agapei
Man en vrouw tonen aan elkaar Gods agapei.
Dat is het sacrament van het huwelijk!
Uit mijn aantekeningen, boek 1, 1974
agapeiMan en vrouw tonen aan elkaar Gods agapei.
Dat is het sacrament van het huwelijk!
Uit mijn aantekeningen, boek 1, 1974
De ouderenweek van 20 tot 26 november
Kerstmis heet opnieuw Christmas in VS
Waarom schrijven over bomen?Waarom zoveel over bomen?
Kruipt eens in de ‘huid’ van een kevertje dat zich op de grond tussen het hoge gras voortbeweegt. En sta dan stil, om verbaasd rond te kijken naar die hoog boven je hoofd oprijzende reuzenhalmen… Dat doet zo’n insect natuurlijk niet. Maar wij mensen zijn niet altijd zoveel beter. Als we namelijk door een bos lopen, zijn we ongeveer in dezelfde situatie als dat beestje tussen het gras…Met dit verschil, dat de boom het hoogtepunt, de bekroning vormt van het plantenrijk.
De boom – in het enkelvoud. Waarbij we liefst denken aan een min of meer alleenstaande boom. Want in een bos komt de boom minder tot zijn recht: we dreigen door het bos de boom niet te zien. Daar gaat het ons om: de boom leren zien.
Maar hebben we dan niets belangrijkers te doen? Dat is het juist: sommige ‘onbelangrijke’ dingen zijn in het leven (‘léven’) van een mens nu eenmaal niét zo onbelangrijk. Onder meer meditatief bezig zijn. Een pleidooi hiervoor achten we overbodig: er is voldoende literatuur over meditatie als tegenwicht tegen drukte en gejaagdheid; als herstel van dát stuk van onszelf waarvan het verlies de psycholoog M. Wertheimer ertoe bracht een volwassene te definiëren als een ‘ontaard kind’; als een manier om meer te beantwoorden aan de bedoeling van een Schepper die de mens vreugde wilde zien beleven aan de tuin van zijn schepping.
Een uitstekend middel hiertoe: aandacht overhebben voor een boom, tijd verliezen aan die boom. Waarom juist een boom? Omdat, als we een algemeen menselijk symbool zoeken, een symbool dat aansluit bij diepere lagen van ons wezen en dat, bewust gemaakt, de opbouw van onze persoonlijkheid ten goede komt, we het best terecht kunnen bij de boom: hij ligt – in een tweevoudige betekenis – het meest binnen ons bereik.
Het protest tegen het ondoordacht vellen van bomen en de populariteit van het boompjes-planten zijn slechts de buitenkant van een diepere liefde en verering voor de boom, waarto we de aanleg in ons dragen.
Probeert u maar eens die aanleg tot ontwikkeling te brengen. Begin met iets over bomen te lezen. Verzamel mooie afbeeldingen van bomen. Blader eens rustig in een boek met afbeeldingen van het boom-symbool. Maar vooral bekijk bomen in levende lijve.
Kijk er b.v. naar als u in de trein zit. Ook in de winter! En natuurlijk in de lente, als ze allen nog maar met fijne tule of met donzige gaas zijn omhangen. Verwonder u over de vele vormen die ze aannemen: lange fijne pluimen of kort dikke vederbossen, reusachtige sparrekegels of opengevouwen waaiers. Zelfs geteisterde, gehavende bomen zijn het bezien waard: meer nog dan gave bomen spreken zijn van levenskracht en levensmoed.
We kunnen van de ‘primitieve’ mens nog wel wat leren, zegt men vaak. Zonder dat we daarom bomen hoeven te vergoddelijken. Bij de verkondiging van het christendom door Bonifatius ging er af en toe een heilige eik voor de bijl. Jammer misschien, maar doordat die ene boom werd geofferd, konden we de overige bekijken als wat ze zijn: beeld van onszelf, van de mens, die geschapen is naar het beeld van God.
VerstommingDe dringende vraag van vandaag waar ik het deze morgen samen met u over wil hebben lijkt me dezelfde als de kwestie die Johannes Paulus II zo sprekend omschreef als die van ‘de eucharistische verstomming’. Ja, hoe kunnen we dat ‘met stomheid geslagen worden’ oproepen, dat zelfs provoceren? Een verbijstering ‘vervuld van dankbaarheid voor het Sacrament waarin Christus voor altijd zijn liefdesmysterie heeft willen concentreren’. Hierbij neem ik de precieze uitdrukking van de Dienaar Gods over[i]. Hoe kunnen we een verrukking opwekken die eerst de christenen en daarna heel de mensheid naar de bron van het leven toe kan brengen? Hoe de mensen de schoonheid van de liefde laten zien en die omzetten in een kracht die de harten en de hele mensheid van gedaante doet veranderen? Want het gaat hier inderdaad om schoonheid. Een schoonheid die de wereld heeft gered. Een schoonheid die schittert als de glans van de waarheid over God en als de vervulling van het geluk waar het hart van de mens voor geschapen is. De geconsacreerde hostie is de meest hoogstaande ‘icoon’ van Gods schoonheid zoals die in Christus is geopenbaard, de waarlijke, levende, levenbrengende, eenmakende tegenwoordigheid van ‘de mooiste onder alle mensen’ (Ps 45,3).
'bomen' in de taal
'Bomen' in de taal!
1.boom m bomen, -pje (plantk.) gewas met (één) houtige stam die zich eerst op zekere hoogte boven de grond vertakt: (bijb. Gen.2, 9 en 17) de – der kennis des goeds en des kwaads, , de - des levens twee bomen in het Paradijs (bij. Gen. 2, 9);
Nog een boom!
Boommeditatie

Boommeditatie
1. We verplaatsen ons in de geest naar een mooi landschap met bomen…we wandelen…de weg loopt tussen weiden, langs een bos, een heuvel op… We overschouwen vandaar het landschap…misschien zien we in de buurt een mooie loofboom, die boven zijn omgeving uitsteekt…misschien hebben we er onderweg een gezien die we mooi vonden…we gaan ernaartoe…wij kijken ernaar…(We mogen erbij gaan zitten als we willen.)
2. We zoeken contact met de boom…We voelen ons verbonden met onze verre voorvaderen: sinds de oertijd voelt de mens zich met de boom verwant…We bekijken hem met liefdevolle aandacht…we bekijken hem zolang totdat we zijn figuur precies kunnen natekenen..;
3. We laten langzaam onze blik van onder naar boven gaan… We zien de stevige stam…op de plaats waar de takken uitschieten… de kruin met haar takkenen twijgen en bladeren…We beschouwen de boom in al zijn rust, zijn sterkte, zijn gezonde gestalte, en laten hem op ons inwerken…De boom doet ons goed…we nemen hem in ons op…
4. Geen twee bomen zijn perfect gelijk, ook al zijn ze allebei herkenbaar als twee exemplaren van dezelfde soort…Wat is de geschiedenis van mijn boom?...Welk verhaal lees ik aan zijn voorkomen af?...Wat heeft er allemaal bijgedragen tot zijn persoonlijke gestalte: stormen, droogte, nabijheid van andere bomen, ingrepen van de mens…
5. Zonder de boom helemaal uit het oog te verliezen, concentreer ik mij nog eens, door op het ritme van mijn ademhaling te letten…Ook de boom ademt…ik haal mijn adem uit de ene zelfde ruimte waarin álle leven ademt…mensen, dieren, bomen, planten en bloemen…Ik hap in de lucht, die ook de lucht is van al het andere leven…en geef die even later weer terug aan ‘het geheel’…Ik ben in communicatie met het geheel van het leven op aarde…Ik sta niet apart…
6. Weer kijk ik naar de boom…ik neem méér waar dan de uiterlijke vorm…ik zie dat in hem iets beweegt van een orde die hem en mij overstijgt…een orde die door de vorm heen breekt…en waardoor hij bij ál het levende is…De boom boeit mij, niet door wat ik zie, maar door het onzichtbare geheim dat erin leeft…
7. Aan een boom kan men van alles zien: zijn botanische eigenschappen, zijn economische betekenis, zijn schoonheid, enz. Maar wanneer dat alles gezegd is, blijft er nog iets: “dat hij de indruk maakt méér te betekenen dan wat hij zintuigelijk waarneembaar is…dat hij degene die hem beschouwt, in een geheel eigensoortige beweging, door het direct waarneembare en over zichzelf heen, meeneemt naar een andere boom, naar een ander zinvol verband…
De boom is vergankelijk, maar verwijst naar iets onvergankelijks…hij is onvolkomen, stukwerk, maar is met alles wat hij is, betrokken op iets dat héél is en volkomen…hij schiet te kort om het verlangen naar zin te vervullen, maar ademt iets dat ten diepste en voorgoed bevredigt…hij is onbeschut, maar laat iets van eeuwigheid en geborgenheid doorschemeren da zelf geborgenheid kan geven…Dat eeuwige is niet gewoon hijzelf…Wel bestaat hij van daaruit en daarnaartoe…” (R.Guardini)
8. Ik adem zoals een boom…de boom ademt zoals ik…Tussen de boom en mij bestaat een diepe verwantschap…Zoals ik bén, zo is ook de boom: al wat hij doet is boom zijn…Hij presteert niets…Hij leeft…Hij ‘wil’ niets…Hij gehoorzaamt aan een innerlijke wet…Zoals hij is en leeft, zo neem ik de boom in mij op…ik adem hem in…ik voel mezelf als die boom…Ik word die boom…(In mijn voorstelling richt ik mij nu op, in geval ik was gaan zitten.)
9. Ik word mij bewust van mijn lichaamsbouw, die is als die van een boom…mijn wervelkolom is in mijn bekken verankerd zoals een boom verworteld is in de grond…De onderste wervels zijn aaneengegroeid tot het heiligbeen…dat geeft vastheid aan mijn basis…Los van die basis groei ik scheef…Als ik mijn bewegingen en mijn innerlijke houding laat voortkomen uit een gezonde basis, dan gedijt de boom die ik ben…Ik trek de wortels door tot in mijn voeten…ik sla ze in de grond, ze breiden zich daar uit…
10. De tegenpool van mijn wortels zijn mijn takken…Het bovengedeelte van de boom die ik ben, mijn schouders, armen en hals, is beweeglijk…geeft de mogelijkheid tot contact met de buitenwereld… Ik geef de takken in mij de kans om zich te ontplooien…naar alle kanten…naar voren en naar achteren…naar rechts en links…en naar boven…Ik geef mijn wezen de tijd om zich te ontplooien…de open lucht in…Bladeren ontluiken…ze ademen de lucht in die mij omringt…ze leven ervan…Ze nemen het licht op dat van boven komt…Dat alles laat ik gebeuren…Ik beleef dit als een weldaad…
11. Zo sta ik sterk…diep geworteld in de grond van het grote geheim dat mij draagt…dat mij voedt…mijn kruin ontplooiend in hem die de lucht is waarin ik adem…het licht dat mij verkwikt…Mijn wezen bloeit en draagt vrucht…tot mijn vreugde den die van mensen om mij heen…tot vreugde ook van de Onzichtbare uit wie alles voortkomt…naar wie alles toe gaat…die mij mijzelf laat worden…
Proef en zie, God is goed!P. Nicolas Buttet
Stichter Broederschap Eucharistein, Epinassey (CH)
Sta me toe te beginnen met een persoonlijke ervaring om wat ik u later zal vertellen eerst te situeren in het concrete leven. Een twintigtal jaren geleden liep ik stage bij een advocaat en was ik zeer actief in de politiek als afgevaardigde in het parlement van mijn kanton en als secretaris van een Zwitserse parlementaire groepering. Ik werd dus geconfronteerd zowel met de grote maatschappelijke vraagstukken als met persoonlijke en familiale problemen. In het kader van mijn opleiding tot advocaat hield ik me ook bezig met een jongeman die iemand had verkracht en 7 kinderen had verbrand. Door dit contact tussen een soms verontrustende realiteit en mijn geloof steeg in mijn hart de kreet op: Als er geen liefde is, kan de wereld niet veranderen! ‘Ik besloot toen om de kerstvakantie door te brengen in Cottolengo in Turijn, een instelling voor de opvang van mensen met een zeer zware fysieke en psychische handicap. Ik herinner me hoe ik daar aankwam. Ik was zojuist vertrokken uit het Zwitserse parlement en kwam terecht in deze nieuwe wereld van onze gehandicapte broeders en zusters. Ik werd meteen in de realiteit van die plek gestort want, samen met een broeder hebben we twee uur lang 18 zieken gewassen die van onder tot boven vies waren. Nadat ik eerst had gereageerd op wat ik rook…en op de kleuren die ik zag, werd ik op diezelfde avond gegrepen door de uitspraak van Christus die vlees en bloed werd (en wat voor vlees!): ‘Alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan’ (Mt 25). Toen ik klaar was met het wassen van mijn gehandicapte broeders ging ik tegen middernacht naar beneden, naar de kapel waar het heilig sacrament dag en nacht was uitgestald. Voor mij kwam er toen die schok en de zekerheid van Zijn aanwezigheid: de aanwezigheid van Jezus, boven in bed, in de persoon van mijn armzalige broers en op het altaar de aanwezigheid van Jezus in het heilig Sacrament. Jezus was daar echt aanwezig in de gedaante van die broer én in de gedaante van brood. Dezelfde unieke Jezus. Sinds die dag heeft die zekerheid me nooit meer verlaten, al is dat – jammer genoeg – nog stamelend en onsamenhangend. In elk leven is er zo een fundamentele ervaring. Het is wat de Franse dichter Charles Péguy ‘een van te voren en een daarna noemt’. Deze grondslagleggende gebeurtenis roept voor elke mens ook een vraag op. Daarna zal hij natuurlijk een stap moeten zetten, moeten volhouden in de loop van de tijd, maar er is iets gebeurd dat het leven voortaan een andere smaak geeft. Die ervaring van het sacrament van het altaar en het sacrament van de broeder blijft me nog steeds achtervolgen. Zij is het fundament van Eucharistein, onze kleine gemeenschap waar we jongeren die gewond en gebroken zijn door drugs, alcohol, geweld of depressies opvangen. Tegelijk hebben we in onze huizen steeds de eeuwigdurende aanbidding van het Heilig Sacrament.
(Wordt vervolgd)
BoommeditatieBoommeditatie
Voorafgaande opmerkingen
Iets dergelijks gebeurde ook met een onsterfelijk wezen, de nimf Dafne. Apollo verlangde vurig naar haar, maar zij ontvluchtte hem. De god achtervolgde haar, maar op het moment dat hij haar wilde omarmen, riep zij Moeder Aarde aan, en terwijl zij verdween, schoot er op die plaats een laurier op. De verandering van Dafne in een boom is vaak uitgebeeld: haar voeten worden wortels, haar gewaad wordt een schors, haar opgeheven armen worden takken, en haar haar gaat over in gebladerte. Deze afbeeldingen geven eigenlijk niet zozeer het voorval weer, ze beelden de gelijkenis uit tussen mens en boom. Op deze gelijkenissen berust de verderop volgende meditatie.
Medelijden met de bomen!“hebt meêlijen met de bomen”
Als het waar is dat wij ons innerlijk in de uiterlijke wereld weerspiegeld zien, dan is het te verwachten dat de nabije wonderen die de bomen zijn, daarin een grote rol spelen. De psycholoog C.G.Jung noemt de volgende betekenis-aspecten op: groei, leven, ontvouwing van lichamelijke en geestelijke vorm, ontwikkeling, groei van onder naar boven en andersom, moederlijkheid (bescherming, schaduw, dak, vruchten), levensbron, vastheid, duurzaamheid, worteling (ook: niet van de plaats kunnen), ouderdom, persoonlijkheid en tenslotte dood en wedergeboorte.
Deze waarlijk niet oppervlakkige betekenismogelijkheden maken waarschijnlijk dat er zeer sterke emoties rond bomen ontstaan kunnen.
Bomen zijn werkelijk.
Hun bladeren praten werkelijk
met woorden veelzeggend en letterloos.
Hun toppen zingen.
Hun stammen zwijgen
hoorbaar.
Hun wortels houden
van de aarde.
Bij een boom
staande moet ik wel
ademen als een boom.
Naar een boom
ziende zie ik
hemel en aarde in elkanders
armen.
Want een boom,
een boom is een bruiloft
Hans Andreus
Aansporing om te handelen
Dienstbaarheid of bediening
Amos doet zijn intrede in ons gezin!
Voeten in de aarde hebben!Elke mens moet ergens “voeten in de aarde hebben'
“Wortels vragen eerbied en vertrouwen. Mensen kunnen elkaars diepste wortels in tederheid raken maar ook onherroepelijk kwetsen. Elk mens moet zijn eigen wortels beschermen op straffe van identiteitsverlies. Hij moet ergens “voeten in de aarde hebben”. En dit houdt heel wat in: verbondenheid met zijn familie, met zijn afkomst, met zijn cultuur, met de natuur (ecologie is een reactie van eerbied voor de wortels, zoals ook een terugkeer nar gezonde seksualiteit). Wij kennen allen ontwortelden: mensen opgegroeid tussen twee culturen, die dikwijls nergens thuis zijn en een oppervlakkige indruk maken als missen ze een echte humus. De kosmopoliet is daarom dikwijls de moderne Ahasverus; zijn vermeend universaliteit openbaart zwaar wortelverlies door overijld en vroegtijdig overplanten. Zei Chesterton niet dat hij van de hele wereld hield, maar wel vanuit zijn eigen kleine tuin.
Ook het collectieve geheugen is een voedende wortel. Het verminderen van geschiedenislessen is daarom pedagogisch kortzichtig. Hier past de bekende uitdrukking: “Ware traditie is vooruitgang die geslaagd is”. “
Geloof en wetenschap
De humaniserende kracht van het evangelie
| ||
|
| ||
| Tertio 352 - 8 november 2006 - p. 15 | ||
|
|
Evangelisatiecongres toont humaniserende kracht van evangelie
Kerk laaft hoofdstad uit unieke bron
Peter Vande Vyvere
Een week lang was de katholieke kerk in Brussel op haar best: dynamisch, uitnodigend, ongegeneerd zichzelf en toch helemaal open voor de stad en voor de wereld. Veelkleurig en eenstemmig tegelijk.
Het congres Brussel-Allerheiligen 2006 met als thema ‘Kom en zie’ verliep onmiskenbaar in crescendo. Na een gesmaakte culturele aanloop tijdens het weekend van 28 en 29 oktober, liep de basiliek van Koekelberg maandag vol voor de lezing van Andrea Riccardi, de stichter van de Sant’ Egidiogemeenschap. De toon was meteen gezet: Brussel-Allerheiligen 2006 zou een feest worden van de hele kerk: van rijk en arm, jong en oud, man en vrouw, clericus en leek, religieuzen en leden van nieuwe bewegingen. De wit-paars-oranje rugzakjes en de witte sjaals – de hele week lang het uniform van de congresgangers – tooiden de meest verscheiden outfits: pijen en habijten van allerlei kleur en snit, nette pakken en vlotte jeanskledij, Romeinse boordjes en blote navels. Zowel in de officiële regie als in informele babbels hoorde je afwisselend en zelfs door elkaar Nederlands, Frans, Duits en Engels. Ook het Portugees en het Hongaars – de talen van twee andere congreslanden – waren nooit uit de lucht.
Had de evaluatie van kardinaal Danneels tijdens de persconferentie op maandag nog iets van een opluchting, dinsdag heerste na de lezing van de Engelse dominicaan Timothy Radcliffe zichtbaar en hoorbaar blijdschap: ,,We registreerden vandaag duizend nieuwe inschrijvingen,’’ meldde hulpbisschop Jozef De Kesel. ,,Nooit gehoord,’’ grapte Danneels: ,,Iemand maande me aan de basiliek van Koekelberg uit te breiden.’’ Donderdag liet een organisator zich met een ontspannen glimlach ontvallen: ,,We hoeven alleen mee te drijven met de stroom.’’
●
De in vorige congressen beproefde formule bleek de congresgangers te bekoren. Na een theoretische voormiddag met inhoudelijke lezingen, gevolgd door een stijlvolle eucharistie – met kijkvriendelijke reuzenschermen in de basiliek van Koekelberg –, volgde een ‘praktische’ namiddag, Een batterij behulpzame vrijwilligers begeleidde de duizenden congressisten na de middageucharistie naar de refters in de naburige scholen. In de klaslokalen hadden vervolgens tientallen werkwinkels plaats over zowat alle terreinen van het kerkelijke leven.
Die ateliers fungeerden als praktische laboratoria van katholiek leven. Telkens ging een twintigtal deelnemers uit verscheidene landen en continenten dieper in op een of andere vraag over gelovig leven. Zo kon wie in de vernieuwing van het parochieleven geïnteresseerd was, terecht in een werkwinkel geleid door Dominique de Lafforest, een in Bretagne geboren priester, verbonden met de Emmanuel-gemeenschap. Die beweging was door de organiserende kardinalen aangezocht het congres voor te bereiden en praktisch te ondersteunen. Emmanuel is een uit Frankrijk afkomstige nieuwe beweging van voornamelijk leken, charismatisch geïnspireerd en sterk op de eucharistie georiënteerd.
De Lafforest, die twintig jaar pastoor was in de Sacré Coeur-parochie van Ukkel, leidde een atelier over de vraag hoe een parochie missionair kan zijn. Naast een rist tips begon en eindigde De la Forrest met een basisregel van christelijke gemeenschapsvorming. ,,Het geloof verkondigen is geen kwestie van methodiek. We moeten voor alles, in gezamenlijk gebed en in de sacramenten, verbonden blijven met Christus en zijn Woord aandachtig beluisteren. Dan wordt onze zending wel duidelijk en trekken we mensen aan.’’ De deelnemers beaamden die conclusie met een gezamenlijk Salve Regina: ‘Toon ons, na deze ballingschap, Jezus.’
●
In de vooravond konden de deelnemers panelgesprekken bijwonen over maatschappelijke kwesties: werkgelegenheid voor allochtonen, het eenwordende Europa, de mens en het lijden (zie hieronder), leven in een grootstad en de band tussen levensbeschouwelijke inspiratie en politiek.
Met die initiatieven toont de kerk in Brussel dat ze werkelijk ‘sacrament van heil voor de wereld’ wil zijn, dat ze niet knus en ‘navelstaarderig’, maar met een groot hart voor de wereld in de stad aanwezig is. Het publieke karakter van het congres was overduidelijk. Verscheidene vooraanstaande politici namen deel. Onder hen Brussels minister-president Charles Picqué (PS), minister van Werk Benoît Cerexhe (CDH) en parlementslid en toekomstig schepen Steven Vanackere (CD&V). In het zog van het congres slaan vier Brusselse immobiliënorganisaties van christelijke signatuur de handen in elkaar om meer panden van de kerk voor sociale huisvesting te bestemmen.
Brussel-Allerheiligen 2006, met zijn centrale thema ‘Kom en zie’, ging niet onopgemerkt voorbij in de straten van de hoofdstad. Zelfs de argeloze journalist, door de persdienst voorzien van een tricolore rugzak, ondervond aan den lijve de interesse van ‘buitenstaanders’. Op weg naar een debat over politiek en levensbeschouwing, word ik door een groepje jongeren, samentroepend aan een tattooshop, aangeklampt: ,,Expliquez-nous à quelle réunion vous participez!’’ Na een woordje uitleg over een Europese ontmoeting van katholieken en hun verlangen om de stad te helpen humaniseren, word ik vriendelijk bedankt en ontvang ik de beste wensen voor een goed verloop van het congres.
●
Dat christenen vanuit een specifieke bron de stad bevloeien, illustreerden de vele kerken en kapellen die ook ’s avonds hun deuren openden voor aanbidding. Zo ook de kapel van de Rijke Klaren in de buurt van de Beurs. Donderdag rond 19 uur overvallen je bij het binnenkomen de stilte en de intieme duisternis. Verlicht is alleen het koor en het altaar, met daarop de monstrans met de hostie, in een kring van kaarsen en bloemen. Mensen komen, knielen en bidden. Even of voor langere tijd. Je ziet er verrassend veel twintigers en dertigers.
Achterin liggen een balpen en een boek met handgeschreven, meertalige gebedsintenties. Tussen de vele persoonlijke dankwoorden en smeekbeden, lees ik: ‘Kom en doe ons zien.’
OntwikkelingslandeOntwikkelingslanden
Wij spreken van ontwikk’lingslanden
steeds tot mijn grote ergernis
alsof ons eigenheimers-volkje
zo clever en ontwikkeld is
o, o, wat zijn we toch bevoorrecht
o, o, wat hebben wij geboft
‘k hoor voor mijn deur ’n bromfiets knallen
zó onbeschaafd…zó onbeschoft…!
Toon Hermans
Lopen op blote voeten
Je werkbank is je altaarVelen onder ons hebben zeker nog gehoord over de
goudzoekers die indertijd op avontuur trokken om hun
fortuin te gaan zoeken in Amerika. Het schijnt dat er
bij hen een wachtwoord bestond dat als een soort ‘gul-
den regel’ werd overgeleverd van vader op zoon en van
mond tot mond herhaald, iedere morgen: ‘DIG WHERE YOU
STAY’ – ‘Delf op de plaats waar je staat…’
Dat wil zeggen: zoek het niet te vér, loop niet steeds
van de ene plaats naar de andere, en denk vooral niet
voortdurend dat het elders zoveel beter is…Neen:
‘De plaats waar je staat is heilige grond…’ (Exodus
3, 5). Doe dus maar je sandalen uit, Mozes…
Dus wanneer jij al dagenlang vruchteloos aan
het zoeken bent, en met de beste wil van de wereld ner-
gens iets kunt vinden wat op ‘goud’ gelijkt – terwijl
een ander een boogscheut verderop in de rivier precies
op dit moment een ongelofelijke schat ontdekt… Denk
dan voor al niet dat jij op een slechte plek staat, en
dat het zinloos is van daar nog verder te blijven graven.
Neen, je moet blijven geloven dat het goud ligt te wacht-
en vlak onder je voeten, bij de mensen en in de situatie waarin je hier en nu geplaatst bent.
Of met de woorden van Cardijn: ‘Je werkbank is je altaar…’.