Naar de inhoud

Day-dream

Mijmeringen
akke.beakke.be

Archief

Voor donkere dagen.

VOOR DONKERE UREN

Toen ik eens in de tuin in gesprek was met mijn buurman

kwam zijn zoontje van een jaar of zes aangelopen met iets in beide handen gekneld.

“Een vlinder gevangen” vroeg ik.

“Een kevertje?”

Hij schudde lachend het hoofd: “Nee !”

“Wat dan?” vroeg ik.

“Een zonnestraaltje” zei de jongen.

Hij drukte zijn vangst nog dichter aan zijn hart en liep weg.

Ik heb reeds vaak aan dit voorvalletje gedacht.

Konden we maar een zonnestraal vangen voor donkere dagen.

Want het kan soms zo donker zijn.

’s Morgens bij het opstaan: “Wat een rotte dag !”

Water, wind en wolken… en geen zon te zien !

Een dag vol vervelende dingen.

En poedig valt alles tegen.

Men wordt nerveus. Alles valt tegen.

Ons humeur weegt op onze medemsnsen.

hadde we lmaar een zonnestraal in voorraad.

En toch kan dat.

Een woord uit de schrift.

Een vers uit een psalm.

Een zin uit een lied.

dat kan een zonnestraal zijn die alles weer goed maakt.

Maar je moet ze gevangen hebben.

Met beide handen tegen je aandrukken.

Niet loslaten.

Misschien een woord uit het evangelie van vorige zondag:

“Vrees niet, Ik ben het !”.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Piet om 09:50 Reageer op dit bericht

HET TWEEDE PINKSTERFEEST.

Toen Hij weer op aarde was gekomen

en het voor de tweede maal Pinksteren werd

waren ze weer allemaal samen:

katholieken en protestanten,

gelovigen uit de orthodoxe kerken,

allerlei losse groepen,

baptisten, methodisten, quakers,

moslims en boeddhisten,

confucianisten en antroposofen

van verschillende strekkingen,

leden van allerlei sekten

en godsdienstige verenigingen.

Ze waren er allemaal samen

toen er plotseling over hen een stormwind losbrak

en boven hun hoofden een teken verscheen.

Het teken van Hem die over de wereld heerst

en die teruggekomen was

om nu eens voorgoed zijn heerschappij in te zetten.

En juist zoals de Geest het hen ingaf

begonnen allen te spreken.

Maar niemand sprak de andere tegen.

Niemand pleitte voor zichzelf.

niemand deed een aanval op een ander.

Niemand verketterde de anderen.

Niemand begon te boffen op zijn dogmatiek.

Niemand dweepte met zijn heilige schriften

maar bewonderde die van anderen.

Niemand hield krampachtig aan zijn eigen aard.

En ofschoon velen er het woord namen

was er toch geen verwarring:

ze spraken allen dezelfde taal !

En zij die naar hen luisterden

hadden allen hun eigen verleden en hun eigen verhaal.

Ze droegen allen de stempel die men hen had gegeven

in de loop der jaren, en het etiket dat men op hen had gekleefd.

Jonge lieden, voor wie zogezegd niets meer heilig was

en die men voor niets meer kon warm maken.

Werklozen en playboys.

Mensen die blind waren langs de linker kant,

mensen die blind waren langs de rechter kant,

Onderdrukten en uitgehongerden.

Door geld verblinde rijken

en door wapens verblinde militairen.

Arabische vluchtelingen

en Israelische kolonisten,

bommenleggers uit Noord-Ierland

en Libanese vrijheidsstrijders,

Namibische guerrillero’s

en leden van de Zuid-Afrikaanse regering,

soldaten van weerskanten het ijzeren gordijn.

zwarten uit de slums van New-York

en groot grondbezitters uit Californië.

Patiënten uit de psychiatrische inrichtingen van Rusland

en leden van het Politbureau.

broeders en zusters,

mannen en vrouwen

richting Moskou of Peking, Genève of Rome.

Ze luisterden allemaal vol verbazing

want iedereen hoorde nu eens in zijn eigen taal

spreken over God.

En iedereen begreep het

alsof het voor hem gezegd was.

En niemand kon zeggen:

“Geen mens die mijn probleem begrijpt”.

De jeugd hoorde hoe men tot haar sprak zonder die spottende ondertoon,

met eerbied voor haar eigen taal.

En slachtoffers van uitbuiting zeiden:

“Die weet nu waarlijk waar het schoentje wringt”

De linksen schenen hun eigen woorden te horen

en de rechtsen even goed.

De machtigen hadden geen tolk nodig

en de armen zeiden:

“Nu spreekt men nu eens niet als blinden over kleuren.”

De zachtgeaarde vond het niet autoritair

en de zelfzekere vond het niet flauw.

De zwakken vonden troost

en de sterken begonnen na te denken.

Die lijden voelden zich opgetild

en de onderdrukkers voelden zich gewaarschuwd.

Piet denkt dat hij het in de zestiger jaren hoorde op DLF.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Piet om 00:00 Reageer op dit bericht

BROEDERLIEFDE.

BROEDERLIEFDE.

Een vader liet zijn twee zonen één korenveld als erfgoed na. Zij verdeelden het veld eerlijk. De ene zoon was rijk en ongetrouwd, de andere arm en met kinderen gezegend.

Eens, ten tijde van de graanoogst, lag de rijke man ’s nachts op zijn rustplaats en zei tegen zichzelf: “Ik ben rijk, waarvoor heb ik die korenschoven nodig? Mijn broer is arm, en het enige wat hij voor zijn gezin heeft, zijn de korenschoven”.

Hij stond op en ging naar zijn aandeel van het veld, nam een massa schoven en bracht ze naar het veld van zijn broer.

In diezelfde nacht dacht zijn broer: “Mijn broer heeft geen vrouw en geen kinderen. Het enige waaraan hij vreugde beleeft is zijn rijkdom. Ik zal zijn rijkdom vergroten”. Hij stond op, ging naar zijn aandeel van het veld en bracht schoven naar het veld van zijn broer.

Toen beiden ’s morgens naar hun veld gingen, verbaasden zij zich erover dat hun koren niet minder was geworden. Er kwam geen einde aan hun verbazing.

Ook de volgende nachten deden ze hetzelfde. Ieder bracht schoven op het veld van de ander. Toen ze iedere morgen ontdekten dat hun koren niet minder was geworden, waren ze ervan overtuigd, dat de hemel hen voor hun goedheid had beloond.

Maar op een nacht gebeurde het, dat de twee broers elkaar op hun weg ontmoetten, de armen vol met schoven.

Toen ontdekten ze wat er gebeurd was en omhelsden ze elkaar. Toen hoorden ze een stem uit de hemel: “Deze plek, waar zoveel broederliefde is getoond, is het waard dat daarop mijn tempel opgericht wordt – de tempel van de broederliefde.

Wajikra Rabba.

Piet las dit ergens.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Piet om 15:50 Reageer op dit bericht

VISSERSWIJSHEID

VISSERSWIJSHEID..

Eens zat iemand te vissen aan het meer.

De zon scheen. De visser was rustig en gelukkig.

Er kwam iemand langs die vroeg:

“Waarom gebruik je niet meer dan één hengel,

dan zou je meer kunnen vangen.”

De visser zei: “En, wat dan?”

“Wel “ zei de voorbijganger, “dan verdien je meer.”

“En wat dan?” zei de visser.

“Dan kun je een boot kopen en op het meer gaan,

om nog meer te vangen.

En na een tijdje kun je misschien een

groot schip kopen en dan uit varen en veel vis vangen.”

“En” zei de visser “wat dan?”

“Dan huur je een knecht” zei de voorbijganger,

die met je vangt en zo verdien je nog meer geld met je vis.”

“En wat dan?” zei de visser.

“Ja, wat dan?” zei de voorbijganger, “ja, eens kijken;

dan kun je bijvoorbeeld lekker rustig

gaan vissen en in de zon gaan zitten.”

“Zo, is het”, zei de visser,

“laat mij dus maar rustig zitten…”

*

Gelezen bij een confrater.

Piet.

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Piet om 17:53 Reageer op dit bericht

TWELING IN MOEDERSCHOOT.

TWEELING IN MOEDERSCHOOT.

Henry J.M. Nouwen heeft in een van zijn boeken het verhaal van een gesprek tussen een zusje en een broertje in de moederschoot.

Zus zegt tot broer: “Ik geloof in een leven na de geboorte!”

Broer reageert hevig: “Nee, nee! Dit is alles wat we hebben. Het is hier mooi, donker en warm, en we moeten ons alleen maar aan de navelstreng houden die ons alle voedsel geeft”.

Maar het meisje geeft niet op: “Er moet toch méér zijn dan dit donker kot. Er moet ergens een plaats zijn waar er licht is, en waar we vrij kunnen bewegen”. Maar ze kan broer niet overtuigen.

Dan na lang zwijgen, zegt ze aarzelend: “Ik moet je nog iets zeggen, maar ik vrees dat je het weer niet zult geloven. Ik denk dat we een moeder hebben!”

Nu wordt klein broertje woedend: “Moeder, moeder?” schreeuwt hij, “hoe kan je dat bewijzen? Ik heb nog nooit een moeder gezien en jij ook niet. Wie heeft er dat nu weer in je kop gepraat? Ik heb je het al gezegd: dit is alles wat we hebben. Waarom wil je toch altijd méér? Hier heb je toch alles en je moet ermee tevreden zijn”.

Kleine zus is van dat antwoord stil geworden. Ze durft lange tijd niets meer zeggen. Maar toch kan ze die gedachte niet uit haar hoofd zetten. Omdat ze niemand anders heeft met wie ze daarover kan praten zegt ze dan toch weer: “Voel je die spanning niet aankomen? dat is echt onaangenaam. Het doet echt pijn”.

“Ja, maar wat moet dat betekenen?” antwoordt broer.

Zusje: “Weet je, ik denk dat deze pijn er is om ons op een ander milieu gereed te maken waar het nog veel mooier is dan hier, en waar we onze moeder zullen zien van aangezicht tot aangezicht. Wat zou dat verrukkelijk zijn!”

Maar broertje antwoordt niet meer. Hij heeft genoeg aan dat gezeur van kleine zus en denkt: “Ik schenk haar geen aandacht meer, misschien wordt ze wat rustiger”.

Henry J.M. Nouwen. “Die Gabe der Volendung”.

Toevoeging van Piet

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Piet om 16:48 Reageer op dit bericht

DE BESLISSENDE VRAAG

DE BESLISSENDE VRAAG;

Eens , toen Jezus in de eenzaamheid had gebeden,

en de leerlingen weer rond Hem stonden,

vroeg Hij: “Voor wie houden de mensen Mij “

En ze gaven Hem ten antwoord:

-“Voor Johannes de Doper”.

-“Voor Elias”.

-“Ze zeggen dat een van de oude profeten is weergekeerd!”

-“In elk geval, voor een belangrijke man, houden ze U.”

-“Die Jezus, echt een goed mens, zeggen ze.”

-“Een voorbeeld, zeggen ze, zo moesten ze allemaal zijn.”

-“Een humanist, een leraar zoals Socrates eens was.”

-“Ja, of een Goethe, of een Gandhi, zeggen ze.”

-“Velen noemen U een grote sociale hervormer.”

-“Een revolutionair van de liefde, hoorde ik iemand zeggen.”

Toen vroeg Jezus : “En gij, wie zegt gij dat Ik ben ?”

Petrus antwoordde dadelijk,

Men hoorde goed dat hij Rahner of Schillebeeckx had gelezen :

-“Gij zijt, zoals de Kerk het tegen alle misverstanden en verkortingen, vooral met het oog op een zuiver en eensluidend verstaan van God heeft ontwikkeld, en het vooral op de eerste concilies van Efese en Chalcedon heeft geformuleerd, Gij zijt de Zoon van de Vader, de Logos dus, zijn goddelijk Woord, dat van eeuwigheid in het bezit is van het door de Vader meegedeelde goddelijk Wezen, en dat in de tijd uit Maria een menselijke natuur als voltooide eigen realiteit heft aangenomen, zodat Gij in de eenheid van dezelfde goddelijke Persoon een goddelijke en menselijke natuur ongemengd en ongescheiden, bezit, en als zodanig als waarachtig God en mens moet worden geloofd en beleden.”

Simon Petrus was wel een beetje buiten adem toen hij dat gezegd had, maar het was dan ook de moeite waard! Het scheen hem dat Jezus een beetje glimlachte.en Hij verbood hem in ieder geval zo iets aan iemand te zeggen !

Lothar Zenetti.

Vert. en toev. Piet .

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Piet om 11:16 Reageer op dit bericht

GOD HEFT MENSEN NODIG

GOD HEEFT MENSEN NODIG.

De Tiber is uit zijn oevers getreden.

Romano zit radeloos voor het raam van zijn slaapkamertje.

In paniek begint hij God om redding te bidden.

En uit den hoge hoort hij Gods stem:

“Vees niet , Romano, heb vertrouwen, Ik zal u redden.

Er komt de rubberboot van de brandweer voorbij.

“Romano, roepen ze, instappen, we komen u redden.”

“Maakt u geen zorgen, zegt Romano, ik red mij wel !”

Want hij vertrouwt op God.

Het water stijgt. Romano vlucht het dak op.

Daar komt een reddingsboot van het Rode Kruis.

Men spoort hem aan vlug in te stappen.

“Neen, zegt Romano, niet nodig: God zal me redden !”

Het water stijgt nog hoger.

Romano klimt op de schouw.

Daar komt een reddingsboot van het leger.

“Vlug, vlug, Romano”, roepen ze.

Maar Romano vertrouwt op God.

Wat een vertrouwen!

Maar het water stijgt en stijgt

en Romano verdrinkt.

Aan de hemelpoort gekomen

doet hij bij Sint Pieter zijn beklag. :

”Uw chef is niet van zijn woord” zegt hij.

“Dat kan niet, zegt Sint Pieter,

als mijn chef iets belooft dan doet hij dat.

Wacht, ik zal eens kijken in het register…

Hoe is je naam ?”

“Romano”.

“Maar Romano, zegt Sint Pieter, ik zie hier staan

dat wij al drie boten hebben gezonden,

één van de pompiers, één van het Rode Kruis,

en één van het leger !”

Gehoord op Radio Vaticaan.

Toegevoegd door Piet.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Piet om 06:27 Reageer op dit bericht

ZEGEN DIT KIND.

ZEGEN DIT KIND.

Zegen dit kind, help ons het te helpen,

dat het met eigen ogen leert zien

het gelaat van zijn moeder,

en de kleuren der bloemen,

en de sneeuw op de bergen,

en het Land van Belofte.

Zegen dit kind, help ons het te helpen,

dat het leert luisteren met eigen oren

naar de klank van zijn naam,

naar de waarheid der wijzen,

naar de taal van de liefde

en het Woord van Belofte.

Zegen dit kind, help ons het te helpen,

dat het met eigen handjes mag grijpen

naar de hand van zijn vrienden,

naar het brood en de druiven

en het Land van Belofte.

Zegen dit kind, help ons het te helpen,

dat het leert spreken met eigen woorden

van de vreugden en de zorgen

en de vragen der mensen,

en van het wonder van het leven

en het Land van Belofte.

Zegen dit kind, help ons het te helpen,

dat het leert gaan met eigen voeten

op de wegen van deze aarde,

op de lastige trappen

en op de weg van vrede

naar het Land van Belofte.

Zegen dit kind, help ons het te helpen,

dat het leert liefhebben met gans zijn hart.

L. Zenetti.

Toevoeging Piet.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Piet om 10:33 Reageer op dit bericht

GEBOORTE.

GEBOORTE

Geboorte,

raadsel van het bloed,

weerzien met het leven,

geschenk van God

en groene morgengroet,

oneindig meer doorvoeld

dan ooit een vogel zich kan geven.

Roni Ranke.

*

Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,

noem mij, noem mij,

spreek mij aan !

O noem mij bij mijn diepste naam !

voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Neeltje Maria Min.

*

Een nieuwe naam wordt geschreven

in de palm van Gods hand : Lies !

*

Hoog van de toren

blaas ik de hoorn,

waarvan ik alleen weten doe,

dat ik nog niet vattend hoe,

op één dag twee keer werd geboren:

éénmaal uit aarde,

daar werd ik blij van;

éénmaal uit water,

daar werd ik vrij van.

Eeuwig te leven

werd mij gegeven;

dit leven vang ik aan

op zoek naar een ster.

In ’s Heren naam :

feliciter.

G. Helmer.

*

Anne,

jij mag zijn wie je bent,

en zoals je bent

met fouten en gebreken,

met gaven en talenten

om te kunnen worden

die je in aanleg bent

maar zoals je je nog niet kunt vertonen,

en je mag het worden op jouw wijze en in jouw uur.

Naar A. Terruwe.

*

Welkom, kleine mens.

Je bent een wonder van teerheid,

een zucht naar leven,

een roze dageraad

die het licht aan de hemel spint.

Bemind al vóór je eerste schreeuw,

gekoesterd en gedroomd,

brandpuntje van liefde.

Ja, je bent welkom,

slapend mysterie,

spartelend geheim

dat mijn dagen en nachten overhoop zet.

Met jouw handje in mijn hand

droom ik je een wereld van vrede

waarin de bloem van geluk kan ontluiken.

O Ja, je bent welkom !

*

Het is een heel lang verhaal

dat ze maandenlang praat

met enkel geuren en kleuren van haar.

*

Schoon dragend, wiegt gij aan mij voorbij,

als in uw rijp en vol geluk verloren;

uw mond zingt reeds de zoete melodij

die gij voor hem of haar hebt uitverkoren.

Marcel Coole.

*

Ik voed je met mijn bloed,

ik kleed je met mijn huid

binnen mijn heupen

bouw ik je huis

vanzelfsprekend

heb ik je lief als mezelf

zijn we naakt voor elkaar

en kennen elkaars binnenkant.

Mischa de Vreede.

*

Raak haar niet aan,

raak haar niet aan,

zij is de boordevolle roemer,

zij is de teller en de noemer,

zij is de vogel op de wind,

want zie :

zij draagt haar kind.

L. v. Brabant.

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Piet om 15:48 Reageer op dit bericht

MIJN DONKER KOT.

MIJN DONKER KOT.

Ik zit als ’t ware in een donker kot. Hier en daar dringt door kleine spleten helder licht naar binnen. Maar eens zullen de bouwvallige muren worden afgebroken en dan zal het volle licht van de zon binnen vallen en me geheel opnemen.

Zo is mijn geloof. Met elke daad van liefde die ik zie of ervaar of zelf bega komt een lichtstraal door de spleten van mijn bestaan en ontmoet ik de liefde van de Heer. Of het nu mijn zus is die zoveel doet voor haar man, of een confrater die voor mij iets opraapt wat ik liet vallen, het zijn als zoveel spleten waar ik iets ervaar van Gods goedheid voor mij.

Men zegt mij: “Piet je mag God niet zo populariseren”. Maar wat is de Menswording dan : God die mijn broer is geworden? Zo nabij ! Zo nabij dat ik Hem alles mag toevertrouwen. Zo nabij als een vriend of een broer me nabij kan zijn. Ik mag Hem om de hals vliegen ! Alles vragen, plagen !

Ook in de psalmen lees ik dat Hij me als zijn bruid neemt. Mag ik dan er niet alle geneugten, tederheid, humor en warmte erbij nemen ?

Sommige lieve mensen noemen mij Pietje. Mag ik dan niet zijn stem horen die zegt “Pietje, hou je van Mij? ” Ik heb hem geantwoord toen ik bij het graf van Petrus was te Rome : Heer Gij weet het hoe ik Je liefheb”.

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door Piet om 14:16 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Day-dream

↑ Terug naar de berichten