Carnaval: Van alle tijden

Gallo-Romeinse erfenis.Al in de oudheid waren er feesten die iets carnavalesk hadden, dit wil zeggen iets anarchistisch, waarbij de wereld zoals men hem kent, op de kop werd gezet. Zo kenden de oude Romeinen nogal wat dergelijke uitspattingen, zoals de Kalendae (nieuwjaarsfeesten). Saturnaliën (in de derde week van decemberà en de Bachchanalen of Lupercalla (in februari). deze laatste waren typische lentefeesten, waarbij het einde van de winter en het begin van de lente gevierd werden: vruchtbaarheidsfeesten dus. niet allen de vruchtbaarheid van het land werd hierbij afgesmeekt, ook die van de mens. Bij de lupercalia zaten de mannen gehuld in vellen van wolven (lupus) of andere offerdieren de vrouwen achterna met riemen gesneden uit geitenvel (februa). Enerzijds werden met deze roeden de vrouwen 'gereinigs' van hun gedane zonden, anderzijds zou de bedoeling zijn de vruchtbaarheid er letterlijk in te rammen. Februari staat sindsdien bekend als de reinigings- en vrchtbaargeidsmaand.
Door de veroveribg van onze streken door de Romeinen raakten dergelijke feesten ook hier verspreid. En vermengd met de oude inheemse Keltisch en Germaanse vruchtbaarheidsfeesten en lenterituelen. Zo was het gebruikelijk tegen het einde van de winter, in ruil voor offergaven, de wintergeesten te laten verdrijven door mannen die daarbij vooral een heleboel herrie maakten. Ook verkleedpartijen kwamen eraan te pas, waarbij de voorouders en de wintergessten uitgebeeld werden. De termen 'vasten' en 'vastenavond' ouden volgens linguisten terug kunnen gaan op het oudgermaanse 'fasein' wat 'vruchtbaar maken' betekent, in uitbreiding - dankzij de feesten daarrond allicht- ook 'gek' doen.




















