290 IV Groeten, bier, ijsjes
IV Groeten, bier en ijsjes
1 Zijn dat …
2 Neen, mijnheer, dat zijn ze niet
3 Ja, dat zijn z
4 Zij zitten op het terras
5 O, ja, dat zijn ze
6 Hoe gaat het ?
7 Oef, wat is het warm
8 Wij zijn in de zomer, vriend
9 Ja, wij zijn in Madrid
10 Hoe gaat het met de kinderen
11 Goed, dank u
12 Zij zijn in Malaga
13 met mijn ouders
14 Ober
15 Wat wenst u meneer ?
16 Een ijsje en twee bieren
17 Een ijsje en twee bieren
18 Waar zijn mijn cerillas
19 Kijk, zij liggen op de grond
20 Een ijsje en twee bieren
21 Zij zijn heel fris,eh
22 Hoe gaat het
23 Goed, dank u
24 Goed,…wat is het warm
25 De kinderen zijn in Malaga
26 bij mijn ouders
27 Jullie zij hier
28 en zij zijn ginder
29 Wat doen jullie
30 Wij schrijven naar mama
31 Met hoeveel zijn jullie, oma
32 Wij zijn met tien
33 Waar zijn de kinderen ?
34 Zij zijn in de tuin
35 Waar zijn jullie ?
36 Wij zijn hier, in de tuin
37 Wij zijn in Malaga
38 Ja, wij zijn met onze grootouders
39 Wat doen jullie ?
40 Wij schrijven naar mama
41 Waar zijn de kinderen ?
42 Zij zijn in de tuin
43 Zijn jullie in de tuin ?
44 Ja, dar zijn we
45 Zijn jullie goed, daar ?
mijnheer
mevrouw
ober
oma
opa
postbode

