Naar de inhoud

damma

dromerijen
seniorennet.beseniorennet.be
fantasiekes

heimwee

Ik ben verhuisd; ik woon nu al tien maanden in een nieuwe omgeving.

Mijn lichaam en mijn verstand wonen hier, maar mijn ziel dwaalt nog steeds door de duinen, langs het strand, over de zee.

Mijn ziel is nog daar waar ik vandaan kwam.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is het altijd mooi weer, de zon schijnt aan een strakblauwe hemel, de lente is daar net ontsproten, of het is een prachtige zomerdag aan het strand, ofwel een mooie dag vol herfstpracht, ofwel zijn de takken van de kale bomen berijpt en ligt er een dik pak sneeuw.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is de hemel nooit betrokken, is er geen storm en regen.

Soms roep ik mijn ziel terug en wijs haar op de pracht van de omgeving waar ik nu woon, mijn ziel kijkt rond en beaamt dat het hier ook mooi is, maar dan vliedt zij weer weg van mij, naar de duinen, het strand en de zee van weleer.

Damma

opnieuw bloeien de seringen

Het was lente.

De bloesems bloeiden aan de bomen en ik wachtte elke dag op jou onder de seringenboom.

Jij was meestal te laat en je had altijd een reden om snel weer weg te gaan.

Toch bleef ik op je wachten, alle dagen weer.

De sering raakte uitgebloeid en jij zei tegen me, dat je mij niet meer wilde ontmoeten.

Ik weende.............

Opnieuw is het lente; er is een jaar voorbijgegaan.

Daarnet liep ik langs de seringenboom.

Ik zag je staan, alleen.

Je weende........

Damma

Wees gelukkig

Het is vroeg in de morgen, ik lig naast je en kijk naar je.

Over een paar uur ga je weg, terug naar je eigen land, je werk hier zit erop.

Tien  maanden lang logeerde je hier in dit dorp, in deze straat.

Vanmiddag vlieg je weg, duizend kilometer ver weg.

Nu ben je nog hier.

Nog even doen we alles samen.

Straks, als jij wakker wordt, zullen we opstaan, maar nu lig ik naast je, nog even dicht bij je, onze laatste nacht samen is bijna voorbij.

Ik kijk naar je lieve gezicht, je donkere krullen, nog bijna nergens kalend, behalve op je kruintje.

Ik buig me naar je toe en streel heel zacht je lieve hoofd, voorzichtig, om je niet wakker te maken, nog even genieten van het samenzijn.

Ik herinner me onze eerste ontmoeting, niets bijzonders, je was gewoon de nieuwe kostganger, beetje stug, eenzelvig.

Soms vertelde je, 's avonds na het eten, iets over je werkdag, nooit veel, en voornamelijk feiten, niet wat je over je gevoelens bij die feiten.
Ik vroeg je wel, voorzichtig, of je het moeilijk vond, zo ver van  huis, wennen in een nieuwe baan, een ander land, andere taal en dan somde je gegevens op, gebeurtenissen, geen gevoelens. Gevoelens kwamen pas later. 
Na maanden begon je wat meer over jezelf te vertellen, hoe je je voelde, je eenzaamheid je verlangen.

We groeiden naar elkaar, hoe meer jij je opende des te  meer ging ik van je houden.

Je bent zo mooi van binnen, zo teder en zo zacht.

Ik heb me zó aan je gehecht. Het ging vanzelf, je bent zo liefdevol, zo teder, zo zorgzaam, zo behoedzaam, zo oprecht.

Ik wil je niet laten gaan, ik wil zo heel graag, dat je blijft.

Ik hoor almaar in mijn hoofd het lied.............ne me quitte pas..........laat me niet alleen.....

ach lieverd, hoe moet dat nu straks.........als jij niet meer hier bent, maar ver weg van mij.......

Ik hou me groot, wil ons laatste samenzijn niet verknoeien met tranen, maar juist ervan genieten, om het later te koesteren als een mooie herinnering. Het moet een mooi afscheid worden, geen tranen, dat beloofde ik je.

Het is inmiddels tijd om op te staan.........ik maak je zachtjes wakker, kus je op je oor, je wang je neus, je voorhoofd. Je kijkt me teder aan. Ook voor jou is het afscheid moeilijk.

We staan op, gaan douchen, ik maak koffie, toast met confituur.

We voeren elkaar stukjes toast, en lachen, gelijk vanouds.

Dit wordt een gelukkig ontbijt, een gelukkige laatste ochtend, een perfecte herinnering.

Tranen zijn voor straks, niet voor nu, nú is er het laatste samenzijn, het laatste geluk.

Je doet je koffers dicht, pakt je papieren voor de reis. We gaan de trap af, het huis uit, de deur slaat voor de laatste maal achter ons dicht.

De weg naar het vliegveld is kort: de rij voor de incheckbalie is kort en ook het afscheid is kort. Je houdt me vast, kijkt me aan en zegt: Wees gelukkig!

Door mijn tranen heen zeg ik: Ja!

Ik heb je beloofd: geen moeilijk afscheid.

Ik hou me eraan.

Ik lach door mijn tranen heen en zeg: ik beloof je: ik ben gelukkig.

Gelukkig om tien maanden samen met jou.

Een mooie herinnering.

Nog even, dan ben je door de douane heen en kan ik je niet meer zien.

Dag lieveling, ik heb je lief , zo lief mijn lief, zo lief heb ik jou en jou alleen.

Ik blijf wachten bij het hek van Zestienhoven. Het mag niet van jou, je zei: ga direct terug, blijf niet wachten tot het vliegtuig opstijgt............maar ik kan niet terug naar huis, niet zonder jou,

nóg niet, ik hoop op een wonder.......misschien heeft het vliegtuig een dag vertraging, of misschien  bedenk jij  je en keer je terug, en dan wil ik er zijn, om je mee naar huis te nemen..............

Het wonder gebeurt niet.

Een uur later, zie ik je lopen naar het vliegtuig...........even is het net of je je om wilt draaien, om te kijken of ik er sta, maar je doet het niet...........dat is echt hoe jij bent.......stel: je kijkt om en ik sta er niet..........dus kijk je níet om.

Ik blijf wachten, wellicht, straks, in het vliegtuig, kijk je door het raampje en zie je me staan........misschien..............

Ik hoor de motoren van het vliegtuig starten.......zie het taxiën, zwaai, ook al weet ik niet of je het ziet..........en dan stijgt het vliegtuig op...........en wordt steeds kleiner en kleiner.

Je vliegt steeds verder weg........

Ik wil niet naar huis, wat moet ik thuis zonder jou?

Het is alsof ik geen thuis meer heb, nu jij weg bent.

Mijn thuis was in jouw hart. Mijn thuis is weg.

Wees gelukkig! zei je. Wees gelúkkig!, je zei dat zó vaak.

Je wilde altijd dat ik gelukkig was en ook nu wil je dat ik gelukkig ben.

Er is zoveel om dankbaar voor te zijn. Tien mooie maanden samen.

Het is voorbij en toch ook níet voorbij, want je leeft voort in mijn hart, gelijk ik in het jouwe.

Jouw Damma

te laat

Ik zit in de trein van Utrecht naar Hilversum en moet er straks in Hollandsche Rading uit.

Na al die jaren, heb ik weer een afspraak met jou. Ik ben nerveus en opgewonden tegelijkertijd.

Het verheugt me dat ik je weer zal ontmoeten, en ik maak me zorgen over hoe ik eruit zie, vraag me af of je me zult herkennen, of ik de juiste kleren aanheb: suède jasje, rokje, schoenen met een hakje, kousen.

De ontmoeting is op het heideveldje, waar we als kind zo vaak gespeeld hebben, waar zoveel herinneringen liggen, ook uit onze tienertijd. Dertig jaar heb ik jou niet meer gezien, vijftien was ik toen ik je voor het laatst zag. Ik weet nog precies hoe je er destijds uitzag: blonde krullen, achttien jaar, klaar om te gaan studeren, ver hier vandaan. De trein nadert Hollandsche Rading. Wat raar, hij mindert geen vaart. Ik besef dat ik in de intercity zit, en niet in de stoptrein. Nu moet ik door tot Hilversum. Ik ga te laat komen!, de schrik slaat me om het hart. Zul je op me wachten? of zul je denken, dat ik me bedacht heb en afzie van de ontmoeting..........

Wat erg dat ik in de verkeerde trein zit. Als je nu maar wacht. Hollandsche Rading trekt in sneltreinvaart aan mij voorbij. Kdeng, Kdeng en weg is het. Een kwartier later stap ik uit op Hilversum Sportpark uit en kijk op de dienstregeling. Het duurt vijftig minuten uur voordat er een stoptrein vertrekt naar Hollandse Rading, vijftig minuten! Ik besluit te gaan lopen. Binnendoor moet ik binnen een half uur op het heideveldje kunnen zijn.

dan ben ik maar een half uur te laat daar ter plekke, zou je zo lang op me wachten?

Ik begin vol goede moed, in rap tempo te lopen, de weg is niet veranderd in dertig jaar, maar het wordt nu rap donker, ik kan zo tussen alle bomen, al rap geen hand meer voor ogen zien. Ik ga nóg sneller lopen, daarbij zeer gehinderd door mijn hoge hakken........ik struikel over een boomtak.................au, een felle pijnscheut door mijn enkel................ik moet verder, pijn of niet, trek mijn schoenen uit en ga op kousenvoeten verder, hoe laat zou het zijn? ik kan het niet zien op mijn horloge..........ik loop zo rap ik kan in de juiste richting, en dan ineens, blijkt de weg op te houden.........ik heb me vergist in de weg, hoe kán dat nu, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik hier nu verdwalen? Op goed geluk kies ik een andere weg. Zou je nog op me wachten? Het liefst wil ik gaan zitten, mijn enkel doet zeer en ik ben moe, maar de angst om je mis te lopen, drijft me voort, ik roep je naam, zo hard ik kan.............maar natuurlijk antwoord je niet.........ik blijf lopen en lopen, tot ik hard met mijn hoofd tegen een boom aanloop.........

ik verlies mijn evenwicht en kom op de grond terecht, ik wil overeind komen, maar ben te moe, te duizelig,

Wanhopig roep ik nog een maal jouw naam.

Ik hoor gekraak van takken en dan zijn daar jouw armen om mij heen.

Je neemt me in je armen, wiegt me zachtjes heen en weer en zegt:

"Je bent nog net als vroeger..................................een warhoofd!

Je streelt me teder over mijn haren, kust mijn tranen weg, en ik weet: dit is een heerlijk weerzien!
Damma

doodgaan

Dat ik dood zou gaan,

juist nu iedereen verder mag gaan

dat had ik niet verwacht

daar was ik niet op bedacht

het is een hard gelag

dat ik niet verder mag

mijn tijd zit erop

dat is een strop

alles gaat weer open

maar mijn ogen worden voorgoed gesloten

mijn leven is voorbij

maar ik maak geen stampij

ik heb het goed gehad

straks valt mijn laatste blad

damma

gezond en gelukkig

Ik, Damma, ben gelukkig, gezond, rijk, slank en dankbaar.

de vuurproef

De Vuurproef

We zijn al een tijd bevriend, jij en ik en ik weet dat jij lid bent van een besloten club, waar men leuke dingen doet, zoals wildwatervaren, mountainbiken, zweefvliegen, klimmen tegen een bergwand, enfin, allerlei avontuurlijke sporten. Soms zijn jullie een hele week weg, soms een weekend. Je vertelt er nooit veel over, maar hetgeen je me vertelt, maakt dat ik dolgraag lid wil worden van die club.

Ik ben er al een paar maal over begonnen, over mijn lidmaatschap van jouw club, maar jij geeft altijd ontwijkende antwoorden, probeert van onderwerp te veranderen, of, erger nog, je stapt gewoon op en gaat naar huis, als ik er weer eens naar vraag. Deze avond ben ik vast van plan me niet af te laten schepen.

Je bent bij me op bezoek, ik heb het gezellig gemaakt, lekker eten gekookt, spaghetti piri piri, sangría erbij, Spaanse muziek op de achtergrond en als we na het eten gezellig samen op de bank zitten, starend in het vuur van de open haard, vraag ik je op de man af: "Waarom wil je niet dat ik bij jouw club kom?"

Je schrikt een beetje van mijn rechtstreekse vraag en je zegt: "Het is niet zo, dat ik het niet wíl, het is meer zo dat het niet eenvoudig is, om toe te treden. Allereerst al omdat er tot nu toe alleen maar mannen lid zijn, maar daarnaast ook nog omdat je geselecteerd wordt, je kunt niet zomaar binnenstappen."

Nu ben ik pas écht nieuwsgierig geworden. "Moet ik iets doen? Iets kunnen? Wát moet ik doen?"

Jij antwoordt: "Het is niet zozeer dat je iets moet dóen, je moet iets ondergáán, een soort van ritueel."

Ik antwoord vastbesloten: "Ik doe alles wat nodig is om bij die club te komen. Ik wil dolgraag met jullie mee kanovaren, bergbeklimmen, mountainbiken, zweefvliegen en alle andere leuke dingen die jullie doen en bovenal wil ik graag bij je zijn, heel vaak en onder alle omstandigheden."

Ik zie je weifelende blik zie en gooi ik er nog een schepje bovenop..........

"Ik weet zéker, dat ik alles wil doen wat nodig is om lid te worden.........Is het een soort ontgroening, waar ik doorheen moet?"

"Min of meer", antwoord jij, "maar het probleem is, dat ik je niet van te voren mag zeggen, wát de proef precies inhoudt. Het is een soort van Vuurproef en je moet je er niet op verkijken, want het is best zwaar."

"Heb jij hem gedaan, die vuurproef?" vraag ik. "Ja, natuurlijk", antwoord je, iedereen die lid is van onze club heeft die proef gedaan." "En tot nu toe zijn er alleen maar mannen lid?" vraag ik, "Is het verboden voor vrouwen?" "Nee, dat niet" antwoord jij, "er is gewoon nog nooit een vrouw geweest, die de proef doorstaan heeft, alle vrouwen die zich aangemeld hebben, zagen ervan af, zodra ze hoorden wát de proef inhield, ze liepen gewoon weg. Je moet je er niet op verkijken, het is best zwaar..........."

"Ik weet zéker dat ik de proef zal doorstaan." antwoord ik, veel meer zelfvertrouwen uitstralend dan ik vanbinnen voel.

Na een paar weken is het zover.......ik mag de "vuur" proef doen.

Vooraf heb ik me steeds af lopen vragen, wat het in zal houden......... springen over een kampvuur? over hete kolen lopen? kaarsvet op mijn huid gedruppeld krijgen..........Ik ben best een beetje bang voor de proef, maar ik wil ook heel graag bij jou in de club komen en samen met jou al die leuke, avontuurlijke reisjes maken. Ik heb al lang begrepen, dat jij die club niet op zult geven voor mij, dus als ik bij jou wil zijn, heel vaak bij jou wil zijn, dan zal ik zeker en wis lid moeten worden van die club, waar jij lid van bent, en waarvan ik de naam nog niet mag weten. De naam van de club krijg ik pas te horen, nadat ik de vuurproef doorstaan heb.

De Grote Avond is aangebroken. Ik ga met je mee naar het clubhuis, een houten gebouw, midden in het bos, aan de rand van een meer. Het gebouw ziet er eerder lieflijk uit dan angstaanjagend. Hier wordt dus de vuurproef gedaan........... ik hoop niet dat het gebouwtje vlam vat, tijdens de vuurproef.

Eenmaal binnen, word ik welkom geheten door de voorzitter, die me vertelt dat alle leden aanwezig zijn. Ik kijk om me heen en tel, zo in de gauwigheid een man of vijftien.

Ik zie een ronde ijzeren hoepel, die rechtop staat en vast geankerd is in de vloer. er zitten vier lussen in, twee boven en twee beneden, als je rechte lijnen tussen die vier lussen zou trekken, zou er een vierkant ontstaan, in die cirkel.

De voorzitter zegt, dat de plechtigheid nu gaat beginnen.

Hij loopt naar me toe, en als hij vlak voor me staat, zegt hij: "Kleed je uit!"

Ik ben een beetje verbaasd, maar ik voldoe aan zijn verzoek.

Ik trek langzaam al mijn kleren uit, mijn mooie rode zijden blouse, mijn zwarte leren rok, mijn lange zwarte laarzen, mijn netkousen, mijn rode kanten bh en mijn rode kanten slip.

In volle naaktheid sta ik daar tegenover de voorzitter en omringd door alle leden.

De voorzitter laat me beloven dat  ik niets zal vertellen van wat er hier plaats gaat vinden, ongeacht of ik nu wel of niet doorga met de proef, ik moet over alles wat er vanavond gebeurt, zwijgen als het graf. Ik beloof het en dan legt hij me uit wat er gaat gebeuren.

Ik moet plaatsnemen in de ijzeren hoepel, met mijn handen en voeten in de lussen.

Daarna zal ik behandeld worden, gedurende veertien minuten, twee maal zeven minuten, en als ik tijdens die veertien minuten STOP roep, wordt de behandeling onmiddellijk gestopt en moet ik het clubgebouw verlaten om er nooit meer terug te keren. Als ik daarentegen veertien minuten blijf staan in de ijzeren hoepel en de behandeling tot het einde toe uitzing, word ik geaccepteerd als volwaardig lid van de club en krijg ik eindelijk de naam van de club te horen.

Ik zeg dat ik het begrepen heb en dat ik zeker en wis niet van plan ben om STOP te roepen.

De voorzitter glimlacht en zegt: "We zullen zien............"

Ik loop naar de cirkel en plaats mijn handen en voeten in de lussen.

Dan trekt de voorzitter zwarte lederen handschoenen aan en haalt hij uit een emmer een bos brandnetels.

Hij gaat achter mij staan en beweegt, tergend langzaam de bos brandnetels over mijn rug......, mijn billen, ........de achterkant van mijn benen.........

Het prikt, het brandt, het bijt…

 Ik zou dat ene woord uit willen schreeuwen, waarvan ik weet dat het een einde maakt aan deze vuurproef,  maar ik wil ook heel graag deze proef doorstaan........

dus ik verbijt mijn pijn, ik bijt mijn tanden op elkaar en ik hou vol............

dan klinkt er een gong, er zijn zeven minuten voorbij.........

De voorzitter komt nu voor mij staan, hij pakt een nieuwe bos brandnetels en gaat ermee over mijn armen, ..........mijn benen, ..........mijn hals........borsten....... mijn tepels.........over mijn maag, mijn buik..........en zelfs mijn onbehaarde schaamstreek moet eraan geloven...........
Het brandt waanzinnig en ik versta nu heel goed waarom ze het Vuurproef noemen,

het brandt, zonder dat er vuur aan te pas komt.

Mijn lichaam kronkelt alle kanten heen, maar ik geef geen kik, ikbijt mijn tanden op elkaar, hou mijn lippen ferm gesloten, want ik wil niet dat ene woord roepen............

Ik hou vol, kronkelend, enigszins kreunend, maar niet huilend, niet roepend, niet weeklagend.

Moedig verdraag ik mijn zelfgekozen lot.

En dan klinkt de gong voor de tweede maal.

De veertien minuten zijn voorbij.

Iedereen roept: "Hoera, je hebt het gehaald. Welkom bij de Brandnetelclub!"

Jij komt naar me toe, pakt me bij de hand en leidt me door een deur, naar een kleine kamer waar een groot bad staat, met ijskoud water............

Ik dompel me er helemaal in onder, het helpt tegen het prikken, zolang ik in het koude water zit, voel ik het bijten minder erg.

Je zegt dat je angst had, dat ik het niet vol zou houden en dat je blij bent dat het me gelukt is.

Nu ben ik volwaardig lid van de brandnetelclub en mag ik  mee op al jullie reizen.

Ik stap uit bad, jij droogt me teder af en dan gaan we feestvieren,  met muziek, dans sangria en tapas,

Nog heel de avond voelt het of er duizend naalden in me gestoken worden, maar dat is ondergeschikt aan het grote gevoel van vreugde, dat ik voel, omdat ik nu bij de club hoor, het is als een vreugdevuur dat hoog in mij oplaait, een overwinningsvuur  en ook een liefdesvuur, omdat ik alles voor je overheb, echt alles!

Damma

een oude droom en een nieuw begin

Ik loop over het strand van Torremolinos.

Het is winter.

Er liggen diverse bootjes omgekeerd op het strand.

In de winter worden die bewoond.

Ik blijf even staan om ernaar te kijken.

Iemand komt vanonder een van de bootjes vandaan.

Er gaat een schok door me heen.......het lijkt wel of jíj het bent, jíj van lang geleden........

Je komt naderbij......en herkent mij, gelijk ik jou herkende.........

Met een stralende lach kom je naar me toegelopen.

Je neemt me in je armen en draait me in het rond.............

Dan zet je me op de grond, pakt me bij de hand

en neemt me mee naar je bootje.........

Dit is jouw droom: de ultieme vrijheid, leven op het strand in een omgekeerd bootje..........

Wat tof dat je het leven bent gaan leiden, waarvan je altijd droomde.

Wat heerlijk dat je er zo goed uitziet, zo gelukkig en ontspannen.

Je vraagt me, of ik bij je blijf

en ik hoef daarover geen seconde na te denken,

het antwoord is een volmondig Ja

damma

mijn talent

ik heb een talent
en dat is het talent om heel hoog te vliegen,

hoe hoger ik vlieg, hoe gelukkiger ik ben,
en dan, onvermijdelijk, stort ik naar beneden
en dat is vandaag gebeurd
het doet zeer
het is donker en koud
nergens brandt een lichtje
ik ben het contact met De Bron verloren
ik heb dit vaker meegemaakt
ik weet dat het over gaat
dat ik als een feniks uit mijn as zal herrijzen
maar dat is slechts rationele wetenschap
nú is het koud en donker
damma

het begint met liefde

het begint met liefde

liefde geeft mij vleugels

vliegen begint ermee dat ik van iemand hou

zonder dat ik van iemand hou

lukt vliegen niet

en na het houden van

volgt het vertrouwen

zonder vertrouwen is vliegen niet mogelijk

als het vertrouwen weg is

volgt de landing

van duizelingwekkende hoogte, in een smak op de grond

gewond, overal pijn

het stomme is

dat liefde die klap altijd overleeft

liefde is hardleers, of hartleers

niet stuk te krijgen, is liefde

vertrouwen is rap stuk

als ik liefde voel

stijg ik op met vleugels van vertrouwen,

vertrouwen dat de ander ook van mij houdt,

pijlsnel omhoog

en als vertrouwen wegvalt

omdat ik denk dat de ander niet van mij houdt

val ik te pletter

omdat het vertrouwen was

dat mij vleugels gaf

vertrouwen in de liefde

en in het vermogen van de ander om fouten te vergeven

zoals ik zijn fouten vergeef

mijn fout is mijn paniek(stoornis)

de ander heeft een andere fout

iedereen heeft fouten

ook de ander

liefde, vertrouwen, vergeving

daar draait het om

het begint met liefde

daarna is er het vertrouwen

dat ik fouten mag maken

als dat vertrouwen er is

dan stijg ik op, als een arend

totdat de ander boos wordt om een fout

dan schrik ik me rot

en val ik te pletter

ik kan liefde niet stoppen

en boosheid van ander ook niet

het enige wat ik kan stoppen is vertrouwen

als ik vertrouwen stop

vlieg ik niet meer

dan is het leven saai maar overzichtelijk

vertrouwen is de onzekere factor

vertrouwen leidt tot paniek

paniek leidt tot boosheid bij de ander

dus zonder vertrouwen

is er geen paniek meer

en geen boosheid meer bij de ander vanwege paniek

ik zou vertrouwen moeten schrappen

en dat betekent: niet meer vliegen

liefde kwijnt dan, wellicht ,vanzelf weg

ander alternatief is alleen maar vrolijk doen

opgewekt, nooit over problemen praten

dan is er geen vertrouwen én geen liefde

dan kan ik net zo goed níet online komen

ik zoek diepgang, vertrouwen, liefde

zowel om te geven als om te krijgen

me open stellen

fouten durven maken

vertrouwen in vergeving

geven en ontvangen
damma

herinnering

Vandaag zag ik het huis terug.

Ik liep er, bij toeval, langs en ik dacht nog, wat een mooi huis, zo lieflijk tussen de bloemen gelegen.

Pas toen ik er al voorbij was, besefte ik, dat dit het huis was, wat jíj bouwde.

De bouw, waarop ik je twee jaar lang, bijna dagelijks kwam bezoeken, met eten, wijn en tederheid.

Ik herinner me onze gelukkige uren en ook de pijn die ik voelde, toen ik afscheid van je moest nemen, omdat het huis af was en jij vertrok naar een ander deel van het land, op weg naar een nieuw project.

Ik miste je zo heel erg, maandenlang.

En nu ben ik zomaar aan het huis voorbijgaan, zonder het nog met jou en mij te verbinden.

Het spreekwoord is dus waar!

De tijd heelt alle wonden.

Damma

blind date

Het is een mooie zomerdag en ik heb een blind date.

De man in kwestie klonk heel charmant door de telefoon.

Om zes uur zal hij bij mij thuis komen en voor mij koken,

nog niet eerder stelde iemand me zoiets voor op een blind date.

Het lijkt me leuk, maar ik ben ook een beetje gespannen.......

zomaar een wildvreemde in mijn huis, in mijn keuken.......

enfin, ik heb nu eenmaal ingestemd,

de man had een leuke babbel, een lieve stem.........

Om precies zes uur gaat de deurbel

als ik opendoe zie ik een prachtige, lange, gespierde man voor de deur staan, met in zijn ene hand een bos rode rozen en in de andere hand een aantal plastic zakjes.

Hij geeft me een kusje op de wang en vraagt waar de keuken is.

Daar aangekomen zet hij de rozen in een vaas, ontkurkt hij de wijn die hij heeft meegebracht en schenkt twee glazen in.

Ik ga aan de keukentafel zitten en kijk hoe hij aan de slag gaat met de maaltijd.

Het is lang, heel lang geleden dat er nog iemand voor mij kookte.

Hij is heel behendig en weldra stijgen er verrukkelijke geuren op vanuit de pannen.

Hij dekt de tafel in de living ,leidt mij naar mijn stoel en serveert het eten.

Het is heel, heel gezellig, het kaarslicht weerspiegelt in zijn leuke, lieve ogen.

Gevoel voor humor heeft hij ook nog, én hij houdt van romantische muziek.

Na het eten rijden we naar het autostrand bij Oostvoorne,

we doen onze schoenen uit en wandelen langs de vloedlijn,

de ondergaande zon tegemoet.

Als we terug bij de auto komen, zegt hij: "Wil jij rijden, ik ben een beetje loom van de wijn"

en ik beken, dat ik helemaal niet kán rijden,

Drie lessen nam ik, ooit, lang geleden, en daarna durfde ik niet verder, ik ben bang van het verkeer.

Hij kijkt me lachend aan en zegt: dan krijg je nu les, van mij, hier op het strand.

Even denk ik dat hij een grapje maakt, maar nee hoor, hij is serieus.............

en ik ben overmoedig, dus stap ik gewoon achter het stuur,

start de auto en rij weg..........

wellicht komt het door de wijn, door de ontspannen avond,

in ieder geval rijd ik pico bello, ik maak geen enkele fout, de motor slaat niet af, mijn metgezel hoeft niet in te grijpen,

ik rijd gewoon een heel stuk rechtuit, keer dan en rij weer terug.

Inmiddels is het vloed geworden, de zee komt op, het is donker,

we verlaten het autostrand, hetgeen betekent dat ik het stuur over moet geven.

We rijden terug naar mijn huis, waar hij me afzet en bedankt voor de gezellige avond, die zeker en vast een vervolg krijgt........

Damma

laten we nog eenmaal

Kom, laten we nog eenmaal vliegen.
Ga je met me mee?
We stijgen op, hoog boven het dal,
vliegen over de rivier,
voelen de kracht van onze vleugels,
maken een duikvlucht
en landen in de kruin van onze lievelingsboom.
We genieten nog eenmaal van het uitzicht
en vliegen dan terug, langzaam en verdrietig,
want we weten:
morgen worden we opgehokt.
damma

een rijk en bruisend leven

Ik, Damma, heb een rijk en bruisend leven, vol aangename ontmoetingen, prettige activiteiten, liefde, tederheid, romantiek, geld, geluk, gezondheid, rijkdom, welvaart, welzijn en welbehagen.

Meer van damma

↑ Terug naar de berichten