www.evawaseerst.be
De echte tragedie in het leven is voor wie bang is van het licht ... (Plato)
Er loopt een rode draad door de ervaringen van de vierentwintig mannen die ooit in de nabijheid van de maan zijn geweest: Hun bewustzijn leek er zich te willen losmaken van hun lichaam.
Het witte licht.
Religie zou wel eens zijn oorsprong kunnen vinden in een geheime kennis, een soort oerreligie die vele duizenden jaren ouder is dan het christendom.
Dat een zuivere ziel onsterfelijk is en bij de dood een groot licht tegemoet gaat, was wellicht de kern van die oerreligie.
Niemand weet blijkbaar waar die kerngedachte vandaan komt. Het spreekt echter bijna vanzelf dat wie de oorsprong ervan wil achterhalen, zich moet richten naar die verhalen waarvan men vermoedt dat ze tot de oudste behoren. Of: hoe ouder, hoe dichter bij de bron, hoe minder gevaar men loopt dat de egocentrische machtsmens ze in zijn voordeel heeft vervormd. Hoewel het moet gezegd dat diegenen die het allerheiligste gedachtegoed uiteindelijk optekenden wellicht behoorden tot diezelfde machtsmens. We moeten er dus hoe dan ook rekening mee houden dat de ware boodschap eerst gedurende ontelbare jaren op een andere wijze werd doorgegeven dan door het geschreven woord. En dat ze dus al van bij de eerste geschreven teksten niet meer 'puur' was. Maar we hebben nu eenmaal geen keuze.
Velen zijn het erover eens dat de religie van de Essenen gebaseerd was op kennis die vele honderden, zo niet duizenden jaren oud was. De Essenen leefden ten tijde van Jezus als een afzonderlijke bevolkingsgroep van de Joden. Waar hun religie precies vandaan kwam, is echter niet duidelijk. Wel zou het woord ‘essene’ afkomstig zijn van Egyptische ‘kashai’ wat 'geheim' betekent en werd vertaald als ‘essaios’ of ‘essene’. De Essenen geloofden dat de menselijke ziel een onderdeel was van een groot licht dat ooit in een ver verleden, onder invloed van een kwade macht, werd versplinterd. Hierdoor raakte in ieder mens een deeltje van dat licht opgesloten. Pas bij de dood zou dat lichtje (de ziel) vrijkomen. Waarna alle lichten weer één geheel zouden vormen.
De allegorie van de grot - één van de beroemdste verhalen van Plato - was dan wel geen religie maar het verhaal had ongetwijfeld wel een religieus doel. De kern ervan gaat als volgt:
Stel je een grot voor waar mensen sinds hun geboorte vastgeketend zitten. Alles wat ze te zien krijgen in die grot zouden ze als de enige werkelijkheid zien. Op een bepaald ogenblik echter kan een gevangene zich bevrijden. Bij het verlaten van de grot zou hij terechtkomen in een verblindend licht waar hij de echte wereld zou aanschouwen. Hij zou niet meer kunnen terugkeren naar de grot omdat hij te zeer verblind zou zijn door het licht.
Het ligt voor de hand dat we de grot moeten zien als het lichaam waarin de ziel zit opgesloten. sterft de mens dan wordt zijn ziel bevrijd en komt ze terecht in een alles verblindend licht.
Plato had een inzicht verworven dat hij niet rechtstreeks aan de maatschappij van toen wilde of durfde mee te delen. Vandaar dat hij dit inzicht in beeldspraak verwoordde. Alsof hij vreesde dat het openbaar maken van wat hij wist hem net als zijn leraar Socrates het leven zou kosten.
Ook de oude Egyptenaren geloofden dat de ziel zuiver moest zijn om na de dood de andere wereld te kunnen bereiken.
Die zuiverheid was nodig omdat ze anders nooit zou kunnen binnentreden in het licht (de oorspronkelijke titel van het Egyptische boek van de dood zou 'Treed binnen in het licht' zijn geweest).
Een zuivere ziel gaat bij de dood een wit licht tegemoet.
Het lijkt misschien vergezocht maar de mate van rechtschapenheid zou dus een indicatie kunnen zijn voor de kracht van de geest. Hoe meer rechtschapen, hoe minder de mens is gedegenereerd en hoe krachtiger zijn geest zal zijn.
Dat kan in geen geval een verzinsel van de machtsmens zijn. Het lijkt eerder een wijsheid die niet afkomstig is van deze planeet. Wie anders dan een buitenaardse levensvorm zou immers ooit op dergelijk - althans gezien vanuit het standpunt van het leven op aarde - absurd idee kunnen zijn gekomen? Voor het leven op aarde leidt rechtvaardigheid immers niet zelden tot zelfvernietiging. In de strijd om te overleven is ze dus zeker geen voordeel, integendeel. Of anders gezegd: voor wie de wet van het leven op aarde volgt (de wet van de sterkste) en dus egocentrisch is, wordt diegene die steeds rechtvaardig is een makkelijke prooi.
De unieke eigenschappen van de mens zijn alleen te verklaren als men gelooft dat bewustzijn, mededogen en het gevoel voor rechtvaardigheid afkomstig zijn van een planeet die haar levensvorm(en) de mogelijkheden had geboden om zich maximaal te ontplooien. Iets wat resulteerde in een geest die zich op aarde onmogelijk kan hebben ontwikkeld. Die geest kan - als hij voldoende krachtig is - verder leven na de dood in een ander deel van het universum.
De mens beseft als enige levensvorm op aarde, ten volle dat hij zal sterven. Sommigen 'weten' dat hun ziel zal doorleven terwijl anderen er van overtuigd zijn dat dit niet het geval is.
Geen levend wezen op aarde is echter ooit in staat geweest om zich daarover bewust vragen te stellen. Is het dan te kort door de bocht om te veronderstellen dat de mens dus wel het resultaat moet zijn van een buitenaards ingrijpen? (Ik denk het niet.)
De verwarring omtrent het al dan niet verder leven na de dood is dan ook het gevolg is van de vermenging (het degeneratieproces) waardoor een buitenaardse geest opgesloten raakte in een aards lichaam.
Hoe hard het ook klinkt: ondanks het feit dat de aarde in onze (chauvinistische) ogen de mooiste planeet is van het heelal, is ze al bij al een minderwaardige planeet. Aangezien ze nooit in staat kan zijn geweest om bewustzijn voort te brengen (zie rubriek: 'Is moeder aarde een psychopaat').
Wordt vervolgd














