Naar de inhoud

Day-dream

Mijmeringen
akke.beakke.be

Berichten van 11 juli 2005 tot 17 juli 2005

JERICHO.

JERICHO;

Ik moest van Jeruzalem naar Jericho,

laat in de namiddag,

langs de stofferige rotsige wegen.

Toen sprongen plotseling uit het struikgewas

twee mannen op me toe.

Ze sloegen me neer.

Ik vocht met vuist en voeten

maar het mocht niet baten.

Ze sloegen en schopten me

tot ik roerloos bleef liggen kreunend van pijn.

Ze namen mijn geld, mijn brieven,

mijn mantel, mijn sandalen.

Oh! Die dag vergeet ik nooit.

Hoe ik daar lag en dacht:

dit is het einde.

Ik bloedde uit neus en mond.

Ik huilde en bad.

Ik hoorde iemand naderen en dacht:

“dit is mijn redding”.

Een priester, ik zag het aan zijn mantel.

Hij neuriede een psalm:

“De Heer is mijn herder…”

Maar hij zweeg toen hij me zag..

Hij verhaastte zijn stap, vloekte en ging voorbij.

Nadien opeen ezel een leviet.

Hoeveel er nog passeerden weet ik niet.

Ik moet wel half verdoofd geweest zijn

toen ik voelde hoe een hand mijn wangen streelde

en mijn baard.

Moeizaam opende ik de ogen

en zag het gelaat van een man:

Oh zo vriendelijk en goed!

Kan dat wel ? Een Samaritaan?

U moet weten, vrienden:

wij haten dat volk.

Een rotvolk, een duivels volk.

Wij danken de Heer iedere morgen

dat we geen Samaritaan zijn !

Maar hij deed het, vrienden.

Ik lachte door mijn tranen heen

toen hij mijn wonden zalfde,

en verbond met stukken van zijn hoofddoek.

Voorzichtig heeft hij me toen op zijn muildier getild !

Maar verder weet ik het niet meer….

Het was nacht toen ik ontwaakte

tussen de pakken van de karavaanherberg.

Ik kon mijn ogen niet geloven

toen men mij in het licht van een olielampje

wat brood bracht en wat wijn

en mij verzorgde als een prins.

En toen ik ‘s anderendaags weer verder kon

en afscheid nam van baas en gasten

vroeg ik wie mijn redder was geweest.

Maar niemand wist het.

Hij had zijn naam niet geschreven in het boek.

Maar dit zei iedereen:

“Het was zo een goede vriend van jou !”

Vrienden dat vergeet ik nooit !.

Piet Moortgat.

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Geschreven door Piet om 16:17 Reageer op dit bericht

Voor donkere dagen.

VOOR DONKERE UREN

Toen ik eens in de tuin in gesprek was met mijn buurman

kwam zijn zoontje van een jaar of zes aangelopen met iets in beide handen gekneld.

“Een vlinder gevangen” vroeg ik.

“Een kevertje?”

Hij schudde lachend het hoofd: “Nee !”

“Wat dan?” vroeg ik.

“Een zonnestraaltje” zei de jongen.

Hij drukte zijn vangst nog dichter aan zijn hart en liep weg.

Ik heb reeds vaak aan dit voorvalletje gedacht.

Konden we maar een zonnestraal vangen voor donkere dagen.

Want het kan soms zo donker zijn.

’s Morgens bij het opstaan: “Wat een rotte dag !”

Water, wind en wolken… en geen zon te zien !

Een dag vol vervelende dingen.

En poedig valt alles tegen.

Men wordt nerveus. Alles valt tegen.

Ons humeur weegt op onze medemsnsen.

hadde we lmaar een zonnestraal in voorraad.

En toch kan dat.

Een woord uit de schrift.

Een vers uit een psalm.

Een zin uit een lied.

dat kan een zonnestraal zijn die alles weer goed maakt.

Maar je moet ze gevangen hebben.

Met beide handen tegen je aandrukken.

Niet loslaten.

Misschien een woord uit het evangelie van vorige zondag:

“Vrees niet, Ik ben het !”.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Piet om 09:50 Reageer op dit bericht

HET TWEEDE PINKSTERFEEST.

Toen Hij weer op aarde was gekomen

en het voor de tweede maal Pinksteren werd

waren ze weer allemaal samen:

katholieken en protestanten,

gelovigen uit de orthodoxe kerken,

allerlei losse groepen,

baptisten, methodisten, quakers,

moslims en boeddhisten,

confucianisten en antroposofen

van verschillende strekkingen,

leden van allerlei sekten

en godsdienstige verenigingen.

Ze waren er allemaal samen

toen er plotseling over hen een stormwind losbrak

en boven hun hoofden een teken verscheen.

Het teken van Hem die over de wereld heerst

en die teruggekomen was

om nu eens voorgoed zijn heerschappij in te zetten.

En juist zoals de Geest het hen ingaf

begonnen allen te spreken.

Maar niemand sprak de andere tegen.

Niemand pleitte voor zichzelf.

niemand deed een aanval op een ander.

Niemand verketterde de anderen.

Niemand begon te boffen op zijn dogmatiek.

Niemand dweepte met zijn heilige schriften

maar bewonderde die van anderen.

Niemand hield krampachtig aan zijn eigen aard.

En ofschoon velen er het woord namen

was er toch geen verwarring:

ze spraken allen dezelfde taal !

En zij die naar hen luisterden

hadden allen hun eigen verleden en hun eigen verhaal.

Ze droegen allen de stempel die men hen had gegeven

in de loop der jaren, en het etiket dat men op hen had gekleefd.

Jonge lieden, voor wie zogezegd niets meer heilig was

en die men voor niets meer kon warm maken.

Werklozen en playboys.

Mensen die blind waren langs de linker kant,

mensen die blind waren langs de rechter kant,

Onderdrukten en uitgehongerden.

Door geld verblinde rijken

en door wapens verblinde militairen.

Arabische vluchtelingen

en Israelische kolonisten,

bommenleggers uit Noord-Ierland

en Libanese vrijheidsstrijders,

Namibische guerrillero’s

en leden van de Zuid-Afrikaanse regering,

soldaten van weerskanten het ijzeren gordijn.

zwarten uit de slums van New-York

en groot grondbezitters uit Californië.

Patiënten uit de psychiatrische inrichtingen van Rusland

en leden van het Politbureau.

broeders en zusters,

mannen en vrouwen

richting Moskou of Peking, Genève of Rome.

Ze luisterden allemaal vol verbazing

want iedereen hoorde nu eens in zijn eigen taal

spreken over God.

En iedereen begreep het

alsof het voor hem gezegd was.

En niemand kon zeggen:

“Geen mens die mijn probleem begrijpt”.

De jeugd hoorde hoe men tot haar sprak zonder die spottende ondertoon,

met eerbied voor haar eigen taal.

En slachtoffers van uitbuiting zeiden:

“Die weet nu waarlijk waar het schoentje wringt”

De linksen schenen hun eigen woorden te horen

en de rechtsen even goed.

De machtigen hadden geen tolk nodig

en de armen zeiden:

“Nu spreekt men nu eens niet als blinden over kleuren.”

De zachtgeaarde vond het niet autoritair

en de zelfzekere vond het niet flauw.

De zwakken vonden troost

en de sterken begonnen na te denken.

Die lijden voelden zich opgetild

en de onderdrukkers voelden zich gewaarschuwd.

Piet denkt dat hij het in de zestiger jaren hoorde op DLF.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Piet om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Day-dream

↑ Terug naar de berichten