atlantis
rubriek Atlantis
Plato hield de maatschappij vaak een spiegel voor. Maar hij was ongetwijfeld op zijn hoede. Hij wilde nu eenmaal niet hetzelfde lot ondergaan als zijn leermeester Socrates die de machthebbers en de goden zou hebben beledigd en daarvoor werd veroordeeld tot het drinken van de gifbeker. Over goden, vrouwen en kortom alle toenmalige machtsverhoudingen zal hij ongetwijfeld geen extreme standpunten hebben durven innemen.
Toch had hij met zijn laatste werken wellicht de bedoeling de mensen tot inzicht te brengen. Naast de fundamentele profetische boodschap dat egocentrisme en het streven naar macht de ondergang van de mens zullen betekenen, zijn er immers ook andere boodschappen (waarvan sommige tussen de regels) te lezen:
- de goden hadden de aarde onder elkaar verdeeld (alsof de goden eerst op één welbepaalde plek verbleven en zich later over de wereld hadden verspreid);
- ze waren rechtschapen en gaven met zachte hand leiding aan de mensen (het lijkt alsof de goden echt bestonden);
- op Atlantis leefde eerst een hoogwaardige beschaving die echter rond de tijd van de grote catastrofe decadent was geworden;
- die decadentie was het gevolg van een vermenging met minderwaardige mensenrassen (zelfs de goden zouden zich hieraan hebben bezondigd);
- de weinige overlevenden van de megacatastrofe waren Grieken die zich in de (Griekse) bergen ophielden. Ze waren echter te weinig ontwikkeld om het verhaal te bewaren voor het nageslacht (alsof enkel de minst ontwikkelde mensen de megacatastrofe hadden overleefd);
- vrouwen en mannen werden ten tijde van Atlantis als gelijkwaardig beschouwd. (Dit was op zich al een gedurfde stelling in het Athene van toen. Zeggen dat vrouwen ooit superieur waren aan mannen zou ongetwijfeld zijn dood hebben betekend.);
- godinnen namen een toch wel een zéér belangrijke plaats in (daar begaf Plato zich zonder meer op glad ijs).
Het is overigens zeer merkwaardig dat Critias abrupt stopt, in het midden van een zin. Een deel ging blijkbaar verloren.
Toch was Plato's boodschap duidelijk: het allerbelangrijkste voor de mens is rechtschapenheid. Macht en aanzien zijn maar schijnwaarden. Het streven ernaar zijn kenmerken van degeneratie (die dan weer het gevolg is van een vermenging van het goddelijke met het aardse).
Plato verkondigt in zijn laatste levensjaren een wijsheid die in zowat de hele geschiedenis van de mens blijkt op te duiken en waarvan meer en meer mensen vermoeden dat haar oorsprong te vinden is in de tijd dat Atlantis nog bestond.
***
- Waarom lijkt de (verdoken) boodschap over de kracht van 'het goede' alweer van de Egyptische priesters te komen?
- Hoe konden deze priesters afweten van het bestaan van Atlantis, van de manier waarop en de periode waarin het ten onder ging?
- Hoe raakten ze aan astronomische gegevens die meer dan 10.000 jaar oud waren (want dat ze die gegevens ter beschikking hadden is ook iets dat zo goed als vast staat)?
Van een andere aard zijn echter de volgende vragen:
- Hoe komt het dat 32.000 jaar geleden (de tijd dat alle goden zich op Atlantis bevonden) 'toevallig' in de buurt van de plaats waar Atlantis zou hebben gelegen, de eerste Cro Magnon verscheen?
- En hoe komt het dat de eilandbewoners in een tijd die (volgens Critias) 12.000 jaar geleden ver voorafging, net die onwaarschijnlijke karaktertrekken hadden die ook uit de oudste grotschilderingen naar voor lijken te komen, namelijk: superieure intelligentie, morele integriteit en een desinteresse voor seks en macht?
- Hoe komt het dat Critias insinueert dat de minst intelligente exemplaren de megacatastrofen overleefden? Was het omdat die exemplaren zich het meest hadden gedifferentieerd en dus de taaiste waren?
- Waarom zou de reden voor de degeneratie van de Cro Magnon wel eens dezelfde kunnen zijn als deze die in Critias wordt beschreven (vermenging met 'aardse' mensen)?
Zoals gezegd: volgens Plato was het verhaal over Atlantis afkomstig van de Egyptische priesters. Het zou hem echter zijn doorverteld via Critias en Solon (deze laatste was een door de Atheners op handen gedragen 'wijze' die zowat 200 jaar vóór Plato had geleefd en rond wie de legenden welig tierden).
Hebben de Egyptische priesters Plato (en anderen waaronder zelfs Jezus) gebruikt om de mensheid in te lichten?
In dat geval was hun boodschap duidelijk:
- er was ooit een godenras op aarde (in de Bijbel: Nephilim = zij die uit de hemel neerdaalden);
- de leden ervan waren rechtschapen en hadden bovennatuurlijke krachten;
- ook de eerste mensen waren rechtschapen maar zouden later degenereren door vermenging met aardse mensen (in zonde vervallen);
- door een wereldwijde catastrofe (de Zondvloed) werd een groot deel van de mensheid uitgeroeid.
En er zijn nog meer overeenkomsten tussen de Bijbel en de leer van Plato:
- de ziel is onsterfelijk (ze komt vrij bij de dood);
- er is een God die boven de andere goden (Nephilim) staat en die onbereikbaar is;
- volgens Timaeus heeft God het goede in de mens ingeplant;
Ten slotte was er de allesomvattende profetie: de machtswellust van de mens zal zijn ondergang betekenen.
De doel van de laatste werken van Plato hield veel meer in dat het schetsen van de ideale maatschappij.
Het was een profetische boodschap die opmerkelijk genoeg door talloze profeten - en voor zover de geschiedenis van de mens bekend is - werd verkondigd.
***
Ondanks het feit dat fantasierijke machthebbers in latere tijden de verhalen over de goden in hun eigen voordeel hebben aangepast, blijkt uit de gemeenschappelijke noemer van de oudste verhalen dat de goden 'goed' en 'rechtschapen' waren. Sommigen bestonden trouwens niet enkel in de verbeelding van de afstammelingen van de Cro Magnon maar hebben werkelijk geleefd.
'Het goede' heeft echter in zijn pure vorm niet lang kunnen standhouden. Het was nu eenmaal niet opgewassen tegen de kracht van het leven op aarde. Een leven dat streeft naar differentiatie en dus naar vermenging. Het heeft egocentrisme ('het kwade') nodig om dat doel te bereiken.
Steeds weer die mysterieuze Egyptische priesters ...
Plato's laatste werken zijn gebaseerd op kennis die afkomstig was van buitengewone mensen: de Egyptische priesters. Sommigen onder hen behoorden blijkbaar tot een hermetisch afgesloten groep. Niemand weet waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Toch lijkt het er op dat hun voorouders reeds lang vóór de farao's hun intrede deden, in de buurt van de piramiden te vinden waren. Alsof ze - net als de Sfinx - de piramiden bewaakten.
Waren hun voorouders de Cro Magnon die de Sfinx hebben gebeeldhouwd? En hebben die voorouders ooit samen met de leden van het godenras in de buurt van de piramiden geleefd?

