Dinsdag 23 augustus 2011
Rups van de Donsvlinder
Geschreven door Cladonia om 16:38
Reageer op dit bericht
Rups van de Donsvlinder
Bitterzoet
"Bitterzoet" (Solanum dulcamare) is familie van de Aardappel (zie hiervoor 22/08). Het is ook een Nachtschadige.Aan de bloem kunnen wij het vermoeden. De stamper steekt hier in het midden ook weer uit de meeldraden die als een "gouden kroontje" een cirkel vormen rond de stamper. Daarrond de paarse kroonbladeren van de bloem. De plant klimt wat tussen andere struiken of grassen. Speciaal is dat men vroeger de bladeren gebruikte om er op te kauwen. Eerst was het wat een bittere smaak en daarna werd het zoet! De wetenschappelijke naam draait de smaken om: eerst "dulce" = zoet en "amarus" = bitter. Het was in tijd van nood een surrogaat voor de pruimtabak. Trouwens tabak is ook van de familie van de Nachtschadigen, die allen wat giffen bevatten. In "bijlage" de rode vruchten van het "Bitterzoet". (Ook even op klikken.)
Rups van de Dagpauwoog
De rups van de Dagpauwoog (Inachis io) ziet er niet zo mooi uit! De tamelijk goedgekende vlinder wel!(Een foto van de Dagpauwoog kun je vinden op 27/09/2010 samen met de Atalanta). De rups ziet er zwart uit, met witte punten en zwarte "doornen". (Even op de foto klikken om het goed te zien) Dank zij de Grote brandnetel kan de soort zich goed handhaven. Deze rupsen zaten trouwens op brandnetelbladeren. Als ze uitkomen zijn deze rupsen maar 3 mm groot. Zij komen uit en groen eitje dat maar 1 mm is. Dan begint hun aanval op de netelbladeren die ze helemaal kaal kunnen vreten. Ondertussen vervellen ze ook een viertal keer en als ze volgroeid zijn hebben ze de kleur van op de foto. Dan zoeken ze een plekje om te verpoppen. Daarna kan de vlinder te voorschijn komen en gaan vliegen als de aderen volgepompt zijn met bloed en de vleugels uitgehard zijn. Soms kan in één seizoen tot een derde generatie van deze vlinders verschijnen. In "bijlage" nog een opname van een verzameling "veelvraten" op de Brandnetel!
Aardappel
Inderdaad is dit een bloem van de "Aardappel" (Solanum tuberosum). Deze plant behoort tot de "Nachtschadigen" die veelal giftig zijn, zo ook delen van de Aardappelplant. Alleen de knollen ("tuberosus"= knoldragend) niet. De stamper steekt er in het midden uit en wordt omgeven door een "kegeltje" van gele stuifmeelklompjes. Dit geeft wel een speciaal uitzicht aan de bloem. Het loond de moeite om deze bij gelegenheid eens van nabij te bewonderen. De bloemen zelf kunnen wit, lila of paars zijn afhankelijk van de soort. In "bijlage nog een opname van deze bloem. (Even op klikken)
Wilde kamperfoelie
De "Wilde kamperfoelie"(Lonicera periclymenum) heeft wel een bijzondere bloem! Vier van de vijf kroonslippen zijn vergroeid tot een vierlobbige bovenlip. De vijfde kroonslip is met de overige (de zesde) veel minder ver vergroeid en vormt de onderlip. De bijzonder lange stijl loopt uit in een knopvormige stempel. De bloeiwijzen zijn ook wat klierachtig behaard. 's Avonds gaan de bloemen open en verspreiden dan hun sterke geur om de insecten te lokken. Het zijn vooral de langtongige nachtvlinders die best geplaatst zijn om uit die lage buis de nectar op te halen. Het zijn vlinders die voor de bloem kunnen zweven zoals pijlstaarten en uilen. De tong van pijlstaarten is meer dan 2 cm. Die van de uilen is korter maar zij komen toch aan hun trekken omdat de nectar soms tot halweg de kroonbuis staat! De bessen die gevormd worden zijn glanzend dieprood maar giftig voor de mens! De naam "Kamperfoelie" is een verbastering van Caprifolium dat "geiteblad" betekent!(Zeker even klikken op de foto om te vergroten.)
Eikenbladrolkever
Sint-jansvlinder
Timoteegras
Het "Timoteegras" (Phleum pratense) heeft ook een speciale aar. Alle bloempjes staan opeengepakt rond een as. De kelkkafjes aan de top zijn plotseling afgeknot en gaan dan verder uit in een naar buiten gebogen naaldvormig groen spitsje. Zo zien we in het midden een wit lijntje en darnaast precies twee groene "hoorntjes" (de spitjes) uitsteken. Er wordt wel eens over "duivelshoorntjes" gesproken om een vergelijking te maken.Verder zien we enkele witte stijlen die een fijne vertakking of beharing hebben. Ook enkele meeldraden hangen buiten de bloempjes. Zeker even klikken op deze foto om te vergroten, de bloempjes zijn niet groot!
Kweek
Dit gras heeft wel een speciale naam "Kweek" (Elitrigia repens)! Hier zien we een gedeelte van de aar met een gedeelte van de aartjes. Deze zijn wel heel bijzonder ingeplant op de as van de aar, nml. met hun brede zijde naar de as toegekeerd. Dit is heel anders dan bij het "Engels raaigras" waarvan een foto en uitleg op 25/07/2011 staat. Zeker daar ook eens gaan kijken en vergelijken! Bij het "Engels raaigras" staan de aartjes met een kelklkafje tegen de aar. Hier dus niet! Dat maakt in het veld ook een onderscheid tussen die twee zeer gemakkelijk. Het "Kweekgras" is ook minder geliefd het werd meer als een onkruid beschouwd door de landbouwers. Kweek zou stoffen afscheiden die de kieming of groei van landbouwgewasen afremt. Het fijne is nog wel niet bekend maar Kweek werd toch zoveel mogelijk verwijderd wat ook moeilijk is. De wortelstokken kunnen in en schrikbarend tempo ondergronds groeien en vertakken. Omploegen was ook niet zo doeltreffend omdat stukjes wortel toch ook nieuwe planten kon geven. Alleen een gewas dat in het groeiseizoen veel schaduw geeft kan het onderdrukken, zoals aardappelen al is ook waargenomen dat de wortels van Kweek de aardappelen kon doorboren! Daarnaast speelde "Kweek" in de volksgeneekunde ook een groete rol. Van de geraspte wortelstok wordt thee gezet, die als middel tegen huidaandoeningen, reumatiek en stoornissen in de de stofwisseling gedronken werd. Zo werd in artsenijtuinen een plekje voor "Kweek" voorzien terwijl de meeste hoveniers het bestreden! Wel een heel ander grasje dan "Engels raaigras" dat integendeel veel wordt gezaaid als diervoeding! (Hier op de foto even klikken om te vergroten).
Gewone boerenwormkruidgalmug
Hier is een mug de dader van galvorming op het Gewoon boerenwormkruid. Ze wordt "Boerenwormkruidgalmug" (Rhopalomya tanaceticola) genoemd. Een mondvol! Tussen normale bloemhoofdjes van het Boerenwormkruid zien we gallen die eivormig en dikwandig zijn. Eerst zijn ze groen (zoals hier) maar later worden ze zwart. Ze zijn dus meer cilindrisch en steken boven de normale bloemen uit. De top van de gal gaat open met enkele achteroverbuigende slippen. De binnenwand is met uitzondering van de bodem witbehaard. De galmuglarve is rood. In "bijlage" nog een opname van enkele van die gallen op verschillende bloemhoofdjes van het Gewoon boerenwormkruid. (Even op klikken).
Elzenwratmijt
Ook bladeren van de Zwarte els worden aangetast hier door de "Elzenwratmijt" (Eriophyes laevis). Deze mijt legt eitjes op de bladeren op een willekeurige wijze. Daar ontstaan halfbolvormige of ovale aan de basis ingesnoerde knobbeltjes, die maar 1-2 mm groot zijn.(Op de foto even klikken om te vergroten)! Het oppervlak is geelbruin tot roodachtig. Aan de onderzijde van het blad is er een opening op de top van een uitsteekdsel en deze is kaal. De binnenwand is echter bekleed met cilindrische haren.Deze gallen van de mijt zijn nogal algemeen te vinden op de bladeren van Zwarte Els.
Veenwortelgalmug
Op alle planten zijn er heel wat belagers. Hier is de Veenwortel aangetast door de "Veenwortelgalmug" (Wachtliella persicariae). Het is een mug die haar eitjes op een blad deponeert, de randen van de bladeren gaan zich oprollen en de wand wordt onregelmatig verdikt en is geelachtig tot roodachtig. De gal is zeer stevig en kan niet ontrold worden zonder te breken. In de langwerpige larvenkamer leven rode galmuglarven. Die later zullen uitkomen...In "bijlage" nog een opname.
Gewone kropaar
Zachte dravik
Gewone glanshaver"Gewone glanshaver" (Arrhenartherum elatus) kan tot 1,5 m groot worden. De ganse pluim wordt wel 20 cm. De bloemen zelf staan met 2 soms met 4 samen en hebben een geknikte naald. Hier maakten we een opname van het bovenste van een pluim en zien de naalden uitsteken en ook hier en daar meeldraden hangen. De gehele pluim heeft een uitzicht dat aan "haver" doet denken en heeft ook een "glanzend" voorkomen. De naam is dus wel goed gekozen!
Engels raaigras
Gewoon reukgras
Blaaszegge
Gele lis
Echt duizendguldenkruid
Het "Echt duizendguldenkruid" (Centaurium erythraea) heeft ook nog een oud-Nederlandse naam van o.a. "Koortsbloem". Bij inwendig gebruik heeft de plant een aansterkende en koortswerende werking. "Duizendgulden" is ook een verwijzing naar de kostbaarheid van de plant. Bij de Galliërs was hij zeer in trek en hij werd ook heel de middeleeuwen door gekweekt. Om zijn bittere smaak werd hij ook verwerkt in vermouth. Zijn wetenschappelijke geslachtsnaam komt dan weer van de centaur ( een paard-mens) Cheiron die er volgens de legende een voetblessure van Herakles mee behandeld zou hebben..Bijzonder is echter ook dat de meeldraden van de bloem bij het loslaten van hun stuifmeel "kurkentrekkervormig" oprollen. Hier ook te zien (even klikken op de foto om te vergroten). In "bijlage" nog de afbeelding van een andere bloem met "getorste" meeldraden!