Het Schepenhuis

| Schepenhuis | ||||||
![]() |
| |||||
Het Museum Schepenhuis staat midden de drukte van de levendige Mechelse stadskern. Het vormt een knooppunt tussen Grote Markt, IJzerenleen en kathedraal/cultuurcentrum. Het gebouw stamt uit de periode dat Mechelen politiek aan belang won en getuigt als toenmalige vestigingsplaats van de Grote Raad van het grote bestuurlijke en juridische belang van de stad in de 15e en vooral 16e eeuw.
Het Schepenhuis wordt voor het eerst vermeld in 1288. Dankzij de grote economische bloei, vooral door de lakenhandel, werden te Mechelen in de 13e eeuw enkele belangrijke stenen gebouwen opgericht. De schepenbank, die tot dan in openlucht vergaderde, kreeg zo een stenen gebouw. Door zijn vroege datum mag dit Schepenhuis als het oudste stenen ''stadhuis'' van Vlaanderen beschouwd worden. Later, in 1374- 1375, werd het gebouw aanzienlijk uitgebreid onder leiding van bouwmeester Mys uten Anker die onder andere ook aan de Sint-Gummaruskerk in Lier werkte.
Voor de decoratie van dit nieuwe gebouw werden gerenommeerde kunstenaars aangesproken zoals André Beauneveu uit Valenciennes die de -verdwenen- beelden voor de nissen produceerde, en Jan Keldermans, de stamvader van het bekende bouwmeestersgeslacht, die de consoles in de zaal van de vierschaar beeldhouwde.
Tijdens de Bourgondische periode was het gebouw een tijdlang zetel van het hoogste gerechtshof van de Nederlanden. Op 8 december 1473 installeerde Karel de Stoute zijn Parlement van Mechelen en vestigde het in dit huis. Deze stichtingsvergadering is uitgebeeld op een schilderij van Jan Coussaet. Afgeschaft in 1477 werd de gerechtelijke instelling opnieuw in Mechelen gevestigd in 1504 onder de naam van Grote Raad. De pleidooienzaal op de bovenverdieping bewaart twee zeldzame 16e eeuwse muurschilderingen.
Vanaf 1616 zetelde de Grote Raad in het paleis van Margareta van Oostenrijk en kreeg het Schepenhuis doorheen de geschiedenis verschillende bestemmingen die hun sporen hebben nagelaten in het gebouw. De laatste functie was die van stadsarchief. Na de verhuis van het archief begin jaren 1990 bleef het gebouw achter zonder functie. Sinds 2000 doet het dienst als museum.
De zalen van het Schepenhuis vormen het kader voor de presentatie van hoogtepunten uit de Mechelse artistieke productie tijdens de 16e eeuw. In die periode ziet men de overgang van laat-gotiek naar renaissancekunst. Drie reeksen kunstwerken worden centraal geplaatst.
De legende van Sint Victor is een prachtige cyclus van 16 panelen. De reeks is een pareltje van vroeg-renaissance kunst. Hij werd geschilderd voor het klooster van de Victorinnen van Blijdenberg in Mechelen.
Een uiterst zeldzame groep wordt gevormd door de Besloten Hofjes uit de collectie van de Mechelse Gasthuiszusters. In die retabels komen schilderkunst, sculptuur - laat gotische Mechelse poppetjes - en ambachtelijk werk tot een rustige eenheid. Het centrale thema is de besloten hof waar volgens het bijbelse Hooglied geliefden bij elkaar verwijlen. Dit thema verbeeldt de mystieke eenheid die kloosterzusters, hier de augustinessen-gasthuiszusters, met hun hemelse bruidegom zoeken.
Ten derde worden een aantal polychrome houten heiligenbeelden belicht. Ze bewijzen dat de houtsculptuur in Mechelen belangrijk bleef tijdens die periode. Getuigen daarvan zijn de beelden van Thomas Hazart. De vormgeving was echter wel traditioneler dan de hoog verfijnde en fantasierijke albasten reliëfs waarvoor Mechelen zeer bekend was.
We begeven ons naar de grote zaal op de tweede verdieping. Dit was de plaats waar de Grote Raad zetelde. We nemen even plaats op de banken en komen meer te weten over de processen die hier gevoerd zijn.














Het Speelgoedmuseum reserveert in deze afdeling een plaatsje voor alle soorten speelgoed die geluiden of beelden voortbrengen. Bekijk oude toverlantaarns, de voorlopers van het dia-apparaat, zie hoe de stereokijkers evolueerden tot de bekende Viewmaster.
Speelgoed is universeel. Terwijl kinderen hier garages vol met miniatuurvoertuigen bezitten, moeten ze in Afrika vaak tevreden zijn met zelfgemaakte voertuigen uit ijzerdraad. Maar wie beleeft het meeste plezier aan zijn speelgoed? 






Wanneer we spreken over vervoer in miniatuur denk je spontaan aan Matchbox- en Dinky Toy autootjes. In het Speelgoedmuseum komen behalve autootjes ook andere voertuigen aan bod.
Miniatuurtreinen bestaan in alle schalen. In het museum staan de meest voorkomende op een rijtje: van de piepkleine 1/220 schaal (6,5 mm spoorbreedte) tot de 1/22,5 schaal (45 mm). Vanuit de treinafdeling kijk je uit op het Nekkerspoelstation, dus met een beetje geluk zie je zelfs een trein in schaal 1/1 voorbijrijden.








Zowel het circus als de kermis oefenen al meer dan honderdvijftig jaar een enorme aantrekkingskracht uit op kinderen. Speelgoedfabrikanten speelden daar natuurlijk gretig op in. In 1903 verschijnen de eerste beweegbare houten miniatuurclowns en diertjes van het Amerikaanse 'Humpty Dumpty Circus'. 


De charme ervan wordt nog extra in de verf gezet door aangepaste decors.
Onze speelgoedcollectie boeit zowel jong als oud. Kinderen kunnen zich verwonderen over de eenvoud van het speelgoed van hun grootouders en volwassenen zullen zich even opnieuw een kind wanen bij het herkennen van speelgoed uit hun jeugd.
Stap letterlijk het schilderij "de kinderspelen" van Pieter Bruegel binnen en ga terug in de tijd. Het schilderij werd helemaal in 3D uitgewerkt en je ziet er het speelgoed waarmee kinderen vroeger buiten speelden.


Poppen behoren tot het oudste speelgoed ter wereld. Over heel de wereld en in alle tijden hadden jonge meisjes hun eigen kinderpoppen. In onze poppenafdeling vind je dan ook een groot aantal scènes met de meest uiteenlopende exemplaren. Bewonder Griekse poppen uit terracotta, artistieke Franse poppen uit porcelein, Duitse poppen in celluloid en Barbiepoppen uit vinyl. 




Behalve voor het plezier kan speelgoed ook een hulpmiddel zijn om kinderen op een plezierige manier iets bij te brengen. Sommige speelgoedsets zijn zelfs een ideale voorbereiding op hun toekomstige carrière. Dit speelgoed was vaak erg duur. In de eerste helft van de 20 ste eeuw moest een arbeider wel twee weken loon neertellen om voor zoon- of dochterlief een leerzaam stuk speelgoed te kopen. 

Kort nadat in 1812 conservendozen in blik op de markt kwamen, verscheen ook het eerste speelgoed in blik. Blik en mechaniek vormden de ideale combinatie. Speelgoed bewoog uit zichzelf en kinderen konden leren typen op miniatuur typemachines. 


Bij constructiespeelgoed denk je onmiddellijk aan Lego. Niet onterecht want sinds het verschijnen van hun eerste sets in 1955 gaan er jaarlijks nog steeds miljoenen bouwsteentjes over de toonbank. Zelfs moderne concurrenten zoals K'nex hebben Lego nog steeds niet van de troon kunnen stoten. Maar de fabrikant van de felgekleurde plastic blokjes was niet de eerste om met constructiespeelgoed te beginnen. 

Gezelschapsspellen bestaan van in de verre oudheid. De Oude Grieken waagden zich al aan dobbelsteenspelletjes en van klassiekers zoals het ganzenbord bestaan talloze varianten. Het Speelgoedmuseum wijdt een aparte afdeling aan deze spellen. 

















