Naar de inhoud

damma

dromerijen
seniorennet.beseniorennet.be
fantasiekes

genezing

Het is ochtend, je ligt op bed, je bent moe, niet meer zo ziek als je was, maar nog wel heel moe, deze ochtend mag je uitrusten...... je ligt wat te soezelen, je bent blij dat je niet op hoeft te staan, dat je lichaam mag rusten, herstellen, weer op kracht komen.......... je weet, er is nog veel werk te doen, boodschappen, huis, hof, maar je weet oo, dat er altíjd vel te doen is, er komt geen eind aan al wat je moet doen, 
wanneer je pas rust, wanneer al het werk gedaan is, kom je nooit aan rust toe........ en soms moet je lichaam rusten en regenereren

je hoort een zacht geruis ......... je doet je ogen open en ziet mij staan.........ik ben gekomen op engelenvleugels ..........ik lach je stralend toe.........kom naar je toe, geef vlinderkusje op je voorhoofd, help je overeind te zitten, schud je kussen op en geef je groot glas vers sinaasappelsap, ik hou je vast terwijl je drinkt 
ik voel de moeheid in je lijf, en sla behalve mijn armen nu ook mijn vleugels om je heen

als de sinaasappelsap op is, zet ik het lege glas weg en kom naast je liggen, ik neem je in mijn armen en dek je toe met mijn vleugels,

we zeggen niets, ik hou je gewoon vast , zonder dat je maar íets hoef te zeggen, voel ik je moeheid: de eindeloos lange dagen van werken, ze zijn in je lijf gaan zitten, in je ziel, in je hart, werken, werken en nog eens werken, uur na uur, dag na dag ,een eindeloos lange rij van dingen die gedaan moeten worden

je bent moe van werken, van volhouden , van doorzetten, doorgaan door alle vermoeidheid heen, en je bent moe van nog iets anders, het noemt verdriet, je praat daar nooit over, je weet: dat heeft geen zin, het is maar zielig doen en helpt nergens voor, praten daarover.........

ik weet, je wilt daar niet over praten, ik mag daar niet naar vragen,

ik voel het gewoon

ik hou je vast en voel je moeheid, je verdriet

ik lig naast je , hou je teder vast

streel je over je lieve hoofd, en voel hoe je het gevecht tegen het voelen van je verdriet opgeeft

je lichaam ontspant zich,
je voelt je verdriet , woordeloos verdriet, het mag er zijn, je voelt het, helemaal, ik hou je vast, zeg niets, vraag niets, hou je gewoon vast, terwijl je voelt, wat je al zo lang niet hebt willen, durven voelen..............je voelt het nu helemaal......de pijn, het verdriet en je neemt er tijd voor en dan laat je het los............je voelt het, met de tranen, uit je wegstromen,

ik hou je vast, streel je over je rug, over je lief bolleke, je valt in slaap, ik blijf bij je,
en als je uren later wakker wordt, is al je vermoeidheid weg, je voelt je gelukkig en vrij

je kijkt me, ietwat verlegen, aan,
ik lach je stralend toe, we praten nergens over

is niet nodig, ik hou je vast, je hebt nieuwe energie, en honger, ik zie het en zeg, kom je mee naar de keuken, ik ga koken!
ik maak je lievelingskostje, je zit in je zetel en kijkt naar mij

je verdriet is weg, moeheid is weg, je bent herboren

het eten ruikt verrukkelijk

ik schep het op de borden

schenk wijn erbij

we genieten van het eten, van het samenzijn

van je hernieuwde kracht

het leven is goed

zie, de zon schijnt, we maken wandeling door de hof

horen de vogels zingen

vlinders fladderen rondom ons, strijken op ons neer, ze houden van ons

en wij houden van het leven

hand in hand lopen we door de hof

het voelt gelijk het paradijs

dan is het tijd voor mij om weg te gaan,

je weet: als het leven weer eens moeilijk is en zwaar,

kun je altijd terug naar dit moment

naar deze ochtend in het paradijs

Damma

afspraak met de dood

Het is lente en ze zeggen dat ik je nog deze zomer zal ontmoeten, dat je me nog deze zomer komt halen.

Ik schrik: deze zomer al. De lente is zo koud, de koudste in veertig jaar.

Ik verheug me op een warme zomer met veel zonneschijn en zwoele nachten onder een heldere sterrenhemel.

Toe, doe me een plezier en kom pas in de herfst, als de zon lager staat, de avonden donker zijn en koud. Kom me pas halen als de herfst valt, gun me nog deze zomer en laat het een mooie warme zomer zijn, vol zonneschijn.

Kom me halen als de herfst valt.

Damma

nergens liever dan bij jou

het is een koude, sombere dag, ik kom naar je toe,de achterdeur staat los, zodat ik zó door kan lopen
ik heb bami bij me en geroosterd vlees met pindasaus,
je bent al heel de ochtend aan het werk,
dus is het de hoogste tijd voor een lunchpauze
ik heb wel honderd kaarsjes meegenomen en die steek ik allemaal aan,
we genieten van het eten en worden slaperig van de wijn,
ik sta op en neem je lieve hoofd tussen mijn handen, streel je over je haren, geef je een kusje op je voorhoofd, je ogen, je neus, bijt zachtjes in je oor, geef je teder kusje op je mond,
ik vlij me in je armen en ik weet één ding heel zeker:
er is geen plaats ter wereld waar ik liever ben, dan in jouw armen............
Damma

samen bouwen

het is een heerlijke dag

om tien ben ik al bij je op de bouw

precies op tijd

ik geef de stenen aan en jij metselt ze

het is heerlijk om samen met jou op de stelling te staan

ik geniet van het weidse uitzicht

van het stenen aangeven

van het jou zien werken

ik geniet van het gewoon naast jou zijn, stenen aangeven

samen werken, samen zijn

om één uur maak ik de lunch klaar

spaghetti piripiri

koele sangría met veel vruchtjes en ijsblokjes

we blijven gewoon op de stelling zitten

met ons bord op schoot

na het eten blijf ik zitten kijken naar het  uitzicht

jij komt met je hoofd in mijn schoot liggen

ik streel je over je lief bolleke

geef je tedere kusjes op je oogleden,

je neus, je mond

terwijl ik zachtjes je haren streel, val je in slaap

ik geniet van het mooie uitzicht over de velden

en van jouw nabijheid

na anderhalf uur kus ik je voorzichtig wakker

het is tijd om verder te gaan met metsen

we werkten tot zes

toen moest ik naar huis

ik geef je kusje, zeg: tot morgen en ga weg

je zwaait me na..............
damma

op reis

Het is een koude, winderige dag, je bent bezig met je werk, het is één uur en ik kom naar je toe met friet en stoofvlees,
we zetten ons neer op een plekje waar we enigszins tegen de wind beschermd zijn
ik kijk naar je terwijl je eet; je ziet er moe uit en ik denk aan al die lange dagen, die je doet, in weer en wind
het is tijd om op reis te gaan
als je klaar bent met eten, zeg ik: kom eens mee...........
je volgt me naar de auto, ik doe de deuren open en zeg: stap in, we gaan weg
je zegt dat je niet zomaar weg kunt
ik zeg........jawel, gewoon instappen en je overgeven, alles loslaten en erop vertrouwen dat ik weet wat ik doe, kom, stap in.........
je bent te moe om weerstand te bieden aan het verlangen om weg te gaan van waar je nu bent
je stapt in
ik start de motor, zet een rustgevend muziekje aan en rij richting Denemarken
nog voordat we de Duitse grens bereikt hebben, lig je al heerlijk naast me te snurken,
je bent echt aan vakantie toe
het is een prachtige nacht, volle maan en vol sterrenpracht en ik besluit gewoon door te rijden, tot je wakker wordt
en dat is dus uren en uren later, in Denemarken, juist als de zon, heel vroeg, want het is juni, opkomt
ik zeg: "Welkom in Denemarken"
je kijkt eerst verbaasd en dan heel gelukkig
"tof!" zeg je, "echt tof"
we hebben honger en aangezien er nog nergens een winkel open is,
haal ik mijn noodrantsoen tevoorschijn: knäckebröd en kaas,
koffie lukt ook nog,
we genieten van ons ontbijt, terwijl de zon begint te klimmen
we staan op een lieflijk weggetje, in een wijds landschap
in de verte ligt een dorpje, daar gaan we straks naartoe, maar eerst zitten we hier gewoon en genieten, ik streel je hand, je wang,
ik kijk je aan en zie dat je gelukkig bent, tevreden en ontspannen
je maakt je nergens zorgen over..........
geniet gewoon van het moment.............
jij en ik in dat prachtige landschap...........
het klimaat is mild, weinig wind, zonneschijn, zachte temperatuur
we besluiten om op ons gemak door te rijden naar Noorwegen,
onderweg stoppen we om te lunchen, eten heerlijke zalm met vers brood, en gaan dan door, naar de pont,
alleen het overvaren vind ik al een belevenis, ik hou van de zee, van varen, en van de bergen,
we staan tegen de reling aan en je slaat een arm om me heen
trekt me tegen je aan en zegt: "dit is een fantastisch cadeau, deze trip, ik ben heel blij met je"
"ik ook met jou lieverd, wat heerlijk dat je me vertrouwde en meeging"
nog even en de pont legt aan, we rijden van boord
avondeten op een terras met uitzicht over zee
ik heb je lief mijn lief, zó lief, zo woordeloos lief
je ziet het in mijn ogen en ik zie het in jouw ogen
we hebben elkaar lief
we slapen met het raam open, zodat de combinatie van zee- en berglucht onze kamer binnenstroomt
de maan is vol, de sterren stralen
ik val in een diepe slaap
met jouw armen om mij heen
Damma

een viool klinkt in de nacht

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

ik haast mij naar hem toe

regen en wind doen er niet toe

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

het waait en regent dat het giet

ik denk: vannacht ga ik maar niet

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

het sneeuwt en het vriest

ik blijf thuis en voel me triest

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

ik haast mij door de mist

maar zie: het is een list

het spel was niet voor mij

zijn liefde is voorbij

damma

afscheid van het huis

Vandaag is het de laatste dag dat ik je kom bezoeken op de bouw.

Het huis is af. Anderhalf jaar lang kwam ik bijna iedere dag hierheen en bracht eten en drinken mee, soms hielp ik je met stenen aangeven, maar meestal zat ik gewoon naar je te kijken.

Ik zie je graag.

Morgen komt de eigenaar het huis in bezit nemen.

Vandaag is het huis nog van jou en mij.

Het is een bewolkte dag, een beetje motregen, het past bij mijn stemming, afscheid nemen is niet leuk.

Ik zie, dat je blij bent, dat ik gekomen ben.

Nog  één maal eten we spaghetti piripiri, drinken er sangria bij, chocolade ijs als dessert.

Je neemt me bij de hand voor een laatste rondgang door het huis.

We kussen elkaar teder en dan is het afscheid daar.

Anderhalf jaar vriendschap en liefde.......het is gedaan!

De motregen is overgegaan in zware regenval.

Terwijl ik wegvlieg hoor ik het lied: de regen valt neer als een doek op het toneel. Hoe toepasselijk...........

Vaarwel mijn lief, vaarwel.
D
amma


heimwee

Ik ben verhuisd; ik woon nu al tien maanden in een nieuwe omgeving.

Mijn lichaam en mijn verstand wonen hier, maar mijn ziel dwaalt nog steeds door de duinen, langs het strand, over de zee.

Mijn ziel is nog daar waar ik vandaan kwam.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is het altijd mooi weer, de zon schijnt aan een strakblauwe hemel, de lente is daar net ontsproten, of het is een prachtige zomerdag aan het strand, ofwel een mooie dag vol herfstpracht, ofwel zijn de takken van de kale bomen berijpt en ligt er een dik pak sneeuw.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is de hemel nooit betrokken, is er geen storm en regen.

Soms roep ik mijn ziel terug en wijs haar op de pracht van de omgeving waar ik nu woon, mijn ziel kijkt rond en beaamt dat het hier ook mooi is, maar dan vliedt zij weer weg van mij, naar de duinen, het strand en de zee van weleer.

Damma

opnieuw bloeien de seringen

Het was lente.

De bloesems bloeiden aan de bomen en ik wachtte elke dag op jou onder de seringenboom.

Jij was meestal te laat en je had altijd een reden om snel weer weg te gaan.

Toch bleef ik op je wachten, alle dagen weer.

De sering raakte uitgebloeid en jij zei tegen me, dat je mij niet meer wilde ontmoeten.

Ik weende.............

Opnieuw is het lente; er is een jaar voorbijgegaan.

Daarnet liep ik langs de seringenboom.

Ik zag je staan, alleen.

Je weende........

Damma

Wees gelukkig

Het is vroeg in de morgen, ik lig naast je en kijk naar je.

Over een paar uur ga je weg, terug naar je eigen land, je werk hier zit erop.

Tien  maanden lang logeerde je hier in dit dorp, in deze straat.

Vanmiddag vlieg je weg, duizend kilometer ver weg.

Nu ben je nog hier.

Nog even doen we alles samen.

Straks, als jij wakker wordt, zullen we opstaan, maar nu lig ik naast je, nog even dicht bij je, onze laatste nacht samen is bijna voorbij.

Ik kijk naar je lieve gezicht, je donkere krullen, nog bijna nergens kalend, behalve op je kruintje.

Ik buig me naar je toe en streel heel zacht je lieve hoofd, voorzichtig, om je niet wakker te maken, nog even genieten van het samenzijn.

Ik herinner me onze eerste ontmoeting, niets bijzonders, je was gewoon de nieuwe kostganger, beetje stug, eenzelvig.

Soms vertelde je, 's avonds na het eten, iets over je werkdag, nooit veel, en voornamelijk feiten, niet wat je over je gevoelens bij die feiten.
Ik vroeg je wel, voorzichtig, of je het moeilijk vond, zo ver van  huis, wennen in een nieuwe baan, een ander land, andere taal en dan somde je gegevens op, gebeurtenissen, geen gevoelens. Gevoelens kwamen pas later. 
Na maanden begon je wat meer over jezelf te vertellen, hoe je je voelde, je eenzaamheid je verlangen.

We groeiden naar elkaar, hoe meer jij je opende des te  meer ging ik van je houden.

Je bent zo mooi van binnen, zo teder en zo zacht.

Ik heb me zó aan je gehecht. Het ging vanzelf, je bent zo liefdevol, zo teder, zo zorgzaam, zo behoedzaam, zo oprecht.

Ik wil je niet laten gaan, ik wil zo heel graag, dat je blijft.

Ik hoor almaar in mijn hoofd het lied.............ne me quitte pas..........laat me niet alleen.....

ach lieverd, hoe moet dat nu straks.........als jij niet meer hier bent, maar ver weg van mij.......

Ik hou me groot, wil ons laatste samenzijn niet verknoeien met tranen, maar juist ervan genieten, om het later te koesteren als een mooie herinnering. Het moet een mooi afscheid worden, geen tranen, dat beloofde ik je.

Het is inmiddels tijd om op te staan.........ik maak je zachtjes wakker, kus je op je oor, je wang je neus, je voorhoofd. Je kijkt me teder aan. Ook voor jou is het afscheid moeilijk.

We staan op, gaan douchen, ik maak koffie, toast met confituur.

We voeren elkaar stukjes toast, en lachen, gelijk vanouds.

Dit wordt een gelukkig ontbijt, een gelukkige laatste ochtend, een perfecte herinnering.

Tranen zijn voor straks, niet voor nu, nú is er het laatste samenzijn, het laatste geluk.

Je doet je koffers dicht, pakt je papieren voor de reis. We gaan de trap af, het huis uit, de deur slaat voor de laatste maal achter ons dicht.

De weg naar het vliegveld is kort: de rij voor de incheckbalie is kort en ook het afscheid is kort. Je houdt me vast, kijkt me aan en zegt: Wees gelukkig!

Door mijn tranen heen zeg ik: Ja!

Ik heb je beloofd: geen moeilijk afscheid.

Ik hou me eraan.

Ik lach door mijn tranen heen en zeg: ik beloof je: ik ben gelukkig.

Gelukkig om tien maanden samen met jou.

Een mooie herinnering.

Nog even, dan ben je door de douane heen en kan ik je niet meer zien.

Dag lieveling, ik heb je lief , zo lief mijn lief, zo lief heb ik jou en jou alleen.

Ik blijf wachten bij het hek van Zestienhoven. Het mag niet van jou, je zei: ga direct terug, blijf niet wachten tot het vliegtuig opstijgt............maar ik kan niet terug naar huis, niet zonder jou,

nóg niet, ik hoop op een wonder.......misschien heeft het vliegtuig een dag vertraging, of misschien  bedenk jij  je en keer je terug, en dan wil ik er zijn, om je mee naar huis te nemen..............

Het wonder gebeurt niet.

Een uur later, zie ik je lopen naar het vliegtuig...........even is het net of je je om wilt draaien, om te kijken of ik er sta, maar je doet het niet...........dat is echt hoe jij bent.......stel: je kijkt om en ik sta er niet..........dus kijk je níet om.

Ik blijf wachten, wellicht, straks, in het vliegtuig, kijk je door het raampje en zie je me staan........misschien..............

Ik hoor de motoren van het vliegtuig starten.......zie het taxiën, zwaai, ook al weet ik niet of je het ziet..........en dan stijgt het vliegtuig op...........en wordt steeds kleiner en kleiner.

Je vliegt steeds verder weg........

Ik wil niet naar huis, wat moet ik thuis zonder jou?

Het is alsof ik geen thuis meer heb, nu jij weg bent.

Mijn thuis was in jouw hart. Mijn thuis is weg.

Wees gelukkig! zei je. Wees gelúkkig!, je zei dat zó vaak.

Je wilde altijd dat ik gelukkig was en ook nu wil je dat ik gelukkig ben.

Er is zoveel om dankbaar voor te zijn. Tien mooie maanden samen.

Het is voorbij en toch ook níet voorbij, want je leeft voort in mijn hart, gelijk ik in het jouwe.

Jouw Damma

te laat

Ik zit in de trein van Utrecht naar Hilversum en moet er straks in Hollandsche Rading uit.

Na al die jaren, heb ik weer een afspraak met jou. Ik ben nerveus en opgewonden tegelijkertijd.

Het verheugt me dat ik je weer zal ontmoeten, en ik maak me zorgen over hoe ik eruit zie, vraag me af of je me zult herkennen, of ik de juiste kleren aanheb: suède jasje, rokje, schoenen met een hakje, kousen.

De ontmoeting is op het heideveldje, waar we als kind zo vaak gespeeld hebben, waar zoveel herinneringen liggen, ook uit onze tienertijd. Dertig jaar heb ik jou niet meer gezien, vijftien was ik toen ik je voor het laatst zag. Ik weet nog precies hoe je er destijds uitzag: blonde krullen, achttien jaar, klaar om te gaan studeren, ver hier vandaan. De trein nadert Hollandsche Rading. Wat raar, hij mindert geen vaart. Ik besef dat ik in de intercity zit, en niet in de stoptrein. Nu moet ik door tot Hilversum. Ik ga te laat komen!, de schrik slaat me om het hart. Zul je op me wachten? of zul je denken, dat ik me bedacht heb en afzie van de ontmoeting..........

Wat erg dat ik in de verkeerde trein zit. Als je nu maar wacht. Hollandsche Rading trekt in sneltreinvaart aan mij voorbij. Kdeng, Kdeng en weg is het. Een kwartier later stap ik uit op Hilversum Sportpark uit en kijk op de dienstregeling. Het duurt vijftig minuten uur voordat er een stoptrein vertrekt naar Hollandse Rading, vijftig minuten! Ik besluit te gaan lopen. Binnendoor moet ik binnen een half uur op het heideveldje kunnen zijn.

dan ben ik maar een half uur te laat daar ter plekke, zou je zo lang op me wachten?

Ik begin vol goede moed, in rap tempo te lopen, de weg is niet veranderd in dertig jaar, maar het wordt nu rap donker, ik kan zo tussen alle bomen, al rap geen hand meer voor ogen zien. Ik ga nóg sneller lopen, daarbij zeer gehinderd door mijn hoge hakken........ik struikel over een boomtak.................au, een felle pijnscheut door mijn enkel................ik moet verder, pijn of niet, trek mijn schoenen uit en ga op kousenvoeten verder, hoe laat zou het zijn? ik kan het niet zien op mijn horloge..........ik loop zo rap ik kan in de juiste richting, en dan ineens, blijkt de weg op te houden.........ik heb me vergist in de weg, hoe kán dat nu, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik hier nu verdwalen? Op goed geluk kies ik een andere weg. Zou je nog op me wachten? Het liefst wil ik gaan zitten, mijn enkel doet zeer en ik ben moe, maar de angst om je mis te lopen, drijft me voort, ik roep je naam, zo hard ik kan.............maar natuurlijk antwoord je niet.........ik blijf lopen en lopen, tot ik hard met mijn hoofd tegen een boom aanloop.........

ik verlies mijn evenwicht en kom op de grond terecht, ik wil overeind komen, maar ben te moe, te duizelig,

Wanhopig roep ik nog een maal jouw naam.

Ik hoor gekraak van takken en dan zijn daar jouw armen om mij heen.

Je neemt me in je armen, wiegt me zachtjes heen en weer en zegt:

"Je bent nog net als vroeger..................................een warhoofd!

Je streelt me teder over mijn haren, kust mijn tranen weg, en ik weet: dit is een heerlijk weerzien!
Damma

doodgaan

Dat ik dood zou gaan,

juist nu iedereen verder mag gaan

dat had ik niet verwacht

daar was ik niet op bedacht

het is een hard gelag

dat ik niet verder mag

mijn tijd zit erop

dat is een strop

alles gaat weer open

maar mijn ogen worden voorgoed gesloten

mijn leven is voorbij

maar ik maak geen stampij

ik heb het goed gehad

straks valt mijn laatste blad

damma

gezond en gelukkig

Ik, Damma, ben gelukkig, gezond, rijk, slank en dankbaar.

de vuurproef

De Vuurproef

We zijn al een tijd bevriend, jij en ik en ik weet dat jij lid bent van een besloten club, waar men leuke dingen doet, zoals wildwatervaren, mountainbiken, zweefvliegen, klimmen tegen een bergwand, enfin, allerlei avontuurlijke sporten. Soms zijn jullie een hele week weg, soms een weekend. Je vertelt er nooit veel over, maar hetgeen je me vertelt, maakt dat ik dolgraag lid wil worden van die club.

Ik ben er al een paar maal over begonnen, over mijn lidmaatschap van jouw club, maar jij geeft altijd ontwijkende antwoorden, probeert van onderwerp te veranderen, of, erger nog, je stapt gewoon op en gaat naar huis, als ik er weer eens naar vraag. Deze avond ben ik vast van plan me niet af te laten schepen.

Je bent bij me op bezoek, ik heb het gezellig gemaakt, lekker eten gekookt, spaghetti piri piri, sangría erbij, Spaanse muziek op de achtergrond en als we na het eten gezellig samen op de bank zitten, starend in het vuur van de open haard, vraag ik je op de man af: "Waarom wil je niet dat ik bij jouw club kom?"

Je schrikt een beetje van mijn rechtstreekse vraag en je zegt: "Het is niet zo, dat ik het niet wíl, het is meer zo dat het niet eenvoudig is, om toe te treden. Allereerst al omdat er tot nu toe alleen maar mannen lid zijn, maar daarnaast ook nog omdat je geselecteerd wordt, je kunt niet zomaar binnenstappen."

Nu ben ik pas écht nieuwsgierig geworden. "Moet ik iets doen? Iets kunnen? Wát moet ik doen?"

Jij antwoordt: "Het is niet zozeer dat je iets moet dóen, je moet iets ondergáán, een soort van ritueel."

Ik antwoord vastbesloten: "Ik doe alles wat nodig is om bij die club te komen. Ik wil dolgraag met jullie mee kanovaren, bergbeklimmen, mountainbiken, zweefvliegen en alle andere leuke dingen die jullie doen en bovenal wil ik graag bij je zijn, heel vaak en onder alle omstandigheden."

Ik zie je weifelende blik zie en gooi ik er nog een schepje bovenop..........

"Ik weet zéker, dat ik alles wil doen wat nodig is om lid te worden.........Is het een soort ontgroening, waar ik doorheen moet?"

"Min of meer", antwoord jij, "maar het probleem is, dat ik je niet van te voren mag zeggen, wát de proef precies inhoudt. Het is een soort van Vuurproef en je moet je er niet op verkijken, want het is best zwaar."

"Heb jij hem gedaan, die vuurproef?" vraag ik. "Ja, natuurlijk", antwoord je, iedereen die lid is van onze club heeft die proef gedaan." "En tot nu toe zijn er alleen maar mannen lid?" vraag ik, "Is het verboden voor vrouwen?" "Nee, dat niet" antwoord jij, "er is gewoon nog nooit een vrouw geweest, die de proef doorstaan heeft, alle vrouwen die zich aangemeld hebben, zagen ervan af, zodra ze hoorden wát de proef inhield, ze liepen gewoon weg. Je moet je er niet op verkijken, het is best zwaar..........."

"Ik weet zéker dat ik de proef zal doorstaan." antwoord ik, veel meer zelfvertrouwen uitstralend dan ik vanbinnen voel.

Na een paar weken is het zover.......ik mag de "vuur" proef doen.

Vooraf heb ik me steeds af lopen vragen, wat het in zal houden......... springen over een kampvuur? over hete kolen lopen? kaarsvet op mijn huid gedruppeld krijgen..........Ik ben best een beetje bang voor de proef, maar ik wil ook heel graag bij jou in de club komen en samen met jou al die leuke, avontuurlijke reisjes maken. Ik heb al lang begrepen, dat jij die club niet op zult geven voor mij, dus als ik bij jou wil zijn, heel vaak bij jou wil zijn, dan zal ik zeker en wis lid moeten worden van die club, waar jij lid van bent, en waarvan ik de naam nog niet mag weten. De naam van de club krijg ik pas te horen, nadat ik de vuurproef doorstaan heb.

De Grote Avond is aangebroken. Ik ga met je mee naar het clubhuis, een houten gebouw, midden in het bos, aan de rand van een meer. Het gebouw ziet er eerder lieflijk uit dan angstaanjagend. Hier wordt dus de vuurproef gedaan........... ik hoop niet dat het gebouwtje vlam vat, tijdens de vuurproef.

Eenmaal binnen, word ik welkom geheten door de voorzitter, die me vertelt dat alle leden aanwezig zijn. Ik kijk om me heen en tel, zo in de gauwigheid een man of vijftien.

Ik zie een ronde ijzeren hoepel, die rechtop staat en vast geankerd is in de vloer. er zitten vier lussen in, twee boven en twee beneden, als je rechte lijnen tussen die vier lussen zou trekken, zou er een vierkant ontstaan, in die cirkel.

De voorzitter zegt, dat de plechtigheid nu gaat beginnen.

Hij loopt naar me toe, en als hij vlak voor me staat, zegt hij: "Kleed je uit!"

Ik ben een beetje verbaasd, maar ik voldoe aan zijn verzoek.

Ik trek langzaam al mijn kleren uit, mijn mooie rode zijden blouse, mijn zwarte leren rok, mijn lange zwarte laarzen, mijn netkousen, mijn rode kanten bh en mijn rode kanten slip.

In volle naaktheid sta ik daar tegenover de voorzitter en omringd door alle leden.

De voorzitter laat me beloven dat  ik niets zal vertellen van wat er hier plaats gaat vinden, ongeacht of ik nu wel of niet doorga met de proef, ik moet over alles wat er vanavond gebeurt, zwijgen als het graf. Ik beloof het en dan legt hij me uit wat er gaat gebeuren.

Ik moet plaatsnemen in de ijzeren hoepel, met mijn handen en voeten in de lussen.

Daarna zal ik behandeld worden, gedurende veertien minuten, twee maal zeven minuten, en als ik tijdens die veertien minuten STOP roep, wordt de behandeling onmiddellijk gestopt en moet ik het clubgebouw verlaten om er nooit meer terug te keren. Als ik daarentegen veertien minuten blijf staan in de ijzeren hoepel en de behandeling tot het einde toe uitzing, word ik geaccepteerd als volwaardig lid van de club en krijg ik eindelijk de naam van de club te horen.

Ik zeg dat ik het begrepen heb en dat ik zeker en wis niet van plan ben om STOP te roepen.

De voorzitter glimlacht en zegt: "We zullen zien............"

Ik loop naar de cirkel en plaats mijn handen en voeten in de lussen.

Dan trekt de voorzitter zwarte lederen handschoenen aan en haalt hij uit een emmer een bos brandnetels.

Hij gaat achter mij staan en beweegt, tergend langzaam de bos brandnetels over mijn rug......, mijn billen, ........de achterkant van mijn benen.........

Het prikt, het brandt, het bijt…

 Ik zou dat ene woord uit willen schreeuwen, waarvan ik weet dat het een einde maakt aan deze vuurproef,  maar ik wil ook heel graag deze proef doorstaan........

dus ik verbijt mijn pijn, ik bijt mijn tanden op elkaar en ik hou vol............

dan klinkt er een gong, er zijn zeven minuten voorbij.........

De voorzitter komt nu voor mij staan, hij pakt een nieuwe bos brandnetels en gaat ermee over mijn armen, ..........mijn benen, ..........mijn hals........borsten....... mijn tepels.........over mijn maag, mijn buik..........en zelfs mijn onbehaarde schaamstreek moet eraan geloven...........
Het brandt waanzinnig en ik versta nu heel goed waarom ze het Vuurproef noemen,

het brandt, zonder dat er vuur aan te pas komt.

Mijn lichaam kronkelt alle kanten heen, maar ik geef geen kik, ikbijt mijn tanden op elkaar, hou mijn lippen ferm gesloten, want ik wil niet dat ene woord roepen............

Ik hou vol, kronkelend, enigszins kreunend, maar niet huilend, niet roepend, niet weeklagend.

Moedig verdraag ik mijn zelfgekozen lot.

En dan klinkt de gong voor de tweede maal.

De veertien minuten zijn voorbij.

Iedereen roept: "Hoera, je hebt het gehaald. Welkom bij de Brandnetelclub!"

Jij komt naar me toe, pakt me bij de hand en leidt me door een deur, naar een kleine kamer waar een groot bad staat, met ijskoud water............

Ik dompel me er helemaal in onder, het helpt tegen het prikken, zolang ik in het koude water zit, voel ik het bijten minder erg.

Je zegt dat je angst had, dat ik het niet vol zou houden en dat je blij bent dat het me gelukt is.

Nu ben ik volwaardig lid van de brandnetelclub en mag ik  mee op al jullie reizen.

Ik stap uit bad, jij droogt me teder af en dan gaan we feestvieren,  met muziek, dans sangria en tapas,

Nog heel de avond voelt het of er duizend naalden in me gestoken worden, maar dat is ondergeschikt aan het grote gevoel van vreugde, dat ik voel, omdat ik nu bij de club hoor, het is als een vreugdevuur dat hoog in mij oplaait, een overwinningsvuur  en ook een liefdesvuur, omdat ik alles voor je overheb, echt alles!

Damma

Meer van damma

↑ Terug naar de berichten