

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht
Resultaat gerichte aanpak van armoede

'Onbewoond verklaard' -e woningen
Parabeltje van een plattelandsdiaken
Het verhaal van de onbewoonbaar-verklaarde woningen!
Er was eens een engel, dienaar de wereld van de mensen gezonden werd, om te zien wat er aan de hand was met de woningen in het huis van de Vader.
Vele mensen hadden namelijk – nadat zij de hemel waren binnengegaan – geklaagd dat er voor hen geen woongelegenheid was geweest in het huis van de Vader op aarde.
Dit had grote verbazing gewekt in het hemelhuis en God, de Onuitsprekelijke, vond het nodig dat één van zijn engelen zou gaan kijken hoe het met het aard-huis van de Vader stond.
De engel kwam in de wereld en probeerde alle deuren van de woningen van het huis van de Vader. Maar de deuren waren op slot, de sleutels waren verdwenen, de bewoners hadden elders hun toevlucht gezocht en overal hingen bordjes ‘onbewoonbaar verklaard’.
Slechts enkele woningen waren nog bewoond. Duizenden stonden leeg. De enkele woningen die nog bewoond waren, waren die van de ‘vijf-geboden-onderhouders’, van de ‘één-uur-op-zondag mensen’, van de ritualisten, van de kerk-rechters, van de moralisten en van de hiërarchische monarchen. Zij woonden nog in het huis van de Vader, maar alle andere woningen stonden leeg.
Om de oorzaken te ontdekken van het leegstaan van al deze woningen, riep de engel een vergadering bijeen van de nog-bewoners van het huis van de Vader. Hij vroeg hen, waar alle andere bewoners waren en waarom zoveel woningen onbewoonbaar verklaard waren.
De nog-bewoners zetten de engel uiteen dat zij de plannen en de bedoelingen van God, de Onuitsprekelijke, theologische, eschatologische, pneumatologisch, ecclesiologisch, heilshistorisch, monarchistisch, hiërarchisch en omnilogisch bestudeerd hadden en dat zij tot de conclusie waren gekomen dat voor hén en voor hén alleen een woning was bedoeld in het huis van de Vader. Zij hadden daarom geleidelijk de woonvergunningen van de andere bewoners ingetrokken en de woningen onbewoonbaar verklaard.
De oren van de engel tuitten wel een beetje bij het aanhoren van al deze geleerde woorden, maar hij begreep waar het om ging en ging verdrietig en terneergeslagen heen.
Onmiddellijk nam hij contact op met God, de Onuitsprekelijke. Van hem ontving de engel duidelijke instructies: “Ga naar de stad van de mens. Laat nieuwe sleutels maken. Zorg dat de woningen opgeknapt worden. Zet de deuren en de ramen wagenwijd open. Heel de bordjes ‘onbewoonbaar verklaard’ weg en schilder ze over met…” Toen volgde een lange lijst met namen.
De engel ging direct aan de slag.
Hij liet nieuwe sleutels maken. Hij schakelde een schoonmaakbedrijf en een bouwonderneming in. Hij kocht verf en kwasten en schilderde zelf alle bordjes ‘onbewoonbaar verklaard’ over.
Met heldere kleuren schilderde hij de namen van de nieuwe bewoners op de bordjes: ‘armen’, ‘hongerlijders’, ‘verdrietigen’, ‘outcasts’, ‘veréénzaamden’, ‘vreemdelingen’, ‘zachtmoedigen’, ‘barmhartigen’, ‘vredestichters’, ‘zuiveren van hart’, ‘vervolgden om mijn Naam’, ‘van kwaad betichten’, ‘zondaars’, ‘gevangenen-bezoekers’, ‘naaktenkleders’, ‘vreemdelingen-opnemers’, ‘zieken-bezoekers’, ‘te drinken-gevers’, ‘hongerstillers’, ‘bevrijders’, ‘gerechtigheidzoekers’, ‘vergevers’ ‘uitdelers’, … En zo ging hij dagen door met schilderen.
Toen alle bordjes klaar waren en de verf in de zon mooi was gedroogd, hing hij de nieuwe bordjes boven de deuren van alle keurig opgeknapte woningen.
De nog-bewoners van het huis van de Vader begrepen niet wat er allemaal gebeurde. Zij maakten bezwaren en vroegen de engel met welk gezag hij dat allemaal deed.
Toen antwoordde de engel dat het gebeurde op gezag van God, de Onuitsprekelijke.
Nadat hij zo de woningen van het huis van de Vader weer had opengesteld en in orde gebracht, liet hij een open brief plaatsen in alle wereldkranten en een boodschap voorlezen in alle televisieprogramma’s, dat voor allen die een wonng zochten in het huis van de Vader, weer een woning gereed was.
Ieder hoefde maar naar het bordje boven de deur te kijken en als hij zich onder het opschrift thuis voelde mocht hij de woning betrekken. Ook de nog-bewoners mochten blijven wonen, als zij zich aan één van de groepen verwant voelden. Zo werd het aard-huis van de Vader weer bewoonbaar voor álle mensen van goede wil.
Diaken Maurice Temmerman
Over het één-uur-op-zondag model van christen-zijn
Het ‘één-uur-op-zondag’ model
Vervolg op ‘de reddingsclub’
Waarover ging de discussie na het herschikken van parochies: over de uren van de eucharistievieringen? Over het uur dat niet past voor onze parochie(s). Over het feit dat niet elke zondag eucharistie wordt gevierd in onze parochie. Over het feit dat wij ons om de veertien dagen moeten verplaatsen naar een andere parochie om eucharistie te vieren. Over het feit dat gebedsvieringen (zeker niet met communiegelegendheid – tenzij op Goede Vrijdag) niet meer toegelaten zijn?
Wat zegt men over iemand als men ons vertelt dat hij of zij niet pratikeert? Juist ja, dat hij of zij niet deelneemt aan de wekelijkse eucharistieviering.
Deze twee voorbeelden zijn voldoende om duidelijk te maken dat het ‘één-uur-op-zondag’ model dominerend aanwezig is.
Dat heeft o.a. als gevolg dat priesters vooral als voorganger in de eucharistie wordt gezien? En dat je een gelovige hoort klagen“dat van het opdragen van een zondagsmis door een man die zeven missen moet doen, weinig intensiteit uitgaat” (zie De Standaard van vrijdag 19 januari ll).En dat men diakens, nochtans met een heel specifieke roeping en opdracht, als stoplap ziet om dat gebrek aan priesters-celebranten op te vangen. Het is zelfs zo dat de meerderheid van de diakens in feite gemankeerde priesterroepingen zijn, gehandicapt door hun huwelijk!
Vandaar de aandacht die besteed wordt aan het teruglopende kerkbezoek op zondag en de angstige bezorgdheid die geuit wordt bij het constateren van het voortdurende achteruitgaan van het zondagsmisbezoek. deze aandacht wijst in ieder geval op het feit dat het ‘uur-op-zondag’ model van christen-zijn en kerkelijk meeleven nog steeds hoog genoteerd staat en voor velen hét model van christen-zijn is.
Het feit dat aan dit ‘uur-op-zondag’ model praktisch alle bestaanvoorwaarden en activiteiten van de kerken verbonden zijn – het bij elkaar brengen van mensen en gezinnen, de vorming, bezieling en bemoediging van de gelovigen, de financiële ondersteuning van de kerken – wijst er op dat dit ‘uur-op-zondag’ model een basismodel van christen-zijn is.
Wij zouden ons echter af kunnen vragen of dit ‘uur-op-zondag’ model wel hét model van christen-zijn en van het kerkelijke meeleven en betrokken voelen, moet zijn.
Wordt in de aandacht en de bezorgdheid voor de feitelijke ontwikkeling niet al te zeer uitgegaan van de keuze en de vooronderstelling dat dit rituele en liturgische uur hét model van christen-zijn en hét model van evangelie-beleven moet zijn?
We zijn zo gewend om het christen-zijn en het evangelie-beleven te bedenken binnen een ritueel kader en binnen een liturgisch model dat het ons ternauwernood mogelijk is om andere modellen* waar te nemen en serieus te bedenken en als – voor onze tijd tenminste – gelijkwaardige gestalten van christen-zijn te zien en te waarderen.
Een grote inspanning wordt geleverd om de ritueel-liturgische gestalte van christen-zijn aan te passen, te vernieuwen, te herbouwen en aantrekkelijk te maken. Grote inspanningen worden gedaan om daarvoor nog celibataire priesterkandidaten voor te vinden.
Maar afgezien van het feit dat al deze inspanningen maar zeer ten dele het ‘uur-op-zondag’ in zijn functie en betekenis herstellen, is het zeer de vraag of deze inspanning de problemen oplost.
Misschien moeten wij zelfs zeggen dat deze inspanningen de problemen eerder bedekt.
Het immers de vraag of inderdaad een ritueel-liturgisch model van christen-zijn in onze tijd hét model van christen-zijn moet en kan zijn.
Het is ook de vraag of dit liturgische-ritueel model al deze aandacht en energie opeisende inspanning om bij de tijd te geraken waard is.
Het lijkt ook mogelijk dat het verdampen van het ‘uur-op-zondag’ model veel eer en veel meer een uitnodiging is om nieuwe varianten van christen-zijn te zoeken, te vinden en te verwerkelijken, varianten die, getoetst aan de boodschap van Jezus van Nazaret, als minstens gelijkwaardig aan dit liturgisch-ritueel model gewaardeerd kunnen worden.
Wij moeten een andere keer nadenken over andere modellen om zijn christen - zijn te beleven, aan de hand van voorbeelden.
Zalig Paasfeest!
Zalig Paasfeest!
Diakens en de toekomst van de kerk

Diakens in 'Sacramentis Caritatis'
Diakens in ‘sacramentum caritatis’
Het is nuttig inleidingen of introducties bij de postsynodale apostolische exhortatie “ SACRAMENTUM CARITATIS” over de eucharistie te lezen. Lees bijvoorbeeld de introductie van de woordvoerder van de van de bisschoppenconferentie, Hans Geybels of die van Stijn Van den Bossche Eucharistie maakt ons tot zon-dagelijkse mensen in Tertio of van Toon Osaer in Kerk en Leven..
Het is natuurlijk beter om de apostolische exhortatie zélf te lezen. Ik las Sacramentum caritatis met het oog van een diaken.
- Ik som de nummers op waarin de diaken uitdrukkelijk ter sprake komt: in het adres: “aan de bisschoppen, aan de priesters, aan de diakens…”. Verder in de nummers 26, 39, 51, 53, 61, 75 en 94.
- Daarnaast zijn er nummers waarin behartenswaardige gedachten worden geformuleerd die wij als diakens speciaal kunnen overdenken of die een vraag inhouden naar de diakens toe: 6, 25, 33b, 45, 47, 49, 72, 82 – 92.
- Nummers waarin over de diaken wordt gesproken:
- De diaken wordt in het adres van de exhortatie opgenomen. Niet zo lang geleden werd de diaken niet vernoemd.
- 26: in dit nummer zegt de paus dat Christus niet ophoudt om mannen te roepen , die alles achter laten om zich totaal te kunnen wijden aan de viering van de heilige Mysteries, de verkondiging van het Evangelie en het pastoraal werk. Hij voegt er aan toe: “In deze omstandigheden wens ik mij tot de stem te maken van de dankbaarheid van heel de Kerk voor de bisschoppen en de priesters, die deze zending met toewijding en trouwe ijver vervullen. Natuurlijk richt deze dankbaarheid van de Kerk zich ook naar de diakens, aan wie de handen zijn opgelegd “niet voor het priesterschap maar voor de dienst””.
- 39: “Indien het waar is dat geheel het volk van God deelneemt aan de eucharistische liturgie, is het nochtans zo dat in verband met een juiste ars celebrandi, een onbetwistbare taak toekomt aan degenen die het wijdingssacrament hebben ontvangen. Bisschoppen, priesters en diakens, elk volgens hun graad, moeten de viering beschouwen als hun belangrijkste plicht.”
- 51: “Na de zegen, zendt de diaken of de priester het volk terug naar huis met de woorden: Ite, missa est. In deze begroeting wordt ons de band tussen de gevierde mis en de christelijke zending in de wereld te verstaan gegeven. In de Oudheid betekende “missa” heel eenvoudig “wegzending” (dimissio). In het christelijk taalgebruik heeft dit woord een veel diepere betekenis gekregen. In feite werd de uitdrukking “wegzending” veranderd in “zending”. Deze groet drukt op synthetische manier de missionaire zending van de Kerk uit. Dat heeft als gevolg dat het goed is om het volk van God te helpen deze constitutieve dimensie van het kerkelijk leven te verdiepen, door zich door de liturgie te laten inspireren. Vanuit dit perspectief is het goed om bij de gebeden over het volk en voor de eindzegen over teksten te beschikken die op hun deugdelijkheid zijn onderzocht.”
- 53: Elke viering van de eucharistie wordt inderdaad geleid door de bisschop, “hetzij door hem zelf, hetzij door priesters die hem bijstaan”. “Hij wordt geholpen door de diaken, die tijdens de viering bepaalde specifieke rollen (taken) vervult: het altaar klaar maken voor de viering en de priester assisteren, het evangelie verkondigen, eventueel de homilie verzorgen, aan de gelovigen de intenties van de voorbede voorstellen, de Eucharistie aan de gelovigen uitdelen.”
- 61: In verband met de kwaliteit van de grote (massa-)vieringen lezen wij o.a.: “Het is van de ene kant gemakkelijk om de waarde van deze momenten te begrijpen, vooral als de bisschop voorgaat omringd door zijn presbyterium en diakens.”
- 75: Over de zondaagse bijeenkomsten zonder priester: daar waar door de afstand het praktisch onmogelijk is aan de eucharistieviering deel te nemen, “is het belangrijk dat de christelijke gemeenschappen eveneens samenkomen om de Heer te loven en om de gedachtenis te vieren van de dag die Hem is toegewijd. (…). De pastorale zorg van de Kerk moet zich in dat geval uitdrukken door er over te waken dat de dienst van het Woord, georganiseerd onder het voorzitterschap van een diaken (…), verloopt volgens een specifiek ritueel, opgesteld door de bisschoppenconferenties en door hen voor dit doel goedgekeurd.” Daarbij wordt uitdrukkelijk vermeld dat een gebedsdienst met communie afhangt van de goedkeuring van de plaatselijke bisschop.
- 94: “Ik nodig dus alle herders uit om de grootste aandacht te besteden (te wijden) aan de promotie van een authentieke eucharistische christelijke spiritualiteit.. De priesters, de diakens en al degenen die een eucharistisch ministerie (ambt) uitoefenen kunnen uit die diensten, verricht met zorg en een blijvende voorbereiding, kracht en aanmoediging putten voor hun persoonlijke en gemeenschappelijke heiliging.”
Tot daar de nummers waar de diaken uitdrukkelijk wordt genoemd. Er zijn ook nummers die, zonder de diaken bij name te noemen, belangrijk zijn voor de diakens.
- Nummers uit de exhortatie het overdenken meer dan de moeite waard.
- 6: Ik heb altijd gedacht dat het tot de rol van diaken behoort om ná de consecratie de aanwezigen op te roepen tot aandacht voor ‘het mysterie van het geloof’. Daar wordt in de exhortatie niets over gezegd en in het Missaal voor zon- en feestdagen (uitgave Licap C.V., Brussel, 1993) staat in de Eucharistische gebeden duidelijk het volgende: De priester zegt: “Blijft dit doen om Mij te gedenken. (Hij toont de beker aan het volk, zet hem weer op het corporale en knielt; daarna zegt hij:” Verkondigen wij het mysterie van het geloof.” Wij vinden deze taak trouwens ook niet vermeld in De algemene inleiding waarin De functies van diaken worden opgesomd ( van p. 32 tot 34, de nummers 127 – 141. In Duitstalige artikels wordt de diaken steeds aangeduid als degene die de gelovigen oproept het mysterie van het geloof te verkondigen! De Duitsers kunnen dit zelf zo ingevoerd hebben, vanwege de brugfunctie van de diaken tussen gelovigen en priester. Misschien staat er iets over in recentere documenten, maar die zijn mij onbekend.
- 25: In dit nummers schrijft de paus dat de bisschoppen er over moeten waken, ook in tijden van een nijpend priestertekort, dat bij de aanvaarding van kandidaten voor het priesterschap gelet wordt dat zij beschikken over de vereisten bekwaamheden. Dan volgt: “ Een geestelijke (en dat is ook een diaken) die niet voldoende is gevormd en aanvaard wordt tot de wijding zonder het vereiste oordeelvermogen te bezitten, kan moeilijk een getuigenis geven dat bij de anderen het verlangen opwekt om te antwoorden op het genereuze roeping van Christus.”
- 33b: Een mooi beeld: “ (Maria) bewaart in haar hart de woorden die van Godswege tot haar komen en, ze ordenend als in een mozaïek, bereidt zij zich voor om ze dieper te begrijpen (cf. Lc 2, 19.51);”
- 40: De paus nodigt ons in dit nummer aan om de Algemene Inleiding tot het Romeins Missaal te lezen en de ritus van de mis beter te leren kennen om er de grote rijkdom van te ontdekken. Dat geldt ook voor de Schriftlezingen zoals zij werden voorzien in de zondagsvieringen. De viering van de eucharistie zou er veel voordeel uit halen. Hij zegt: “men denkt misschien van die reeds te kennen en daarover een helder oordeel te kunnen vellen, maar dikwijls, is dat niet zo.” Deze raad van de paus is een echte ‘aanrader’ voor de diakens!
- 45: “Met de synode wens ik dat de liturgie van het Woord altijd behoorlijk zou worden voorbereid en beleefd. (…) De kennis en de studie van het Woord van God laten ons toe om de eucharistie beter te waarderen, te vieren en te beleven.” Zulehner (geciteerd door Herbert Vorgrimler) zegt daarover: “ Niet de wijding alleen maakt iemand geschikt (gekwalificeerd) voor de dienst van de prediking, maar alleen een wijding die voortbouwt op geschiktheid (bekwaamheid). Anders veroorzaakt het een pastoraal schandaal, wanneer onbekwame (incompetente) diaken s, dank zij hun wijding, wel mogen prediken, terwijl integendeel goed gevormde lekentheologen, zonder wijding, niet mogen prediken.” Eén van zeven geestelijke werken van barmhartigheid luidt: de onwetenden onderrichten. Hier ligt een belangrijke taak van de diakens. Zij moeten dus niet alleen de Schrift opgegeten hebben, maar de Schrift lezen terwijl men terzelfder tijd de krant leest. Vandaag, 3 april, publiceerden onze bisschoppen een brief onder de titel Kunt gij de tekenen van de tijd dan niet duiden?. Waarschijnlijk vinden wij daar wegwijzers om dat op vruchtbare wijze te doen.
- 47: “De synodevaders hebben ook de aandacht gevestigd op het aanbieden van de gaven. Dit is niet zo maar een soort “pauze” tussen de liturgie van het Woord en de eucharistische liturgie. Dat zou, onder andere, de unieke betekenis van de ritus, die is samengesteld uit twee delen die met elkaar verbonden zijn, laten verloren gaan. In deze nederige en simpele handeling wordt in feite een zeer grote betekenis uitgedrukt: in het brood en de wijn die wij naar het altaar brengen wordt heel de schepping door Christus de redder aanvaard en omgevormd om aan de Vader aangeboden te worden. Gezien van uit dit perspectief brengen wij naar het altaar al het lijden en verdriet van de wereld naar het altaar, in de zekerheid dat alles waardevol is in de ogen van God. (…) Het stelt ons in staat om de medewerking die God, van in het begin, aan de mens vraagt, tot haar echte waarde te laten komen, om het in het goddelijk werk tot zijn vervulling te laten komen en om daardoor aan de menselijke arbeid zijn volle betekenis te geven, dat, door de eucharistische viering wordt verenigd met het offer van onze redder Christus.”
49: In dit nummer spreekt de paus over de vredewens. Hier wordt de diaken niet vermeld, terwijl wij in n° 136 van de algemene inleiding op het missaal het volgende lezen: “Nadat de priester het gebed voor de vrede en De vrede des Heren zij altijd met u gezegd heeft en het volk heeft geantwoord: En met uw geest, nodigt de diaken eventueel tot de vredewens uit, zeggende: Wenst elkaar de vrede toe. Zelf ontvangt hij de vredekus van de priester en kan hij die doorgeven aan de dienaars die het dichtst bij hem staan.” De diaken spreekt dus de het gebed voor de vrede niet zelf uit.
In voetnoot 150 bij dit nummer over de vredewens lezen wij: “Rekening houdend met oud en eerbiedwaardige gewoonten en met de uitgedrukte wensen van de synodevaders, heb ik aan de bevoegde Dicasteries (departementen van de curie) gevraagd om de mogelijkheid te bestuderen of de uitwisseling van de vredewens kan verplaats worden naar een ander moment, bijvoorbeeld vóór de aanbieding van de gaven aan het altaar. Van de andere kant, zou deze keuze op een betekenisvolle wijze aan de waarschuwing van de Heer herinneren dat verzoening vereist is alvorens ons offer aan God te brengen. (cfr. Mt 5, 23 e.v.). In Gastav Kalt, De viering van de heilige eucharistie Over de groei en de zin van haar liturgisch vorm, Standaard, Antwerpen, 1961Nederlandse vertaling van Gilbert De Keersmaeker, pr. leerden wij tijdens een seminarie het volgende:
“ Deze wens “De vrede des Heren zij altijd met u” was vroeger een oproep tot de gelovigen om elkaar de vredekus te geven. Het eerste christendom schatte deze “heilige kus” zeer hoog. Aanvankelijk opende hij de offerbereiding en gold als de verwerkelijking van het woord van de Heer” … ga u eerst met uw broeder verzoenen; kom dan terug en draag uw offer op” (Mt 5, 23 – 24).
Tegen het einde van de 6e eeuw echter werd hij als voorbereiding op de heilige communie bij het Onzevader aangesloten. De vredekus drukte zo de wil uit aan alle vergiffenis te schenken, zoals dit in het gebed van de Heer tot uiting wordt gebracht. …” .
- 72: De christenen worden door de heilige Ignatius van Antiochië “voorgesteld als degenen die leven ‘op zijn zondags’”. Zoals Stijn Van den Bossche het mooi vertaalt: de “Eucharistie maakt ons tot zon-dagelijkse mensen.” Deze uitspraak van de grote heilige en martelaar “stelt klaar en duidelijk de band tussen de eucharistische realiteit en het christelijk bestaan in zijn dagelijkse beleving (karakter).”
- 82: “Een eucharistieviering die niet verwijst naar de concrete beleving van de liefde in het dagelijks leven is in haar wezen verminkt.”
- 84 – 94: In deze nummers lees ik de opdracht voor de diakens ‘die (als) wachters zijn bij de liturgie’. De titels alleen maken dit heel duidelijk: Eucharistie en zending – Eucharistie en getuigenis – Jezus Christus de enige Redder – Godsdienstvrijheid en vrijheid van cultus (?) – Eucharistie, gebroken brood voor het leven van de wereld – De sociale gevolgen (implicaties) van het eucharistisch mysterie – Het voedsel van de waarheid en de armoede (behoeftigheid) van de mens – De sociale leer van de Kerk – De heiliging van wereld en bescherming van de wereld (behoud van de schepping) .
Diaken Maurice Temmerman
Het evangelie van de arbeid

Begrijpe wie begrijpen kan!

| BROEDERLIJK DELEN LANCEERT PETITIE VOOR JON SOBRINO | |
|
BRUSSEL (Kerknet) - Aartsbisschop Fernando Sáenz Lacalle van San Salvador heeft de geëngageerde theoloog en jezuïet Jon Sobrino een publicatie- en leerverbod opgelegd. Hiermee gaf hij opvolging aan een 'notificatie' aan het adres van Jon Sobrino, ondertekend door de voorzitter van de Congregatie voor de Geloofsleer in Rome en goedgekeurd door paus Benedictus XVI. Deze notificatie waarschuwt de gelovigen voor foute en gevaarlijke uitspraken in twee boeken van de theoloog. Zijn stellingen zouden niet in overeenstemming zijn met het geloof van de Katholieke Kerk. Zo zou de theoloog onder meer te veel de nadruk leggen op 'de Kerk van de armen' en te veel de menselijkheid van Jezus Christus beklemtonen ten nadele van zijn goddelijkheid. Slechte zaak Kerk van de armen Petitie Steunbetuiging | |
Je eigen Palmpasenstok

![]() | ||||
Klik hier om uw abonnement op te zeggen. Colofon: De Catechesebrief is een initiatief van Rorate. Ontwerp en techniek: Digital Wingz. Redactie: Tineke Duyster, Anton ten Klooster, Eric Luijten, Lieke Titulaer, Roderick Vonhögen, Johan Wijnands. Eindredactie: Roderick Vonhögen, Eric Luijten. Afbeeldingen: Picatzo. © 2003-2005, Rorate. |
||||
Ten goede komen aan wie het meeste nodig heeft!

Mezelf aanvaarden zoals ik ben!
De voormalighe prior van Taizé, Roger Schutz, heeft eens een dagboek gepubliceerd dat heet 'Feest zonder einde'.
Zo'n titel wijst op een heel gelukkig mens.
Toen men hem vroeg hoe zijn leven dan wel tot een feest werd, antwoordde hij:
"Alleerst door mezelf te aanvaarden zoals ik ben".
Jezelf aanvaarden zoals je bent, dat is het begin van het feest zonder einde!
Maar dat is wel moeilijk, en het komt maar weinig voor.
De liefde komt van de vrouwen
Parabeltje van een plattelandsdiaken
Waarom houden wij van de liefde? Omdat we erin zijn gevallen toen we klein waren, een beetje zoals Obelix in de pot met toverdrank.
De liefde komt van de vrouwen
In Tertio (een volwassen degelijk christelijk weekblad!) lazen wij onlangs de volgende uitspraak van de filosoof André Comte-Sponville. Op de vraag van de journalist:
“Als de liefde niet van God komt, vanwaar komt ze dan?”, antwoordde de filosoof:
- “Van de vrouwen.
Soms zeg ik met een boutade dat de liefde de uitvinding is van de vrouwen. Eerst en vooral van de moeders natuurlijk.
Waarom heb je lief? Omdat iemand eerst van jou heeft gehouden. Alle psychologen weten dat.
De genade bemind te zijn, gaat de genade om te beminnen vooraf. De ene genade brengt de andere voort.
Waarom houden wij van de liefde? Omdat we erin zijn gevallen toen we klein waren, een beetje zoals Obelix in de pot met toverdrank.
We werden het eerst bemind, gewoonlijk door onze moeder, maar genoeg om te begrijpen dat de liefde de hoogste waarde is, dat zonder liefde, we niets zijn.
Juist genoeg om ook te begrijpen dat we voortaan voortdurend gefrustreerd zullen zijn, voortdurend van die liefde verstoken zullen zijn, omdat we nooit meer bemind zullen worden zoals we door die vrouw werden bemind.
Ze kende ons niet, ze was ons niets verschuldigd, maar hield onvoorwaardelijk van ons – voor de eerste en de laatste keer van ons leven.
De liefde komt van de moeders, of van de ouders als je dat verkiest.
(…)
Moeders ontroeren me ten zeerste. Ook mijn moeder, hoe onvolmaakt en ongelukkig ze ook was, was voldoende liefdevol opdat ik het niet nodig heb in iets anders te geloven.”
Het citaat eindigt met volgende uitspraak . Zie (…):
“God is maar een soort sublimatie die de mensen uitvinden – ‘een vader die van gedaante is verwisseld’, zegt Freud – in een poging jezelf gerust te stellen, jezelf te troosten en onder controle te houden. “
Met de recente tragisch dramatische gebeurtenissen in mijn hoofd dacht ik aan de uitspraak van de profeet Jesaja (Jesaja 49, 15 – 16a): “Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet je nooit. Ik heb je in mijn handpalm gegrift.”
Een van de diepste vragen van het mensenhart is de vraag naar waardering. Ieder mens wil gewaardeerd worden. Dit betekent niet dat iedereen van anderen wil horen, hoe goed hij wel is. Ongetwijfeld is dat verlangen er ook, maar dat is niet het diepste. We zouden kunnen zeggen, dat iedere mens verlangt bemind te worden. Maar dat is ook dubbelzinnig. Voor sommige mensen is liefde iets hartstochtelijks; voor anderen iets romantisch; voor weer anderen is liefde is louter sekueels. Er is echter ook een diepere liefde, die liefde van de aanvaarding. Iedere mens hunkert er naar aanvaard te worden, aanvaard zoals hij is. Niets in een mensenleven is van zulke langdurige en noodlottige uitwerking als de ervaring niet volledig aanvaard te zijn.
Welnu, ik word aanvaard door God zoals ik ben: zoals ik ben en niet zoals ik zou moeten zijn. Dat laatste zou een lege boodschap betekenen omdat ik nooit ben zoals ik zou moeten zijn. Ik weet dat mijn levenspad in werkelijkheid niet recht is. Er zijn vele bochten, vele verkeerde beslissingen waarlangs mijn levensloop mij gebracht heeft tot waar ik nu ben; en de Schrift vertelt me dat de plaats waar ik sta heilige grond is. (Ex. 3, 5). God kent mijn naam: “IK HEB JE IN MIJN HANDPALM GEGRIFT. God kan nooit naar zijn hand kijken zonder mijn naam te zien. En mijn naam: dat ben IK! Hij staat garant voor mijn identiteit. Sint Augustinus zegt: “Een vriend is iemand die alles van je weet en toch van je houdt.”
· André Comte – Sponville in Frédéric Lenoir en Karine Papillaud; ‘Atheïst hoeft joods-christelijke wortels niet te verloochenen’, Tertio van 28 februari 2007, p. 8 – 9.
'M-twentyfive'
M-twentyfive
"In grote projecten als dat van de 'Milennium Development Goals' van de Verenigde Naties - te realiseren voor 2015! - kunnen jongeren én ouderen een geweldige uitdaging zien.
Zij kunnen bijdragen aan het welslagen van deze mondiale projecten, zoals een post-vormselgroep in een van onze parochies in de stad Delft, die als naam koos 'M-twentyfive'.
M25 slaat op Mattheus 25: de jongerengroep maakt concreet werk van de 'werken van barmhartigheid'!
Inderdaad, elke geloofsgemeenschap dient een M25 groep te zijn."
Bisschop A.H. van Luyn, bisschop van Rotterdam
Sterke tijd
"Bedoeld als 'sterke tijd' kent de veertigdagentijd een drievoudige aansporing tot: gebed, aalmoes en vasten, ofwel in meer eigentijdse termen tot : spiritualiteit, solidariteit en soberheid.
De laatste, de soberheid, is een onmisbare voorwaarde voor de eerste twee: wanneer we niet berid zijn onszelf iets te ontzeggen, kunnen we niet voldoende andacht en zorg besteden aan de ander en de Ander."
Waarom niet?
"Waarom kunnen we met al onze economische kennis en ervaring geen systeem zbedenken voor een economie van het'genoeg' hier bij ons en een economie van tenminste 'voldoende' in andere werelddelen?
Waarom zou ongeremde economische groei de hulpbronnen van de aarde mogen uitputten ten koste van de komende generaties?
Om een duurzame toekomst mogelijk te maken voor de mondiale samenleving zowel in ruimte als in tijd zijn bewustwordingsinitiatieven zoals de vastenactie van Broederlijk Delen onontbeerlijk en zijn vele enthousiaste en gemotiveerde vrijwilligers nodig."
Waarom moet het bij ons steeds beter gaan?
"Het kan inderdaad hier bij ons, in elk geval bij velen van ons, veel minder en het moét minder.
Waarom zou het ons in West-Europa, in België, steeds beter moeten gaan, terwijl de kloof met de arme continenten almaar breder wordt en dieper?
Waarom moeten we onze rijkdom en luxe voor onszelf veilig stellen in een tot fort omgebouwde Europese Unie?"
Het gaat ons te goed!
Het gaat ons te goed!
"Als iemand uit Uganda bijvoorbeeld ons vraagt hoe het met ons gaat, zouden we niet, zoals gebruikelijk, moeten antwoorden: 'Het gaat ons goed', maar: 'Het gaat ons te goed', of liever nog, zoals Groningers plegen te zeggen: 'Het kan minder'."
Wij zijn verantwoordelijk voor elkaar
"Wij mensen zijn verantwoordelijk voor elkaar, vooral voor de armsten en geringsten en dat we God niet onder ogen kunnen komen als we de hongerige, dorstigen, naakten, zieken, vreemdelingen en gevangenen niet eerst de helpende en bevrijdenden hand hebben geboden (cf. Mt. 25)."
Spreekt God latijn?
Spreekt God Latijn?

