Ik bood je het vuur.


Ik bood je het vuur van mijn zonsondergangen
en de door de wind bewogen boomtoppen.
Ik bood je de gouden stilte van mijn woestijnen
en de magische schatten, die zich uitstrekken in het maanlicht.
Ik bood je de dans van de wolken aan de hemel
en het schuim van de voorsnellende golven van de zee.
Ik bood je het lachen van de regen
en het diepe gezang van de donder,
het ruisen van een waterval, de vrede van het meer.
En je hebt mijn geschenk aangenomen,
en op je gezicht verscheen
de mooiste meest stralende glimlach.























