Oscar als pup

Oscar als pup
Vlaanderen en de kerk"Vlaanderen heeft zich ontvoogd
omdat het teruggreep naar 1302
Wil het christendom zich ontvoogden
dan moet het 2000 jaar terug."
Wij zijn geen tweederangburgers!
Vanuit een vliegtuig..."Vanuit een vliegtuig
ziet men oneindig veel meer
dan van op de begane grond.
Wat men niet ziet
zijn grenzen."
(SdB, p; 32)
Niet inblikken"Het menselijke laat zich niet inblikken
en is daarom onbruikbaar
in een wegwerpmaatschappij."
Steven de Batselier in Galeiboeven
Eenzaamheid en er zijn mensen genoeg om niet eenzaam te zijn"Er zijn mensen genoeg op de wereld
om te voorkomen
dat nog ooit één mens vereenzaamd zou zijn.
Maar wellicht is het geen kwestie
van aantal..."
Franstalige bibliografie ove sociale leer van de KerkSOCIALE WEEK IN FRANKRIJK BRUSSEL (Kerknet/SIR) - Van 24 tot 26 november a.s. vinden voor de 81ste keer de 'Semaines Sociales de France' plaats. De Sociale Week werd al op het einde van de negentiende eeuw gehouden om een impuls te geven aan de sociale leer van de katholieke kerk en die beter bekend te maken. Later volgden ook landen als Italië, Spanje of Portugal het Franse voorbeeld.
Ouvrages généraux
Théoriciens
Les inégalités
Modèle social
Justice et urbanisme
Justice et école
Justice judiciaire
Justice et marché
Sur la pensée de John Rawls :
Een groot pleidooi"Het evangelie is één groot pleidooi
voor marginalen. -
Daarom zal het altijd actueel blijven,
en telkens onze illusie van normaliteit
doorprikken."
(SdB)


Over een boer en zijn paard"Een boer verving zijn paard
door een traktor
en had bedrijfsoverschotten
aan weggeefprijzen op de veiling.
Een fabriek verving arbeiders
door een computer
en het 'verlies'
werd door de Staat bijgepast."
"Elk bedrijf heeft bepaalde mensen
onder de hoofding:
verliespost."
(Sdb, Galeiboeven, p.
18)
Kwli - tijd!| KIEZEN VOOR KWALI-TIJD | |
|
KAV organiseert reeks met Ria Grommen BRUSSEL (Kerknet) - Psychologe Ria Grommen stelt voor anders met de tijd om te gaan. In plaats van voortdurend tegen de klok te leven kunnen wij proberen opnieuw in de tijd te gaan leven. Leven in de tijd betekent bv. de levensritmes respecteren, de seizoenen een plaats geven, aan mensen bij verlies een periode van rouwen gunnen, tijd nemen en het geduld hebben om ideeën te laten rijpen, om vaardig te worden, om uit te groeien tot de vrouw die je ten diepste bent, tijd delen met anderen en zo je leven met hen verweven. | |
Het is een leugen...
Prikken in onze vadsige huid
Het drama van Vorst!
Het oudste huis van Erondegem werd afgebroken!
Het oudste huis van Erondegem werd afgebroken om er appartementen op te bouwen. Links zie je de 'vrijheidsboom' en rechts een deel van het stamhuis der 'Temmermannen', het 'Schaeck'.
De kerk van Erondegem opnieuw!
De kerk van Erondegem opnieuw!
De kerk van Ottergem
OpvolgingVoor de Nieuwsbrief bisdom Gent
Suggesties voor de verdere opvolging van het jaar van de diaconie [1] en de diakengemeenschap
De diaken, de dekenale conferentie en de dekenale stuurgroep
In de werkmap 2005 – 2006 vinden wij onder ‘Thema’s dekenale conferenties 2006 – 2007, p. 4: November: Wij geloven in de Liefde. Het is de bedoeling om tijdens conferentie van de maand november,aan de hand van de eerste encycliek van paus Benedictus XVI ‘Deus caritas est’, te zorgen voor een verdere opvolging van het jaar van de diaconie. Onder het hoofdstuk ‘Suggesties voor de jaarplanning 2006 – 2007[2], worden voor elke maand suggesties tot verwerking gegeven. Voor de maand november vinden wij de suggesties op de bladzijden 10 – 11 en vier bijlagen in de gele bladzijden van p. 19 tot en met 25. In bijlage 1 vinden wij drie bladzijden citaten uit Deus caritas est. In bijlage 2 wordt ons de schilderij van Sieger Köder met als titel ‘Voetwassing’ voorgesteld. Op bladzijde 22 tot 23 vinden bij een reproductie van die schilderij en een prachtig commentaar op de schilderij. Op bladzijde 24 vinden wij in bijlage 3 het verloop geschetst van een contemplatieve dialoog, bijvoorbeeld bij de schilderij en de tekst van de Voetwassing. Op bladzijde 25 tenslotte vinden wij bijlage 4: Suggesties voor de verdere opvolging van het jaar van de diaconie.
Wij wijzen hier op de laatste suggestie: Diaken: diaconaal en dekenaal. Hier lezen wij: “Jaarlijkse samenkomst van de diakens van het dekenaat en de dekenale stuurgroep rond de concrete invulling van het ambt van de diakens.”
Vraag aan de diakens
Hier heeft de redactie een vraag aan jullie: Heeft er in jullie decanaat zo’n samenkomst plaats gehad en kunnen en willen jullie ons daarvan een bericht sturen?
Misschien gebeurt zo’n samenkomst later, kunnen jullie ons dan alsnog een verslag sturen?
Twee motivatieteksten die het belang van die samenkomst aantonen.
1. Enkele uitspraken over de diakens in Testamentum Domini[3]
1.31,10 : Zoals het goed en passend is, gaat de priester samen met de diaken in de huizen van de zieken en brengt hen een bezoek. Hij bezint zich over wat passend en nuttig is om aan de zieken te zeggen, vooral aan de gelovige zieken.
I.33,1: De diaken doet en deelt alleen dat mee wat de bisschop hem opdraagt. Hij is de raadgever van heel de clerus en is zodoende het zinnebeeld van de hele kerk.
Hij verpleegt de zieken, bekommert zich om de vreemdelingen, is de toeverlaat van de weduwen.
Op vaderlijke wijze ontfermt hij zich over de wezen, gaat de huizen van de armen in en uit om na te gaan of er iemand is die in angst leeft, ziek is of in nood is geraakt.
Hij gaat in de woningen van de catechumenen op bezoek om diegenen die twijfelen te bemoedigen en om de onwetenden te onderrichten.
Hij kleedt de overleden mannen aan en baart hen op. Hij begraaft de vreemdelingen en ontfermt zich over degenen die hun vaderland hebben verlaten of eruit verdreven werden.
Hij maakt aan de gemeente (= christelijke gemeenschap) de namen bekend van degenen die in nood verkeren.
Daarbij zal hij de bisschop (het dekenaal team) niet lastig vallen en hem alleen ’s zondags verslag uitbrengen, opdat hij daardoor over alles op de hoogte is.
1.34,3: Als een diaken werkzaam is in een stad die aan de zee ligt, zal hij zorgvuldig de oevers afzoeken, of er geen lijken van schipbreukelingen zijn aangespoeld.
Hij zal de drenkelingen aankleden en begraven.
In het onderkomen ( het opvanghuis) voor vreemdelingen zal hij er zich van gewissen of er daar geen zieken, armen of overledenen zijn, en hij zal de gemeente ( = de christelijke gemeenschap) meedelen, wat voor iedereen moeten gedaan worden, wat nodig is.
De verlamden en zieken zal hij een bad geven, waardoor zij in hun ziekte (in hun noodsituatie) even op adem kunnen komen.
Allen die in nood verkeren moet hij melden aan de gemeente.
1.34,4: De diaken zal in alles als het oog van de kerk zijn; hij zal zich inspannen om een voorbeeld van vroomheid te zijn. (Hier volgen nog waarschuwingen voor degenen die nog niet tot het eucharistievieren bekwaam zijn en over de voorbeden die de diaken moet voordragen).
2. De diaken en de kerkgemeenschap[4]
“Het is allereerst de kerk zelf die dianaar en diaken moet zijn. Maar binnen zo’n diakonale kerkgemeenschap heeft de ambtelijke diaken een eigen en onvervreemdbare zending en taak. In nummer 29 van Lumen Gentium wordt gezegd dat de diakens de handen worden opgelegd ‘niet voor het priesterschap’, maar voor het dienstbetoon’.
In de kerk van de Oudheid was de diaken inderdaad verantwoordelijk voor alle initiatieven die een kerkgemeenschap ondernam voor armen, zieken en behoeftigen.
Het is duidelijk dat de kerk ook vandaag haar diakonale zending slechts kan vervullen, als er mensen zijn die op het terrein van de armenzorg, de ziekenzorg en van de dienst aan de medemens initiatieven nemen of die anderen tot initiatief aanzetten en motiveren.
Het zijn déze mensen die dan ook door handoplegging en onder aanroeping van de heilige Geest ambtelijk tot diaken worden aangesteld en gewijd.
Deze diakens moeten de kerkgemeenschap er voortduren aan herinneren dat God een voorkeurliefde heeft voor de armen en voor allen die zonder uitzicht zijn. Ze moeten ervoor zorgen dat de kerkgemeenschap haar verantwoordelijkheid op dat terrein niet vlucht. Ze moeten niet alles zelf doen en ook niet alles alleen doen. Zij moeten andere christenen en uiteindelijk de hele gemeenschap erin betrekken.
Hier is te denken aan de vele initiatieven die binnen een kerkgemeenschap kunnen genomen worden voor de armen en materieel behoeftigen, zowel in eigen land als in de Derde Wereld. Hun welzijn moet onze zorg zijn en we moeten broederlijk (en zusterlijk) met hen delen.
Er zijn de zieken en de bejaarden.
Er zijn de migranten en gastarbeiders, de vreemdelingen en mensen in de marge.
Er is de strijd voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping.
Altijd weer zijn er ook nieuwe concrete noden te ontdekken, zoals in het verhaal van de zeven in Hand 6 , 1 – 7, die de achteruitstelling van de hellenistische weduwen bij de hulpverlening moeten opvangen.
Er is in onze dagen de nood van asielzoekers en vluchtelingen, drugverslaafden, affectief ontwrichte jongeren, vereenzaamde bejaarden, aids-patiënten.
Hoeveel materieel én geestelijk lijden is er niet aanwezig in een moderne welvaartsmaatschappij?
De kerk kan het evangelie niet verkondigen, als ze niet metterdaad een teken van hoop is voor zo’n mensen.
Voor het diakonaat moeten we ook niet uitsluitend denken aan binnenkerkelijke pastoraal. Diakens meten ook te vinden zijn in de diaspora, in de alternatieve circuits van buurtwerk, opbouwwerk, opvang en preventie.”
De suggesties voor november, als opvolging van het jaar van de diaconie, moeten door ons ter harte genomen worden.
Dmt
[1] Werkmap voor de dekenale stuurgroepen: Volwassen worden in geloof. Suggesties voor de dekenale werking, van het ‘Centrum voor Christelijk Vormingswerk, mei 2006, p. 25, bijlage 4: Suggesties voor de verdere opvolging van het jaar van de diaconie(uit de werkmap voor de dekenale stuurgroepen mei 2002).
[2] Bladzijde 7.
[4] Jozef De Kesel, Diaken in de Kerk. Geroepen tot dienstbetoon, p. 8 – 9.
Midden in de paradox van de wereldMogelijk lijkt het een beetje naïef om te praten over het ontzagwekkende en over de schoonheid midden in een wereld die gewond en gebroken is. Welnu, een christen is een realist, fundamenteel een realistisch mens. Je kunt overigens ook alleen maar met een realistische spirituele instelling de confrontatie aangaan met de uitdagingen aan deze wereld die God zo diervaar is en aan deze cultuur waaraan we het evangelie moeten brengen. Ook al zijn we erfgenamen van een bloedige eeuw, we zijn ook weeskinderen geworden van een tijdperk van hoop. En het is in naam van dit spiritueel realisme – waarvan de authenticiteit van de Eucharistie juist getuigt – dat een christen de taal van de hoop kan en moet durven spreken, ongeacht elke schijn, bij tij en bij ontij. Meer dan wie dan ook, ziet een christen de wereld zoals die werkelijk is, met alles waarop hij hoopt maar ook met alle gewelddadigheid, met zijn heldendaden maar ook waar hij het op een laffe en tragische manier opgeeft. Dat i het, dat menselijk deeg, dat door het licht van de Eucharistie wordt bestraald, als ‘de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt’ (cfr Mal. 3,20). In de Eucharistie is de wereld vrijgekocht, is het heelal van gedaante veranderd, is de Emmanuel voor altijd aanwezig. De verminkte wereld laat met zijn misvormingen zien – juist door het gemis en het verlangen dat ze oproepen – hoe de contouren van de beloofde harmonie er uitzien, zoals die reeds in de Eucharistie tot werkelijkheid wordt. Voor de christen die de Eucharistie leeft, gaat het er dan niet meer om zich blind te staren op wat mismaakt is. De Eucharistie brengt ons ertoe onder ogen te zien wat van gedaante is veranderd. De Eucharistie neemt in de schemerachtige schaduwen van de wereld die voorbijgaat al het onvergankelijke ochtendgloren waar van de wereld die blijvend is. De Eucharistie brengt ons naar het hart van de schepping; ze daalt af in de ondoorgrondelijke diepten van zonde en haat, om er de overwinning te doen opstaan van de lichtgevende liefde die sterker is dan de dood. De Eucharistie situeert zich dus in het zenuwcentrum van het heelal en van de geschiedenis van de mensheid omdat zij ons het meest intieme mysterie openbaart van de God die ons komt redden.
De Eucharistie veroorzaakt dan een tweevoudige beweging: aangezien zij al de hemel op aarde is, brengt zij ons ertoe, ‘drijft’ ze ons, om een uitdrukking van Paulus te gebruiken (‘urget nos’ cf. 2 Kor. 5,14) om in de wereld de geest van de Bergrede te laten heersen en om te leven volgens de zaligsprekingen. Anderzijds herinnert de Eucharistie ons r steeds aan dat we vreemdelingen zijn, op doorreis op deze aarde, op weg naar ons echte vaderland, waar Christus voor ons een plaats heeft gereed gemaakt (cf. Jn 14,2-3), samen met al diegenen die het glorierijke Offerlam gadeslaan, dat gezeten is op de troon. Hij is het die we in de communie ontvangen en we bevestigen de waarheid van deze identiteit met ons ‘armen’.
Buttet, met dank aan mevr. Audenaert
Roddels stoppen? 't Is paardenwerk, mijnheer!!