Naar de inhoud

dammabrands

akke.beakke.be

Archief

mijn eiland

Ik woon op een eiland, waar mensen uit alle richtingen welkom zijn en liefdevol ontvangen worden, het eiland bestaat uit een berg, er is een noordkant, met steile rotsen, daar diep beneden beuken grote golven op de rotsen, dat is de kant waar ik meestal met mijn rug naartoe zit, daar is het altijd nacht, maar het is best een mooie nacht, want het is volle maan en bijna onbewolkt,

aan mijn voorkant, mij is er de zuidkant van de berg, met de prachtig begroeide helling en uiteraard komt aan de ene kant de zon op en gaat hij aan de andere kant onder en ik kan voortdurend kiezen of ik me wil richten naar de ontroerende zonsopgang, het prachtige zuiden, of de weemoedige zonsondergang, Soms heb ik behoefte aan de zee en de volle maan, dan zit ik in het donker over zee te staren, en hoor ik diep beneden de golven op de rotsen slaan....... ik kan kíezen.......en ik wil soms hier en dan weer dáár zijn.

Zo af en toe komt er iemand naar boven, die heeft dan een hele pelgrimstocht gemaakt om bij mij te komen......

Als ik dat wil, kan ik, naar beneden gaan, naar het dal, waar de mensen zijn en ik kan me gewoon tussen hen begeven, zonder dat één van hen weet, dat ik eigenlijk op de berg hoor....

daarna kan ik weer gewoon terugkeren naar de top van mijn berg.........
damma

het bootje

Het is een heerlijke zwoele zomeravond aan zee.

Ik slenter langs het strand en zie een bootje liggen.

Ik loop ernaartoe, kijk erin en merk dat het leeg is.

De volle maan weerspiegelt haar zilveren licht op het zeewater.

Wat zou ik graag uit varen gaan.

Ineens staat er iemand naast mij die zegt:

"Stap maar in, ik roei wel."

Onmiddellijk stap ik in, geen seconde hoef ik er over na te denken.

De man duwt het bootje de golven in, springt er in en vaart er behendig mee over de golven.

Hij zingt een lied, het bekende Santa Lucia en kijkt me heel teder en liefdevol aan.
Het is een heel mooie man met een prettige, liefdevolle uitstraling.

Het lijkt wel of ik hier op zee vaar met een heuse engel.......
en wie weet, ís dat ook zo........

damma

gedachtebriesje

 

Het is vroeg in de morgen, het is nog donker, je zit in de auto op weg naar je werk en je denkt aan mij.

Ineens voel je een zacht, warm briesje....... en even later zit ik naast je.

Ik kijk je stralend aan en zeg: "Wat fijn, dat je me geroepen hebt!"

"Deed ik dat dan?"vraag je verbaasd.

"Ja zeker wel" zeg ik, "als je heel sterk aan me denkt, kom ik vanzelf naar je toe, ik kan niet anders........en ik wíl niet anders. Ik ben blij, heel blij, dat je me geroepen hebt. Het is fijn om bij je te zijn."

Ik leg mijn hand op je dijbeen en mijn hoofd op je schouder.

We rijden rustig door de donkere ochtend. Je voelt je gelukkig en je wilt dat deze rit heel lang duurt. Als je de parkeerplaats van je werk opdraait, vraag je: "Blijf je bij me?"

"Graag!" antwoord ik, "ik zorg ervoor dat alleen jij mij kunt zien, ik zal onzichtbaar zijn voor alle anderen."

Je lacht en zegt: "Mooi zo, dat spaart een heleboel uitleg."

We lopen samen naar binnen. Mensen groeten je, hebben je nodig, je moet dingen oplossen en onder al die drukke werkzaamheden,  zie ik je regelmatig naar me kijken, met een liefdevolle blik; je bent blij dat ik bij je ben.

Aan het eind van de werkdag zitten we weer samen in de auto.

Ik zie dat je moe bent en stel voor om even te stoppen op een rustige plek.

Ik masseer je nek, je rug, streel je lieve gezicht, je zachte haren, geef je  kusjes en knuffels,

tot je je weer helemaal fit en gezond voelt.

Daarna rijden we verder. Bij jouw huis aangekomen, moet ik afscheid nemen.

"Tot morgen?" vraag je. "Als je me roept......" antwoord ik.

Met hetzelfde zachte, warme briesje waarmee ik die ochtend gekomen ben, ga ik nu weg.

Je weet, dat je me altijd roepen kunt.........
damma

een viool klinkt in de nacht

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

ik haast mij naar hem toe

regen en wind doen er niet toe

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

het waait en regent dat het giet

ik denk: vannacht ga ik maar niet

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

het sneeuwt en het vriest

ik blijf thuis en voel me triest

een viool klinkt in de nacht

het is mijn lief die op mij wacht

ik haast mij door de mist

maar zie: het is een list

het spel was niet voor mij

zijn liefde is voorbij

damma

ontwaken

Ik droomde dat ik naar je toeging,
net als vroeger,
de lange weg met de fiets,
tegen de wind in.

Bij je huis aangekomen zag ik
dat er een omgewaaide boom in je voortuin lag.
Ik klom over de boom heen en keek naar binnen.
Je huis was leeg.
Ik wist het weer,
nog in mijn droom,
tijdens het ontwaken:

 Je bent er al zolang niet meer.
Damma

opnieuw bloeien de seringen

Het was lente.

De bloesems bloeiden aan de bomen en ik wachtte elke dag op je onder de seringenboom.

Jij was meestal te laat en je had altijd een reden om rap weer weg te gaan.

Toch bleef ik op je wachten, alle dagen weer.

De sering raakte uitgebloeid en jij zei tegen me, dat je mij niet meer wilde ontmoeten.

Ik weende.............

Opnieuw is het lente; er is een jaar voorbijgegaan.

Daarnet liep ik langs de seringenboom.

Ik zag je staan, alleen. 

Je weende........

Damma

doodgaan

Dat ik dood zou gaan,

juist nu iedereen verder mag gaan

dat had ik niet verwacht

daar was ik niet op bedacht

het is een hard gelag

dat ik niet verder mag

mijn tijd zit erop

dat is een strop

alles gaat weer open

maar mijn ogen worden voorgoed gesloten

mijn leven is voorbij

maar ik maak geen stampij

ik heb het goed gehad

straks valt mijn laatste blad

damma

heimwee

Ik ben verhuisd; ik woon nu al tien maanden in een nieuwe omgeving.

Mijn lichaam en mijn verstand wonen hier, maar mijn ziel dwaalt nog steeds door de duinen, langs het strand, over de zee.

Mijn ziel is nog daar waar ik vandaan kwam.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is het altijd mooi weer, de zon schijnt aan een strakblauwe hemel, de lente is daar net ontsproten, of het is een prachtige zomerdag aan het strand, ofwel een mooie dag vol herfstpracht, ofwel zijn de takken van de kale bomen berijpt en ligt er een dik pak sneeuw.

Daar waar mijn ziel dwaalt, is de hemel nooit betrokken, is er geen storm en regen.

Soms roep ik mijn ziel terug en wijs haar op de pracht van de omgeving waar ik nu woon, mijn ziel kijkt rond en beaamt dat het hier ook mooi is, maar dan vliedt zij weer weg van mij, naar de duinen, het strand en de zee van weleer.

Damma

Meer van dammabrands

↑ Terug naar de berichten