Enkele kleine gedichjes.

Licht op uw handen,Gij en het licht op uw handen,
biddend voor het slapen gaan.
Is een beeld dat nooit zal verbranden,
blijft in mijn geheugen staan.
------
Het laatste kruiske dat ik van u heb gekregen,
een late zomerzon scheen op je bleke gelaat,
blijft voor mij een zegen,
ik voel mij gewapend tegen alle kwaad.
------
De handen van moeder, konden van alle wonderen doen,
van 't fijnste borduurwerk, tot de gevulde kerstkalkoen.
------
Ik was jong en eigenwijs,
ik weet het, ik wist het, verloor nooit de draad.
Nu ik al wat ouder ben,
mis ik zo mijn moeders raad.
------
Moeders zijn ikonen,
met edelstenen en bladgoud eraan,
kun je nergens kopen,
zullen ook nooit in de solden staan.
------
Ik kamde mijn moeders grijze haren,
tot alles netjes lag.
Ik kon niet verdragen,
dat iemand haar met verwarde haren zag.
Het laatste beeld bij't afscheid deed me zeer,
nu lag ze daar stil, kleren netjes in de plooi
ik legde haar kam toch naast haar neer,
alhoewel, daar boven is geen wind, daar zijn je haren altijd mooi.
-------
Blues ( uit het oog maar niet uit het hart )
( ik bij jullie ook niet, hoop ik. )


















