Je zult nooit echt alleen zijn


Je zult nooit echt alleen zijn,
noch zullen je dorstige lippen ooit
vergeefs verlangen naar verfrissend water.
Je vermoeide lichaam zal de rust niet ontzegd worden.
nog je hart, detroost van een omarming
en de verlichting van de hoop.
Want jij bent de lang verwachte zoon.
Je roep werd in het hart van je Vader bewaard,
en hij strekt zijn hand naar je uit
en bereidt je terugkeer een feestmaal.























