Gezondheidstips voor de drinker


Het Duitse “Institut für Ernärhungsmedizin und Diätetik (D.I.E.T.)” pakte naar aanleiding van Carnaval uit met een aantal nuttige tips voor drinkers die hun gezondheid zo weinig mogelijk schade willen berokkenen. Het D.I.E.T. beveelt aan om altijd ‘een bodem te leggen’ en geen alcohol te drinken op een lege maag.Vooraf kan men best iets eten dat plantaardige vetten bevat, omdat die de maag beschermen. Na ieder glas alcohol is een glas van ongeveer 200 milliliter mineraalrijk mineraalwater zeer nuttig: het gaat uitdroging tegen en houdt de vochtbalans van het lichaam in evenwicht. Het is ook best bij één bepaalde alcoholische drank te blijven: of bier of wijn, bijvoorbeeld.
Omdat alcoholconsumptie gepaard gaat met zoutverlies, is het goed om tussendoor een zoutrijke snack te eten: een hardgekookt eitje met zout, of een zoute haring zijn ideaal, zo stelt men bij het D.I.E.T. Na een nachtje doorzakken, moet de drinker zorgen voor een gezond ontbijt met volkorenbrood, hartig beleg met zure augurkjes, een krachtige bouillon en veel mineraalwater met een hoog zoutgehalte. Tenslotte wordt volgend drankje als vitaminen-bom aanbevolen: vul een glas met een derde melk, een derde vers geperst sinaasappelsap, sap van een halve citroen en twee eetlepels yoghurt. Het geheel op smaak brengen met suiker of zoetstof. Gezondheid!






















Veel pelgrims gingen dus op weg uit pure vroomheid en bezochten onderweg zoveel mogelijke heiligdommen, waar relieken bewaard werden. Sommigen gingen op bedevaart als penitentie voor een begane zonde, anderen gingen om genezing of om een speciale gunst te verkrijgen voor zichzelf of voor een familielid. Dikwijls veroordeelde een rechtbank een misdadiger tot een zogenaamde strafbedevaart.
Maar met welke motivatie onze middeleeuwse christen ook op weg ging, hij beschouwde zijn hele leven als een bedevaart naar zijn echte vaderland, een weg die door een tranendal naar zijn eeuwig thuis zal leiden.



















Suzana Werner, ex-liefje van Ronaldo
Maastricht 




Het Duitse carnaval vindt voornamelijk in steden langs de rijn zoals Keulen en Dusseldorf plaats. Het Carnaval in Keulen geldt als de absolute top wat betreft de carnavalsviering. Het Keulse carnaval is bijna zo oud als de stad zelf. Op de huidige wijze viert men het echter pas sinds 179 jaar. Grieken en Romeinen vereerden Dionysos en Saturnus door vrolijke lentefeesten te houden met 'Wein, Weib und Gesang'. De Germanen vierden de winterzonnewende om de goden te huldigen en de boze winterdemonen te verdrijven. Later namen de Christenen de heidense gebruiken over. De vastentijd voor Pasen werd ingeluid met de vastenavond of het carnaval - carne vale - Lang leve het vlees!
In de Middeleeuwen nam de vastenavondblijdschap, de 'Mummerei' (Feest van gemaskerden) vaak drastische vormen aan, zeer tot ongenoegen van de raad en de kerk van de stad. Verboden en verordeningen hielpen weinig, er werd wild en vrolijk feestgevierd. Bij het vrolijke straatcarnaval kwamen in de 18de eeuw nog de zogenaamde 'redoutes' naar Venetiaans voorbeeld, uitgelaten gemaskerde en gekostumeerde ballen, die vooralsnog voorbehouden waren aan de adel en de rijke burgerij. In 1736 werd in Keulen de eerste redoute gehouden in een adellijk huis aan de Neumarkt. Nauwelijks vijftig jaar later werd Keulen door de Franse revolutionaire troepen veroverd.
Na de oprichting van het feestcomité waren de Keulenaren niet meer te houden. Het ene na het andere carnavalsgezelschap ontstond. In 1860 gaat de eerste "spookoptocht" op de avond van carnavalszaterdag van start. Ook na de eeuwwisseling duurde de 'Gründerzeit' (Tijd van grote economische opbloei in Duitsland na 1871) van de dwazen voort. In 1902 werd de eregarde opgericht, om de 'Bauer' en 'Jungfrau' te begeleiden. In 1906 kreeg prins carnaval zijn prinsengarde. Er vestigden zich nog meer gezelschappen. Willi Ostermann met zijn liederen en de originele Grete Fluss maakten het Keulse carnaval tot buiten de stadsgrenzen beroemd.
De 'zittingen' met Büttenredner (Houders van een carnavalsspeech in de buut) en liedzangers overbrugden de tijd van de '11de van de 11de', van de officiële opening van de carnavalsperiode tot aan het hoogtepunt op Rosenmontag. Zo is het vandaag nog steeds. Nu zijn het groepen als Bläck Fööss, Höhner en Paveier, het Rumpelstilzchen of de Werbefachmann, die het gezicht van het 'Vijfde Keulse jaargetijde' bepalen. Wereldberoemd is de "Stippeföttchen-Tanz" van de Rote Funken, een persiflage op het noeste soldatenvolk.