eikenblad en beukenblad
Het eikenblad verlangde heel de zomer hartstochtelijk naar het beukenblad.
Hij vond haar zó mooi, zo sierlijk, zo lief.
Hij wilde haar aanraken, voelen, ruiken, maar telkens als de wind hem naar haar toe waaide, waaide zij van hem af en als zij naar hem toe waaide, waaide hij bij haar vandaan.
De zomer ging voorbij, het werd herfst en op een kwade dag rukte de wind het eikenblad van zijn tak, hij draaide almaar sneller rond en rond, toen schoot hij omhoog en daarna viel hij op de grond……… meters bij zijn geliefde beukenblad vandaan. Hij kon haar nog nét zien. Wat een ellende, wat een verdriet, hij was verder van haar verwijderd dan ooit.
Hij huilde bittere tranen…….. maar het lot was hem gunstig gezind….. want toen de storm was gaan liggen, dwarrelde het beukenblad voorzichtig naar beneden……… en landde bovenop het eikenblad, zij kuste al zijn tranen weg……. en die nacht hadden zij elkander hartstochtelijk lief.
Damma


