De Kruis-Lieven-Heer te Erondegem

De Kruis-Lieven-Heer te Erondegem
Zaterdag 25 november klasgenoten dag te Oostakker
Diaken-zijn
Voor wie ik liefheb wil ik hetenVoor wie ik liefheb wil ik heten
In de bijbel gaan de mensen met elkaar om in alle eenvoud en ieder ander wordt bij zijn voornaam genoemd: Heli, Mozes, Andreas, Petrus,…
Zo gaat het bij de mensen: al vóór de geboorte zoeken mensen een naam voor hun kind.
Iemand die je liefheeft geeft je een naam.
En als kind, als jongere, laat je je ook bij die naam noemen.
Maar als je ouder wordt begin je je voornaam soms te verbergen: sommige mensen omringen hun naam met hun titels, met hun beroep.
Veel mensen hebben geen voornaam meer, maar een beroep, een functie: ze vinden dat veel voornamer en het schept afstand, discreties.
In sommige straten kent men de naam niet van de mensen die er wonen.
Men zegt gewoon mijnheer, mevrouw, soms komt er nog iets bij ook. Bijvoorbeeld/…
Als je je voornaam prijsgeeft, dan weten de mensen: ik mag haar, hem roepen, ik mag een beroep om haar, hem doen.
Als je één of andere van die ingewikkelde diensten moet opbellen bijvoorbeeld en je kent een naam, dan is dat een lichtpunt in die doolhof, dan kom je dadelijk terecht.
Iemand die je echt zijn naam prijsgeeft, wil daarmee zeggen: bel even aan, bel mij op, voor jou ben ik thuis.
Bij een begrafenis wordt de overledene (hoe rijk ook, hoe belangrijk ook) altijd met de voornaam genoemd.
Jammer dat het voor velen dan te laat is, want niemand kan haar of hem nog roepen… Zij zijn er niet meer…
Het wondere in de bijbel is nu dat iedereen met de voornaam genoemd wordt.
Er lopen in de bijbel veel groten rond: Abraham, David, Mozes, Judith, Esther, Maria,…
De koningen en de profeten, ze worden allemaal met de voornaam genoemd.
Ik heb mij afgevraagd hoe het komt dat in de bijbel ook al die groten een voornaam hebben.
Ik denk dat het komt omdat God ze zo noemt: voor God is David ook maar gewoon David.
Voor God is Mozes maar gewoon Mozes, enz.
En Jezus noemt zowel de simpele visser Petrus en Andreas, als de rijke Zacheüs de farizeeër Simon die een feestmaal geeft, gewoon bij hun voornaam.
Noem niemand heer of vader of meester of mijnheer, zegt Jezus.
Eén is uw Vader, één is uw Meester!
Ik denk dat daarom alleen voornamen in de bijbel staan, doordat God ze bij hun naam noemt.
Voor God is er noch hoog noch laag, noch rijk noch arm, noch zwak noch machtig.
Hun naam staat geschreven in de palm van Zijn hand.
Het is nog meer.
God zelf geeft zijn naam aan ons prijs.
Hij wil daarmee zeggen: je mag mij aanspreken, je mag op mij roepen.
Ik roep jou bij de naam, maar jij mag ook op mij roepen.
Het oude testament vertelt hoe God zijn naam prijsgeeft: Jahweh (Ik zal er zijn betekent dat), en dat is diep menselijk, want hoe je ook heet, als je je naam aan iemand geeft, betekent dat: ik zal er zijn voor je.
Ik wil besluiten met twee zeer eenvoudige vraagjes over ieder van ons als bezinning:
- aan hoeveel mensen hebben wij al onze voornaam prijsgegeven, voor hoeveel mensen zijn wij thuis, aan wie zeggen we met Jezus’ woorden: kom eens kijken, je kent mijn adres, je bent welkom. Voor hoeveel mensen zal jij er zijn…
- en dan: durven we geloven dat we God mogen roepen bij zijn naam, dat God ook aan ons zijn naam heeft prijsgegeven, opdat we Hem zouden roepen in vreugde en nood?
Misschien luistert God wel het liefst naar hen die ook luisteren als anderen hun naam roepen.
(Met dank aan Dries Morel)
Hoe gaat dat geroepen worden?
De samaritaan
- waarom plaatst Jezus zijn verhaal op straat, waar de meest onverwachte dingen kunnen gebeuren, waar volslagen onbekenden op één of ander kruispunt je tot hun naaste kunnen uitroepen. Sommigen onder ons doen dat: zij zijn de Samaritanen
- wij hebben anders een prachtig model van een samaritaan: hij die het verhaal zelf vertelde. Hij liep langs de weg en duizenden onbekenden deden een beroep op hem: Jezus, riepen ze, gij zijt mijn naaste, gij kunt mij helpen. En Jezus liep nooit met een boogje om hen heen.

| DIT JAAR WORDT HET OPNIEUW ECHT KERSTMIS | |
|
8 ngo's bieden alternatief voor kerstcommercie BRUSSEL (KerkNet) - Iedereen kent 'A Christmas Carol - Een Kerstvertelling' van Charles Dickens, het beroemde verhaal over de gierige Scrooge die op kerstavond bezoek krijgt van de geest van zijn overleden compagnon. Van droom naar werkelijkheid 'Mensen kunnen ervaren dat ze iets goed doen' Jo De Poorter doet mee Lof voor de transparantie | |
Ankerpunt op zoektochtBrochure ‘Ambt en huwelijk’ [1]als ‘ankerpunt op de zoektocht naar de relatie en integratie van huwelijkssacrament en diakenwijding.
Suggestie voor de ‘vormgeving’ van die relatie en integratie tijdens vorming en wijding
Gedurende de vele jaren werd getracht om daar vorm aan te geven, niet alleen gedurende de opleiding en bij de benoeming, maar ook via symbolen op het moment van de wijding zelf.
- Zo vonden we het normaal dat de vrouw niet alleen haar toestemming uitspreekt, maar ook gedurende de hele plechtigheid naast haar man staat of knielt.
- Tijdens de litanie komen niet alleen de aanwezig diaken een kring vormen rond de wijdeling, maar ook hun echtgenoten.
- Recent is er nu een moment waarop de bisschop tijdens de wijdingsplechtigheid de band legt met de huwelijksbelofte, deze bevestigt en Gods zegen vraagt over het echtpaar en gezin.
Op een nieuwe wijze gaat het koppel voortaan verder op de weg van samen gedragen
verantwoordelijkheid in hun gezin, in de maatschappij en in de kerkgemeenschap.”[2]
[1] Bisdom Brugge, Diocesane Commissie Permanent Diaconaat, 12/ 2003, Voorwoord van bisschop Roger Vangheluwe, 26 bladzijden. De brochure bestaat uit twee delen: het eerste deel is van de hand van prof. Koen Vanhoutte; het tweede deel is een ervaringsbericht, resultaat van het zoeken naar woorden om uit te zeggen wat gehuwde diakenkoppels beleven. In de bijlage vind je vragenlijst die aan de basis van het ervaringsbericht liggen.
2 Op een andere plaats bieden wij een bespreking van deze brochure.
Niet de grootste. Niet de eerste!
Identiteitscrisis
Namen geven!Voornamen
De namen van de kinderen zeggen veel over de ouders. En over de tijdgeest. Toen onlangs[1] de weduwe van Jozef Delille (vooroorlogs Vlaams-nationalistisch Kamerlid, uitgever van het legendarische weekblad ’t Getrouwe Maldegem) overleed, herinnerde men ook aan de namen van hun acht kinderen: Edelhart, Goedewil, Koerraad, Vredeman, Godetrouw, Genade, Allenbroer en ’s Herengave[2]. Een ware programma-verklaring.
Wij hebben ze al meer dan eens in vriendenkring geciteerd en meestal worden ze op een wat ongelovige of ironische glimlach onthaald. Waarom eigenlijk?[3]
De ouders Delille deden niets anders dan teruggrijpen naar een zeer oude traditie in onze gewesten, zoals zij die o.m. vonden bij Gezelle.
Maar in de oren van de jongste lichtingen klinkt het eigen Vlaamse Genade vreemder dan het Franse Grace, is ’s Herengave exotisch vergeleken met Dieudonné.
Bij de generatie die nu boven de vijftig is, ging men niet zo ver als bij de Maldegemse vrienden, maar in elk Vlaamsgezind gezin was er wel een Lutgart, ter ere van de patrones der flaminganten, of een Godelieve, naar de “heilige van bij ons”. Hun zusters en broers droegen ronde en mals klinkende namen uit de volkstraditie. (In Lier liepen vele Gommaartjes rond, want men eerde ook graag de stedelijke patroonheilige).
Als je nu op school of in het parochieblad namenlijsten leest, kom je de hele film- en televisiewereld tegen. Hoeveel Wendy’s weten nu al niet Van Wanten?
(GD)
Uit de persknipsels van diamautem uit zijn verzamelmap ‘Namen geven’.
Het zou mij plezieren mochten jullie willen reageren op dit persknipsel.
“Het kind moet een naam hebben”, zeggen wij. Wat betekent dat voor jou?
Ik hoef niet katholiek te zijn...
Concurrenten?Diaken en zijn beroep
* Teken - band - aanwezigheid - contact
* De zorg van de Goede Herder tegenwoordig stellen en representeren: zorg, belangstelling, tederheid en volharding, inzet en behoeden.
* Concurrenten voelen priester en diaken zich als zij naar elkaar kijken!
Priester en diakens oeten samen naar de Heer leren kijken en de vraag stellen: "Heer, wat wilt Gij dat ik doen?"
En wij moeten onze ogenen openen voor de noden van de mensen.
Elke mens heeft recht om in contact te komen met de zorg van de Heer die zijn leven heeft gegeven voor allen.
* Pastoraal heeft twee polen: enerzijds christen-zijn, zijn heilsboodschap, zijn evangelei én de anderzijds de concreet-gesitueerde mens.
*Bisschop, priester en diaken participeren aan het ene apostolische ambt door de wijding. Daar ligt de gezamenlijke worten waaruit zij moeten leven - met eigen inbreng en eigen gestalte - want zonder Christus kunnen zij niets en dreigen zij te verdorren en te verstarren.
Bewogen door zijn Geest actuliseren en representeren (in de goede betekenis van het woord) zij de zorg en de zending van de Heer, de Ene Hogepriester, de oorsprong en bron.
Uit aantekeningen, boek 1, 1974-75
agapeiMan en vrouw tonen aan elkaar Gods agapei.
Dat is het sacrament van het huwelijk!
Uit mijn aantekeningen, boek 1, 1974
De ouderenweek van 20 tot 26 november
Kerstmis heet opnieuw Christmas in VS
Waarom schrijven over bomen?Waarom zoveel over bomen?
Kruipt eens in de ‘huid’ van een kevertje dat zich op de grond tussen het hoge gras voortbeweegt. En sta dan stil, om verbaasd rond te kijken naar die hoog boven je hoofd oprijzende reuzenhalmen… Dat doet zo’n insect natuurlijk niet. Maar wij mensen zijn niet altijd zoveel beter. Als we namelijk door een bos lopen, zijn we ongeveer in dezelfde situatie als dat beestje tussen het gras…Met dit verschil, dat de boom het hoogtepunt, de bekroning vormt van het plantenrijk.
De boom – in het enkelvoud. Waarbij we liefst denken aan een min of meer alleenstaande boom. Want in een bos komt de boom minder tot zijn recht: we dreigen door het bos de boom niet te zien. Daar gaat het ons om: de boom leren zien.
Maar hebben we dan niets belangrijkers te doen? Dat is het juist: sommige ‘onbelangrijke’ dingen zijn in het leven (‘léven’) van een mens nu eenmaal niét zo onbelangrijk. Onder meer meditatief bezig zijn. Een pleidooi hiervoor achten we overbodig: er is voldoende literatuur over meditatie als tegenwicht tegen drukte en gejaagdheid; als herstel van dát stuk van onszelf waarvan het verlies de psycholoog M. Wertheimer ertoe bracht een volwassene te definiëren als een ‘ontaard kind’; als een manier om meer te beantwoorden aan de bedoeling van een Schepper die de mens vreugde wilde zien beleven aan de tuin van zijn schepping.
Een uitstekend middel hiertoe: aandacht overhebben voor een boom, tijd verliezen aan die boom. Waarom juist een boom? Omdat, als we een algemeen menselijk symbool zoeken, een symbool dat aansluit bij diepere lagen van ons wezen en dat, bewust gemaakt, de opbouw van onze persoonlijkheid ten goede komt, we het best terecht kunnen bij de boom: hij ligt – in een tweevoudige betekenis – het meest binnen ons bereik.
Het protest tegen het ondoordacht vellen van bomen en de populariteit van het boompjes-planten zijn slechts de buitenkant van een diepere liefde en verering voor de boom, waarto we de aanleg in ons dragen.
Probeert u maar eens die aanleg tot ontwikkeling te brengen. Begin met iets over bomen te lezen. Verzamel mooie afbeeldingen van bomen. Blader eens rustig in een boek met afbeeldingen van het boom-symbool. Maar vooral bekijk bomen in levende lijve.
Kijk er b.v. naar als u in de trein zit. Ook in de winter! En natuurlijk in de lente, als ze allen nog maar met fijne tule of met donzige gaas zijn omhangen. Verwonder u over de vele vormen die ze aannemen: lange fijne pluimen of kort dikke vederbossen, reusachtige sparrekegels of opengevouwen waaiers. Zelfs geteisterde, gehavende bomen zijn het bezien waard: meer nog dan gave bomen spreken zijn van levenskracht en levensmoed.
We kunnen van de ‘primitieve’ mens nog wel wat leren, zegt men vaak. Zonder dat we daarom bomen hoeven te vergoddelijken. Bij de verkondiging van het christendom door Bonifatius ging er af en toe een heilige eik voor de bijl. Jammer misschien, maar doordat die ene boom werd geofferd, konden we de overige bekijken als wat ze zijn: beeld van onszelf, van de mens, die geschapen is naar het beeld van God.
VerstommingDe dringende vraag van vandaag waar ik het deze morgen samen met u over wil hebben lijkt me dezelfde als de kwestie die Johannes Paulus II zo sprekend omschreef als die van ‘de eucharistische verstomming’. Ja, hoe kunnen we dat ‘met stomheid geslagen worden’ oproepen, dat zelfs provoceren? Een verbijstering ‘vervuld van dankbaarheid voor het Sacrament waarin Christus voor altijd zijn liefdesmysterie heeft willen concentreren’. Hierbij neem ik de precieze uitdrukking van de Dienaar Gods over[i]. Hoe kunnen we een verrukking opwekken die eerst de christenen en daarna heel de mensheid naar de bron van het leven toe kan brengen? Hoe de mensen de schoonheid van de liefde laten zien en die omzetten in een kracht die de harten en de hele mensheid van gedaante doet veranderen? Want het gaat hier inderdaad om schoonheid. Een schoonheid die de wereld heeft gered. Een schoonheid die schittert als de glans van de waarheid over God en als de vervulling van het geluk waar het hart van de mens voor geschapen is. De geconsacreerde hostie is de meest hoogstaande ‘icoon’ van Gods schoonheid zoals die in Christus is geopenbaard, de waarlijke, levende, levenbrengende, eenmakende tegenwoordigheid van ‘de mooiste onder alle mensen’ (Ps 45,3).
'bomen' in de taal
'Bomen' in de taal!
1.boom m bomen, -pje (plantk.) gewas met (één) houtige stam die zich eerst op zekere hoogte boven de grond vertakt: (bijb. Gen.2, 9 en 17) de – der kennis des goeds en des kwaads, , de - des levens twee bomen in het Paradijs (bij. Gen. 2, 9);
Nog een boom!
Boommeditatie

Boommeditatie
1. We verplaatsen ons in de geest naar een mooi landschap met bomen…we wandelen…de weg loopt tussen weiden, langs een bos, een heuvel op… We overschouwen vandaar het landschap…misschien zien we in de buurt een mooie loofboom, die boven zijn omgeving uitsteekt…misschien hebben we er onderweg een gezien die we mooi vonden…we gaan ernaartoe…wij kijken ernaar…(We mogen erbij gaan zitten als we willen.)
2. We zoeken contact met de boom…We voelen ons verbonden met onze verre voorvaderen: sinds de oertijd voelt de mens zich met de boom verwant…We bekijken hem met liefdevolle aandacht…we bekijken hem zolang totdat we zijn figuur precies kunnen natekenen..;
3. We laten langzaam onze blik van onder naar boven gaan… We zien de stevige stam…op de plaats waar de takken uitschieten… de kruin met haar takkenen twijgen en bladeren…We beschouwen de boom in al zijn rust, zijn sterkte, zijn gezonde gestalte, en laten hem op ons inwerken…De boom doet ons goed…we nemen hem in ons op…
4. Geen twee bomen zijn perfect gelijk, ook al zijn ze allebei herkenbaar als twee exemplaren van dezelfde soort…Wat is de geschiedenis van mijn boom?...Welk verhaal lees ik aan zijn voorkomen af?...Wat heeft er allemaal bijgedragen tot zijn persoonlijke gestalte: stormen, droogte, nabijheid van andere bomen, ingrepen van de mens…
5. Zonder de boom helemaal uit het oog te verliezen, concentreer ik mij nog eens, door op het ritme van mijn ademhaling te letten…Ook de boom ademt…ik haal mijn adem uit de ene zelfde ruimte waarin álle leven ademt…mensen, dieren, bomen, planten en bloemen…Ik hap in de lucht, die ook de lucht is van al het andere leven…en geef die even later weer terug aan ‘het geheel’…Ik ben in communicatie met het geheel van het leven op aarde…Ik sta niet apart…
6. Weer kijk ik naar de boom…ik neem méér waar dan de uiterlijke vorm…ik zie dat in hem iets beweegt van een orde die hem en mij overstijgt…een orde die door de vorm heen breekt…en waardoor hij bij ál het levende is…De boom boeit mij, niet door wat ik zie, maar door het onzichtbare geheim dat erin leeft…
7. Aan een boom kan men van alles zien: zijn botanische eigenschappen, zijn economische betekenis, zijn schoonheid, enz. Maar wanneer dat alles gezegd is, blijft er nog iets: “dat hij de indruk maakt méér te betekenen dan wat hij zintuigelijk waarneembaar is…dat hij degene die hem beschouwt, in een geheel eigensoortige beweging, door het direct waarneembare en over zichzelf heen, meeneemt naar een andere boom, naar een ander zinvol verband…
De boom is vergankelijk, maar verwijst naar iets onvergankelijks…hij is onvolkomen, stukwerk, maar is met alles wat hij is, betrokken op iets dat héél is en volkomen…hij schiet te kort om het verlangen naar zin te vervullen, maar ademt iets dat ten diepste en voorgoed bevredigt…hij is onbeschut, maar laat iets van eeuwigheid en geborgenheid doorschemeren da zelf geborgenheid kan geven…Dat eeuwige is niet gewoon hijzelf…Wel bestaat hij van daaruit en daarnaartoe…” (R.Guardini)
8. Ik adem zoals een boom…de boom ademt zoals ik…Tussen de boom en mij bestaat een diepe verwantschap…Zoals ik bén, zo is ook de boom: al wat hij doet is boom zijn…Hij presteert niets…Hij leeft…Hij ‘wil’ niets…Hij gehoorzaamt aan een innerlijke wet…Zoals hij is en leeft, zo neem ik de boom in mij op…ik adem hem in…ik voel mezelf als die boom…Ik word die boom…(In mijn voorstelling richt ik mij nu op, in geval ik was gaan zitten.)
9. Ik word mij bewust van mijn lichaamsbouw, die is als die van een boom…mijn wervelkolom is in mijn bekken verankerd zoals een boom verworteld is in de grond…De onderste wervels zijn aaneengegroeid tot het heiligbeen…dat geeft vastheid aan mijn basis…Los van die basis groei ik scheef…Als ik mijn bewegingen en mijn innerlijke houding laat voortkomen uit een gezonde basis, dan gedijt de boom die ik ben…Ik trek de wortels door tot in mijn voeten…ik sla ze in de grond, ze breiden zich daar uit…
10. De tegenpool van mijn wortels zijn mijn takken…Het bovengedeelte van de boom die ik ben, mijn schouders, armen en hals, is beweeglijk…geeft de mogelijkheid tot contact met de buitenwereld… Ik geef de takken in mij de kans om zich te ontplooien…naar alle kanten…naar voren en naar achteren…naar rechts en links…en naar boven…Ik geef mijn wezen de tijd om zich te ontplooien…de open lucht in…Bladeren ontluiken…ze ademen de lucht in die mij omringt…ze leven ervan…Ze nemen het licht op dat van boven komt…Dat alles laat ik gebeuren…Ik beleef dit als een weldaad…
11. Zo sta ik sterk…diep geworteld in de grond van het grote geheim dat mij draagt…dat mij voedt…mijn kruin ontplooiend in hem die de lucht is waarin ik adem…het licht dat mij verkwikt…Mijn wezen bloeit en draagt vrucht…tot mijn vreugde den die van mensen om mij heen…tot vreugde ook van de Onzichtbare uit wie alles voortkomt…naar wie alles toe gaat…die mij mijzelf laat worden…
Proef en zie, God is goed!P. Nicolas Buttet
Stichter Broederschap Eucharistein, Epinassey (CH)
Sta me toe te beginnen met een persoonlijke ervaring om wat ik u later zal vertellen eerst te situeren in het concrete leven. Een twintigtal jaren geleden liep ik stage bij een advocaat en was ik zeer actief in de politiek als afgevaardigde in het parlement van mijn kanton en als secretaris van een Zwitserse parlementaire groepering. Ik werd dus geconfronteerd zowel met de grote maatschappelijke vraagstukken als met persoonlijke en familiale problemen. In het kader van mijn opleiding tot advocaat hield ik me ook bezig met een jongeman die iemand had verkracht en 7 kinderen had verbrand. Door dit contact tussen een soms verontrustende realiteit en mijn geloof steeg in mijn hart de kreet op: Als er geen liefde is, kan de wereld niet veranderen! ‘Ik besloot toen om de kerstvakantie door te brengen in Cottolengo in Turijn, een instelling voor de opvang van mensen met een zeer zware fysieke en psychische handicap. Ik herinner me hoe ik daar aankwam. Ik was zojuist vertrokken uit het Zwitserse parlement en kwam terecht in deze nieuwe wereld van onze gehandicapte broeders en zusters. Ik werd meteen in de realiteit van die plek gestort want, samen met een broeder hebben we twee uur lang 18 zieken gewassen die van onder tot boven vies waren. Nadat ik eerst had gereageerd op wat ik rook…en op de kleuren die ik zag, werd ik op diezelfde avond gegrepen door de uitspraak van Christus die vlees en bloed werd (en wat voor vlees!): ‘Alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan’ (Mt 25). Toen ik klaar was met het wassen van mijn gehandicapte broeders ging ik tegen middernacht naar beneden, naar de kapel waar het heilig sacrament dag en nacht was uitgestald. Voor mij kwam er toen die schok en de zekerheid van Zijn aanwezigheid: de aanwezigheid van Jezus, boven in bed, in de persoon van mijn armzalige broers en op het altaar de aanwezigheid van Jezus in het heilig Sacrament. Jezus was daar echt aanwezig in de gedaante van die broer én in de gedaante van brood. Dezelfde unieke Jezus. Sinds die dag heeft die zekerheid me nooit meer verlaten, al is dat – jammer genoeg – nog stamelend en onsamenhangend. In elk leven is er zo een fundamentele ervaring. Het is wat de Franse dichter Charles Péguy ‘een van te voren en een daarna noemt’. Deze grondslagleggende gebeurtenis roept voor elke mens ook een vraag op. Daarna zal hij natuurlijk een stap moeten zetten, moeten volhouden in de loop van de tijd, maar er is iets gebeurd dat het leven voortaan een andere smaak geeft. Die ervaring van het sacrament van het altaar en het sacrament van de broeder blijft me nog steeds achtervolgen. Zij is het fundament van Eucharistein, onze kleine gemeenschap waar we jongeren die gewond en gebroken zijn door drugs, alcohol, geweld of depressies opvangen. Tegelijk hebben we in onze huizen steeds de eeuwigdurende aanbidding van het Heilig Sacrament.
(Wordt vervolgd)