Naar de inhoud

Stamboom Familie GOOS

seniorennet.beseniorennet.be

Archief

Folkloristische figuren - Willem Audiffret -

Willem Audiffret

     De folkloristische figuur die wij vandaag bespreken is Willem Audiffret, een leurder van beroep.  Hij werd geboren in Antwerpen op 12 augustus 1881.  Hij is nooit getrouwd geweest.  Audiffret woonde o.a. in de Oude Beurs, in de Grote Pieter Potstraat 30 en op het einde van zijn leven in de Waaistraat 6 in de schaduw van de Sint-Andrieskerk.

     Willem zong net als Frans Van Kets als marktzanger op het Sint-Jansplein en op de Rui.  Geen jaarmarkt, geen kermis, zelfs geen processie, liet Audiffret voorbijgaan zonder er zijn muzikaal tintje aan toe te voegen.

     's Zondagsnamiddags toen honderden Antwerpenaren de Schelde overstaken op de Sint-Annekesboot stond Willem zijn verhalen te zingen op het Vlaams Hoofd.

     Van deze marktzanger zijn er twee gelegenheidsliederen overgebleven : "Groote Kuisch te Antwerpen" en "Het nieuw lied van den brand Entrepot" uit 1901.

     Dit laatste lied van Willem Audiffret handelde over de brand van woensdag 5 juni 1901 op de twee bovenste verdiepingen (de 5° en de 6°) van het groot middengebouw van het Entrepot.  Deze verdiepingen langs de zuidoostelijke hoek van het gebouw brandden de hele nacht terwijl de bewoners van de naburige Koeikensgracht hun huisraad veilig probeerden weg de brengen.

     Deze brandramp lokte heel wat Antwerpse toeschouwers.  Maar
ook de koning kwam daags nadien de aangerichte brandschade vaststellen.  Deze schade werd geschat op 26.782.628 fr.

     Audiffret stierf in zijn woning van de Waaistraat op 23 februari 1913.  Samen met Frans Van Kets is hij één van de beste marktzangers uit de geschiedenis van het Sint-Andrieskwartier.

     Het liedje over deze ramp verhalen wij in een volgende rubriek.

                                    -o-o-o-O-o-o-o-
    

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door ennof - G - om 18:07 Reageer op dit bericht

Folkloristische figuren - Piet Van Schoor -

Piet Van Schoor

     Voor de zoveelste maal vertellen we over de geschiedenis van een merkwaardig volksfiguur uit de Parochie van Miserie.  Deze keer is het de beurt aan "Piet Van Schoor".  Deze schoenmaker woonde in de Schoytestraat in het "Bloemenhofken", samen met zijn vrouw Bartien.

     Met zijn vriend, de Prik, een gasontsteker uit de Leliepoort in de Schoytestraat, bracht hij de gerepareerde schoenen naar zijn klanten.  Deze droeg hij steeds in dezelfde zwarte doek.  Een groot deel van het geld dat de reparaties opbrachten besteedde hij aan drank in de verschillende cafés die hij met de Prik op de terugweg tegenkwam.

     Tegen middernacht belandden zij gewoonlijk in "De Drij Ouderlingen" bij moeder Coffo in de Happaertstraat.  Tijdens de terugkeer naar huis bond Piet de te herstellen schoenen aan de gasstok van de Prik.  Als in een stoet droegen ze de stok tussen hen in, waaraan de schoenen feestelijk bengelden.  Piet liep fier vooraan en de Prik volgde enthousiast.  Toen ze stomdronken aan de deur van Piets woning stonden, zongen ze uit volle borst : Bartien, Bartien, w'hebben de reus gezien ! "Bartien, Bartien, hedde de drij vrienden ni gezien ?"  Bartien liet dan de twee mannen binnen en schonk voor hen sterke koffie op, want de Prik moest de dag daarna al om acht uur zijn gasronde doen.  Daarna kroop Van Schoor vlug in bed om van het gezeur van Bartien af te zijn.

     De buren in de Schoytestraat hebben Piet en de Prik zo nog jaren zien lopen door het Sint-Andrieskwartier.  De Prik heeft zich om onbekende redenen verhangen en Piet stierf kort daarna naast Bartien in bed.

     Piet Van Schoor blijft één van de onvergetelijke volksfiguren uit de 4de wijk.

                                     -o-o-o-O-o-o-o-

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door ennof - G - om 15:04 Reageer op dit bericht

XI.1406.- PRINS Paschase - STAMGROOTVADER -

Stamgrootvader :

XI.1406.-
- PRINS Paschase
Guillaume, schoenmaker
   ° en = Antwerpen, St.-Andrieskerk ca 1751
       Zoon van :
       - François Guillaume PRINS
                - zie XII.2812 -, en
       - Jeanne BROUWERS
                - zie XII.2813 -
  - - - - -
  + Antwerpen, MA 22.12.1823, om 4.00 uur
     's morgens in het Burgerlijk Gasthuis.
     Hij was 72 jaar en 5 maanden oud.
     Adres bij overlijden :
     - S4/1790 = Lange Ridderstraat 12)
     (OA nr 2147, dd. 23.12.1823, Antwerpen)
   - - - - -
   1° x Antwerpen, St.-Andrieskerk met :
   XI.1407*.-
   - VAN den BERGH Joanna
Catharina
      = Antwerpen, St.-Andriekskerk in 1750
   - - - - -
   2° x Antwerpen, St.-Andrieskerk met :
   XI.1407**.-
   - STEENS Joanna
Maria 
                    (ook Joanna Catharina)
     = Antwerpen, St.-Andrieskerk op
        MA 18.10.171
        Dochter van :
        - Guielmus Augustinus STEENS
                   - zie XII.2814.-, en
        - Maria Magdalena SPEIRELS
                   - zie XII.2815.-
      - - - - -
      + Antwerpen, WO 22.8.1832,
         om 10.00 uur 's morgens.
         Zij was 80jaar - 10 mnd en 4 dagen oud.
         Adres bij overlijden :
         - S4/496 = St.-Jansstraat 90.
         (OA nr 1729, dd. 22.8.1832, Antwerpen)
      - - - - - - - - - - -
      6 kinderen uit dit huwelijk :

      worden een volgende maal besproken.
              
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door ennof - G - om 13:45 Reageer op dit bericht

Folkloristische figuren - Frans de Neus -

Frans de Neus  

        Frans was een grote kerel die bang was van werken.  Frans was niet getrouwd en sliep steeds gekleed op wat zakkengoed.  Hij dacht er niet aan de handen uit de mouwen te steken als hij nog enkele franken op zak had.

     In de Spiegelpoort van de Nationalestraat bevond zich de stapelplaats van houthandelaar Blanckaert.  De café's in de buurt
hadden daarna aan hem een goede klant.  Frans leed namelijk aan chronische dorst die hij probeerde te lessen met romers "Pinard", een soort rode wijn.  Vaste klant was hij in het "Pinardkot" op de hoek van de Lange Vlierstraat en het pleintje aan de Nationalestraat.

     Als Frans in het "Pinardkot" honger kreeg, kocht hij een pak fritten met pickels en een worst.  Of hij haalde in de Steenbergstraat
een "gardevil", een gerookte haring die hij met vel en graten naar binnen slokte.  Natuurlijk werden fritten of "gardevil" flik doorgespoeld met enorme hoeveelheden "Pinard".

     Ook hielpen de lossers en de laders van Blanckaert elkaar aan eten.  Zo had Jef, de chauffeur, Frans de overschot van aardappelen met stoofkarbonaden aangeboden.  Die had hongerige Frans gretig aangenomen.  Hij at alles likkebaardend op zonder te merken dat Jef de aardappalen en de karbonaden had opgemaakt met stampte rode baksteen en roet van de kachel.

     Eens wilde Frans de Neus een biefstuk braden.  Terwijl deze op
het gasvuur in de pan lag, was Frans in slaap gevallen.  Plots werd hij wakker door een brandgeur.  Hij probeerde het vuur te blussen en zocht naar een fles water, maar hij goot er per vergissing een fles petroleum over.  Toen het brandje heviger begon te laaien wierp hij er zijn jas over om het te doven.  Toen men Frans de Neus maanden later tegenkwam rook zijn jas nog naar verbrand goed.  Hij blijft in de herinnering als één van de stevigste Pinard-drinker uit het Sint-Andrieskwartier.

                                        -o-o-o-O-o-o-o-   

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door ennof - G - om 13:24 Reageer op dit bericht

Folkloristische figuren - Scheerdijck -

Scheerdijck

     Vandaag nog een merkwaardige figuur, nl. "Johannes Ludovicus Scheerdijck", een schrijnwerker die in het krankzinnigengesticht van de Sint-Rochusstraat de 4de mei 1889 op tachtigjarige leeftijd overleed.

     Hij werd geboren te Antwerpen op 30 maart 1809.

     Scheerdijck huwde met Joanna Catharina Van de Velde.  Dokter Vaerenberg werd gelast te onderzoeken of Scheerdijck niet te
lastig was voor zijn omgeving.  Na een bezoek bij de schrijnwerker thuis oordeelde de arts dat zijn zwakzinnigheid alleen voor zichzelf gevaarlijk was.  In het verslag van de dokter stond toen dat Scheerdijck nog niet opgesloten diende te worden.

     Toen de vorstin van België overleden was, werd een uitvaartmis in de kathedraal van Antwerpen opgedragen.  In de rouwstoet stapte Scheerdijck toen plechtig op tussen de officiële hoogwaardigheidsbe-kleders.   Op zijn hoofd droeg hij een hoge zwarte hoed, waaraan vanachter een fluwelen doek bevestigd was, dit tot op zijn hielen neerhing.  Om zijn nek waren allerlei "eretekens", penningen en
medailles" gehangen.  Wie echter nader toekeek, zag dat het gewoon deksels van conservenblikjes waren !   Met een hoogmoedig gebaar wierp Scheerdijck er een wijde mantel over.

     In de kathedraal wilde hij naast de personaliteiten plaatsnemen,
maar de "suisse" bemerkte dat en hij versperde hem de weg.  Scheerdijck bekeek de "suisse" echter op zo'n minachtende wijze dat deze even de kluts kwijt raakte.  Daar profiteerde Scheerdijck van en onder het mom van de "onderkoning van België" te zijn nam hij plaats in het koorgestoelte.

     Toen hij op een zekere avond terug naar zijn woning wandelde, zag hij enkele militairen ruzie maken met elkaar.  Scheerdijck gebood hen te stoppen met dat getwist.  Geïrriteerd riepen de soldaten hem toe dat hij zich niet met hen mocht bemoeien.  Waarop Scheerdijck plechtig zijn mantel openspreidde en zijn "decoraties" toonde, terwijl hij riep : "jullie spreken tegen de onderkoning van België !"   De soldaten schaterden van pret bij het horen van zulke onzin !  Scheerdijck werd daar echter zo kwaad van dat hij één van de militairen te lijf wilde gaan.  Deze soldaat sloeg toen zo krachtig met zijn sabel op het hoofd van de zwakzinnige dat deze neerviel.

     Toen de jongens dit zagen sloegen ze verschrikt op de vlucht.  Bloedend bleef de krankzinnige schrijnwerker liggen.  Hij werd daarna verpleegd en genas, maar hij raakte door dit voorval zodanig in de war dat hij in het gesticht van de Sint-Rochusstraat moesten worden opgenomen.

                                 -o-o-o-O-o-o-o-    

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door ennof - G - om 12:58 Reageer op dit bericht

Folkloristische figuren - Frans Van Kets -

Frans Van Kets

      Vandaag vertellen we deze keer over de marktzanger Frans Van Kets.

       Hij werd geboren op 12 mei 1862, te Aarschot.  Van Kets was schoenmaker van beroep.  Het zingen op de markten was louter een bijverdienste voor de onderhoud van zijn groot gezin.

       Met zijn vrouw Maria Van Gestel stond hij in de jaren 1875 tot 1914 regelmatig op de Antwerpse markten.  Frans zong niet enkel, hij praatte zijn liedjes aaneen met voor die tijd gewaagde grappen.  Ook één van zijn vijf dochters zong haar deel in het programma.  Van Kets begeleidde zichzelf op de viool.  Zijn zwaarlijvige echtgenote zong de strofen van de liederen.  Frans zelf voorzag de hele repertoire van veel gesproken commentaar.  Frans en zijn vrouw woonden in ons
 Sint-Andrieskwartier in de Rijke Beuckelaarstraat nummer 17.

       Het marktzingen werd in de familie voortgezet van ouders op kinderen.  Zijn vrouw kwam ook uit een familie van marktzangers.  Zij kon makkelijk een tekst uit het hoofd leren.  Na een paar keren lezen, kende zij het reeds van buiten.

       Een gemeenteraadslid verkreeg de toestemming van toenmalig burgemeester Jan Van Rijswijck dat Van Kets op de Antwerpse markten mocht zingen.  's Vrijdags op het Sint-Jansplein en 's zondags op de rui.  Dertig jaar lang zong Van Kets er zijn marktliederen.
's Zondagsnamiddags toen honderden Antwerpenaren de Schelde overstaken op de Sint-Annekesboot stond Frans zijn moordverhalen te zingen op het Vlaams Hoofd.  Geen jaarmarkt, geen kermis, zelfs geen processie liet het echtpaar Van Kets voorbijgaan zonder er hun muzikaal tintje aan toe te voegen.  Frans maakte zijn liedjes echter niet zelf.   Pierre Bauwens, een gewezen politieagent, componeerde ze en bedacht er teksten bij.  De marktzanger betaalde hem hiervoor.  Te Hoogstraten waren de liedjeszangers tijdens de bedevaarten bevoor- rechte personen.  Zij mochten de nacht gratis doorbrengen in een bed onder het toneel van de zaal "Het Eglantierke" terwijl de pelgrims 5 cent per nacht moesten geven.

       Frans Van Kets blijft in de herinnering één van de beste markt- zangers van het Sint-Andrieskwartier.

                               -o-o-o-O-o-o-o-
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door ennof - G - om 11:00 Reageer op dit bericht

Folkloristische figuren - Driesken de Nijper -

Driesken de Nijper

     Over de merkwaardige figuren uit de geschiedenis van de Parochie van Miserie vertellen we deze keer over de jonge en doodarme Driesken de Nijper.

     Hij is wel geen langdurig inwoner van het St.-Andrieskwartier geweest, maar de 24jarige jonge man heeft toch enige tijd vertoefd in de afspanning "De Star" in de Kammenstraat.  Hij had daar in een knap herenpak plaats genomen om de mensen die aan een ernstige kwaal leden te genezen door op de zere plekken van hun lichaam te nijpen.  Al spoedig kreeg hij van de mensen uit de 4de wijk de bijnaam
"Driesken de Nijper".

    
De vraag "Wie moet er eens genepen worden ?" lag op de spottende lippen van vele Sint-Andriezenaren.  Vrij vlug gingen de gesprekken aan de togen van de volkscafés over niets anders meer dan over het merkwaardig nijpen van de wonderdokter.  Zij die zijn genezingen belachelijk durfden maken werden door enkele goedgelovige volksvrouwen betiteld als "slechte mensen".  Toch geloofde het merendeel van de mensen uit de Parochie van Miserie na een tijdje niet zo erg meer in de kwakzalverij van Driesken.  Hij besloot daarom zijn kunsten te gaan proberen in onze hoofdstad.  De naïeve volksmensen van Brussel trapten dadelijk in de genezingskun-sten van de wonderdoener.

     Deze mensen waren meer dan twintig jaar in het Frans aangespro-ken en praktisch niemand onder hen verstond die taal.  Die onwetend-heid van de Brusselse volksmens deed het vertrouwen in bijgeloof en kwakzalverij groeien.  Driesken de Nijper oogstte met zijn praktijken dan ook veel meer bijval in onze hoofdstad dan in de Antwerpse Sint-Andrieswijk.

     De grote schaal die voor gulle gaven klaarstond aan de inkom van de Brusselse cafés werd goed gevuld door de genezen volksmensen.
Na ongeveer één jaar was Driesken zo rijk geworden door zijn patiënten dat hij een paard en een chees kon kopen.  De periode van de welstand was echter van korte duur voor de wonderdokter.  Zichzelf kon hij door zijn nijpen niet genezen.  Hij stierf op 25jarige leeftijd.  In de gedachten van vele naïevelingen leefde hij echter verder.

                                            -o-o-o-O-o-o-o-

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door ennof - G - om 10:10 Reageer op dit bericht

Folkloristische figuren - Guillaume Wolry -

Guillaume Wolry

     Voor de zoveelste keer zijn we erin geslaagd in deze folklorerubriek over een bekende figuur uit de geschiedenis van de Parochie van Miserie te vertellen.  Guillaume Wolry was de zoon van mosselleurster "Beth de zevenste".  Hij woonde in het poortje van suikerbakker Olfs in de Schoytestraat.  De mensen van de 4de wijk hadden hem de bijnaam "Nonkel" gegeven.

     Van zijn moeder kreeg Guillaume drie frank zondaggeld en als de mosselzaken goed draaiden 4 frank.  Onze "nonkel" hield echter van lekker eten en van veel drinken en probeerde langs listen en knepen zo goed mogelijk zijn inwendige mens te versterken.  Op die manier geraakte hij dikwijls gratis aan drank via de pakjesdragers van het station aan het Koningin Astridplein.

     A. Van Cakenberghe vertelt in "
Wij, jongens van het Sint-Andries-
kwartier" 
over een ontmoeting van Wolry met een boerin in de buurt van dit station.  De vrouw die twee korven eieren sjouwde vroeg Guillaume waar ze de trein naar Boom kon nemen.  Hij vertelde haar dat ze door de spleet van de brievenbus aan de overkant van de straat "Boom" moest roepen.  Onze bereidwillige "nonkel" bood haar zelfs aan één van de korven met eieren te dragen.  "Ik ga alvast plaats houden op de trein", riep hij haar toe, terwijl hij zich met de korf uit de voeten maakte.  Terwijl de boerin alsmaar "Boom" door de brievenbus bleef roepen, vluchtte Wolry met de korf naar de Arme Beukelaerstraat in het Sint-Andrieskwartier.  In deze straat woonde Roos, de echtgenote van Zwik, een man die veertien dagen in de cel zat wegens openbare dronkenschap.  Guillaume had een stiekeme verhouding met deze volksvrouw.  Bij wijze van attentie schonk hij haar de korf eieren.  Toen haar man kort daarna vrij kwam, maakte Roos een eierkoek van de ondertussen al niet meer zo vers uitziende eitjes.  Toen Zwik de rotte eiergeur rook, werd hij zo kwaad dat hij de pan met inhoud naar het hoofd van Roos slingerde.  Op dat moment kwam een niets vermoedende "nonkel" binnen en hij kreeg heel het zootje over zijn kleren.

     De week daarop monsterde Zwik voor een maand als stoker aan op het schip Friesland van de Red Star Line.  Deze reis leek Roos een goede gelegenheid om Guillaume te vertellen dat ze zwanger van hem
was.  Het kind was door "nonkel" verwekt na een avondje "doorzakken" in het café van Rik Boonen op het Scheldeken, in de periode dat Zwik voor de zoveelste keer in de gevangenis zat nadat hij de schenen van een agent openstampte.  Veertien dagen na de thuiskomst van Zwik werd de kleine geboren.  Aan "nonkel" werd gevraagd het peterschap op zich te nemen.  Na de doop bezocht de feestende familie vele café in het Sint-Andrieskwartier.  Al die tijd leefde Guillaume op de kosten van de gelukkige vader.  Trotse Zwik trakteerde voortdurend en kon maar niet ophouden de cafébazen de geboorte van zijn gezonde erfgenaam mee te delen ...

                                      -o-o-o-O-o-o-o-

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door ennof - G - om 15:12 Reageer op dit bericht

Folkloristische figuren - Frans, het zoontje van Trees -

Frans, het zoontje van Trees.

     Vandaag vertellen we over Frans,
"Het Grootste Broodje".

    
Niemand in de 4de wijk zou gezegd hebben dat Frans slechts zeven jaar oud was.  Zijn grote gestalte en zijn sterke spieren gaven hem een veel ouder uitzicht.  Van zijn ouders had hij echter die kloeke lichaamsbouw niet geërfd, want die waren beiden mager en lang.
Frans moest in de schoenmakerij van zijn vader werken.  Hij maakte daar pikdraad en deed daar boodschappen.  Naar school gaan zat er bij Frans niet in.

     Alle ochtenden ging zijn moeder Trees in de bakkerij "broodjes" kopen.  Ze betaalde één cent per broodje.  De pistolets kosten twee centen per stuk.  Deze kwamen meestal bij de rijken en op de ont-bijttafel terecht.  Frans maakte elke morgen ruzie met zijn broer Jan omdat hij steeds het grootste broodje voor zichzelf wilde hebben.  Hij bleef daarvoor zeuren en maakte zoveel kabaal tot Trees hem zijn zin gaf.  Daardoor gaven de buren hem de bijnaam "Het Grootste Broodje" .  Deze bijnaam bleef hij in het Sint-Andrieskwartier behouden.

     Elke morgen haalde Frans een flesje "kwak" voor zijn vader in de herberg van Suske Fries.  Telkens dronk kleine Frans echter een ferme slok uit zijn flesje.  Hij hield het daarna onder de waterpomp, zodat het toch nog vol leek.  Op een dag verklapte de herbergier aan de vader van Frans wat zijn zoontje met zijn "kwak" uitrichtte.  Razend kwaad nam vader de ochtend daarop het grootste broodje van Frans af.  Voor zijn straf moest hij onmiddellijk boodschappen gaan doen.  Frans moest een paar herenschoenen naar gemeenteraadslid
De Vocht dragen in de Happaertstraat en ook een paar damesschoenen naar juffrouw Van Noyen, de directrice van de meisjesschool in de Sint-Jansstraat (de huidige Aalmoezenierstraat).  Zijn moeder Trees had zijn haar nog netjes gekamd en hem gevraagd beleefd zijn pet af te nemen wanneer hij die deftige lieden zou ontmoeten.  Frans hield echter van grappen maken en opende al gauw de pakjes onderweg in de poort van Scheel Net.  Hij legde een herenschoen bij een dames- schoen.  De dienstmeid van meneer De Vocht bedankte Frans hartelijk en gaf ze hem zelfs een klein fooitje.  De schooldirectrice was ook heel vriendelijk en ze stopte kleine Frans extra vijf centen toe.  Ze stond te wachten om met de mesijes naar de mis te gaan in de Sint-Andrieskerk.

     Blij over deze gelukte opdracht kocht Frans in het naar huis gaan twee grote broodjes.  Ze waren belegd met kaas en stroop.  Na deze grap weigerde de vader van Frans zijn zoon nog in de schoenmakerij
te laten werken.  Frans werd toen helper van de Cité.  Dit is zijn hele verdere leven gebleven.

                                   -o-o-o-O-o-o-o-

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door ennof - G - om 11:26 Reageer op dit bericht

Meer van Stamboom Familie GOOS

↑ Terug naar de berichten