
Komt in vochtige heidevegetaties voor. Speciaal hier zijn de eitjes van het
Gentiaanblauwtje, een vlinder, die het Klokjesgentiaan als voedselplant gebruikt! De witte eitjes zijn afgeplat-bolvormig met een kleine indeuking aan de top. De rupjes die uit het ei komen boren zich door de bloemkroon heen in het vruchtbegindsel en voeden zich met de zaadknoppen. Na drie vervellingen zijn ze ruim 3 mm lang roodachtig met zwarte kop. Ze laten zich vallen van de voedselplant en beginnen een zwertocht. Hebben ze geluk dan worden ze gevonden door een steekmier die hen tussen de kaken naar het nest brengen. De rupsjes produceren een zoete stof en daar houden de mieren van die hen in het nest voeden als een soortgenoot. De
rupjes eten er ook van het
mierenbroed! Na de verpopping komt er een gevaarlijk moment. De uitkomende vlinder heeft niet meer de geur van het nest en wordt aangevallen. Dit gebeurt 's morgens, de mieren zijn nog niet erg op dreef en gewoonlijk weet de vlinder te ontsnappen! De vlinder is dus sterk afhankelijk van het Klokjesgentiaan én van de zekere symbiose met de steekmier. Een
merkwaardige samenleving. Gelukkig, zoals we hier hebben kunnen vaststellen, zijn er in elk geval nog bloemen van het Klokjesgentiaan en nog
eitjes van het Gentiaanblauwtje!