasje.
Voor vrouwen zijn shirts te koop met bloemetjes, of roze shirts of topjes waarmee je je normaal gesproken niet op de openbare weg zou durven vertonen – dat is een kwestie van smaak. Roze, wit en soortgelijke kleuren kunnen, vooral bij fietsbroeken, spectaculair doorschijnend zijn.
Met helm, schoenen, broek en shirt kun je in de zomer de weg al op. Weersta, als (middelbare) man op vakantie, de verleiding je shirt uit te trekken. Val je in een afdaling dan ben je één grote schaafwond.
Fietshandschoentjes zijn niet per se nodig, maar wel erg lekker. En ze beschermen je handen bij een valpartij. Koop ze liever wat strakker dan wat wijder, want ze rekken uit. Een gewone zonnebril kan, maar een fietsbril zit beter. Een bril is sowieso prettig om je ogen te beschermen tegen insecten, ze zijn ook te koop met ongekleurde glazen, of met verwisselbare glazen (donkere en lichte).
Ben je er zeker van dat fietsen leuk is, dat je het vaak gaat doen, ook in slechtere weersomstandigheden, dan kun je je garderobe aanvullen. Met zweetshirts bijvoorbeeld, die je onder je fietsshirt draagt en het vocht snel afvoeren. Je hebt ze van singlets in netstof voor de volle zomer, tot warme met lange mouwen en een colletje voor het koudst van de winter. Vooral in de zomer zijn ze niet per se nodig, het hangt er ook een beetje van af of je veel zweet. Sokken kun je ook kopen in de hele range: van de dunste, voeten koel houdende voor de zomer, tot de warmste voor de winter. Ze zijn stinkend duur, en met anklets van de Hema gaat het net zo goed.
Losse armstukken zijn fijn voor afdalingen als je in de zomer in de bergen fietst, of als het in de lente of herfst koud is bij vertrek, maar de temperatuur gaandeweg de dag oploopt. Je kunt ze uitdoen en in je achterzak stoppen. Losse beenstukken bestaan ook, maar een driekwartsbroek is prettiger. Arm- en beenstukken kunnen een beetje knellen, en hoe minder je kleding knelt, hoe beter. Voor afdalingen in de zomer kun je speciale windstoppers kopen, maar een regenjasje (mits strak, anders klapper je weg) voldoet net zo goed.
Als het nog iets kouder wordt, draag je die driekwartsbroek en een shirt met lange mouwen. Onder een graad of 16, 17 fiets je beter niet meer in een korte broek, de spieren moeten lekker warm blijven. Maar kleed je ook niet te warm aan, dat is nog onprettiger dan te koud. Werk dus met laagjes en trek iets uit als dat nodig is.
In de winter heb je behoefte aan het totale pakket: zweetshirt met lange mouwen en eventueel een col, fietsshirt met lange mouwen, een winddicht maar ademend jack (duur, maar de investering meer dan waard), handschoenen, een broek met lange pijpen die je draagt over je korte broek met zeem, en een mutsje voor onder de helm. Je kunt winterschoenen kopen, maar overschoenen van neopreen werken tot een paar graden onder nul ook heel goed – mits je niet te belachelijk ver fietst.
Dag 9 Warschau
http://www.booking.com/hotel/pl/hotelhetmanwarsaw.html?aid=325585&label=tripadfac-pl-87100&lang=en & # scs
op blote voeten
Van als dat het weer het toelaat fiets ik steenvast op blote voeten.
Even voorstellen Jos Dewolfs
Dewolfs Jos - Wangestraat 24 - 3400 Landen
Dag 8
Dag 8 brengt ons naar Kutno.
Fietsverlichting

De langafstandsfietser rijdt 's nachts door. Afhankelijk van het startmoment, maar zeker een 400 en 600 km tocht betekent dat de dag wordt ingeruild voor het onbekende van de nacht. Voor de een is een spannende fase, koud, alleen, donker, nat. De ander geniet van de stilte en de frisse lucht en trapt heerlijk door in de rust van de nacht.
De ene keer zit het mee, volle maan helpt je je op de weg te houden. Een andere keer is het pikkedonker en vraag je je af waar je zit. Om toch door te kunnen gaan, en bijv. bij PBP is het een verplichte keuze, heb je goede verlichting nodig.
Verlichting: de een weet het niet, de ander weet alles maar komt er toch niet goed uit, alle s al geprobeerd...
Het mooiste zou natuurlijk zijn dat de verlichting spotgoedkoop is, een zee aan licht produceert, geen onderhoud nodig heeft, niets weegt, en geen trapenergie kost. Helaas is dit niet zo. Elke fietser zal zeker wat moeten betalen voor een betrouwbare set verlichting. Ook kom je er achter dat hoe goed het ook is, hoe dik je draden en verbindingen ook zijn: opeens doet het het niet meer! Tevens geldt dat als je alles uit je benen haalt, je best wel wat energie kwijt bent. Kies je voor batterijen of accu''s dan zullen die tocht de heuvels over gefietst moeten worden.
Er zijn drie typen verlichtingsbronnen te onderkennen die geschikt zijn voor de langeafstandsfietser.
- Naafdynamo
- Batterij (gewoon of oplaadbare)
- Accu
Daarnaast zijn er nu de volgende typen lampen.
- Standaard ("bolletje"). Laag rendement, goedkoop, eenvoudig.
- Halogeen. Meer licht, hoger rendement. Gevoelig voor overspanning
- LED. Opkomend type lampje. Rendement is stijgende en prijs is dalende. Niet met elk type
Het achterlicht is voor de meeste fietsers geen probleem. De lichtgewicht knipperende ledjes die je aan je frame of helm kan klikken zijn voldoende. Goedkoop, betrouwbaar, goed zichtbaar.
Het vooraanzicht wordt iets lastiger. Wat is nou de juiste combinatie van verlichtingsbron en lamp? Hierover willen we de ervaringsdeskundigen het woord laten voeren. Hier komen we op terug!
Aanrader: Schmidt Original Naafdynamo (SON), mooi, degelijk en door mezelf al enkele jaren goed bevonden.
100 per uur

100 per uur met de fiets...........op de snelweg, wat een kieken.
http://www.youtube.com/watch?v=dM5MC86LFDo&feature=related
opstaan om 3:00 uur 's morgens
Een paar jaar geleden in het verste hoekje van de Ardennen in een hotelletje te Virton.
Dag 7
Vandaag dag 7 van onze fietstrip. 160 km door het verlaten platteland naar Poznan.Inwoners van Poznań zijn zeer trots op hun koninklijke banden en de ruim 1000- jarige geschiedenis van de stad. De bezichtiging van de stad kan men het beste bij het oude stadsdeel laten beginnen – het Ostrów Tumski met de kathedraal. In het verleden stond hier ook het kasteel van de prins Mieszko I en zijn zoon Bolesław Chrobry die in 1025 tot de eerste koning van Polen werd gekroond. In de Gouden Kapel van de kathedraal ziet men hun sarcofagen. De eerste kerk op het eiland werd gebouwd in 968, twee jaar na de symbolische kerstening van Polen – waardoor het land binnen de invloeden van de Latijnse beschaving kwam te staan. Tijdens een wandeling door het eiland is het aan te bevelen het Archidieceesmuseum te bezoeken. Behalve gouden kelken en monstransen uit verschillende kerken van Grootpolen, treft u daar een collectie schilderijen van Leon Wyczółkowski en het enige doek van Anton van Dijck dat Polen rijk is. Er is ook een galerie van Middeleeuwse beeldhouwkunst.
In het centrum van Poznań bevindt zich de Oude Markt (Stary Rynek), met in het midden het Renaissance stadhuis. Thans is hier het Museum van de Geschiedenis van de Stad Poznań gehuisvest. Het museum beschikt over een verzameling documenten en oude dagelijkse gebruiksvoorwerpen. Iedere dag om 12 uur kunt u op de stadhuistoren twee metalen bokjes zien die elkaar 12 keer met de horens slaan – een must voor alle excursies naar Poznań. Men mag ook het Koninklijk Kasteel naast de Markt niet vergeten.
In het vele malen verbouwde Koninklijk Kasteel – de zetel van Przemysław II, de laatste Poolse koning die vanuit Poznań regeerde – bevindt zich, in een gedeelte dat na de oorlog werd gereconstrueerd, het Museum van Toegepaste Kunst. Vanuit de Oude Markt is het niet ver naar het imposante gebouw van de parochiekerk die niet alleen voor haar interieur, maar ook voor het historische orgel de moeite van het bezichtigen waard is. De stad staat bekend om orgelmuziek en om jongenskoren, zoals bijvoorbeeld de “Poolse Nachtegalen.
Ons hotel kan je hier zien:
http://www.booking.com/hotel/pl/m2poznan.nl.html?aid=311093;label=hotel-87153-pl-R9whrOQ4BoEwjSNqXMDJ*QS676876644;ws=&gclid=CLikhs6g4J4CFVUK3godj3thNA