Het kamp Van Beverlo deel 4
HET PARK van het Kamp
Vanaf 1836 is er aan grondontginning gedaan, eerst door de vaste beambten, die het ganse jaar door in het kamp verblijven, en later door de herbergiers en handelaars die er hun voorlopige woning hebben opgetrokken.
Vaststellend dat de mogelijkheid bestaat de schrale grond te bewerken en er zelfs gunstige resultaten te bereiken, begint het departement vanaf 1837 met massale aanplantingen. Vooraleer men met het park begint bouwt men in 1835 het koninklijk paleis. Het is een rechthoekig gebouw zonder verdieping. De houten wanden zijn bezet met gevlochten stro, wat aan het geheel een landelijk uitzicht geeft. Het dak, eveneens in stro, is versierd met twee grote letters « L » en de koninklijke kroon. Deuren en vensters zijn met eikentronken afgezet. Tegen elk der vier wanden is een rotonde gebouwd, ondersteunt door boomstronken. Leopold I en II zullen er regelmatig hun intrek nemen. In 1878 legt men zelfs een spoorlijn aan, dit vanaf het station tot aan het paleis, maar er word slechts zelden gebruik van gemaakt.
Omstreeks het jaar 1900 is het paleis reeds vervallen. Men herstelde waar dat kan, men vat zelfs het plan op om er een nieuw te bouwen. Vermits de vorst er toch nooit meer verblijft word het in 1913 afgebroken en in de plaats komt een paviljoen voor de minister van oorlog, nu de Koningin Astridmess voor officieren.
Het eigenlijke werk aan het park begint in 1837. De genie begint met de werken op een terrein van zes ha. Onafgebroken word er aan gewerkt en na enkele jaren is het park de mooiste plaats van het hele kamp. De aanleg is gewoonweg prachtig en getuigt van het vernuft en goede smaak. Na enkele jaren bereikt men een oppervlakte van 40 ha., verdeeld in twee even grote delen door de prachtige Leopold II-laan. Het noordelijke gedeelte heet (nog steeds) Koninklijk Park dit omdat daar het paviljoen van de vorst er staat, terwijl het zuidelijke park in de volksmond het park der onderofficieren genoemd wordt of ook wel het vals park In dit unieke natuurkader wordt in 1964 de Paolamess voor onderofficieren in gebruik genomen.
De aanplantingen, die in het begin slechts enkele hectaren rond het paleis omvatten, worden later met man en macht voortgezet. Waneer in 1846 minister Chazal de tuchtkompagnie naar Beverlo zendt, levert dat een behoorlijk aantal werkkrachten op. Nu begint men het ganse park af te bakenen en volgens een fijn uitgewerkt plan doortrekt men het met kronkelende wegen. Men zorgt er voor een passende afwisseling van grasperken, kleine bosjes, planten en struiken, evenals voor een grote variëteit van bomen, zoals eik, grove den, berk, robinia, es en ahorn. De resultaten blijven niet uit, het park is een oase van groen te midden de eentonigheid van kazernes en heide.
MERKWAARDIGE GEBOUWEN EN MONUMENTEN TE LEOPOLDSBURG
Een der oudste gebouwen van het kamp is het Militair Hospitaal aan de Hechtelsesteenweg. Op de plaats, waar in 1835 de eerste houten barakken stonden en waarin gedurende de kampperioden de ambulancierdiensten logeerden, richt men vanaf 1841 de eerste gebouwen op in goede baksteen. In de jaren 1860 telt het hospitaal zes grote ziekenzalen, gebouwd volgens een zeer modern plan gebouwen zonder verdieping, onderling verbonden met gangen en gericht naar een centrale tuin. Het is, voor haar tijd, de modernste instelling van Europa. In de loop van de jaren krijgt het hospitaal naast zijn gewone opdracht ook speciale bestemmingen, men brengt er in 1901 tbc-patiënten in onder en in 1910 de zieke militairen van de tuchtcompagnie .
Onder zijn personeelsleden heeft het hospitaal van Beverlo, in 1920, niemand minder dan Marnix Gijsen, alias Dr. Jan-Albert Goris, in dienst. Gedurende zes maanden doet hij er dienst als milicienbrancardier. Zijn belevenissen in dit krijgsgasthuis gebruikt hij later in twee van zijn romans, namelijk in «Klaaglied om Agnes » en in « Ter wille van Leentje ».
Achter het hospitaal vindt men de ruime IJzerkazerne, gebouwd in 1935 voor de cibisten of geestelijke brancardiers. Deze doen sinds de wet van 1921 hun militaire dienst in Beverlo. Naast de opleiding van ziekenverpleger in het hospitaal krijgen ze er ook een speciale opleiding met geestelijke oefeningen, deze opleiding wordt gegeven door een aalmoezenier. De meest beleende van deze aalmoezeniers is ongetwijfeld Edward Poppe (Temse 1890-Moerzeke 1924). In 1922-23 is hij aalmoezenier der cibisten. Het grote levenswerk van Poppe is, naast de stichting van de Eucharistische Kruistocht, het medestichten van het Karamelklooster te Leopoldsburg. Het voorbestemde gebouw, de oude parochiekerk, is jarenlang door een handelaar als stapelhuis gebruikt, er is dus veel werk aan de winkel. Priester Poppe kent geen rust en zet door. En eindelijk, op 22 april 1924, komen de eerste zeven karmelietessen aan, onder wie de zuster van Poppe. Helaas, hij zal die blijde intrede niet meemaken, want op 21 december 1923 moet hij, ondermijnd door overspanning en ziekte, Leopoldsburg voor goed verlaten. Op 10 juni 1924 overlijdt hij te Moerzeke.
Gedenkteken van Tacambaro
Aan de Hechtelsesteenweg staat, naast het militaire hospitaal, het gedenkteken van Tacambaro ter herinnering aan de expeditie naar Mexico in 1865. In 1864 worden er twee Belgische bataljons gerekruteerd voor Mexico. In dit land is een keizerrijk tot stand gekomen, dit door toedoen van Frankrijk, Engeland en Spanje. De kroon van dat nieuwe rijk is toegewezen aan de aartshertog van Oostenrijk, Maximiliaan, en aan zijn echtgenote, prinses Charlotte van België, dochter van Leopold I. Op 14 april 1864 scheept het keizerlijke paar in te Triëst. Hun intrede in Mexico wekt een zekere geestdrift, maar algauw komen de opstandelingen weer opdagen en brengen de troon aan het wankelen. De revolutionairen worden hierin gesteund door een paar grote mogendheden. Daarom stelt Leopold 1 voor om een troepenmacht te sturen naar dat land waar zijn dochter in nood verkeert. De expeditie verwekt in binnen- en buitenland hevige reacties.
Onze legerafdeling bestaat uit 1480 manschappen,163 officieren en 15 marketentsters. Bij hun aankomst in Mexico trekken ze er eerst , een tijdlang, de wacht op bij het paleis, maar algauw geraken ze er in hevige gevechten verwikkelt. De meest bekende veldslag is die van Tacambaro, 14 april 1865, in dit gevecht sneuvelt de zoon van minister Chazal . In 1866 komt keizerin Charlotte terug naar België en neemt haar intrek te Meise, waar ze in 1927 zal overlijden. Haar gemaal, keizer Maximiliaan, word op 19 juni 1867 in Mexico gefusilleerd. Zodra de expeditie in ons land terug is, gaat men geld inzamelen voor een monument. Al in 1867 verrijst de 6,5 meter hoge zuil en sindsdien de Zuil van Mexico genoemd.
Op het Kanonplein vinden we het mooie standbeeld van luitenant-generaal baron Chazal (1808-1892). De naam Chazal heeft in het kamp een grote weerklank. Als een der leiders van de omwenteling van 1830 word hij hoofdintendant van het leger. Als minister van oorlog (1847) spant hij zich bijzonder in voor het kamp. In 1860 laat hij de kredieten stemmen voor 108 nieuwe blokken. Het monument is van de hand Van Desenfans. Chazal staat rechtop, steunend op zijn zwaard, en omhangen met de officiersmantel. Aan zijn voeten ligt de leeuw met vlag, geweer en eikentakken. Drie bronzen platen in halfverheven beeldhouwwerk stellen de hoogtepunten uit zijn leven voor: zijn intrede te Brussel aan het hoofd der patriotten, een gezicht op de Antwerpse forten die hij steeds heeft verdedigd op politiek vlak en een herinnering aan zijn geest van modernisatie; een kanon met lauweren omgeven. Het monument wordt onthuld op 30 augustus 1908.
Pierre Emmanuel Félix (Baron) Chazal (Tarbes, Frankrijk, 1 januari 1808 - Pau 25 januari 1892) was een Belgisch legerofficier en liberaal minister. Hij was Minister van Oorlog in 1847-1850 en in 1859-1866. Chazal was de zoon van Jean-Pierre Chazal, een vooraanstaande ambtenaar in het Frankrijk van Napoleon, die zich na 1815 in Brussel vestigde. Pierre E. F. Chazal speelde een actieve rol bij de Belgische opstand en onafhankelijkheid in 1830, wat hem een schitterende carrière in het Belgisch leger en in de administratie opleverde. Hij werd generaal en was bovendien een vetrouweling van koning Leopold I. Chazal is vooral beroemd gebleven door een duel dat hij aanging met het Antwerpse Kamerlid Jan De Laet (van de Meetingpartij). Duelleren werd door een wet uit 1841 gezien als een misdrijf. Inzet was een zaak betreffende het aanwervingsformulier voor een leger Belgische vrijwilligers dat in Mexico zou ingezet worden. Chazal verloor het duel. In 1865 werd hij veroordeeld door het Hof van Cassatie, dat destijds bevoegd was voor misdrijven van ministers in functie, doch kreeg gratie van de Senaat door toedoen van Koning Leopold II.
Tegenover het gemeentehuis (1856) treffen we het monument aan voor de oorlogsslachtoffers 14 -18. Het is gebeeldhouwd door jan Burny en stelt de Belgische leeuw voor die zich uit de puinen verheft. Het opschrift luidt: “Bourg-Léopold - Aan onze dappere verdedigers van het vaderland - A nos vaillants combattants de la patrie” Rond het monument staan 30 zerkjes met de namen der gesneuvelden.
In het park liggen twee begraafplaatsen naast elkaar. Eerst de Belgische begraafplaats, soms ook Duits kerkhof genaamd omdat de bezetter er mee begonnen is in 14-18. Na de oorlog werden de Duitse doden overgebracht naar grote verzamelbegraafplaatsen en vanaf 1928 werd het Duitse dodenakker een Belgische militaire begraafplaats. Het godsakker is zeer mooi en goed onderhouden. Men treft er twee kapellen aan, het zijn de monumenten ter ere van de onbekende politieke gevangenen en de onbekende krijgsgevangenen. Naast de centraal
Belgische begraafplaats
gelegen kapel vinden we de nog enig overblijvende waterput van uit de jaren 1840. Hier liggen Belgische militairen van de twee oorlogen begraven( 801 namen) en men vindt er ook de kapellen voor de onbekende politieke gevangenen. Naast gesneuvelden uit beide wereldoorlogen vinden we hier ook in Duitsland overleden Belgische werknemers, niet geïdentificeerde politieke gevangenen en overleden Russische krijgsgevangenen.
LEOPOLDSBURG WAR CEMETERY
Na de tweede wereldoorlog wordt er ook een Britse militaire rustplaats aangelegd en dit in een uniek en schoon natuurkader. Dit War Cemetery wordt aangelegd in 1948. Het is een verzamelbegraafplaats voor militairen uit het Gemenebest (Commonwealth), hoofdzakelijk in Nederland gesneuveld. Naast 760 Britten liggen er ook 4 Nederlandse en enkele Poolse en Russische militairen begraven.
Naast de ingangspoort hangt een plaat met volgende tekst: "Leopoldsburg - War Cemetery 1939 - 1945".De grond waarop dit kerkhof zich bevindt is een gift van het Belgische volk voor de eeuwige rustplaats van de zeelieden, soldaten en vliegeniers die hier geëerd worden.














