Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Zomerklokje

Het "Zomerklokje" (Leucojum aestivum) is wel een vroege bloeier, namelijk van april tot juni. Het groeit in moerassige weilanden die soms wel heel nat staan (b.v. overstromingsgebieden). Het is een zeldzame plant geworden omdat het zo nat moet staan om goed te bloeien, staat op de rode lijst en is ook beschermd! De bloemdekslippen zijn wit en hebben een mooie groene vlek zoals we ook het "Sneeuwklokje" kennen. De plant wordt wel tamelijk hoog, van 30 tot 60 cm! In "bijlage" nog een opname van de ganse plant om een idee te geven.
Akkermelkdistel

De "Akkermelkdistel" (Sonchus arvensis) is te vinden op vochtige voedselrijke vaak omgewerkte grond. Zoals zijn naam doet vermoeden komt er "melk" (wit sap) uit de stengel als men deze kneust of breekt. De bloem is wel prachtig goud- tot iets oranje-geel. Ook wel bijzonder zijn de "klierharen" rond de bloemhoofdjes en op de stengel bovenaan! De "klieren zijn ook gelig! Hier met zicht op de bloem zijn deze niet goed te zien maar in "bijlage" namen we wel een foto die deze "klierharen toont!
Hertshoornweegbree

"Hertshoornweegbree" (Plantago coronopus) komt bij ons niet zo veel voor. Het groeit vooral op matig voedselrijke en zilte grond. Maar blijkbaar komt hij toch voor en moet dit toegeschreven worden aan het met zout strooien van onze wegen in de winter. We krijgen hier en daar dus een ander biotoop! Deze vonden we juist ook naast een weg . Andere weegbree's zijn ons meer bekend zoals de Smalle- en de Grote weegbree die ook nogal langs onze wegen te vinden zijn. De bladeren (veerspletig of dubbel veerspletig) die we hier goed van bovenop zien, zien er uit als een "Hersthoorn" (hoorn van een hert) de naam is dus wel mooi gekozen! De aarstelen zijn rolrond en zijn wat te vergelijken met andere weegbree's. In "bijlage" laten we een "Hertshoornweegbree" zien met vooral de cilindrische aren op steeltjes.
Moerashertshooi

Dit plantje, het "Moerashertshooi" (Hypericum elodes) is ook een bewoner van soms droogvallende, matig voedselarme grond soms ook in ondiep water. Hier is de stengel opstijgend met bladen die zittend staan en eirond tot cirkelrond zijn. De bloeiwijze is weinigbloemig , okselstandig of schijnbaar eindelings zoals hier op dit voorbeeld. Het behoort tot dezelfde familie als het "Sint-Janskruid" dat ons beter bekend is en dat ook gele bloemen heeft. Deze plant is echter zeer zeldzaam en behoort tot de "Rode lijst"!
Ronde Zonnedauw

De "Ronde zonnedauw" (Drosera rotundifolia) is een tweede soort naast de "Kleine zonnedauw" van deze familie die we bij ons kunnen vinden. De bladen zijn meer uitgespreid en de bladschijf is practisch rond. ook hier natuurlijk bezet met kleverige klierhaartjes om insecten te kunnen vangen om aan zijn stikstof tekort te kunnen verhelpen. Hij komt ook voor op open,natte,zure heidegrond en tussen veenmos in veenmos in hoogveen en veenmosrietlanden. Deze familie is een beschermde soort als "insectenetend plantje". In "bijlage" nog een meer close opname van zo'n blaadje met de klierweefsel bevattende haartjes.
Oranje zandoogje

Het "Oranje zandoogje" (Pyronia tithiones) is hier wel het slachtoffer geworden van de "Kleine zonnedauw" (Drosera intermedia). De "Kleine zonnedauw" groeit op stikstofarme zandgronden en wat vochtige omstandigheden. Om aan het gebrek aan stikstof te voldoen heeft het blaadjes ontwikkeld met aan het einde sterk kleverige kliertjes. Een insect dat er op landt wordt dan wel vlug vastgekleefd en verder door de plant gegrepen en verteerd. De zonnedauw is een bij ons "vleesetende" plant, die op deze wijze hun stikstoftekort kunnen aanvullen. In "bijlage" nog een opname van het "Oranje zandoogje" in betere omstandigheden. Het zandoogje heeft een opvallende oogvlek bij de vleugelrand, deze zouden de aanvallen van vogels afleiden van de kop naar de minder kwetsbere uiteinden van de vleugels. Het "Oranje zandoogje" is verder vooral te vinden op bloemsems van de braam..
Haagwinde

Een eenvoudige tuinplant de "Haagwinde" Calystegia sepium)! Hij is te herkennen aan de bladeren die eirond zijn tot driehoekig spits zijn en met vooral een hart-, pijl-, of spiesvormige voet en afgeknotte of afgeronde oortjes. De bloemkroon is doorgaans wit maar kan ook wat rozig zijn de meeldraden en stamper zijn in de diepte van de kelk te vinden. Mooi in zijn eenvoud maar soms weinig opgemerkt! Buiten de tuinen is hij ook nog op vele andere plaatsen te vinden...
Aardappel

Merkwaardig dat "Aardappel" (Solanum tuberosum) ook in een flora wordt vernoemd omdat het toch eerder als een cultuurplant wordt aanzien. Er wordt wel vermeld dat hij ook verwildert kan voorkomen. Het is een plant met "knollen" aan ondergrondse uitlopers. De bloemen zijn wel mooi en eigen aan de vorm van de "Nachtschadigen" zoals ook Bitterzoet en Tomaat. Eigen aan de "nachtschadigen" is dat zij ook giftige delen hebben. De helmknoppen (geel) zijn vrij aan de top met twee poriën openspringend. Er zijn vele rassen in cultuur om de eetbare knollen uiteraard! In "bijlage" nog een rode bloem van de Aardappel allicht van een rode soort. (De foto's zijn nog wat verrijkt door enkel waterdruppels van de regen).
Grote ratelaar
Rond schaduwmos

De naam is hier ook weer verwarrend omdat het geen mos is, maar een "licheen" namelijk een symbiose tussen een schimmel en een alg. Hier gaat het om het het "Rond schaduwmos" (Phaeophyscia orbicularis) dat bij droogte nogal bleek kan uitvallen. Als men het dan nat maakt kleurt het vlug donkerder. Op het oppervalk zijn dan nog "bolronde soralen" (hoopjes bestaande uit fijne korreltjes) die geelgroen tot blauwgrijs van kleuur zijn. Dit exemplaar kleurt ook wat oranje en dat is een aanduiding dat er een zuur aanwezig is nml. "skyrine". De samenstelling van lichenen kan dus soms wel wat wijzigen! Recent onderzoek heeft ook uitgewezen dat naast de symbiose (schimmel en alg) er ook nog eens bacteriën in deze samenleving kunnen huizen. Met DNA onderzoek gaat men wel erg ver nu! In "bijlage" nog een opname van dit licheen dat geen "skyrinne" in zich heeft. Het ziet er dan ook donkerder uit!
Vals dooiermos

Dit is een licheen: het "Vals dooiermos" Candelaria concollor") dat zeer kleine, gele schubjes heeft. We zien eigenlijk slechts een hoopje schubjes. Het is soms maar door een scheikundige reactie toe te passen dat men het kan onderscheiden van het "Kroezig dooiermos". Het verkleurd namelijk niet als men er KOH opdoet. Het "Kroezig dooiermos" (Xanthoria candelaria) doet dat wel, dat verkleurt "rood" met KOH.
Algemene informatie
Hieronder geven we foto's van natuurwaarnemingen met ook wat uitleg er bij.
Er staan nu meer dan "1100 bijdragen "op.
Op de foto zelf moet men wel even klikken om die vergroot weer te geven en dat is doorgaans nodig omdat we eerder kleine dingen fotograferen. Er kan nog een "bijlage" gevoegd zijn bij het bericht. Hier moet men ook even klikken om de foto, die daar te zien is te openen.
- We zijn gestart met zwammen of paddestoelen op 23/11/2007 met het
"Fopelfenbankje". Een recept voor inkt van een inktzwam vind u op 1-11-2010.
- Insecten vindt u b.v. op 15/12/2007 b.v. "Sabelsprinkhaan" en
"Neushoornkever" op 09/04/2008.
- Lichenen of korstmossen zoals het "Bosschildmos" op 22/12/2007 en 4/12/2013
tot 7/05/2014 en verder.
- Vrijlevende algen zoals "Trentepolia umbrina" op 02/01/2008.
- Slijmzwammen, die geen zwammen zijn maar bij de ééncelligen
behoren. Zij beginnen als amoebeachtige diertjes te leven, zoals het
"Roestbruin netwatje" op 02/01/2008 en "Netpluimpje" op 29/08/2009.
- Mossen zoals het "Halve maantjesmos" op 18/01/2008.
- Planten zoals het "Speenkruid" op 02/01/2008.
- Amfibiën zoals de "Bruine kikker op 06/07/2008.
- Vogels zoals de "Pimpelmees" op 18/02/2010
- Dode dieren zoals b.v. een "mol" op 18/07/2009
- Roesten zoals de "Brandnetelroest op 01/05/2009 en op 10, 11, 14, 19/11/2012
- Spanners zoals op 25/09/2008 de bijzondere "Korstmosspanner".
- Gallen zoals de Bedeguargal op 03/08/2008 en op 02, 03, 04, 07/11/1012
Langs de datum (linkse kolom) kan men alle bijdragen bekijken.....
Kleine brandnetel
Gespleten hennepnetel

De bloem van de "Gespleten hennepnetel" (Galeopsis bifida) is ook zeer mooi. De middenslip van de onderlip is duidelijk langer dan breed en tegen het einde van de bloeitijd krullen de de zijranden wat om.In het midden van de onderlip is er ook nog een bijna onopvallend klein spleetje te vinden. De randen zijn rozerood met een afgescheiden wit randje. Bemerk ook de meeldraden die bovenaan de bloem gekruld staan, samen met de stamper. Een onderscheid met de "Gewone hennepnetel" is dat de onderlip van de "Gewone hennepnetel" even breed is als lang. Men vind deze plant op nogal vochtige en stikstofrijke grond in natte bossen en kapvlakten. In "bijlage" nog een opname van deze prachtige bloem die wat in kransen bij elkaar staan.
Moerasandoorn

De bloem van de "Moerasandoorn" (Stahys palustris) mag ook naast een orchidee geplaatst worden! Rode en witte tekening is over alle bloemdelen gespreid. Hier zien we ook nog tegen de kroon bovenaan de meeldraden en de stamper gekromd. Als er insectenbezoek komt zullen de meeldraden tegen de rug van het insect het stuifmeel afgeven en dit wordt dan op dezelfde wijze bij een andere bloem tegen de stamper afgeveegd. Gewoonlijk is in deze situaties de stamper maar ontvankelijk voor stuifmeel van een andere bloem om kruisbestuiving te bevorderen. (De wetenschappelijke naam "palustris" verwijst hier ook naar de plaats van afkomst, namelijk het "moeras".
Bosandoorn
Rietorchis
Vleeskleurige orchis
De "Vleeskleurige orchis" (Dactylorihiza incarnata) kan donkerpaars of roze zijn of zwak geelachtig-roze (vleeskleurig). Het honingmerk bestaat uit fijne stipjes en lijntjes begrensd door een fijne, vaak ononderbroken hartvormige lijn. Bij deze foto kunnen we deze tekening wel terugvinden. In "bijlage" nog een foto met de gehele bloemtoorts. Deze ochidee is te vinden op kalkhoudende zandgronden.
Bijenorchis

De "Bijenorchis" (Ophrys apifera) heeft een roodbruin tot donkerpurper met gele tekening, en een strek gewelfde eivormige middenlob, achterwaarts gericht. Het ziet er een beetje als het achterlijf van een bij uit. De wetenschappelijke naam "apifera" api = bij en fera =dragen duidt daar ook op. De bloem is prachtig en tamelijk groot de gehele bloeiwijze draagt trouwens niet zoveel bloemen. We namen telkens één bloem op de foto. Nog eentje te bewonderen in "bijlage".Staat vooral in kalkgraslanden.










