ruwe stormen
Ruwe stormen mogen woeden
Alles om mij heen zij nacht
God, mijn God zal mij behoeden
God houdt voor mijn heil de wacht
Moet ik lang zijn hulp verbeiden
Zijne liefde blijft mij leiden
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht
voert hij mij in ’t eeuwig licht
Maar wat lot, ’t zij dood of leven
Smaad of eerbetoon, mij wacht,
Jezus zal mij nooit begeven:
Ben ik zwak, bij Hem is kracht.
Gunst van mensen, raad van vrienden,
Bitt’re haat van kwaadgezinden,
Hoogte, diepte, vreugd of rouw,
Niets ontrooft mij aan Gods troow

