De eerste burgers in Bourg-Leopold

De eerste burgers in Bourg-Leopold
Wanneer het kamp in 1835 op de Grote Heide van Beverlo verrijst, is dit in de eerste plaats een zuiver militaire aangelegenheid. Maar het is immers ook een oeroude historische wet dat legerplaatsen aantrekkingspolen zijn voor burgers die graag hun graantje willen meepikken. Van bij het begin zijn er contacten met de burgers van Beverlo. Zij mogen, tussen de verschillende oefeningen in, op de heide turf steken en weidegrond gebruiken. Veel belangrijker zijn de burgers die zich vanaf mei 1835 in de nabijheid van het kamp komen vestigen. Ze arriveren van alle kanten. Sommigen uit Diest waar ze zich al vroeger bij het militair kamp hadden gevestigd of uit Venlo, waar sinds 300 jaar een militair garnizoen is, uit Langdorp, Geel, maar ook uit de rest van België en sommigen komen zelfs uit Frankrijk. Ze bouwen barakken en schamele hutten, op één grote lijn, die 300 meter achter de infanterieblokken ligt. Het departement van oorlog heeft de betrokkenen gewaarschuwd dat ze, indien daar toe beslist wordt de plaats moeten ruimen. De plaatscommandant heeft voor elke burger een voorlopige toelating getekend, waardoor hij op het militaire domein mag verblijven. De eerste nederzetting zal een tijdlang de naam « Hureldorp » krijgen. De wijk « Strooien Dorp » herinnert aan de eerste strohutten die de burgers daar neerzetten. In 1842 staat de regering een terrein af van 26 ha. waar de eigenlijke dorpskom zal komen.
De groei van de gemeente Leopolds burg
Dat bonte volkje groeit al vlug aan tot 378 inwoners of 75 gezinnen in 1844. Onder hen zijn er herbergiers, hoefsmeden, kleermakers, schoenmakers, bakkers, slagers, schrijnwerkers, koperslagers, kaarsengieters, leidekkers, wolspinners, glazeniers, droogscheerders...
Die mensen "kolonisten" van zo verscheiden afkomst hebben wellicht bijgedragen tot de eigen aard van het Kamp en zijn Kampenaars! De burgers vestigen zich vlak naast het militaire kamp in voorlopige houten of lemen hutten, bijna allemaal met stro afgedekt. De nederzetting groeit uit tot een dorpje dat nieuwe pioniers blijft aantrekken voor wat er letterlijk en figuurlijk te rapen viel. Want ook loden kogels van de schietoefeningen brengen geld op. Al in 1836 beginnen zij voor eigen gebruik akkertjes en moestuinen aan te leggen. Er is immers voldoende paardenmest om de grond vruchtbaar te maken. Bovendien kunnen o de groenten ook aan het leger verkocht worden, wat een bijkomende bron van inkomsten betekende.
De handelaars blijven liefst zo dicht mogelijk bij hun klanten en daarom ziet het leger zich in 1845 verplicht om de toegestane vergunningen in te trekken. Generaal Hurel duldt aanvankelijk wel dat burgers zich op het militaire grondgebied komen vestigen (Baron François Alexander HUREL heeft op 10 april 1841 de Belgische legerdienst verlaten en is teruggekeerd naar zijn moederland Frankrijk daar zal hij 6 jaar later, op 73-jarige leeftijd te Parijs, overlijden). Zijn opvolger heeft het op den duur moeilijk met de minder eerbare neringen die het militaire leven en vooral de moraal en de tucht van de troep verstoren. Hij beslist in 1842, in samenspraak met de gemeente Beverlo, dat er aan de westrand van het kamp, een nieuwe dorpskern moet komen, en dit buiten de grenzen van het kamp. Een terrein van 26 ha werd voor dit doel ter beschikking gesteld. Toch verkiezen vele burgers om in het eigenlijke kamp te blijven, dicht bij de militairen. Om hieraan een einde te maken worden vanaf 1845 geen (bouw)vergunningen meer toegekend en in 1848 is alle burgerlijke bebouwing in het kamp definitief ontruimd. Op het terrein dat door Beverlo word afgestaan staat reeds een herberg (1838), een postkantoor (1840) en de fundamenten van de huidige Kapel van de Karmel (1840 -1843). De bestaande dorpskern wordt aangevuld met een pastorij (1844) en een kleine gemeenteschool (1844).
Op 1 oktober '48 verdwijnt de laatste burger uit het kamp en eindelijk, bij koninklijk besluit van 7 juli 1850, neemt Leopoldsburg officieel zijn plaats in op de lijst der Belgische gemeenten. Als gemeentewapen krijgt het de nationale driekleur met gekruist zwaard, een dubbele « L » en kroon. Dat jaar zijn er 708 inwoners, die 163 huizen betrokken. Om de aangroei te bevorderen bouwt de regering in er enkele officiële gebouwen, zoals school, kerk en postkantoor. De eerste gemeenteverkiezingen vinden er plaats op de tweede dinsdag van oktober 1850. De eerste burgemeester die er uit de bus komt is Hubert Anselm van der Elst. Afkomstig van Meerhout. Zoals blijkt uit de volgende cijfers kent Leopoldsburg een uitmuntende bloei:
1835 - 100 inwoners
1852 - 920 inwoners
1857 - 1742 inwoners
1866 - 2242 inwoners
1901 - 3559 inwoners
1920 - 5162 inwoners
1938 - 7084 inwoners
1960 - 9369 inwoners
1966 - 9621 inwoners
Vanaf 1851 wordt er tussen het leger en de gemeente een akkoord getroffen om er gedurende de zomer dagelijks markt te houden. Deze heeft plaats op een terrein achter het koninklijke paleis en duurt van 's morgens 05 uur tot 12 uur. Zo kunnen de militairen gemakkelijk hun inkopen gaan doen. Gedurende de manoeuvres staan aan de Hechtelsesteenweg honderden kramen op een kilometerslange rij. In 1853 viert het dorp zijn eerste feest en dit ter gelegenheid van de 18e verjaardag van de graaf van Brabant. De klokken luiden, er is verlichting en overal wapperen er vlaggen. De arme mensen van de gemeente krijgen er brood, aardappelen, vlees en steenkool. Vóór de tweede wereldoorlog kent Leopoldsburg vette jaren, duizenden piotten komen er immers hun kamp doen. Voor af gegaan door de regimentsmuziek doen de troepen hun intrede in het dorp en het kamp. Eens te «Bourg» worden de bloemetjes vaak buiten gezet. 1935 zijn er niet minder dan 300 cafés, in 1963 nog 90. Ook de andere handelaars hebben niet te klagen. Een groot gedeelte der inwoners bestaat vanzelfsprekend uit militairen, wat regelmatige schommelingen in het bevolkingscijfer meebrengt. Maar nu zijn de drukke dagen der manoeuvres voorbij. De militairen komen niet veel meer naar het dorp afgezakt! Het dorp Leopoldsburg, dat bij het kamp van Beverlo hoort en er danig mee vergroeit, heeft zich meer en meer van het legerkamp losgemaakt en is zijn eigen weg opgegaan.
De eerste dorpskern
Dit "burgerterrein" word in de openbare verkoopakte aangeduid als "Bourg" en op het verkavelingsplan als "Le Bourg". Het verkavelingsplan van de dorpskern krijgt een duidelijke geometrische vorm en dit volgens een weldoordacht dambordpatroon. Dit was zeker geen unicum maar een veel voorkomende tijdstijl, vooral te wijten aan gezondheidsoverwegingen.
Door de talrijke epidemieën in de toenmalige steden heeft men immers geleerd dat de arbeidersbevolking niet ongestraft op elkaar kan worden gestapeld. Vandaar dat de stedenbouwers streven naar brede, lange straten en ruime pleinen en esplanaden. Een publicatie van juni 1842 meldt het volgende: "Bij het bouwen ener nieuwe woning diende men de uitgestippelde lijn te volgen. Bovendien moesten de voorgeschreven bouwstoffen gebruikt, de aangeduide afmetingen toegepast en de verordeningen op het delven van waterputten en waterafvoer worden in acht genomen. Dit was dringend nodig. Enerzijds om het dorp te verfraaien, anderzijds om de reinheid van woningen en straten te bevorderen. Dit laatste liet te wensen over". Op 15 mei 1852 werd door het gemeentebestuur besloten om op de gevel van elk onrein huis een opschrift aan te brengen met de woorden: "huis verboden om reden van gezondheid".
Van Bourg tot Leopoldsburg ... een 90 jaar durende evolutie
Koning Leopold I heeft een nauwe band met het Kamp van Beverlo. Aanvankelijk verblijft hij er regelmatig in zijn "koninklijke paleis" en is door de koningsgezinde bevolking zeer graag gezien. Daarom wordt vanaf 1848, uit dynastische overwegingen, de naam van de verkaveling "Bourg" aangevuld met de naam van de Koning. Zo ziet Bourg-Leopold of Le Bourg Leopold, zoals sommige akten vermelden, het leven. De gemeenteraad van Beverlo probeert in 1849 de naam in het Nederlands te vertalen door het als "Leopoldsboerg" te schrijven.
Stilaan krijgen de talrijke, door handel met het leger, welstellende handelaars genoeg van de bemoeienis door de gemeentelijke overheden van het ver afgelegen Beverlo. Men wilt een eigen bestuur, een zelfstandige gemeente, los van Beverlo. Ook het nabij gelegen dorp Heppen, een ander gehucht van Beverlo, heeft dezelfde verzuchting. Heppen heeft al een lange ontvoogdingsstrijd achter de rug. Bij koninklijk besluit is Heppen reeds op 25 september 1839 een zelfstandige parochie die en Heppen en Bourg-Leopold omvat met uitzondering van de verkaveling Bourg die tot de parochie van de legeraalmoezenier behoort.
Het gezamenlijke streven heeft succes. Bij wet van 4 juni 1850 worden de zelfstandige gemeenten Bourg-Leopold (Leopoldsburg) en Heppen geboren.
Er dient vermeld, dat de nieuwe gemeente Bourg-Leopold bij haar ontstaan in 1850 al meerdere belangrijke bedrijven telt. Zo is er een bergmolen (jaarlijkse maalgrondstof 400.000 kg) die deel uitmaakt van een landbouwcomplex met een jeneverstokerij (32.760 kannen van elk 1,5 liter) en een bierbrouwerij.(125 hl/jaar). Verder is er, naast talrijke kleine ambachten, een kaarsenfabriek, een tabaksmanufactuur, een steenbakkerij en men treft er ook een kanaalhaven aan. Kerk Leopoldsburg
De zaken draaien goed. In 1852 meldt het nieuwe gemeentebestuur, vol trots, aan de provinciale overheid dat "de gemeente wel 10 handelaren telt van wie de zaken jaarlijks gemiddeld 350.000 fr. opbrengen". In 1856 wordt er in het centrum van Bourg-Leopold met de bouw van het gemeentehuis begonnen. Vanaf 1875 worden, tengevolge van de Frans-Duitse oorlog (1870) en op aandringen van de militaire bevelvoerders, de grote legeroefeningen niet meer gehouden in het Kamp van Beverlo maar wel in de streek van Walcourt. Door het vertrek van de militairen valt de handel op een laag peil terug. In die periode trekken talrijke inwoners weg. Het aantal inwoners daalt van 1871 (in 1870) tot 1581 (in 1883). Wanneer er in 1889 opnieuw legeroefeningen plaatsvinden in het kamp, herleeft de gemeente meteen. In 1899 telt men er 3.512 inwoners.
Vanaf de eerste taalwetten, wordt rond de jaren 1930, het gebruik van het Nederlands verplicht in alle openbare besturen. Hierdoor zal Bourg-Leopold vanaf 1932 Leopoldsburg heten.
|
01-08-1842 |
BOURG |
|
1845 |
LE BOURG |
|
02-12-1847 |
LE BOURG LEOPOLD |
|
24-06-1849 |
LEOPOLDSBOERG |
|
06-06-1850 |
BOURG-LEOPOLD |
|
14-06-1932 |
LEOPOLDSBURG |
De bezoeker heeft steeds toegang tot het militaire domein, voor wat betreft de twee parken, de begraafplaatsen en monumenten. De kazernes zijn soms te bezoeken ter gelegenheid van feesten en « open deur »-dagen. De manoeuvreterreinen en schietstanden zijn in principe niet toegankelijk. Een aanvraag voor een bezoek aan het kamp mag steeds gericht worden tot het plaatsbureau .


























