Het is een koude winteravond. In het donker haalt hij houtblokken vanonder de overkapping in de tuin, waar hij ze sinds jaar en dag mooi opgestapeld heeft liggen.
Eenmaal binnen, werpt hij de eerste houtklos in de open haard, daarna pakt hij de tweede en juist voordat hij die in de open haart wil gooien, ziet hij dat er een hart in gegraveerd staat.
Hij zakt ineen op het kleed voor de haard en denkt aan haar voor wie hij, jaren geleden, dit hart heeft gezaagd, met de punt van zijn kettingzaag, in een klos van een van de vele bomen, die hij die dag in stukken aan het zagen was.
Tijdens het zagen had hij steeds aan háár gedacht, aan zijn Mariposa, zijn lieve vlinder.
Heel de zomer had zij hem gezelschap gehouden, tijdens het werken in de tuin. Zij was zijn vlinder en hij was van haar gaan houden.
Toen de herfst aanbrak, zei hij, dat ze weg moest gaan, maar ze wilde niet bij hem vandaan, dus bleef ze tot de winter aanbrak; pas toen het vroor was ze bij hem weggegaan, naar warmer streken, vlinders kunnen immers niet tegen koude. Ze had hem bij het afscheid teder gekust en beloofd, dat ze terug zou komen.
In het voorjaar had hij vol verwachting naar haar uitgekeken, tot ver in de zomer had hij gehoopt op haar terugkeer, toen het herfst werd, had hij alle hoop verloren en in de winter die volgde was zijn hart bevroren. Nooit dacht hij meer aan Mariposa.
Ze had haar belofte niet gehouden, ze was niet teruggekomen en zijn hart was bevroren.
Nu zat hij daar, met "haar" boomstronk in zijn handen.
Hij herinnerde zich die ene mooie zomer; zag haar weer door de tuin fladderen, voelde weer haar "butterflykisses". Langzaam smolt het ijs rond zijn hart. Hoe had hij, destijds, kunnen denken, dat zij de vorst had kunnen overleven? Natuurlijk was ze gestorven op haar tocht naar het zuiden. Geen vlinder kan zo ver vliegen in zulke koude, eigenlijk had hij dat destijds al beseft, maar niet wíllen weten.
Hij had haar zo graag willen geloven, toen ze zei, dat ze terug zou komen en hij was zó teleurgesteld geweest, toen ze almaar niet terugkwam.
Maar nu, met de houtklos in zijn hand, besefte hij, dat ze wel degelijk teruggekomen was........
Hij schonk een glas sangria in, nam er een bord spaghetti piripiri bij, precies zoals hij dat zo vaak gedaan had in de zomer dat ze bij hem was. Hij at en dronk met smaak en daarna plaatste hij het blok hout met het hart van zijn Mariposa, in het houtvuur..............
Hij keek naar de vlammen en herinnerde zich die heerlijke zomer, tot in het kleinste détail........
De warmte, het eten en de wijn maakten hem een beetje slaperig..........
Ineens was ze daar, zijn Mariposa..........het houtblok was vergaan en Mariposa was tot leven gekomen..........Ze gaf hem vlinderkusjes, gelijk weleer............en ze zei: "Zie je wel dat ik teruggekomen ben.................."
Damma