12 dubbeltjes

12 dubbeltjes
Een man komt 's ochtends een koffiehuis binnen en bestelt een kop koffie. Hij drinkt het rustig op terwijl hij een krantje leest en loopt dan naar de bar om af te rekenen. "Hoeveel is dat?" "Een gulden dertig, meneer", zegt eigenaar Kees van het koffiehuisje. De man knikt en haalt uit zijn portemonnee 13 dubbeltjes. Hij maakt een stapeltje ervan in zijn handen en laat de dubbeltjes een voor een tussen z'n vingers uit vallen over de bar. De muntjes vliegen alle kanten op, tussen de kopjes en klazen, in de spoelbak, op de grond, onder de bar. Verbijsterd ziet Kees de man vrolijk fluitend de zaak uitlopen met het krantje onder zijn arm en zoekt na een diepe zucht het geld maar bij elkaar. De volgende ochtend komt de man met het krantje weer binnen en bestelt een kopje koffie. Even later wil hij weer afrekenen. "Een gulden dertig, he?" "Ja, meneer, een gulden dertig." De man haalt weer 13 dubbeltjes uit zijn portemonnee en laat ze tussen zijn vingers door over de bar heen springen, tussen de kopjes en de glazen, in de spoelbak, op grond, onder de bar, waarna hij weer even vrolijk verdwijnt, een zeer gefrustreerde Kees achterlatend om de boel bij elkaar te graaien. Zoals je al zou vermoeden, komt de man ook de derde ochtend een kopje koffie drinken."Een gulden dertig, toch?", vraagt hij even later aan de bar. Kees knikt en ziet hoe de klant een rijksdaalder uit zijn portemonnee haalt. Breed grijnzend haalt Kees 12 dubbeltjes uit de kassa en laat ze een voor een tussen z'n vingers door stuiteren over de bar, tussen de kopjes en de glazen, in de spoelbak, over de grond, onder de bar. De man opent zijn portemonnee, haalt er een dubbeltje uit, legt 'm op de bar en zegt: "Geeft u mij nog maar een bak koffie!"

























