Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Dienstbaarheid of bediening
Citaat uit mijn aantekeningenboek 1, 1974 - 1975
Amos doet zijn intrede in ons gezin!

Voeten in de aarde hebben!
Elke mens moet ergens “voeten in de aarde hebben'
“Wortels vragen eerbied en vertrouwen. Mensen kunnen elkaars diepste wortels in tederheid raken maar ook onherroepelijk kwetsen. Elk mens moet zijn eigen wortels beschermen op straffe van identiteitsverlies. Hij moet ergens “voeten in de aarde hebben”. En dit houdt heel wat in: verbondenheid met zijn familie, met zijn afkomst, met zijn cultuur, met de natuur (ecologie is een reactie van eerbied voor de wortels, zoals ook een terugkeer nar gezonde seksualiteit). Wij kennen allen ontwortelden: mensen opgegroeid tussen twee culturen, die dikwijls nergens thuis zijn en een oppervlakkige indruk maken als missen ze een echte humus. De kosmopoliet is daarom dikwijls de moderne Ahasverus; zijn vermeend universaliteit openbaart zwaar wortelverlies door overijld en vroegtijdig overplanten. Zei Chesterton niet dat hij van de hele wereld hield, maar wel vanuit zijn eigen kleine tuin.
Ook het collectieve geheugen is een voedende wortel. Het verminderen van geschiedenislessen is daarom pedagogisch kortzichtig. Hier past de bekende uitdrukking: “Ware traditie is vooruitgang die geslaagd is”. “
Geloof en wetenschap
De humaniserende kracht van het evangelie

| ||
|
| ||
| Tertio 352 - 8 november 2006 - p. 15 | ||
|
|
Evangelisatiecongres toont humaniserende kracht van evangelie
Kerk laaft hoofdstad uit unieke bron
Peter Vande Vyvere
Een week lang was de katholieke kerk in Brussel op haar best: dynamisch, uitnodigend, ongegeneerd zichzelf en toch helemaal open voor de stad en voor de wereld. Veelkleurig en eenstemmig tegelijk.
Het congres Brussel-Allerheiligen 2006 met als thema ‘Kom en zie’ verliep onmiskenbaar in crescendo. Na een gesmaakte culturele aanloop tijdens het weekend van 28 en 29 oktober, liep de basiliek van Koekelberg maandag vol voor de lezing van Andrea Riccardi, de stichter van de Sant’ Egidiogemeenschap. De toon was meteen gezet: Brussel-Allerheiligen 2006 zou een feest worden van de hele kerk: van rijk en arm, jong en oud, man en vrouw, clericus en leek, religieuzen en leden van nieuwe bewegingen. De wit-paars-oranje rugzakjes en de witte sjaals – de hele week lang het uniform van de congresgangers – tooiden de meest verscheiden outfits: pijen en habijten van allerlei kleur en snit, nette pakken en vlotte jeanskledij, Romeinse boordjes en blote navels. Zowel in de officiële regie als in informele babbels hoorde je afwisselend en zelfs door elkaar Nederlands, Frans, Duits en Engels. Ook het Portugees en het Hongaars – de talen van twee andere congreslanden – waren nooit uit de lucht.
Had de evaluatie van kardinaal Danneels tijdens de persconferentie op maandag nog iets van een opluchting, dinsdag heerste na de lezing van de Engelse dominicaan Timothy Radcliffe zichtbaar en hoorbaar blijdschap: ,,We registreerden vandaag duizend nieuwe inschrijvingen,’’ meldde hulpbisschop Jozef De Kesel. ,,Nooit gehoord,’’ grapte Danneels: ,,Iemand maande me aan de basiliek van Koekelberg uit te breiden.’’ Donderdag liet een organisator zich met een ontspannen glimlach ontvallen: ,,We hoeven alleen mee te drijven met de stroom.’’
●
De in vorige congressen beproefde formule bleek de congresgangers te bekoren. Na een theoretische voormiddag met inhoudelijke lezingen, gevolgd door een stijlvolle eucharistie – met kijkvriendelijke reuzenschermen in de basiliek van Koekelberg –, volgde een ‘praktische’ namiddag, Een batterij behulpzame vrijwilligers begeleidde de duizenden congressisten na de middageucharistie naar de refters in de naburige scholen. In de klaslokalen hadden vervolgens tientallen werkwinkels plaats over zowat alle terreinen van het kerkelijke leven.
Die ateliers fungeerden als praktische laboratoria van katholiek leven. Telkens ging een twintigtal deelnemers uit verscheidene landen en continenten dieper in op een of andere vraag over gelovig leven. Zo kon wie in de vernieuwing van het parochieleven geïnteresseerd was, terecht in een werkwinkel geleid door Dominique de Lafforest, een in Bretagne geboren priester, verbonden met de Emmanuel-gemeenschap. Die beweging was door de organiserende kardinalen aangezocht het congres voor te bereiden en praktisch te ondersteunen. Emmanuel is een uit Frankrijk afkomstige nieuwe beweging van voornamelijk leken, charismatisch geïnspireerd en sterk op de eucharistie georiënteerd.
De Lafforest, die twintig jaar pastoor was in de Sacré Coeur-parochie van Ukkel, leidde een atelier over de vraag hoe een parochie missionair kan zijn. Naast een rist tips begon en eindigde De la Forrest met een basisregel van christelijke gemeenschapsvorming. ,,Het geloof verkondigen is geen kwestie van methodiek. We moeten voor alles, in gezamenlijk gebed en in de sacramenten, verbonden blijven met Christus en zijn Woord aandachtig beluisteren. Dan wordt onze zending wel duidelijk en trekken we mensen aan.’’ De deelnemers beaamden die conclusie met een gezamenlijk Salve Regina: ‘Toon ons, na deze ballingschap, Jezus.’
●
In de vooravond konden de deelnemers panelgesprekken bijwonen over maatschappelijke kwesties: werkgelegenheid voor allochtonen, het eenwordende Europa, de mens en het lijden (zie hieronder), leven in een grootstad en de band tussen levensbeschouwelijke inspiratie en politiek.
Met die initiatieven toont de kerk in Brussel dat ze werkelijk ‘sacrament van heil voor de wereld’ wil zijn, dat ze niet knus en ‘navelstaarderig’, maar met een groot hart voor de wereld in de stad aanwezig is. Het publieke karakter van het congres was overduidelijk. Verscheidene vooraanstaande politici namen deel. Onder hen Brussels minister-president Charles Picqué (PS), minister van Werk Benoît Cerexhe (CDH) en parlementslid en toekomstig schepen Steven Vanackere (CD&V). In het zog van het congres slaan vier Brusselse immobiliënorganisaties van christelijke signatuur de handen in elkaar om meer panden van de kerk voor sociale huisvesting te bestemmen.
Brussel-Allerheiligen 2006, met zijn centrale thema ‘Kom en zie’, ging niet onopgemerkt voorbij in de straten van de hoofdstad. Zelfs de argeloze journalist, door de persdienst voorzien van een tricolore rugzak, ondervond aan den lijve de interesse van ‘buitenstaanders’. Op weg naar een debat over politiek en levensbeschouwing, word ik door een groepje jongeren, samentroepend aan een tattooshop, aangeklampt: ,,Expliquez-nous à quelle réunion vous participez!’’ Na een woordje uitleg over een Europese ontmoeting van katholieken en hun verlangen om de stad te helpen humaniseren, word ik vriendelijk bedankt en ontvang ik de beste wensen voor een goed verloop van het congres.
●
Dat christenen vanuit een specifieke bron de stad bevloeien, illustreerden de vele kerken en kapellen die ook ’s avonds hun deuren openden voor aanbidding. Zo ook de kapel van de Rijke Klaren in de buurt van de Beurs. Donderdag rond 19 uur overvallen je bij het binnenkomen de stilte en de intieme duisternis. Verlicht is alleen het koor en het altaar, met daarop de monstrans met de hostie, in een kring van kaarsen en bloemen. Mensen komen, knielen en bidden. Even of voor langere tijd. Je ziet er verrassend veel twintigers en dertigers.
Achterin liggen een balpen en een boek met handgeschreven, meertalige gebedsintenties. Tussen de vele persoonlijke dankwoorden en smeekbeden, lees ik: ‘Kom en doe ons zien.’
Ontwikkelingslande
Ontwikkelingslanden
Wij spreken van ontwikk’lingslanden
steeds tot mijn grote ergernis
alsof ons eigenheimers-volkje
zo clever en ontwikkeld is
o, o, wat zijn we toch bevoorrecht
o, o, wat hebben wij geboft
‘k hoor voor mijn deur ’n bromfiets knallen
zó onbeschaafd…zó onbeschoft…!
Toon Hermans
Lopen op blote voeten
De boom in mijn tuin
verliest elke dag veel van zijn bladeren.
Elk jaar laat hij dit gebeuren,
tot hij daar staat,
zonder schaamte, naakt en recht,
midden in de tuin.
Onder hem alleen nog een tapijt van rottende
bladeren.
Hij wacht, een winter lang.
Ook ik in mijn leven
verlies elke dag een blad aan mijn levensboom.
Alleen laat ik het zo moeilijk gebeuren.
Loslaten is voor mij zo moeilijk.
Er zijn mijn oude spullen op de zolder
die ik bijhoud voor...je weet maar nooit.
Er zijn mijn ontelbare gewoontens
die blijf doen...zomaar.
Er is het beeld van mezelf
dat ik koester,
omdat hetmij - in een ver verleden - ooit is aangepraat.
Er is het spreekwoord dat zegt:
"Gooi geen oude schoenen weg,
voordat je er nieuwe hebt."
Maar om zoveel, dat ik moeilijk kan loslaten,
loop ik soms, een leven lang
met oude schoenen die teveel kwellen.
Loslaten,
is spullen weggooien
waardoor ruimte ontstaat voor nieuwe zaken,
is gewoonten doorbreken
waardoor tijd ontstaat voor wat wezenlijk is,
is het beeld van mezelf,
- 'dit kan ik niet...' -
waar ik al jaren in geloof,
achter me laten.
Loslaten,
is je kwetsbaar maken
en op blote voeten durven gaan
omdat je oude schoenen weggegooid zijn
en je er nog geen nieuwe hebt.
Leen Vermeire in Bestuursblad KVLV, november-december 2006, p. 31.w
Je werkbank is je altaar
Velen onder ons hebben zeker nog gehoord over de
goudzoekers die indertijd op avontuur trokken om hun
fortuin te gaan zoeken in Amerika. Het schijnt dat er
bij hen een wachtwoord bestond dat als een soort ‘gul-
den regel’ werd overgeleverd van vader op zoon en van
mond tot mond herhaald, iedere morgen: ‘DIG WHERE YOU
STAY’ – ‘Delf op de plaats waar je staat…’
Dat wil zeggen: zoek het niet te vér, loop niet steeds
van de ene plaats naar de andere, en denk vooral niet
voortdurend dat het elders zoveel beter is…Neen:
‘De plaats waar je staat is heilige grond…’ (Exodus
3, 5). Doe dus maar je sandalen uit, Mozes…
Dus wanneer jij al dagenlang vruchteloos aan
het zoeken bent, en met de beste wil van de wereld ner-
gens iets kunt vinden wat op ‘goud’ gelijkt – terwijl
een ander een boogscheut verderop in de rivier precies
op dit moment een ongelofelijke schat ontdekt… Denk
dan voor al niet dat jij op een slechte plek staat, en
dat het zinloos is van daar nog verder te blijven graven.
Neen, je moet blijven geloven dat het goud ligt te wacht-
en vlak onder je voeten, bij de mensen en in de situatie waarin je hier en nu geplaatst bent.
Of met de woorden van Cardijn: ‘Je werkbank is je altaar…’.
Als je God wil tegenkomen
Als je God
wil tegenkomen
God woont tussen de meest
nederige mensen.
Hij zit op een berg stof
tussen de gevangenen.
Hij woont op straat met jonge
delinquenten.
Hij ligt tussen de zieken,
hij schuift aan tussen
de werklozen,
op zoek naar werkgelegenheid.
Als je God wil tegenkomen,
bezoek dan de gevangenissen,
en de ziekenhuizen
vooraleer je naar de kerk gaat;
en help de bedelaar
voor je je Bijbel leest.
Anders loop je het risico
dat god die tussen de kleine mensen
leeft, wegtrekt.
Want wie de werklozen vergeet,
vergeet God.
Toyohiko Kagawa (Japan)
Uit ‘Adem halen’. De wereld rond, uitgegeven door Broederlijk Delen
Fier geloven!
| BRUSSELSE KERK MOET VLAM VAN HET GELOOF BRANDEND HOUDEN | |
|
BRUSSEL (Kerknet) - "Kerk van Brussel, wat een mooie week hebben we mogen meemaken binnen uw muren! Het was als zagen we het nieuwe Jeruzalem dagen" sprak kardinaal Godfried Danneels zondagmiddag tijdens het zendingfeest als slot van het meerdaagse congres 'Brussel-Allerheiligen 2006'. "Laat ons opgaan naar Jeruzalem, daarheen trekken alle stammen op, alle stammen van God (.) Ze zijn gekomen uit zovele landen, met zovele talen en met alle kleuren, om samen met ons de wondere daden van de Heer te vieren", aldus de kardinaal, die onderstreepte dat Brussel al meer dan tien eeuwen de vlam van het geloof binnen haar muren bewaard heeft. "Niets heeft die vlam van het geloof kunnen doven, ook niet als het tijdens bepaalde periodes van de geschiedenis nacht was voor het geloof in Brussel." Laat het licht van het geloof niet doven Kardinaal Danneels stelde dat men tijdens de afgelopen week het licht van het geloof van onder het bed heeft gehaald "om het op de kandelaar te plaatsen, opdat allen uw goede werken zouden zien en uw Vader loven die in de hemel is." Hij bedankte allen die hard gewerkt hebben om dit congres te doen slagen hartelijk. "In Koekelberg, in de kathedraal, in de metro en op straat zag ik de voorbije week vele christenen die gelukkig en fier zijn christen te zijn. Hadden we niet een beetje onze fierheid verloren, die voor christenen toch terecht is en zelfs verplicht? (.) Hebben we ons niet een beetje opgesloten binnen de veilige muren van het Cenakel zoals de Elf, alsof Christus nog niet verrezen was? Christenen van Brussel, hervind uw fierheid!"
Zout der aarde Tijdens dezelfde zendingsviering ging Mgr. Jozef De Kesel nader in op de evangelielezing van de Zaligsprekingen. "Jezus spreekt er over op het eerste gezicht allemaal minder belangrijke mensen. En toch zegt Hij: 'Jullie zijn het zout der aarde.' Zout geeft smaak en bewaart (.) Maar ook zout kan zijn smaak en zijn kracht verliezen. En dan is het nergens meer goed voor en kan men het alleen maar weggooien. Dat staat ook de Kerk te wachten als ze op zichzelf terugplooit, als ze niet langer leeft naar het evangelie, als ze haar zending verloochent en ophoudt te zijn wie ze is." | |
Warm nest
|
WARM NEST “Niet elk kind heeft het geluk een warm nest te vinden. Je zult vandaag maar geboren worden in hongerend Afrika, of in moordend Irak, of in aardbevend Pakistan, waar ouders hun kind niet eens een warmnest kunnen geven. Het is des te schrijnender dat in onze Westerse wereld, in het rijke Vlaanderen, met al zijn luxe en overvloed, met zijn technische hoogstandjes, met zijn uitgebreid aanbod aan voorzieningen, kinderen toch nog vaak van die nestwarmte verstoken zijn. Dat zoveel mensen de warmte en geborgenheid van een thuis, van een vriendenkring, van een sociaal netwerk moeten missen. (…) Mag 2006 een jaar zijn, waarin de aandacht voor de zwaksten onder ons groeit. Waarin velen die zich in stilte voor de kleinsten onder ons inzetten, ook eens in de schijnwerpers komen te staan. Waarin wij ook de minsten meetellen.” Peter Peene, in Omtrent, januari 2006, p. 3 Schrijnend is het dat kinderen in het rijke Vlaanderen toch nog vaak van nestwarmte verstoken blijven | |
Verliezen in winst omvormen
“Verliezen in winst omvormen
Ik wil mijn liefde niet verliezen.
Ik wacht.
Hoe lang moet ik nog lijden?
Ik laat me genezen.
Ik groei.
Niemand, ook jij niet, kan ontsnappen aan de pijn van verlieservaringen die het leven met zich meebrengt: onvoorspelbaar of onverwacht verlies, verlies dat je jezelf oplegt om te kunnen groeien als mens of dat jou tegen je wil wordt opgelegd.
Toch is het zo dat elke vorm van ‘verlies’ kan worden omgevormd tot ‘winst’ dankzij je innerlijke houding. Geen enkel verlies is onvruchtbaar, omdat het in zich reeds de kiem draagt van nieuw leven. Je hoeft trouwens maar om je heen te kijken om te zien dat de bestaansreden van de dood er in bestaat om plaats te maken voor het leven. Het is niet mogelijk verlies en lijden te ontvluchten en toch te groeien als mens. Dit maakt deel uit van cyclus van het leven.
De knop barst open en schenkt de bloem.
De bloem verwelkt en schenkt het zaad.
Het zaad in de aarde verlangt te ontkiemen.
Een onophoudelijke beweging van dood en leven, van duisternis en licht.
Deze beweging naar nieuw leven is meer of minder diepgaand naargelang te soort verlies. Het is om die reden dat ik , samen met jou, de vele vormen van verlies die een mens kan meemaken in het leven op een rij wil zetten. Terwijl we deze inventaris opmaken, mag je nooit vergeten dat elk van deze verlieservaringen een bron kan zijn van groei.”
“Welk verlies maak je mee?
Zoals dit bij iedereen het geval is, is ook jouw leven een opeenvolging van gelukkige, voldoening gevende, maar ook onaangename, soms pijnlijke gebeurtenissen. Het is noodzakelijk om ze te leren kennen en er rekening mee te houden. Zo kan je beter de gevolgen ervan inschatten om in de volgende lijst de verliezen die je het diepst raken, te onderscheiden van alle andere.
De kleine verliezen en de dagdagelijkse zorgen
Zo zijn er allereerst de kleine verliezen en de dagdagelijkse zorgen, de teleurstellingen die je geduld op de proef stellen. Hoe onbenullig deze moeilijkheden ook lijken, toch zijn ze niet zo onschuldig. Het gaat zowel om materiële als om psychische vormen van verlies die de gemoedstoestand raken en diverse gevoelens aanspreken:
Een gemiste aankoop
De vaststelling van een aangetaste tand
Het wegkwijnen van je meest geliefde plant, geplaagd door insecten
De kat die ’s avonds niet meer thuiskomt
Het verlies van een dierbaar voorwerp
Een slecht schoolresultaat van je kind
Een onenigheid met een collega op het werk
De tijdelijke scheiding van een dierbare
Een gemiste afspraak
De opeenstapeling van zorgen tijdens een dag”
Stenen verleggen in 2006
Elk van ons verlegt stenen in het leven.
Wij doen ons uiterste best thuis,
op het werk of in onze vereniging,
en hopen eigenlijk
dat als wij er niet meer zijn,
men ons nooit meer zal vergeten.
We verleggen stenen in de rivier
van het leven.
Maar ons werk
moet vaak zo vlug gaan
dat we het maar heel normaal vinden
wat anderen voor ons doen,
dat we geen tijd hebben
voor een langer antwoord op de vraag:
“Hoe gaat het met je?”
Veel aardse stenen op losse grond.
Maar de stroom van een rivier
hou je niet tegen,
ook al verleggen wijs stenen.
De stroom van het leven overspoelt
ons vaak
met zorgen, drukte of pijn in ons hart.
De stroom van het leven gooit ons
overhoop.
De stenen die we verlegden,
worden meegespoeld.
Wat helpt ons standhouden?
Wat hout ons overeind
in de kolkende stroom van het leven?
Om te kunnen loskomen
van wat achter ons ligt,
om aan iets nieuws te kunnen beginnen,
om staande te blijven, helpt het als wij oversteekplaatsen in de rivier
tegenkomen.
Plaatsen waar het droog is,
waar we écht beluisterd worden,
waar we niet perfect hoeven te zijn,
waar we gewoon onszelf mogen zijn.
Laat ons stenen verleggen
in de rivier van het leven.
Laat ons stenen verleggen in ons leven.
Stenen die een oversteekplaats
kunnen zijn
voor mensen,
stenen van warmte, liefde
en respect voor elkaar.
Stenen die blijven liggen
in de storm van het leven.
Stenen die mensen helpen staande
te blijven in de stroom van het leven.
Goddelijke stenen,
gelegd door mensenhanden
in de grote rivier van het leven.
Niet schijnheilig praten over de natuur
“Er zijn de voorbije halve eeuw veel ontwikkelingen ten goede gebeurd. We zijn vrijer en geëmancipeerder, er zijn veel meer mogelijkheden om te studeren en de wetenschap heeft unieke zaken tot stand gebracht. Maar we zijn overmoedig bezig. Ik kan me vreselijk kwaad maken over de drammerigheid van de reclame en het feit dat we louter als consument worden beschouwd. We kopen en verbruiken veel waar we totaal geen behoefte aan hebben en lijken niet meer in staat om het essentiële te onderscheiden van het bijkomstige. Op die manier zijn we ook de natuur naar de vaantjes aan het helpen voor al wie na ons komt. Natuurromantiek is aan mij niet besteed. De natuur is gruwelijk. Het is eten en gegeten worden en de mens is daarin een schakel. Maar ik heb wel een groot ontzag voor de natuur en vind dat we er met respect moeten mee omspringen. We zijn er zo van vervreemd dat we menen ongestraft lucht, water en bodem te kunnen vervuilen. We bouwen liever nog een verbrandingsoven dan het immense afvalprobleem aan de bron aan te pakken en komaf te maken met al die wegwerpverpakkingen. Vroeg of laat zal er een generatie opstaan die dat niet meer neemt. Zo hoopvol ben ik wel. Nu al zijn er heel wat mensen die de druk om te consumeren en de wegwerpcultuur beu zijn. Als ze zich verenigen zal de politiek wel moeten volgen. Er wordt veel over milieu gepraat, maar het blijft meestal nog één grote schijnheilige vertoning.”
Jozef Deleu in Aktief, 4 november 2005, p. 1 - 2
Victor en Alicia spelen met Amos

God is onzichtbaar omdat Hij zich heeft weggegeven!
Waarom is God onzichtbaar? Omdat Hij zich heeft weggegeven!
In mijn vroeger leven, toen ik godsdienstleraar was, kreeg ik af en toe de vraag: ‘Hoe weet u dat God bestaat? Waarom kun je Hem niet zien?”
De Oude Catechismus antwoordde, dat je God niet kon zien, omdat hij geen lichaam had. Dat God geest was.
Maar je zou ook kunnen zeggen: we kunnen God niet zien, omdat Hij Zichzelf heeft weg-gegeven.
Maar hoe moet je je dat voorstellen?
Halverwege de vorige eeuw in België trad bij de missiepaters een jongen in die Pierre heette. Hij sloot al gauw vriendschap met een zekere Jean. Samen spraken ze vaak over hun ideaal: pater in de missie.
Totdat Pierre een boek leest over het Melaatseneiland.
Het boek schrijft, dat de melaatsen er waarschijnlijk eerder doorgaan aan lusteloosheid, apathie of zelfs aan honger en dorst, dan aan hun ziekte.
Pierre wordt daar zo door gegrepen, dat hij aan niets anders meer kan denken. Het melaatseneiland achtervolgt hem overal. Jean kan het zich allemaal niet zo goed indenken. Na een lange innerlijke strijd komt het voor Pierre vast te staan, dat hij de aangewezen man is om naar het melaatseneiland toe te gaan.
Hij nam afscheid van Jean. Eenmaal aangekomen op het eiland moet hij eerst zijn walging overwinnen, voor hij een melaatse aanspreekt:
“Is er niemand die voor je zorgt?”
- “Nee!”
- “Zou je het fijn vinden?”
- “D’r is toch niemand.”
- “Zouden de anderen het ook fijn vinden?”
- “Allicht.”
- “Waarom ben je dan zelf niet ermee begonnen: je weet zelf hoe het zou zijn…?”
- “U hebt gemakkelijk praten: u bent gezond.”
Pater Pierre gaat aan het werk. Het eiland moet bewoonbaar worden. Hij hakt bomen, zaagt, timmert, bouwt huisjes. Pas na een paar maanden komen de eerste helpen. Maar dan gaat het ook vlot. Het melaatseneiland wordt een menselijk eiland.
Als iedereen een dak boven zijn hoofd heeft, komt er zelfs een kerk.
Tevreden bidt pater Pierre in zijn kerk. Hij heeft wat tot stand gebracht.
Dan valt zijn oog op witte plekjes op zijn handen; en op zijn armen. Ze zitten overal. “Ik heb het ook! Nee God, dat niet. Dat kan U niet van me vragen… .”
Drie dagen en nachten is pater Pierre in paniek. Hij wil weg. Terug naar huis.
In de derde nacht schiet het hem te binnen: “Nu kunnen ze nooit meer zeggen: U hebt gemakkelijk praten, u bent gezond.”
Nu begon het eigenlijke werk pas. Hij bleef.
Voortaan was hij melaatse pater van het melaatseneiland.
Na jaren was pater Jean in de gelegenheid het eiland te bezoeken.
Hij zocht zijn oude vriend Pierre, maar zag hem nergens. Hij riep op een afstand naar een melaatse: “Is pater Pierre hier ergens?” De melaatse begreep het meteen, en zei: “Ga terug naar de kerk, en als u hem nog niet ziet, dan moet u maar roepen.”
Pater Jean deed het.
U kunt zich voorstellen wat erdoor pater Jean heengegaan zal zijn, toen op zijn geroep één van de melaatsen in de kerk opstond en hem toeriep: “Jean!”
Waarom kan pater Jean pater Pierre niet zien?
Deze had zichzelf weggegeven, en nu zag hij er heel anders uit dan zijn oude vriend Jean dacht.
Waarom kunnen wij God niet zien?
Die heeft zichzelf weggegeven, en nu ziet Hij er anders uit dan wij denken.
Diamautem
'Het Schaeck' is het stamhuis van de familie Temmerman te Erondegem

Foto van 'Het Schaeck', het stamhuis van de familie Temmerman te Erondegem. In 1661 woonde daar Pieter Timmerman, 'vis-à-vis' de Kruis-Lieven-Heer van de kerk van Erondegem. Op de zolder van 'Het Schaeck' was de 'muyte' ofte de gevangenis van Erondegem gevestigd.
'Het Schaeck' is hoogstens 10 jaar in 'vreemde' handen terecht gekomen. Verkocht na het overlijden van tanten Delphine Temmerman.
Volk van het luisteren
De eucharistie dwingt tot dienstbaarheid


Homilie van kardinaal Godfried Danneels in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal
Allerheiligen 1 november 2006
Brussel-Allerheiligen 2006
Broeders en zusters,Deze kathedraal staat in het hart van Brussel. Buiten ligt de stad, een plaats van bruisend leven en van veel verborgen lijden, een plaats van leven en dood. Een stad van mensen van alle rassen, talen culturen en religies. Is er wel één taal die men in Brussel niet spreekt en één land op de planeet waarvan niemand hier verblijft?
En midden in deze stad wonen wij, christenen van Brussel, als ‘vonken in een stoppelveld’ zou de bijbel zeggen. Maar, houden wij, christenen, wel van de stad? Soms zegt men van niet: de stad is heidens en zondig. Waar is de rust, de vrede en het geloof rond de vertrouwde kerktoren in de landelijke gemeenten? En toch is het christendom niet in de stad geboren: in Jeruzalem, in Korinte en Rome. Daar is de Kerk gesticht. Zal het dan ook niet zijn dat ze in de steden wordt hersticht en zal ze er herleven? Christenen houden van de stad, het is hun biotoop en net daarom is dit congres van Brussel-Allerheiligen 2006 er ook gekomen.
Christenen houden van de multiculturaliteit. God trouwens ook. Was zijn eerste Verbond, dat Hij met de mensen sloot in Noach, er niet een met alle naties over de hele aarde en zette Hij zijn regenboog niet in de wolken opdat allen eraan zouden worden herinnerd? Dat verbond met alle mensen heeft God nooit teruggenomen. De Babelse spraakverwarring die onze samenleving al te vaak kenmerkt, komt niet van God, maar van ons. Wij zijn het die niet naar God hebben geluisterd en meteen verstonden we ook elkaars taal niet meer. Maar Gods droom van een Stad voor alle mensen blijft. We hebben het daarnet nog eens gehoord in het Boek van de Openbaring: ‘Daarna zag ik een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle rassen en stammen en volken en talen. Ze stonden voor de troon en voor het Lam, gekleed in witte gewaden en met palmtakken in de hand. En zij riepen allen luid: “Aan onze God die op de troon is gezeten en aan het Lam behoort de overwinning”’ (Apo 7, 9v.).
Gods stad komt. Dat visioen van het Nieuwe Jeruzalem mogen we vandaag al in geloof vooruit zien. En in dat visioen zit ook Brussel. ‘Het is maar een visioen, zal wel iemand opmerken’ en ‘ik zie het slechts van verre of zelfs helemaal niet’. Maar de Bijbel weigert om visioenen naar het rijk van de verbeelding te verbannen. Visioenen zijn geen creatie van een op hol geslagen verbeelding, ze zijn de vrucht van Gods beloften en gevestigd in de goddelijke hoop die nooit wordt beschaamd. Daarom zijn wij christenen verplicht om van deze visioenen te leven, ook al in de wetenschap dat “als het visioen verdwijnt, het volk verwildert”(Spr 29,18).Niet dat we het zullen waarmaken op eigen krachten. In deze nieuwe Stad Jeruzalem staat geen monument gewijd aan het menselijk kunnen. Centraal staat de troon van God en van het Lam. Immers, ‘Als de Heer de stad niet bouwt, bouwen vergeefs de bouwers’ (Ps 127, 1).
Maar Hij doet het niet zonder ons, wij helpen mee. Ja, in de stad werken wij, christenen, mee aan de gerechtigheid, aan de zorg voor zieken en armen, voor vluchtelingen en asielzoekers, aan vrede en verdraagzaamheid. Er gebeurt ongelofelijk veel aan service en diensten aan de samenleving door de Kerk in Brussel. Ze heeft een ‘Open Deur’ waar zowat iedereen binnenvalt. Maar wat de Kerk doet in parochies en verenigingen, blijft vaak al te verborgen. Best misschien, want je linkerhand mag niet weten wat je rechter doet, zegt Jezus. Maar voor één keer mogen we toch ook dan andere woord van hem uitzeggen: ‘Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt. En men steekt toch ook geen lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de kandelaar zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat ze uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is’ (Mt 5, 14vv.).Kerk van Brussel, toon je maar eens zoals je bent opdat ze uw werken zien en vooral opdat ze de Vader verheerlijken die in de hemel is. Want godsdienst is geen privé-zaak: ze hoort ook thuis in het publieke leven en in het hart van de publieke samenleving.
‘Maar’, zal u wellicht zeggen, ‘dienst bewijzen doen toch alle goede mensen, daar hebben wij, christenen niet het monopolie van’. Nee, maar we hebben wel iets bijzonders, een ‘surplus’. En dat staat in evangelie vandaag te lezen. Tot acht keer toe zegt Jezus wat aan christenen eigen is: dat ze arm van geest zijn dus niet groot gaan op zichzelf, dat ze treuren omdat het goede zo langzaam vordert en het kwade lijkt te winnen, dat ze zacht zijn en zachte waarden huldigen in de samenleving, dat ze hongeren en dorsten naar gerechtigheid, barmhartig zijn en vergeven, dat ze zuiver zijn van hart en vrede brengen en dat ze het doorstaan van vervolgd te worden en van allerlei kwaad te worden beticht om Christus’ wil. En boven dat alles nog dat ze blij zijn en verheugd. Want Jezus eindigt met: ‘Verheugt u en juicht want groot is uw loon in de hemel’ (Mt 5, 12).
Welaan dan christenen van Brussel en van ver daarbuiten, ‘Wees niet bang’, toon wie je bent zonder complexen en zonder arrogantie. Met de psalmist mag ik u zeggen: ‘Gelukkig het volk dat de Heer heeft als God’ (Ps 33, 12).
+ Godfried kardinaal Danneels
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel


