Naar de inhoud

dammabrands

akke.beakke.be

Archief

de vuurproef

De Vuurproef

We zijn al een tijd bevriend, jij en ik en ik weet dat jij lid bent van een besloten club, waar men leuke dingen doet, zoals wildwatervaren, mountainbiken, zweefvliegen, klimmen tegen een bergwand, enfin, allerlei avontuurlijke sporten. Soms zijn jullie een hele week weg, soms een weekend. Je vertelt er nooit veel over, maar hetgeen je me vertelt, maakt dat ik dolgraag lid wil worden van die club.

Ik ben er al een paar maal over begonnen, over mijn lidmaatschap van jouw club, maar jij geeft altijd ontwijkende antwoorden, probeert van onderwerp te veranderen, of, erger nog, je stapt gewoon op en gaat naar huis, als ik er weer eens naar vraag. Deze avond ben ik vast van plan me niet af te laten schepen.

Je bent bij me op bezoek, ik heb het gezellig gemaakt, lekker eten gekookt, spaghetti piri piri, sangría erbij, Spaanse muziek op de achtergrond en als we na het eten gezellig samen op de bank zitten, starend in het vuur van de open haard, vraag ik je op de man af: "Waarom wil je niet dat ik bij jouw club kom?"

Je schrikt een beetje van mijn rechtstreekse vraag en je zegt: "Het is niet zo, dat ik het niet wíl, het is meer zo dat het niet eenvoudig is, om toe te treden. Allereerst al omdat er tot nu toe alleen maar mannen lid zijn, maar daarnaast ook nog omdat je geselecteerd wordt, je kunt niet zomaar binnenstappen."

Nu ben ik pas écht nieuwsgierig geworden. "Moet ik iets doen? Iets kunnen? Wát moet ik doen?"

Jij antwoordt: "Het is niet zozeer dat je iets moet dóen, je moet iets ondergáán, een soort van ritueel."

Ik antwoord vastbesloten: "Ik doe alles wat nodig is om bij die club te komen. Ik wil dolgraag met jullie mee kanovaren, bergbeklimmen, mountainbiken, zweefvliegen en alle andere leuke dingen die jullie doen en bovenal wil ik graag bij je zijn, heel vaak en onder alle omstandigheden."

Ik zie je weifelende blik zie en gooi ik er nog een schepje bovenop..........

"Ik weet zéker, dat ik alles wil doen wat nodig is om lid te worden.........Is het een soort ontgroening, waar ik doorheen moet?"

"Min of meer", antwoord jij, "maar het probleem is, dat ik je niet van te voren mag zeggen, wát de proef precies inhoudt. Het is een soort van Vuurproef en je moet je er niet op verkijken, want het is best zwaar."

"Heb jij hem gedaan, die vuurproef?" vraag ik. "Ja, natuurlijk", antwoord je, iedereen die lid is van onze club heeft die proef gedaan." "En tot nu toe zijn er alleen maar mannen lid?" vraag ik, "Is het verboden voor vrouwen?" "Nee, dat niet" antwoord jij, "er is gewoon nog nooit een vrouw geweest, die de proef doorstaan heeft, alle vrouwen die zich aangemeld hebben, zagen ervan af, zodra ze hoorden wát de proef inhield, ze liepen gewoon weg. Je moet je er niet op verkijken, het is best zwaar..........."

"Ik weet zéker dat ik de proef zal doorstaan." antwoord ik, veel meer zelfvertrouwen uitstralend dan ik vanbinnen voel.

Na een paar weken is het zover.......ik mag de "vuur" proef doen.

Vooraf heb ik me steeds af lopen vragen, wat het in zal houden......... springen over een kampvuur? over hete kolen lopen? kaarsvet op mijn huid gedruppeld krijgen..........Ik ben best een beetje bang voor de proef, maar ik wil ook heel graag bij jou in de club komen en samen met jou al die leuke, avontuurlijke reisjes maken. Ik heb al lang begrepen, dat jij die club niet op zult geven voor mij, dus als ik bij jou wil zijn, heel vaak bij jou wil zijn, dan zal ik zeker en wis lid moeten worden van die club, waar jij lid van bent, en waarvan ik de naam nog niet mag weten. De naam van de club krijg ik pas te horen, nadat ik de vuurproef doorstaan heb.

De Grote Avond is aangebroken. Ik ga met je mee naar het clubhuis, een houten gebouw, midden in het bos, aan de rand van een meer. Het gebouw ziet er eerder lieflijk uit dan angstaanjagend. Hier wordt dus de vuurproef gedaan........... ik hoop niet dat het gebouwtje vlam vat, tijdens de vuurproef.

Eenmaal binnen, word ik welkom geheten door de voorzitter, die me vertelt dat alle leden aanwezig zijn. Ik kijk om me heen en tel, zo in de gauwigheid een man of vijftien.

Ik zie een ronde ijzeren hoepel, die rechtop staat en vast geankerd is in de vloer. er zitten vier lussen in, twee boven en twee beneden, als je rechte lijnen tussen die vier lussen zou trekken, zou er een vierkant ontstaan, in die cirkel.

De voorzitter zegt, dat de plechtigheid nu gaat beginnen.

Hij loopt naar me toe, en als hij vlak voor me staat, zegt hij: "Kleed je uit!"

Ik ben een beetje verbaasd, maar ik voldoe aan zijn verzoek.

Ik trek langzaam al mijn kleren uit, mijn mooie rode zijden blouse, mijn zwarte leren rok,mijn lange zwarte laarzen, mijn netkousen, mijn rode kanten bh en mijn rode kanten slip.

In volle naaktheid sta ik daar tegenover de voorzitter en omringd door alle leden.

De voorzitter laat me beloven dat  ik niets zal vertellen van wat er hier plaats gaat vinden, ongeacht of ik nu wel of niet doorga met de proef, ik moet over alles wat er vanavond gebeurt, zwijgen als het graf. Ik beloof het en dan legt hij me uit wat er gaat gebeuren.

Ik moet plaatsnemen in de ijzeren hoepel, met mijn handen en voeten in de lussen.

Daarna zal ik behandeld worden, gedurende veertien minuten, twee maal zeven minuten, en als ik tijdens die veertien minuten STOP roep, wordt de behandeling onmiddellijk gestopt en moet ik het clubgebouw verlaten om er nooit meer terug te keren. Als ik daarentegen veertien minuten blijf staan in de ijzeren hoepel en de behandeling tot het einde toe uitzing, word ik geaccepteerd als volwaardig lid van de club en krijg ik eindelijk de naam van de club te horen.

Ik zeg dat ik het begrepen heb en dat ik zeker en wis niet van plan ben om STOP te roepen.

De voorzitter glimlacht en zegt: "We zullen zien............"

Ik loop naar de cirkel en plaats mijn handen en voeten in de lussen.

Dan trekt de voorzitter zwarte lederen handschoenen aan en haalt hij uit een emmer een bos brandnetels.

Hij gaat achter mij staan en beweegt, tergend langzaam de bos brandnetels over mijn rug......, mijn billen, ........de achterkant van mijn benen.........

Het prikt, het brandt, het bijt…

 Ik zou dat ene woord uit willen schreeuwen, waarvan ik weet dat het een einde maakt aan deze vuurproef,  maar ik wil ook heel graag deze proef doorstaan........

dus ik verbijt mijn pijn, ik bijt mijn tanden op elkaar en ik hou vol............

dan klinkt er een gong, er zijn zeven minuten voorbij.........

De voorzitter komt nu voor mij staan, hij pakt een nieuwe bos brandnetels en gaat ermee over mijn armen, ..........mijn benen, ..........mijn hals........borsten....... mijn tepels.........over mijn maag, mijn buik..........en zelfs mijn onbehaarde schaamstreek moet eraan geloven...........
Het brandt waanzinnig en ik versta nu heel goed waarom ze het Vuurproef noemen,

het brandt, zonder dat er vuur aan te pas komt.

Mijn lichaam kronkelt alle kanten heen, maar ik geef geen kik, ikbijt mijn tanden op elkaar, hou mijn lippen ferm gesloten, want ik wil niet dat ene woord roepen............

Ik hou vol, kronkelend, enigszins kreunend, maar niet huilend, niet roepend, niet weeklagend.

Moedig verdraag ik mijn zelfgekozen lot.

En dan klinkt de gong voor de tweede maal.

De veertien minuten zijn voorbij.

Iedereen roept: "Hoera, je hebt het gehaald. Welkom bij de Brandnetelclub!"

Jij komt naar me toe, pakt me bij de hand en leidt me door een deur, naar een kleine kamer waar een groot bad staat, met ijskoud water............

Ik dompel me er helemaal in onder, het helpt tegen het prikken, zolang ik in het koude water zit, voel ik het bijten minder erg.

Je zegt dat je angst had, dat ik het niet vol zou houden en dat je blij bent dat het me gelukt is.

Nu ben ik volwaardig lid van de brandnetelclub en mag ik  mee op al jullie reizen.

Ik stap uit bad, jij droogt me teder af en dan gaan we feestvieren,  met muziek, dans sangria en tapas,

Nog heel de avond voelt het of er duizend naalden in me gestoken worden, maar dat is ondergeschikt aan het grote gevoel van vreugde, dat ik voel, omdat ik nu bij de club hoor, het is als een vreugdevuur dat hoog in mij oplaait, een overwinningsvuur  en ook een liefdesvuur, omdat ik alles voor je overheb, echt alles!

Damma

afscheid van het huis

Vandaag is het de laatste dag dat ik je kom bezoeken op de bouw.

Het huis is af. Anderhalf jaar lang kwam ik bijna iedere dag hierheen en bracht eten en drinken mee, soms hielp ik je met stenen aangeven, maar meestal zat ik gewoon naar je te kijken.

Ik zie je graag.

Morgen komt de eigenaar het huis in bezit nemen.

Vandaag is het huis nog van jou en mij.

Het is een bewolkte dag, een beetje motregen, het past bij mijn stemming, afscheid nemen is niet leuk.

Ik zie, dat je blij bent, dat ik gekomen ben.

Nog  één maal eten we spaghetti piripiri, drinken er sangria bij, chocolade ijs als dessert.

Je neemt me bij de hand voor een laatste rondgang door het huis.

We kussen elkaar teder en dan is het afscheid daar.

Anderhalf jaar vriendschap en liefde.......het is gedaan!

De motregen is overgegaan in zware regenval.

Terwijl ik wegvlieg hoor ik het lied: de regen valt neer als een doek op het toneel. Hoe toepasselijk...........

Vaarwel mijn lief, vaarwel.
damma

te laat

Ik zit in de trein van Utrecht naar Hilversum en moet er straks in Hollandsche Rading uit.

Na al die jaren, heb ik weer een afspraak met jou. Ik ben nerveus en opgewonden tegelijkertijd.

Het verheugt me dat ik je weer zal ontmoeten, en ik maak me zorgen over hoe ik eruit zie, vraag me af of je me zult herkennen, of ik de juiste kleren aanheb: suède jasje, rokje, schoenen met een hakje, kousen.

De ontmoeting is op het heideveldje, waar we als kind zo vaak gespeeld hebben, waar zoveel herinneringen liggen, ook uit onze teenertijd. Dertig jaar heb ik jou niet meer gezien, vijftien was ik toen ik je voor het laatst zag. Ik weet nog precies hoe je er destijds uitzag: blonde krullen, achttien jaar, klaar om te gaan studeren, ver hier vandaan. De trein nadert Hollandsche Rading. Wat raar, hij mindert geen vaart. Ik besef dat ik in de intercity zit, en niet in de stoptrein. Nu moet ik door tot Hilversum. Ik ga te laat komen!, de schrik slaat me om het hart. Zul je op me wachten? of zul je denken, dat ik me bedacht heb en afzie van de ontmoeting..........

Wat erg dat ik in de verkeerde trein zit. Als je nu maar wacht. Hollandsche Rading trekt in sneltreinvaart aan mij voorbij. Kdeng, Kdeng en weg is het. Een kwartier later stap ik uit op Hilversum Sportpark uit en kijk op de dienstregeling. Het duurt vijftig minuten uur voordat er een stoptrein vertrekt naar Hollandsche Rading, vijftig minuten! Ik besluit te gaan lopen. Binnendoor moet ik binnen een half uur op het heideveldje kunnen zijn.

dan ben ik maar een half uur te laat daar ter plekke, zou je zo lang op me wachten?

Ik begin vol goede moed, in rap tempo te lopen, de weg is niet veranderd in dertig jaar, maar het wordt nu rap donker, ik kan zo tussen alle bomen, al rap geen hand meer voor ogen zien. Ik ga nóg sneller lopen, daarbij zeer gehinderd door mijn hoge hakken........ik struikel over een boomtak.................au, een felle pijnscheut door mijn enkel................ik moet verder, pijn of niet, trek mijn schoenen uit en ga op kousenvoeten verder, hoe laat zou het zijn? ik kan het niet zien op mijn horloge..........ik loop zo rap ik kan in de juiste richting, en dan ineens, blijkt de weg op te houden.........ik heb me vergist in de weg, hoe kán dat nu, ik ben hier geboren en getogen, hoe kan ik hier nu verdwalen? Op goed geluk kies ik een andere weg. Zou je nog op me wachten? Het liefst wil ik gaan zitten, mijn enkel doet zeer en ik ben moe, maar de angst om je mis te lopen, drijft me voort, ik roep je naam, zo hard ik kan.............maar natuurlijk antwoord je niet.........ik blijf lopen en lopen, tot ik hard met mijn hoofd tegen een boom aanloop.........

ik verlies mijn evenwicht en kom op de grond terecht, ik wil overeind komen, maar ben te moe, te duizelig,

Wanhopig roep ik nog een maal jouw naam.

Ik hoor gekraak van takken en dan zijn daar jouw armen om mij heen.

Je neemt me in je armen, wiegt me zachtjes heen en weer en zegt:

"Je bent nog net als vroeger..................................een warhoofd!

Je streelt me teder over mijn haren, kust mijn tranen weg, en ik weet: dit is een heerlijk weerzien!
Damma

 

boswandeling

Het is een mooie herfstdag. We wandelen door het bos. Dit is onze eerste ontmoeting, we zijn nog wat verlegen.
Ik vind je leuk, aantrekkelijk, je hebt lieve ogen, met lichtjes erin, daar hou ik van.
Ik leg mijn hand in de jouwe, we genieten van de mooie herfstkleuren, van de rust in het bos, van het samenzijn.
Zie, daar is een bankje, ik pak mijn rugzakje en haal er de broodjes met ham en de thermosfles met koffie uit.
Er zit een eekhoorn in de boom naast ons, hij komt dichterbij en zit nieuwsgierig naar ons te kijken.
Wat later komen er twee reeën langs.
Je legt je arm over mijn schouder en fluistert in mijn oor: dit is een goed teken, eekhoorns en reeën brengen geluk...........
ik leg mijn hoofd tegen je borst en voel me volmaakt gelukkig
zo zou ik altijd willen blijven zitten,
voor altijd zo dicht bij elkaar.......

damma

samen bouwen

het is een heerlijke dag

om tien uur ben ik al bij je op de bouw

precies op tijd

ik geef de stenen aan en jij metselt ze

het is heerlijk om samen met jou op de stelling te staan

ik geniet van het weidse uitzicht

van het stenen aangeven

van het jou zien werken,  van het kijken naar je prachtige, sterke lichaam

ik geniet van het gewoon naast jou zijn, stenen aangeven

samen werken, samen zijn

om één uur maak ik de lunch klaar

spaghetti piripiri

koele sangria met veel vruchtjes en ijsblokjes

we blijven gewoon op de stelling zitten

met ons bord op schoot

na het eten blijf ik zitten kijken naar het  uitzicht

jij komt met je hoofd in mijn schoot liggen

ik streel je over je lieve bolleke

geef je tedere kusjes op je oogleden, je neus, je mond

terwijl ik zachtjes je haren streel, val je in slaap

ik geniet van het mooie uitzicht over de velden

en van jouw nabijheid

na anderhalf uur kus ik je voorzichtig wakker

het is tijd om verder te gaan met metselen

we werken tot zes uur

dan moet ik naar huis

ik geef je een kusje, zeg: tot morgen en ga weg

je zwaait me na.
morgen is er weer een dag.


damma

Meer van dammabrands

↑ Terug naar de berichten