Een man is maar een kleine man.
Hij valt in slaap,
zijn mond valt open,
zijn dromen ontsnappen
hem zonder spoor.
En 's ochtends niemand die zeggen kan
welke naam er op zijn lippen lag,
welk gezicht hij daarbij amper trekt.
Hij neemt zijn lege koffer en vertrekt
Mensen zeggen naar zijn werk.
(uit "Apenjaren 1998- Jo Govaerts)
















