
Verslag van een framboos:Framboos
De framboos behoort evenals de braam tot het geslacht Rubus. Tot dit geslacht behoren meer dan 600 soorten.
De framboos (Rubus idaeus) is een in heel Europa inheemse plant, die op open plaatsen in het bos en langs bosranden voorkomt en is als voedsel al sinds de vroegste tijden in gebruik. De teelt gaat terug tot de Middeleeuwen. De bloemen werden door Dodonaeus in een mengsel met honing aanbevolen tegen o.a. ooginfecties.
De plant is een heester waarvan de stengels tot 2 meter lang kunnen worden. Elk jaar worden nieuwe stengels uit wortelopslag gevormd. Bij de zomerframboos dragen alleen de tweejarige stengels vrucht, waarna deze afsterven. Bij de herfstframboos dragen daarentegen de toppen van de eenjarige scheuten de vruchten. De framboos bestaat uit vele vruchtjes en is een verzamelsteenvrucht. In tegenstelling tot de braam laat de framboos makkelijk los van de bloembodem.
Teelt
Door verschillende teeltmethoden toe te passen kan de oogst over een lange periode, van eind april tot eind december, gespreid worden.
- Zomerframbozen. Door de zomerframbozen in een plastic tunnel te telen is de oogst met ongeveer een maand te vervroegen. Frambozen kunnen ook onder glas geteeld worden, zowel in potten als in de grond. Door de kas te verwarmen kan de oogst nog eens met een maand vervroegd worden.
- Normale buitenteelt. Direct na de oogst worden de afgedragen stengels verwijderd. In het vroege voorjaar worden de nieuwe stengels aangebonden. Voor de buitenteelt worden 8-10 stengels per meter aangehouden, de rest van de stengels wordt weggesnoeid.
- Herfstframbozen. Om een goede oogst in het najaar te krijgen worden in de winter alle scheuten wegggesnoeid. Door herfstframbozen in een verwarmde kas te telen kan de oogst tot eind december plaatsvinden. Bij de doorteelt worden in de winter alleen de afgedragen toppen verwijderd. In het voorjaar wordt dan van de onderste ogen geoogst.
Rassen
Binnen het geslacht Rubus zijn vele soortkruisingen uitgevoerd. De meeste hybriden zijn voor de beroepsteelt niet belangrijk. Een klein aantal hybriden wordt echter wel op kleine schaal aangeplant, zoals de Loganbes en de Taybes. Ook het ras Silvan is een soorthybride van de braam en de framboos. De rassen kunnen worden ingedeeld in twee groepen:
- Zomerframbozen
- Herfstframbozen
Tot de zomerframbozen behoren de vroege rassen Glen Clova en Glen Moy, de middentijds rijpende rassen Glen Ample en Tulameen, de laat rijpende rassen Marwé en Schönemann. Tot de herfstframbozen behoren de rassen Autumn Bliss en Galante.
Bloei en oogsttijd
De bloei is van eind mei tot eind juni. De framboos kan zich zelf bestuiven, maar insectenbestuiving, met name door bijen en hommels, bevordert de vruchtzetting. Er zijn, afhankelijk van het ras, bij de zomerframbozen rijpe vruchten vanaf eind juni tot half augustus. Per ras duurt de oogst ongeveer vier weken. Het verschil in rijptijd tussen het vroegste en laatste ras is ongeveer twee weken. Bij de herfstframbozen zijn er rijpe vruchten vanaf begin augustus tot de eerste week van oktober en bij een doorteelt ook in mei tot half juli. Per ras duurt de oogst bij herfstframbozen zes tot acht weken.
Ecologische waarde
Frambozen groeien in het wild op door het kappen van bomen of vuur ontstane open plaatsen in het bos. Eenmaal uit zaad opgekomen verbreidt de plant zich verder door wortelopslag.
Vermeerdering
De framboos wordt vegetatief vermeerderd door wortelstekken, zomerstekken en afleggen, maar kan ook vermeerderd worden via zaad. Om de eigenschap van de moederplant en dus het ras te behouden moet deze echter op vegetatieve wijze worden vermeerderd.
Van de framboos worden alleen de vruchten gebruikt. De vruchten hebben een specifieke frambozensmaak en zijn afhankelijk van het ras lichtrood tot donkerrood gekleurd. Ook komen rassen voor met geelgekleurde vruchten. Frambozen worden zowel vers gegeten als verwerkt in frambozenjam, vruchten op siroop, tot sap, tot puree en saus. Ze worden ook als losse vruchten ingevroren.
De framboos wordt gebruikt in medicijnen voor kinderen om er een lekker smaakje aan te geven.
Bestanddelen
Zoals alle vruchten heeft ook de framboos een lage pH-waarde, die varieert van 3,0 tot 3,65. Een liter frambozensap bevat 12-19 gram zuur (gemiddeld 15,5 g), waarvan citroenzuur het hoofdbestanddeel is. Verder komen als organische zuren nog appelzuur en iso-citroenzuur voor. De framboos bevat gemiddeld 8,15% suiker bestaande uit glucose, fructose en saccharose in ongeveer gelijke hoeveelheden. De Brix is 8,5-11,5o. Verder zitten in frambozen vooral vitamine C, maar ook de vitaminen B2 en B6 komen erin voor. Daarnaast bevatten frambozen 1% eiwit en 7% koolhydraten. De energie-inhoud van 100 g is 134 kJ.
Volksnamen
- Brambozen
- Flamboos
- Heiningbes
- Hinnebes
- Kinnebes
- Mummelke
Ziekten en beschadigingen
Frambozen zijn zeer vatbaar voor mozaïekvirus. Bij de beroepsteelt wordt virusvrij plantmateriaal aangeplant. De aanplant wordt zolang mogelijk virusvrij gehouden. Frambozen bij volkstuinders zijn bijna allemaal besmet met het virus. De frambozenkever kan in de beroepsteelt makkelijk worden bestreden. Wordt er geen bestrijding toegepast dan kan tussen de bloembodem en de vrucht de larve van de frambozenkever (Byturus tomentosus) voorkomen. Bij het plukken kruipt de larve snel uit de vrucht weg en valt op de grond. Veel mensen kijken dan ook tijdens het plukken in de vrucht alvorens de framboos op te eten. De frambozenschorsgalmug (Resseliella theobaldi) kan veel schade aanrichten.
Van de schimmelziekten kan grauwe schimmel (Botryotinia fuckeliana) die vruchtrot veroorzaakt, stengelsterfte (Leptosphaeria coniothyrium), stengelvlekkenziekte (Elsinoe veneta), twijgsterfte (Didymella applanata), wortelsterfte (Phytophthorae fragariae var. rubi) en meeldauw (Sphaerotheca aphani) op framboos voorkomen.













