Naar de inhoud

damma

dromerijen
akke.beakke.be
fantasiekes

Archief

op reis

Het is een koude, winderige dag, je bent bezig met je werk, het is één uur en ik kom naar je toe met friet en stoofvlees,
we zetten ons neer op een plekje waar we enigszins tegen de wind beschermd zijn
ik kijk naar je terwijl je eet; je ziet er moe uit en ik denk aan al die lange dagen, die je doet, in weer en wind
het is tijd om op reis te gaan
als je klaar bent met eten, zeg ik: kom eens mee...........
je volgt me naar de auto, ik doe de deuren open en zeg: stap in, we gaan weg
je zegt dat je niet zomaar weg kunt
ik zeg........jawel, gewoon instappen en je overgeven, alles loslaten en erop vertrouwen dat ik weet wat ik doe, kom, stap in.........
je bent te moe om weerstand te bieden aan het verlangen om weg te gaan van waar je nu bent
je stapt in
ik start de motor, zet een rustgevend muziekje aan en rij richting Denemarken
nog voordat we de Duitse grens bereikt hebben, lig je al heerlijk naast me te snurken,
je bent echt aan vakantie toe
het is een prachtige nacht, volle maan en vol sterrenpracht en ik besluit gewoon door te rijden, tot je wakker wordt
en dat is dus uren en uren later, in Denemarken, juist als de zon, heel vroeg, want het is juni, opkomt
ik zeg: "Welkom in Denemarken"
je kijkt eerst verbaasd en dan heel gelukkig
"tof!" zeg je, "echt tof"
we hebben honger en aangezien er nog nergens een winkel open is,
haal ik mijn noodrantsoen tevoorschijn: knäckebröd en kaas,
koffie lukt ook nog,
we genieten van ons ontbijt, terwijl de zon begint te klimmen
we staan op een lieflijk weggetje, in een wijds landschap
in de verte ligt een dorpje, daar gaan we straks naartoe, maar eerst zitten we hier gewoon en genieten, ik streel je hand, je wang,
ik kijk je aan en zie dat je gelukkig bent, tevreden en ontspannen
je maakt je nergens zorgen over..........
geniet gewoon van het moment.............
jij en ik in dat prachtige landschap...........
het klimaat is mild, weinig wind, zonneschijn, zachte temperatuur
we besluiten om op ons gemak door te rijden naar Noorwegen,
onderweg stoppen we om te lunchen, eten heerlijke zalm met vers brood, en gaan dan door, naar de pont,
alleen het overvaren vind ik al een belevenis, ik hou van de zee, van varen, en van de bergen,
we staan tegen de reling aan en je slaat een arm om me heen
trekt me tegen je aan en zegt: "dit is een fantastisch cadeau, deze trip, ik ben heel blij met je"
"ik ook met jou lieverd, wat heerlijk dat je me vertrouwde en meeging"
nog even en de pont legt aan, we rijden van boord
avondeten op een terras met uitzicht over zee
ik heb je lief mijn lief, zó lief, zo woordeloos lief
je ziet het in mijn ogen en ik zie het in jouw ogen
we hebben elkaar lief
we slapen met het raam open, zodat de combinatie van zee- en berglucht onze kamer binnenstroomt
de maan is vol, de sterren stralen
ik val in een diepe slaap
met jouw armen om mij heen
Damma

een viool klinkt in de nacht

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

ik haast mij naar hem toe

regen en wind doen er niet toe

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

het waait en regent dat het giet

ik denk: vannacht ga ik maar niet

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

het sneeuwt en het vriest

ik blijf thuis en voel me triest

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

ik haast mij door de mist

maar zie: het is een list

het spel was niet voor mij

zijn liefde is voorbij

damma

afscheid van het huis

Vandaag is het de laatste dag dat ik je kom bezoeken op de bouw.

Het huis is af. Anderhalf jaar lang kwam ik bijna iedere dag hierheen en bracht eten en drinken mee, soms hielp ik je met stenen aangeven, maar meestal zat ik gewoon naar je te kijken.

Ik zie je graag.

Morgen komt de eigenaar het huis in bezit nemen.

Vandaag is het huis nog van jou en mij.

Het is een bewolkte dag, een beetje motregen, het past bij mijn stemming, afscheid nemen is niet leuk.

Ik zie, dat je blij bent, dat ik gekomen ben.

Nog  één maal eten we spaghetti piripiri, drinken er sangria bij, chocolade ijs als dessert.

Je neemt me bij de hand voor een laatste rondgang door het huis.

We kussen elkaar teder en dan is het afscheid daar.

Anderhalf jaar vriendschap en liefde.......het is gedaan!

De motregen is overgegaan in zware regenval.

Terwijl ik wegvlieg hoor ik het lied: de regen valt neer als een doek op het toneel. Hoe toepasselijk...........

Vaarwel mijn lief, vaarwel.
D
amma


heimwee

Ik ben verhuisd; ik woon nu al tien maanden in een nieuwe omgeving.

Mijn lichaam en mijn verstand wonen hier, maar mijn ziel dwaalt nog steeds door de duinen, langs het strand, over de zee.

Mijn ziel is nog daar waar ik vandaan kwam.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is het altijd mooi weer, de zon schijnt aan een strakblauwe hemel, de lente is daar net ontsproten, of het is een prachtige zomerdag aan het strand, ofwel een mooie dag vol herfstpracht, ofwel zijn de takken van de kale bomen berijpt en ligt er een dik pak sneeuw.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is de hemel nooit betrokken, is er geen storm en regen.

Soms roep ik mijn ziel terug en wijs haar op de pracht van de omgeving waar ik nu woon, mijn ziel kijkt rond en beaamt dat het hier ook mooi is, maar dan vliedt zij weer weg van mij, naar de duinen, het strand en de zee van weleer.

Damma

opnieuw bloeien de seringen

Het was lente.

De bloesems bloeiden aan de bomen en ik wachtte elke dag op jou onder de seringenboom.

Jij was meestal te laat en je had altijd een reden om snel weer weg te gaan.

Toch bleef ik op je wachten, alle dagen weer.

De sering raakte uitgebloeid en jij zei tegen me, dat je mij niet meer wilde ontmoeten.

Ik weende.............

Opnieuw is het lente; er is een jaar voorbijgegaan.

Daarnet liep ik langs de seringenboom.

Ik zag je staan, alleen.

Je weende........

Damma

Wees gelukkig

Het is vroeg in de morgen, ik lig naast je en kijk naar je.

Over een paar uur ga je weg, terug naar je eigen land, je werk hier zit erop.

Tien  maanden lang logeerde je hier in dit dorp, in deze straat.

Vanmiddag vlieg je weg, duizend kilometer ver weg.

Nu ben je nog hier.

Nog even doen we alles samen.

Straks, als jij wakker wordt, zullen we opstaan, maar nu lig ik naast je, nog even dicht bij je, onze laatste nacht samen is bijna voorbij.

Ik kijk naar je lieve gezicht, je donkere krullen, nog bijna nergens kalend, behalve op je kruintje.

Ik buig me naar je toe en streel heel zacht je lieve hoofd, voorzichtig, om je niet wakker te maken, nog even genieten van het samenzijn.

Ik herinner me onze eerste ontmoeting, niets bijzonders, je was gewoon de nieuwe kostganger, beetje stug, eenzelvig.

Soms vertelde je, 's avonds na het eten, iets over je werkdag, nooit veel, en voornamelijk feiten, niet wat je over je gevoelens bij die feiten.
Ik vroeg je wel, voorzichtig, of je het moeilijk vond, zo ver van  huis, wennen in een nieuwe baan, een ander land, andere taal en dan somde je gegevens op, gebeurtenissen, geen gevoelens. Gevoelens kwamen pas later. 
Na maanden begon je wat meer over jezelf te vertellen, hoe je je voelde, je eenzaamheid je verlangen.

We groeiden naar elkaar, hoe meer jij je opende des te  meer ging ik van je houden.

Je bent zo mooi van binnen, zo teder en zo zacht.

Ik heb me zó aan je gehecht. Het ging vanzelf, je bent zo liefdevol, zo teder, zo zorgzaam, zo behoedzaam, zo oprecht.

Ik wil je niet laten gaan, ik wil zo heel graag, dat je blijft.

Ik hoor almaar in mijn hoofd het lied.............ne me quitte pas..........laat me niet alleen.....

ach lieverd, hoe moet dat nu straks.........als jij niet meer hier bent, maar ver weg van mij.......

Ik hou me groot, wil ons laatste samenzijn niet verknoeien met tranen, maar juist ervan genieten, om het later te koesteren als een mooie herinnering. Het moet een mooi afscheid worden, geen tranen, dat beloofde ik je.

Het is inmiddels tijd om op te staan.........ik maak je zachtjes wakker, kus je op je oor, je wang je neus, je voorhoofd. Je kijkt me teder aan. Ook voor jou is het afscheid moeilijk.

We staan op, gaan douchen, ik maak koffie, toast met confituur.

We voeren elkaar stukjes toast, en lachen, gelijk vanouds.

Dit wordt een gelukkig ontbijt, een gelukkige laatste ochtend, een perfecte herinnering.

Tranen zijn voor straks, niet voor nu, nú is er het laatste samenzijn, het laatste geluk.

Je doet je koffers dicht, pakt je papieren voor de reis. We gaan de trap af, het huis uit, de deur slaat voor de laatste maal achter ons dicht.

De weg naar het vliegveld is kort: de rij voor de incheckbalie is kort en ook het afscheid is kort. Je houdt me vast, kijkt me aan en zegt: Wees gelukkig!

Door mijn tranen heen zeg ik: Ja!

Ik heb je beloofd: geen moeilijk afscheid.

Ik hou me eraan.

Ik lach door mijn tranen heen en zeg: ik beloof je: ik ben gelukkig.

Gelukkig om tien maanden samen met jou.

Een mooie herinnering.

Nog even, dan ben je door de douane heen en kan ik je niet meer zien.

Dag lieveling, ik heb je lief , zo lief mijn lief, zo lief heb ik jou en jou alleen.

Ik blijf wachten bij het hek van Zestienhoven. Het mag niet van jou, je zei: ga direct terug, blijf niet wachten tot het vliegtuig opstijgt............maar ik kan niet terug naar huis, niet zonder jou,

nóg niet, ik hoop op een wonder.......misschien heeft het vliegtuig een dag vertraging, of misschien  bedenk jij  je en keer je terug, en dan wil ik er zijn, om je mee naar huis te nemen..............

Het wonder gebeurt niet.

Een uur later, zie ik je lopen naar het vliegtuig...........even is het net of je je om wilt draaien, om te kijken of ik er sta, maar je doet het niet...........dat is echt hoe jij bent.......stel: je kijkt om en ik sta er niet..........dus kijk je níet om.

Ik blijf wachten, wellicht, straks, in het vliegtuig, kijk je door het raampje en zie je me staan........misschien..............

Ik hoor de motoren van het vliegtuig starten.......zie het taxiën, zwaai, ook al weet ik niet of je het ziet..........en dan stijgt het vliegtuig op...........en wordt steeds kleiner en kleiner.

Je vliegt steeds verder weg........

Ik wil niet naar huis, wat moet ik thuis zonder jou?

Het is alsof ik geen thuis meer heb, nu jij weg bent.

Mijn thuis was in jouw hart. Mijn thuis is weg.

Wees gelukkig! zei je. Wees gelúkkig!, je zei dat zó vaak.

Je wilde altijd dat ik gelukkig was en ook nu wil je dat ik gelukkig ben.

Er is zoveel om dankbaar voor te zijn. Tien mooie maanden samen.

Het is voorbij en toch ook níet voorbij, want je leeft voort in mijn hart, gelijk ik in het jouwe.

Jouw Damma

te laat

Ik zit in de trein van Utrecht naar Hilversum en moet er straks in Hollandsche Rading uit.

Na al die jaren, heb ik weer een afspraak met jou. Ik ben nerveus en opgewonden tegelijkertijd.

Het verheugt me dat ik je weer zal ontmoeten, en ik maak me zorgen over hoe ik eruit zie, vraag me af of je me zult herkennen, of ik de juiste kleren aanheb: suède jasje, rokje, schoenen met een hakje, kousen.

De ontmoeting is op het heideveldje, waar we als kind zo vaak gespeeld hebben, waar zoveel herinneringen liggen, ook uit onze tienertijd. Dertig jaar heb ik jou niet meer gezien, vijftien was ik toen ik je voor het laatst zag. Ik weet nog precies hoe je er destijds uitzag: blonde krullen, achttien jaar, klaar om te gaan studeren, ver hier vandaan. De trein nadert Hollandsche Rading. Wat raar, hij mindert geen vaart. Ik besef dat ik in de intercity zit, en niet in de stoptrein. Nu moet ik door tot Hilversum. Ik ga te laat komen!, de schrik slaat me om het hart. Zul je op me wachten? of zul je denken, dat ik me bedacht heb en afzie van de ontmoeting..........

Wat erg dat ik in de verkeerde trein zit. Als je nu maar wacht. Hollandsche Rading trekt in sneltreinvaart aan mij voorbij. Kdeng, Kdeng en weg is het. Een kwartier later stap ik uit op Hilversum Sportpark uit en kijk op de dienstregeling. Het duurt vijftig minuten uur voordat er een stoptrein vertrekt naar Hollandse Rading, vijftig minuten! Ik besluit te gaan lopen. Binnendoor moet ik binnen een half uur op het heideveldje kunnen zijn.

dan ben ik maar een half uur te laat daar ter plekke, zou je zo lang op me wachten?

Ik begin vol goede moed, in rap tempo te lopen, de weg is niet veranderd in dertig jaar, maar het wordt nu rap donker, ik kan zo tussen alle bomen, al rap geen hand meer voor ogen zien. Ik ga nóg sneller lopen, daarbij zeer gehinderd door mijn hoge hakken........ik struikel over een boomtak.................au, een felle pijnscheut door mijn enkel................ik moet verder, pijn of niet, trek mijn schoenen uit en ga op kousenvoeten verder, hoe laat zou het zijn? ik kan het niet zien op mijn horloge..........ik loop zo rap ik kan in de juiste richting, en dan ineens, blijkt de weg op te houden.........ik heb me vergist in de weg, hoe kán dat nu, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik hier nu verdwalen? Op goed geluk kies ik een andere weg. Zou je nog op me wachten? Het liefst wil ik gaan zitten, mijn enkel doet zeer en ik ben moe, maar de angst om je mis te lopen, drijft me voort, ik roep je naam, zo hard ik kan.............maar natuurlijk antwoord je niet.........ik blijf lopen en lopen, tot ik hard met mijn hoofd tegen een boom aanloop.........

ik verlies mijn evenwicht en kom op de grond terecht, ik wil overeind komen, maar ben te moe, te duizelig,

Wanhopig roep ik nog een maal jouw naam.

Ik hoor gekraak van takken en dan zijn daar jouw armen om mij heen.

Je neemt me in je armen, wiegt me zachtjes heen en weer en zegt:

"Je bent nog net als vroeger..................................een warhoofd!

Je streelt me teder over mijn haren, kust mijn tranen weg, en ik weet: dit is een heerlijk weerzien!
Damma

doodgaan

Dat ik dood zou gaan,

juist nu iedereen verder mag gaan

dat had ik niet verwacht

daar was ik niet op bedacht

het is een hard gelag

dat ik niet verder mag

mijn tijd zit erop

dat is een strop

alles gaat weer open

maar mijn ogen worden voorgoed gesloten

mijn leven is voorbij

maar ik maak geen stampij

ik heb het goed gehad

straks valt mijn laatste blad

damma

Meer van damma

↑ Terug naar de berichten