

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Over een boer en zijn paard
"Een boer verving zijn paard
door een traktor
en had bedrijfsoverschotten
aan weggeefprijzen op de veiling.
Een fabriek verving arbeiders
door een computer
en het 'verlies'
werd door de Staat bijgepast."
"Elk bedrijf heeft bepaalde mensen
onder de hoofding:
verliespost."
(Sdb, Galeiboeven, p.
18)
Kwli - tijd!
| KIEZEN VOOR KWALI-TIJD | |
|
KAV organiseert reeks met Ria Grommen BRUSSEL (Kerknet) - Psychologe Ria Grommen stelt voor anders met de tijd om te gaan. In plaats van voortdurend tegen de klok te leven kunnen wij proberen opnieuw in de tijd te gaan leven. Leven in de tijd betekent bv. de levensritmes respecteren, de seizoenen een plaats geven, aan mensen bij verlies een periode van rouwen gunnen, tijd nemen en het geduld hebben om ideeën te laten rijpen, om vaardig te worden, om uit te groeien tot de vrouw die je ten diepste bent, tijd delen met anderen en zo je leven met hen verweven. | |
Het is een leugen...
te beweren dat men zijn onschuld kan verliezen -
meen heeft deze te winnen."
(SdB)
Prikken in onze vadsige huid
"Wanneer een kind zich bezeert
zegt het: 'stoute tafel' -
Wanneer een volwassene zich bezeert
zegt hij: 'onrechtvaardige wereld' -
Het voorwerp wordt ruimer gezien -
het accent blijft hetzelfde!"
Steven de batselier
Het drama van Vorst!

Het oudste huis van Erondegem werd afgebroken!

Het oudste huis van Erondegem werd afgebroken om er appartementen op te bouwen. Links zie je de 'vrijheidsboom' en rechts een deel van het stamhuis der 'Temmermannen', het 'Schaeck'.
De kerk van Erondegem opnieuw!

De kerk van Erondegem opnieuw!Het laatste of is het eerste deel van de kerk, rechts van de foto, is de Calvarieberg, ook de Kruis-Lieven-Heer genoemd. Recht daartegenover, 'vis-à-vis' staat 'het Schaeck', het stamhuis van de Te(i)mmermannen. Tussen het kerkhof - nu een aangelegd parkje - en het stamhuis, ligt de straat, de vroegere hoofdweg Gent-Brussel. In 1704 werd de steenweg Brussel - Aalst - Gent voltooid.
De kerk van Ottergem

Opvolging
Voor de Nieuwsbrief bisdom Gent
Suggesties voor de verdere opvolging van het jaar van de diaconie [1] en de diakengemeenschap
De diaken, de dekenale conferentie en de dekenale stuurgroep
In de werkmap 2005 – 2006 vinden wij onder ‘Thema’s dekenale conferenties 2006 – 2007, p. 4: November: Wij geloven in de Liefde. Het is de bedoeling om tijdens conferentie van de maand november,aan de hand van de eerste encycliek van paus Benedictus XVI ‘Deus caritas est’, te zorgen voor een verdere opvolging van het jaar van de diaconie. Onder het hoofdstuk ‘Suggesties voor de jaarplanning 2006 – 2007[2], worden voor elke maand suggesties tot verwerking gegeven. Voor de maand november vinden wij de suggesties op de bladzijden 10 – 11 en vier bijlagen in de gele bladzijden van p. 19 tot en met 25. In bijlage 1 vinden wij drie bladzijden citaten uit Deus caritas est. In bijlage 2 wordt ons de schilderij van Sieger Köder met als titel ‘Voetwassing’ voorgesteld. Op bladzijde 22 tot 23 vinden bij een reproductie van die schilderij en een prachtig commentaar op de schilderij. Op bladzijde 24 vinden wij in bijlage 3 het verloop geschetst van een contemplatieve dialoog, bijvoorbeeld bij de schilderij en de tekst van de Voetwassing. Op bladzijde 25 tenslotte vinden wij bijlage 4: Suggesties voor de verdere opvolging van het jaar van de diaconie.
Wij wijzen hier op de laatste suggestie: Diaken: diaconaal en dekenaal. Hier lezen wij: “Jaarlijkse samenkomst van de diakens van het dekenaat en de dekenale stuurgroep rond de concrete invulling van het ambt van de diakens.”
Vraag aan de diakens
Hier heeft de redactie een vraag aan jullie: Heeft er in jullie decanaat zo’n samenkomst plaats gehad en kunnen en willen jullie ons daarvan een bericht sturen?
Misschien gebeurt zo’n samenkomst later, kunnen jullie ons dan alsnog een verslag sturen?
Twee motivatieteksten die het belang van die samenkomst aantonen.
1. Enkele uitspraken over de diakens in Testamentum Domini[3]
1.31,10 : Zoals het goed en passend is, gaat de priester samen met de diaken in de huizen van de zieken en brengt hen een bezoek. Hij bezint zich over wat passend en nuttig is om aan de zieken te zeggen, vooral aan de gelovige zieken.
I.33,1: De diaken doet en deelt alleen dat mee wat de bisschop hem opdraagt. Hij is de raadgever van heel de clerus en is zodoende het zinnebeeld van de hele kerk.
Hij verpleegt de zieken, bekommert zich om de vreemdelingen, is de toeverlaat van de weduwen.
Op vaderlijke wijze ontfermt hij zich over de wezen, gaat de huizen van de armen in en uit om na te gaan of er iemand is die in angst leeft, ziek is of in nood is geraakt.
Hij gaat in de woningen van de catechumenen op bezoek om diegenen die twijfelen te bemoedigen en om de onwetenden te onderrichten.
Hij kleedt de overleden mannen aan en baart hen op. Hij begraaft de vreemdelingen en ontfermt zich over degenen die hun vaderland hebben verlaten of eruit verdreven werden.
Hij maakt aan de gemeente (= christelijke gemeenschap) de namen bekend van degenen die in nood verkeren.
Daarbij zal hij de bisschop (het dekenaal team) niet lastig vallen en hem alleen ’s zondags verslag uitbrengen, opdat hij daardoor over alles op de hoogte is.
1.34,3: Als een diaken werkzaam is in een stad die aan de zee ligt, zal hij zorgvuldig de oevers afzoeken, of er geen lijken van schipbreukelingen zijn aangespoeld.
Hij zal de drenkelingen aankleden en begraven.
In het onderkomen ( het opvanghuis) voor vreemdelingen zal hij er zich van gewissen of er daar geen zieken, armen of overledenen zijn, en hij zal de gemeente ( = de christelijke gemeenschap) meedelen, wat voor iedereen moeten gedaan worden, wat nodig is.
De verlamden en zieken zal hij een bad geven, waardoor zij in hun ziekte (in hun noodsituatie) even op adem kunnen komen.
Allen die in nood verkeren moet hij melden aan de gemeente.
1.34,4: De diaken zal in alles als het oog van de kerk zijn; hij zal zich inspannen om een voorbeeld van vroomheid te zijn. (Hier volgen nog waarschuwingen voor degenen die nog niet tot het eucharistievieren bekwaam zijn en over de voorbeden die de diaken moet voordragen).
2. De diaken en de kerkgemeenschap[4]
“Het is allereerst de kerk zelf die dianaar en diaken moet zijn. Maar binnen zo’n diakonale kerkgemeenschap heeft de ambtelijke diaken een eigen en onvervreemdbare zending en taak. In nummer 29 van Lumen Gentium wordt gezegd dat de diakens de handen worden opgelegd ‘niet voor het priesterschap’, maar voor het dienstbetoon’.
In de kerk van de Oudheid was de diaken inderdaad verantwoordelijk voor alle initiatieven die een kerkgemeenschap ondernam voor armen, zieken en behoeftigen.
Het is duidelijk dat de kerk ook vandaag haar diakonale zending slechts kan vervullen, als er mensen zijn die op het terrein van de armenzorg, de ziekenzorg en van de dienst aan de medemens initiatieven nemen of die anderen tot initiatief aanzetten en motiveren.
Het zijn déze mensen die dan ook door handoplegging en onder aanroeping van de heilige Geest ambtelijk tot diaken worden aangesteld en gewijd.
Deze diakens moeten de kerkgemeenschap er voortduren aan herinneren dat God een voorkeurliefde heeft voor de armen en voor allen die zonder uitzicht zijn. Ze moeten ervoor zorgen dat de kerkgemeenschap haar verantwoordelijkheid op dat terrein niet vlucht. Ze moeten niet alles zelf doen en ook niet alles alleen doen. Zij moeten andere christenen en uiteindelijk de hele gemeenschap erin betrekken.
Hier is te denken aan de vele initiatieven die binnen een kerkgemeenschap kunnen genomen worden voor de armen en materieel behoeftigen, zowel in eigen land als in de Derde Wereld. Hun welzijn moet onze zorg zijn en we moeten broederlijk (en zusterlijk) met hen delen.
Er zijn de zieken en de bejaarden.
Er zijn de migranten en gastarbeiders, de vreemdelingen en mensen in de marge.
Er is de strijd voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping.
Altijd weer zijn er ook nieuwe concrete noden te ontdekken, zoals in het verhaal van de zeven in Hand 6 , 1 – 7, die de achteruitstelling van de hellenistische weduwen bij de hulpverlening moeten opvangen.
Er is in onze dagen de nood van asielzoekers en vluchtelingen, drugverslaafden, affectief ontwrichte jongeren, vereenzaamde bejaarden, aids-patiënten.
Hoeveel materieel én geestelijk lijden is er niet aanwezig in een moderne welvaartsmaatschappij?
De kerk kan het evangelie niet verkondigen, als ze niet metterdaad een teken van hoop is voor zo’n mensen.
Voor het diakonaat moeten we ook niet uitsluitend denken aan binnenkerkelijke pastoraal. Diakens meten ook te vinden zijn in de diaspora, in de alternatieve circuits van buurtwerk, opbouwwerk, opvang en preventie.”
De suggesties voor november, als opvolging van het jaar van de diaconie, moeten door ons ter harte genomen worden.
Dmt
[1] Werkmap voor de dekenale stuurgroepen: Volwassen worden in geloof. Suggesties voor de dekenale werking, van het ‘Centrum voor Christelijk Vormingswerk, mei 2006, p. 25, bijlage 4: Suggesties voor de verdere opvolging van het jaar van de diaconie(uit de werkmap voor de dekenale stuurgroepen mei 2002).
[2] Bladzijde 7.
[4] Jozef De Kesel, Diaken in de Kerk. Geroepen tot dienstbetoon, p. 8 – 9.
Midden in de paradox van de wereld
De Eucharistie midden in de paradox van de wereld
Mogelijk lijkt het een beetje naïef om te praten over het ontzagwekkende en over de schoonheid midden in een wereld die gewond en gebroken is. Welnu, een christen is een realist, fundamenteel een realistisch mens. Je kunt overigens ook alleen maar met een realistische spirituele instelling de confrontatie aangaan met de uitdagingen aan deze wereld die God zo diervaar is en aan deze cultuur waaraan we het evangelie moeten brengen. Ook al zijn we erfgenamen van een bloedige eeuw, we zijn ook weeskinderen geworden van een tijdperk van hoop. En het is in naam van dit spiritueel realisme – waarvan de authenticiteit van de Eucharistie juist getuigt – dat een christen de taal van de hoop kan en moet durven spreken, ongeacht elke schijn, bij tij en bij ontij. Meer dan wie dan ook, ziet een christen de wereld zoals die werkelijk is, met alles waarop hij hoopt maar ook met alle gewelddadigheid, met zijn heldendaden maar ook waar hij het op een laffe en tragische manier opgeeft. Dat i het, dat menselijk deeg, dat door het licht van de Eucharistie wordt bestraald, als ‘de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt’ (cfr Mal. 3,20). In de Eucharistie is de wereld vrijgekocht, is het heelal van gedaante veranderd, is de Emmanuel voor altijd aanwezig. De verminkte wereld laat met zijn misvormingen zien – juist door het gemis en het verlangen dat ze oproepen – hoe de contouren van de beloofde harmonie er uitzien, zoals die reeds in de Eucharistie tot werkelijkheid wordt. Voor de christen die de Eucharistie leeft, gaat het er dan niet meer om zich blind te staren op wat mismaakt is. De Eucharistie brengt ons ertoe onder ogen te zien wat van gedaante is veranderd. De Eucharistie neemt in de schemerachtige schaduwen van de wereld die voorbijgaat al het onvergankelijke ochtendgloren waar van de wereld die blijvend is. De Eucharistie brengt ons naar het hart van de schepping; ze daalt af in de ondoorgrondelijke diepten van zonde en haat, om er de overwinning te doen opstaan van de lichtgevende liefde die sterker is dan de dood. De Eucharistie situeert zich dus in het zenuwcentrum van het heelal en van de geschiedenis van de mensheid omdat zij ons het meest intieme mysterie openbaart van de God die ons komt redden.
De Eucharistie veroorzaakt dan een tweevoudige beweging: aangezien zij al de hemel op aarde is, brengt zij ons ertoe, ‘drijft’ ze ons, om een uitdrukking van Paulus te gebruiken (‘urget nos’ cf. 2 Kor. 5,14) om in de wereld de geest van de Bergrede te laten heersen en om te leven volgens de zaligsprekingen. Anderzijds herinnert de Eucharistie ons r steeds aan dat we vreemdelingen zijn, op doorreis op deze aarde, op weg naar ons echte vaderland, waar Christus voor ons een plaats heeft gereed gemaakt (cf. Jn 14,2-3), samen met al diegenen die het glorierijke Offerlam gadeslaan, dat gezeten is op de troon. Hij is het die we in de communie ontvangen en we bevestigen de waarheid van deze identiteit met ons ‘armen’.
Buttet, met dank aan mevr. Audenaert
Roddels stoppen? 't Is paardenwerk, mijnheer!!
Alleen een koe is als herkauwer geboren.
Er is moed nodig om roddels te stoppen terwijl anderen ervan genieten.
Wie roddelt met u over anderen, roddelt met anderen over u.
De eerste vuistslag die men iemand toebrengt is dikwijls een woord.
Vij fouten heeft ieder mens, vergroot ze niet met een lens, want voor het overigen zal je merken, is hij verrassend goed om mee samen te werken.
Negatief klesten is even erg als liegen en stelen.
Soms betekent 'De mening van de meerderheid', dat alle gekken aan dezelfd kant staan.
Een mens is zelden zo slecht als zijn reputatie.
Mensen weten niet hoeveel goed ze doen, want ze horen het nooit!
(uit teruggevonden folder
De Kruis-Lieven-Heer te Erondegem

Zaterdag 25 november klasgenoten dag te Oostakker

Diaken-zijn
"Binnen het geheel van diensttaken heben bisschoppen, priesters en diakens een eigen plaats. Ze vervullen het apostolisch dienstwerk in de kerk en staan doorheen de wisselende tijden borg voor de trouw aan de apostolische oorsprong van het kerkelijk leven.
Voor dit dienstwerk ontvangen ze het wijdingssacrament dat hen niet verheft boven de andere gedoopten maar hen toerust om hun specifieke taak in dienst van het godsvolk te kunnen vervullen.
Zo ontvangt de gedoopte en gehuwde diaken door zijn wijding een specifieke toerusting van de Geest om midden de geloofsgemeenschap een levende heenwijzing te worden naar Christus, dé Dienaar van God en van de mensen. De diakenwijding doet niets af van het feit dat Christus door zijn Geest in elke christen leeft, ieder van hen in dient en tot dienstbaarheid uitnodigt.
De wijding geeft aan de diaken wel de kracht en de opdracht om midden een dienende kerkgemeenschap te herinneren aan en te verwijzen naar de ons overstijgende Bron van alle dienstbaarheid die in Christus te vinden is. Doorheen gebed, verkondiging, liturgische vieringen en groeiende zelfvergeten dienstbaarheid verbindt de diaken de dienende kerk met haar Meester bij wie ze een inspirerend voorbeeld en steeds nieuwe kracht kan vinden.
Een diaken zal binnen de inzet en het getuigenis van de kerkgemeenschap steeds herinneren aan de voorrang van Christus, die onze diaconie inspireert en mogelijke maakt.
De indentiteit van het permanent diaocnaat mogen we niet teveel en zeker niet louter in termen van activiteit verhelderen. Het specifieke dienstwerk van een diaken wil voor alles waken over het Christusverbonden karakter van de kerkelijke diaconie."
Koen Vanhoutte, in Ambt en huwelijk, Bisdom Brugge, Diocesane Commissie Permanent Diaconaat, 12 / 2003, p. 9 - 10
Voor wie ik liefheb wil ik heten
Voor wie ik liefheb wil ik heten
In de bijbel gaan de mensen met elkaar om in alle eenvoud en ieder ander wordt bij zijn voornaam genoemd: Heli, Mozes, Andreas, Petrus,…
Zo gaat het bij de mensen: al vóór de geboorte zoeken mensen een naam voor hun kind.
Iemand die je liefheeft geeft je een naam.
En als kind, als jongere, laat je je ook bij die naam noemen.
Maar als je ouder wordt begin je je voornaam soms te verbergen: sommige mensen omringen hun naam met hun titels, met hun beroep.
Veel mensen hebben geen voornaam meer, maar een beroep, een functie: ze vinden dat veel voornamer en het schept afstand, discreties.
In sommige straten kent men de naam niet van de mensen die er wonen.
Men zegt gewoon mijnheer, mevrouw, soms komt er nog iets bij ook. Bijvoorbeeld/…
Als je je voornaam prijsgeeft, dan weten de mensen: ik mag haar, hem roepen, ik mag een beroep om haar, hem doen.
Als je één of andere van die ingewikkelde diensten moet opbellen bijvoorbeeld en je kent een naam, dan is dat een lichtpunt in die doolhof, dan kom je dadelijk terecht.
Iemand die je echt zijn naam prijsgeeft, wil daarmee zeggen: bel even aan, bel mij op, voor jou ben ik thuis.
Bij een begrafenis wordt de overledene (hoe rijk ook, hoe belangrijk ook) altijd met de voornaam genoemd.
Jammer dat het voor velen dan te laat is, want niemand kan haar of hem nog roepen… Zij zijn er niet meer…
Het wondere in de bijbel is nu dat iedereen met de voornaam genoemd wordt.
Er lopen in de bijbel veel groten rond: Abraham, David, Mozes, Judith, Esther, Maria,…
De koningen en de profeten, ze worden allemaal met de voornaam genoemd.
Ik heb mij afgevraagd hoe het komt dat in de bijbel ook al die groten een voornaam hebben.
Ik denk dat het komt omdat God ze zo noemt: voor God is David ook maar gewoon David.
Voor God is Mozes maar gewoon Mozes, enz.
En Jezus noemt zowel de simpele visser Petrus en Andreas, als de rijke Zacheüs de farizeeër Simon die een feestmaal geeft, gewoon bij hun voornaam.
Noem niemand heer of vader of meester of mijnheer, zegt Jezus.
Eén is uw Vader, één is uw Meester!
Ik denk dat daarom alleen voornamen in de bijbel staan, doordat God ze bij hun naam noemt.
Voor God is er noch hoog noch laag, noch rijk noch arm, noch zwak noch machtig.
Hun naam staat geschreven in de palm van Zijn hand.
Het is nog meer.
God zelf geeft zijn naam aan ons prijs.
Hij wil daarmee zeggen: je mag mij aanspreken, je mag op mij roepen.
Ik roep jou bij de naam, maar jij mag ook op mij roepen.
Het oude testament vertelt hoe God zijn naam prijsgeeft: Jahweh (Ik zal er zijn betekent dat), en dat is diep menselijk, want hoe je ook heet, als je je naam aan iemand geeft, betekent dat: ik zal er zijn voor je.
Ik wil besluiten met twee zeer eenvoudige vraagjes over ieder van ons als bezinning:
- aan hoeveel mensen hebben wij al onze voornaam prijsgegeven, voor hoeveel mensen zijn wij thuis, aan wie zeggen we met Jezus’ woorden: kom eens kijken, je kent mijn adres, je bent welkom. Voor hoeveel mensen zal jij er zijn…
- en dan: durven we geloven dat we God mogen roepen bij zijn naam, dat God ook aan ons zijn naam heeft prijsgegeven, opdat we Hem zouden roepen in vreugde en nood?
Misschien luistert God wel het liefst naar hen die ook luisteren als anderen hun naam roepen.
(Met dank aan Dries Morel)
Hoe gaat dat geroepen worden?
De samaritaan
- waarom plaatst Jezus zijn verhaal op straat, waar de meest onverwachte dingen kunnen gebeuren, waar volslagen onbekenden op één of ander kruispunt je tot hun naaste kunnen uitroepen. Sommigen onder ons doen dat: zij zijn de Samaritanen
- wij hebben anders een prachtig model van een samaritaan: hij die het verhaal zelf vertelde. Hij liep langs de weg en duizenden onbekenden deden een beroep op hem: Jezus, riepen ze, gij zijt mijn naaste, gij kunt mij helpen. En Jezus liep nooit met een boogje om hen heen.
| DIT JAAR WORDT HET OPNIEUW ECHT KERSTMIS | |
|
8 ngo's bieden alternatief voor kerstcommercie BRUSSEL (KerkNet) - Iedereen kent 'A Christmas Carol - Een Kerstvertelling' van Charles Dickens, het beroemde verhaal over de gierige Scrooge die op kerstavond bezoek krijgt van de geest van zijn overleden compagnon. Van droom naar werkelijkheid 'Mensen kunnen ervaren dat ze iets goed doen' Jo De Poorter doet mee Lof voor de transparantie | |
Ankerpunt op zoektocht
Brochure ‘Ambt en huwelijk’ [1]als ‘ankerpunt op de zoektocht naar de relatie en integratie van huwelijkssacrament en diakenwijding.
Suggestie voor de ‘vormgeving’ van die relatie en integratie tijdens vorming en wijding
- “Sinds ik tochtgenoot mag zijn van de grote familie van het permanent diaconaat, nu toch al meer dan een kwarteeuw, is er veel geëvolueerd. Van bij de aanvang werd ervoor geopteerd om de echtgenote samen met de kandidaat te laten delen in de opleiding. De wijding en benoeming van een man tot diaken grijpt immers sterk in in het leven van zijn gezin, het meest nog van de echtgenote. Het gaat niet zomaar om een beroep of een opdracht. Gelovige koppels weten dat God hen op een bijzondere wijze nabij komt. Ze ervaren dat de wijding tot diaken eveneens een nieuwe dimensie geeft aan hun huwelijk.
Gedurende de vele jaren werd getracht om daar vorm aan te geven, niet alleen gedurende de opleiding en bij de benoeming, maar ook via symbolen op het moment van de wijding zelf.
- Zo vonden we het normaal dat de vrouw niet alleen haar toestemming uitspreekt, maar ook gedurende de hele plechtigheid naast haar man staat of knielt.
- Tijdens de litanie komen niet alleen de aanwezig diaken een kring vormen rond de wijdeling, maar ook hun echtgenoten.
- Recent is er nu een moment waarop de bisschop tijdens de wijdingsplechtigheid de band legt met de huwelijksbelofte, deze bevestigt en Gods zegen vraagt over het echtpaar en gezin.
Op een nieuwe wijze gaat het koppel voortaan verder op de weg van samen gedragen
verantwoordelijkheid in hun gezin, in de maatschappij en in de kerkgemeenschap.”[2]
- Tijdens dat proces van zoeken naar de relatie en integratie van huwelijkssacrament en diakenwijding werd de vraag naar dieper theologisch inzicht steeds maar sterker. Deze brochure is een ankerpunt op die zoektocht.”[3]
[1] Bisdom Brugge, Diocesane Commissie Permanent Diaconaat, 12/ 2003, Voorwoord van bisschop Roger Vangheluwe, 26 bladzijden. De brochure bestaat uit twee delen: het eerste deel is van de hand van prof. Koen Vanhoutte; het tweede deel is een ervaringsbericht, resultaat van het zoeken naar woorden om uit te zeggen wat gehuwde diakenkoppels beleven. In de bijlage vind je vragenlijst die aan de basis van het ervaringsbericht liggen.
2 Op een andere plaats bieden wij een bespreking van deze brochure.
Niet de grootste. Niet de eerste!
"Alvorens zijn offer te volbregen, heeft hij willen wijzen welke weg Hij wilde gaan. Hij legde de herkenbare tekens a f als Jood. Met een vingerknip kon Hij iedereen laten doen wat Hij wilde. Door de voetwassing zegt Hij: Als je dit niet doet, hoor je niet bij Mij."
Aantekeningen boek 1, 1978
Identiteitscrisis
"Een kleine groep (diakens) houdt zich bezigmet liturgie en hebben nu reeds een identiteitscrisis!"
Gehoord tijdens het congres IDZ in Pianezza Italië
Eveneens: "De diakens mogen de plaats van Christus niet innemen. Zij moeten Hem representeren."
"De zin van wijding kunnen we niet oplossen met woorden op '-heid', maar met: "Wie zegt gij dat Ik ben?"
"Hoe zit het met de evolutie van uw wijding? Is het de weg van het abstracte? Het concrete is de ware weg: "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven."
"God komt in ons leven en trekt ons op een peil waar wij normaal niet kunnen komen (wij zijn geen wijsheidsgodsdienst!). Dan krijg ik een sacrament. Dat is het merkteken. Ik ben mij dat niet bewust. Daarom: Wie mij ziet, ziet de Vader. Wie de priester ziet, de diaken ziet, ziet God. Wij moeten God God laten zijn. "
"God bewerkt iets in jullie (diakens). Misschien iets onzichtbaar. God is niet zo zichtbaar. Wij hebben gewoonlijk geen oog voor het onzichtbare. God werkt door mij, maar het is mij niet altijd zichtbaar. Er moeten wel zichtbare momenten zijn. Maar niet de kus is niet het voornaamste!"

